Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 1 Jaarverslag Partner Jaarverslag Van gastransportbedrijf naar energie-infrastructuuronderneming Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 2 Inhoudsopgave Managementsamenvatting 7 Van gastransportbedrijf naar energie-infrastructuuronderneming 7 Financiële resultaten 11 D I R E C T I E V E R S L A G 01 Over Gasunie 17 Onze rol in de energieketen 17 Hoe we georganiseerd zijn 18 Visie 2030 20 Onze strategie 28 Hoe wij waarde creëren 30 Wat we om ons heen zien 31 Wat vinden onze stakeholders belangrijk? 32 02 Optimaliseren infrastructuur 34 We faciliteren onze klanten maximaal met onze gasinfrastructuur 34 We minimaliseren onze kosten met behoud van onze licence to operate 38 03 Europees verbindend 53 We versterken onze positie in ons kerngebied via partnerschappen en nieuwe initiatieven 54 We adviseren hoe leveringszekerheid en een liquide gasmarkt te behouden en faciliteren om de Groningengasproductie zo snel als mogelijk te verlagen 56 04 Versnellen van de energietransitie 60 We nemen een leidende positie in op het gebied van waterstof en groen gas 60 We spelen een actieve rol bij de ontwikkeling van infrastructuur voor warmtetransport en transport en opslag van CO₂ 68 05 Organisatiefundament 74 We creëren een medewerkersbestand met de juiste omvang en vaardigheden 74 We creëren een werkomgeving en arbeidsvoorwaarden gericht op het verhogen van focus, prestaties, zingeving en werkplezier 76 We verbeteren onze besturing, processen en samenwerking continu 79 06 Onze dilemma's 88 Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 3 07 Governance 89 Governance 89 Verslag van de Raad van Commissarissen 99 Remuneratiebeleid Raad van Bestuur 106 Samenstelling Raad van Commissarissen 110 Samenstelling Raad van Bestuur 112 Bestuursverklaring 115 08 Interviews 116 Aardgas en waterstof in de energietransitie in Duitsland 116 Duurzame financiering voor onze energietransitieprojecten 119 NortH2 versnelt de energietransitie en versterkt het noorden 121 Samen naar een geïntegreerd klimaatneutraal energiesysteem 123 Talent krijgt energie van de energietransitie 125 J A A R R EKEN I N G 09 Geconsolideerde financiële overzichten 128 Geconsolideerde balans per 31 december 2020 128 Geconsolideerde winst-en-verliesrekening over 2020 130 Geconsolideerd overzicht van het totaalresultaat over 2020 131 Geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen over 2020 132 Geconsolideerd kasstroomoverzicht over 2020 133 10 Toelichting op de geconsolideerde financiële overzichten 135 Toelichting op de geconsolideerde financiële overzichten 135 Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 4 11 Nadere toelichting op de geconsolideerde jaarrekening 151 1. Significante aangelegenheden en gebeurtenissen in 2020 151 2\. Bedrijfscombinaties en nieuwe entiteiten 152 3\. Financiële informatie per segment 152 4\. Onderzoek naar bijzondere waardeverminderingen 156 5. Materiële vaste activa 159 6\. Investeringen in joint operations 163 7\. Investeringen in joint ventures 164 8\. Investeringen in geassocieerde deelnemingen 167 9\. Overige deelnemingen 168 10. Uitgestelde belastingvorderingen 169 11\. Voorraden 171 12\. Handels- en overige vorderingen 172 13\. Vennootschapsbelasting 173 14\. Liquide middelen 173 15\. Eigen vermogen 173 16. Rentedragende leningen 174 17\. Leaseverplichtingen 177 18. Contractverplichtingen 178 19. Uitgestelde belastingverplichtingen 178 20. Personeelsbeloningen 180 21. Overige voorzieningen 183 22\. Kortlopende financieringsverplichtingen 183 23\. Handels- en overige schulden 184 24\. Financiële instrumenten 184 25. Niet in de balans opgenomen verplichtingen 190 26\. Netto-omzet 191 27. Personeelskosten 193 28\. Overige kosten 196 29\. Financiële baten 196 30. Financiële lasten 197 Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 5 31. Belastingen 197 32\. Aantal werknemers 198 33\. Verbonden partijen 198 34\. Honoraria externe accountant 199 35. Gebeurtenissen na de balansdatum 199 12 Vennootschappelijke financiële overzichten 200 Vennootschappelijke balans per 31 december 2020 200 Vennootschappelijke winst-en-verliesrekening over 2020 202 13 Toelichting op de vennootschappelijke financiële overzichten 203 Toelichting op de vennootschappelijke financiële overzichten 203 14 Nadere toelichting op de vennootschappelijke jaarrekening 205 36\. Materiële vaste activa 205 37. Financiële vaste activa 206 38\. Vorderingen op groepsmaatschappijen 208 39\. Geplaatst kapitaal 209 40. Herwaarderingsreserve 209 41. Wettelijke reserve 210 42\. Overige reserves 211 43\. Onverdeeld resultaat 211 44\. Voorzieningen 212 45. Handels- en overige schulden 212 46\. Schulden aan groepsmaatschappijen 213 47. Netto-omzet 213 48\. Personeelskosten 213 49\. Overige kosten 214 50. Financiële baten en lasten 214 51\. Belastingen 215 52\. Overige posten 215 53\. Overzicht groepsmaatschappijen en deelnemingen 215 15 Ondertekening 218 Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 6 16 Overige gegevens 219 Statutaire regeling omtrent de winstbestemming 220 Controleverklaring van de onafhankelijke accountant 221 Assurancerapport van de onafhankelijke accountant 235 B I J L A G E N 17 Bijlagen 239 Verslag van de OR 240 Overige informatie medewerkers 242 Overige informatie stakeholders 242 Overige data veiligheid en milieu 244 Product- en leveranciersinformatie + MVI 251 Verslaggevingsprincipes 254 Managementagenda 2020 260 Connectiviteitstabel 262 GRI index 264 Begrippenlijst 268 Disclaimer 275 Contact 275 Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 7 Managementsamenvatting Van gastransportbedrijf naar energie-infrastructuuronderneming Terwijl de COVID-19 pandemie het leven van ons allemaal beheerste,stond 2020 bijGasunieook in het teken van 2030\. In het begin van het jaar lanceerden wij Visie 2030;een vertaling vanonze bestaande strategie voor de komende tien jaar. In deze periode transformeren wij van gastransportbedrijf naar energie-infrastructuuronderneming. De Europese Unie wil door middel van een energietransitie in 2050 klimaatneutraal zijn. Bij Gasunie denken we dat dit kan lukken. Als infrastructuurbeheerder en daarmee verbinder tussen vraag en aanbod van energie verkeren we in een unieke positie om de energietransitie te versnellen. We voelen die verantwoordelijkheid ook. Moleculen De energie die we met zijn allen gebruiken, wordt ofwel in de vorm van elektronen (elektriciteit) of in de vorm van moleculen (brandstoffen of warm water) getransporteerd en ter beschikking gesteld. In een klimaatneutrale samenleving zal energie voor 30% tot 50% uit moleculen bestaan. En wij beheren een van de meest fijnmazige transportnetwerken voor moleculen in Noordwest-Europa. Over dertig jaar vervoeren we geen aardgas meer, maar waterstof, groen gas, warmte en CO₂. Zonder concessies te doen aan betrouwbaarheid en veiligheid. Investeringsplannen We zijn ambitieus in onze plannen. De komende tien jaar willen we, alleen en met partners, miljarden investeren in de energietransitie. Niet alle plannen zijn al in steen gebeiteld. Maar in alle denkbare transitiescenario’s zijn wij als publieke open access dienstverlener onderdeel van de oplossing. En die oplossing is geïntegreerde energie-infrastructuur waarbij elektronen en moleculen elkaar versterken. ‘Groningen’ op stand-by In de tussentijd doen we waar we al vanaf de jaren ’60 goed in zijn: zorgen voor toegankelijk en kostenefficiënt transporten opslagvan aardgas. Ook hier hebben we de komende jaren een uitdagende taak. Het Groningenveld, lang de centrale bron van ons gasnetwerk, gaat in 2022 opstand-bymet uitzicht op definitieve sluiting inde periode2025-2028. Ook gaan er mogelijk een of meerdere gasopslagen in Nederland dicht. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 8 COVID-19 Net als de gehele samenleving werd ook Gasunie op de proef gesteld door COVID-19. Het virus trof een aantal collega’s en hun naasten hard. Onze collega’s in het veld hebben doorgewerkt, zo veilig als mogelijk was. De omslag naar thuiswerk werd door onze mensen op kantoor relatief snel en soepel gemaakt. Onze klanten konden rekenen op een ononderbroken levering. We zijn enorm trots op alle collega’s die dit samen mogelijk hebben gemaakt. Door de economische stagnatie en de warme winter daalde de Noordwest-Europese vraag naar aardgas licht. In combinatie met een wereldwijd overaanbod van LNG waren de gasprijzen laag en zaten de gasopslagen vol. Gasunie transporteerde in 2020 1.085TWh, een daling van 1,9% ten opzichte van 2019. Onze gastransportnetten in Nederland en Duitsland zijn omzetgereguleerd. Dit betekent dat de omzet voor het lopende jaar wordt bepaald door de geboekte capaciteiten in dat jaar tegen de daarvoor in de regulering vastgelegde tarieven. Als de geboekte capaciteiten in een jaar hoger of lager zijn dan in de regulering aangenomen, verrekenen we het resultaat van dit verschil in latere jaren. Omdat het getransporteerde volume geen 1-op-1 relatie heeft met de geboekte capaciteit, heeft een lager getransporteerd volume geen evenredig effect op onze omzet. De rol van aardgas verandert De afgelopen jaren is de wereld waarin Gasunie opereert fundamenteel veranderd. In Nederland is het beeld over aardgas sterk gewijzigd, onder meer vanwege het maatschappelijke debat over de energietransitie. De binnenlandse vraag naar aardgas ligt in 2030 een kwart lager dan nu, zo denken we. We verwachten dat de rol van aardgas deels ingevuld gaat worden door groen gas en waterstof. Een goede prestatie en daarmee goede reputatie in het veilig, betrouwbaar en duurzaam transporteren van aardgas is nodig in het verkrijgen van een rol in het bouwen en beheren van nieuwe energie- infrastructuur. In Duitsland is de positie van aardgas duidelijk beter dan in Nederland.Hier is aardgas nog steeds uitstekend gepositioneerd. De ‘Kohleausstieg’ en de ‘Atomausstieg’ zorgen de komende tien jaar voor een lichte stijging van de vraag naar aardgas, zo verwachten wij. Er is momenteel brede politieke steun in Duitsland voor investeringen in LNG-infrastructuur. Dat komt door de groeiende aardgasvraag en de noodzaak tot diversificatie van leveringsstromen, onder meer vanwege de sluiting van het Groningenveld. Dienende rol in de transitie Gasunie ziet in deze wijzigende omgeving veel kansen en ziet voor zichzelf een belangrijke dienende rol weggelegd in de energietransitie. Gasunie heeft decennialang kennis en ervaring opgebouwd rondom het transport en de opslag van aardgas. Deze kennis zetten we, in nauwe samenwerking met andere partijen, in voor vervoer en opslag van andere moleculen. Dat zijn waterstof, groen gas, warm water en CO₂. We kunnen er ook een deel van onze bestaande infrastructuur voor gebruiken, zeker nu de gasvraag langzaam gaat teruglopenen de noodzaak van een dubbel gasnet (voor Groningengas en voor hoogcalorisch gas) in de huidige omvang afneemt. Zo willen we stapsgewijs een nationale hoofdtransport- en opslaginfrastructuur voor waterstof bouwen, met vertakkingen naar toekomstige waterstofnetten in onze buurlanden. Deze waterstofbackbone bouwen we kostenefficiënt: een belangrijk deel van de backbone zal bestaan uit aangepaste Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 9 aardgasleidingen. In Zeeland laten we zien dat dit al kan, veilig en betrouwbaar. Het invoeden van groen gas in ons gasnet gaan we de komende jaren opvoeren. In Rotterdam en Amsterdam als transportleidingbeheerder deel aan consortia die industrieel afgevangen CO₂ willen gaan injecteren in lege gasvelden in de Noordzee. In Zuid-Holland willen we WarmtelinQ bouwen, een groot regionaal warmtenet dat restwarmte uit de Rijnmond naar Den Haag en Leiden brengt. Innoveren en initiatief nemen zitten verankerd in onze bedrijfscultuur. Zo zijn we het afgelopen jaar begonnen met de oprichting van een virtuele waterstofbeurs. Onze gashandelsplaats TTF is de grootste virtuele beurs voor aardgas in Europa. Een waterstofbeurs kan dezelfde aanjagende werking hebben voor de marktwerking van waterstof. Onze dochter Vertogas geeft Garanties van Oorsprong af voor groen gas. Dat gaat Vertogas straks ook doen voor groene en blauwe waterstof. Intern hebben we in 2020 het fundament gelegd voor ons hernieuwde MVO-beleid, waarmee we onze activiteiten willen verduurzamen voor een zo positief mogelijke impact op de samenleving. Voor de markt uit investeren We hebben in 2020 al veel voor elkaar gekregen. Met de kennis en projecten die we nu hebben, kunnen we de transitiekansen voor Nederland en Noordwest-Europa gaan benutten. De snelste en meest effectieve en meest kostenefficiënte energietransitie is er een waarin we systemen voor elektriciteit en gassen slim op elkaar laten aansluiten. Onze aanpassings- en uitbreidingsplannen zijn wat dat betreft financieel aantrekkelijk. Gasunie is financieel gezond en draagkrachtig, maar de investeringscriteria die wij hanteren maken subsidies en andere vormen van overheidssteun noodzakelijk. Als netwerkbeheerder moeten we voor de markt uit investeren, terwijl de omvang en timing van de toekomstige kasstromen uit deze nieuwe projecten nog lang niet altijd duidelijk is. Gasunie kan deze risico’s niet alleen dragen. Een deel hiervan moet door de overheid worden gedragen in de vorm van subsidies. Een ander deel zal van consortiumpartners komen, en een ander deel van ons zelf. Hiervoor is vertrouwen in elkaar nodig. Dit vertrouwen hebben we het afgelopen verslagjaar onmiskenbaar zien toenemen. Waterstof staat aan de top van de politieke agenda. Belangrijke commerciële partners treden toe tot het NortH2-waterstofproject. De SDE++ subsidie is opengesteld voor CO₂-opslagprojecten. Europese steunfondsen komen beschikbaar. Vertrouwen Uit het Nederlandse Klimaatakkoord blijkt dat zowel de politiek als de markt het belang van moleculen voor de toekomstige Nederlandse energievoorziening inziet, net als het belang van integratie van de energiesystemen voor elektronen en moleculen. Desondanks moeten er nog flinke inspanningen worden geleverd om voldoende brede steun te krijgen, zowel op nationaal als op Europees niveau. Onze plannen zijn niet in beton gegoten, maar ademen mee met de bereidwilligheid en overtuigingen van onze stakeholders. We hebben er vertrouwen in dat overheid, markt en maatschappij ons in staat zullen stellen om een aanzienlijk deel van onze investeringsvoornemens uit te voeren. Hoe meer wij hierin slagen, des te groter worden de kansen om Nederlandse en Europese klimaatdoelen op tijd en kostenefficiënt te halen. En hoe groter de economische vruchten worden die onze Europese regio van de energietransitie kan plukken. Op naar 2030! Han Fennema, Janneke Hermes, Bart Jan Hoevers en Ulco Vermeulen Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 10 Han Fennema Janneke Hermes Bart Jan Hoevers Ulco Vermeulen Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 11 Financiële resultaten In € miljoenen 2020 2019 Gerapporteerd Opbrengsten 1.372 1.278 Totale lasten ‑513 ‑775 Bedrijfsresultaat 859 504 Financiële baten en lasten ‑68 ‑81 Resultaat deelnemingen 62 94 Resultaat voor belastingen 853 517 Belastingen ‑253 ‑105 Resultaat na belastingen 600 412 Opbrengsten Gasunie heeft haar omzet in 2020 met €94 miljoen zien stijgen. Deze stijging is voor een groot deel het gevolg van de ingebruikname van de eerste leiding van het EUGAL-pijpleidingproject en van veranderende gasstromen in Duitsland, wat leidt tot een grotere vraag naar transportcapaciteit bij Gasunie Deutschland (GUD). De omzet uit gereguleerde activiteiten in Duitsland is ruim €60 miljoen hoger dan in 2019. De omzet van Gasunie Transport Services (GTS) is ruim €20 miljoen hoger dan in 2019, ondanks dat er minder transportcapaciteit is geboekt. Dat heeft te maken met gestegen tarieven ten opzichte van 2019, met name als gevolg van een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven. De omzet uit niet-gereguleerde of (deels) van regulering vrijgestelde activiteiten bedraagt €149miljoen en is iets gestegen ten opzichte van vorig jaar. De methode van regulering in zowel Nederland als Duitsland bevat diverse reguliere nacalculaties. Wanneer de werkelijke omzet afwijkt van de toegestane omzet, wordt het verschil verrekend in de tarieven van volgende jaren. Ook voor een deel van de energiekosten voor het gastransport geldt een mechanisme van nacalculatie. Voor de effecten hiervan verwijzen we naar de paragraaf “Gereguleerde omzet en tarieven". Bedrijfsresultaat Het bedrijfsresultaat is €355 miljoen hoger dan vorig jaar. De belangrijkste reden voor de stijging is een terugname van een in het verleden verantwoorde bijzondere waardevermindering van €300 miljoen. Deze terugname is met name het gevolg van een lagere IFRS-disconteringsvoet. Exclusief deze terugname is de stijging €55 miljoen. Om een goede vergelijking te kunnen maken tussen onze prestaties in 2020 en 2019, zijn hieronder genormaliseerde resultaten weergegeven. De genormaliseerde resultaten zijn gecorrigeerd voor het eenmalige effect van het hiervoor genoemde waarderingseffect. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 12 In € miljoenen 2020 2019 Genormaliseerd Opbrengsten 1.372 1.278 Totale lasten ‑813 ‑775 Bedrijfsresultaat 559 504 Financiële baten en lasten ‑68 ‑81 Resultaat deelnemingen 62 94 Resultaat voor belastingen 553 517 Belastingen ‑178 ‑105 Resultaat na belastingen 375 412 De operationele kosten zijn €21 miljoen hoger dan vorig jaar. Dit is met name het gevolg van personeelsgerelateerde kosten en toegenomen activiteiten in het kader van de energietransitie. De energiekosten voor gastransport zijn €26 miljoen hoger dan vorig jaar. Het energieverbruik van met name de stikstofinstallaties is toegenomen als gevolg van een hogere inzet. Daarnaast hebben we de conversie-installatie in Wieringermeer uitgebreid en is een nieuw stikstofcontract met een externe leverancier in werking getreden. Ook is er sprake van een stijging van de energieprijzen. Onze afschrijvingskosten zijn €8 miljoen gedaald ten opzichte van 2019. Enerzijds resulteren de effecten van het (tijdelijk) buiten gebruik stellen van installaties in 2019 in lagere afschrijvingskosten in 2020. Anderzijds leidt de ingebruikname van nieuwe activa, zoals de EUGAL-leiding in Duitsland, tot een toename van de afschrijvingskosten. Resultaat na belastingen Ondanks een hoger bedrijfsresultaat, is het genormaliseerde resultaat na belastingen €37 miljoen gedaald ten opzichte van 2019\. Het saldo van de financiële baten en lasten is €13 miljoen gedaald als gevolg van de herfinanciering van twee obligatieleningen eind 2019 tegen een lagere rente. Het resultaat van deelnemingen is €32 miljoen lager. Dit is het gevolg van een eenmalig effect in 2019. In 2019 was de dividenduitkering van Nord Stream eenmalig hoger vanwege een verschuiving van 2018 naar 2019. De genormaliseerde belastinglast is €73 miljoen hoger dan in 2019. Een belangrijke oorzaak hiervan is dat zowel in 2019 als in 2020 de belastinglast aanzienlijk is beïnvloed door de effecten van de aanpassingen van de tarieven voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Een ander effect is het hoger genormaliseerd belastbaar resultaat in 2020. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 13 In € miljoenen 2020 2019 Balans Vaste activa 10.143 9.817 Eigen vermogen 6.341 5.935 Balanstotaal 10.386 10.126 Geïnvesteerd kapitaal 9.876 9.494 Kasstroomoverzicht Kasstroom uit operationele activiteiten 816 658 Kasstroom uit investeringsactiviteiten ‑354 ‑418 Kasstroom uit financieringsactiviteiten ‑489 ‑222 Netto kasstroom ‑27 18 Ratio’s ROIC genormaliseerd 5,2% 5,1% ROE genormaliseerd 6,1% 6,9% FFO / interest ratio 11,0 8,5 Netto schuld inclusief garantiestellingen/materiële vaste activa 39% 42% Investeringen De totale investeringswaarde in het pijpleidingproject EUGAL bedraagt voor GUD circa €475 miljoen, waarvan circa €360 miljoen was uitgegeven ultimo 2020\. De verwachte investeringen voor de stikstoffabriek in Zuidbroek bedragen circa €500 miljoen, waarvan circa €325 miljoen was uitgegeven ultimo 2020. De investeringen op het gebied van duurzame energie bedroegen in 2020 circa €20 miljoen en betroffen onder meer WarmtelinQ (warmtenet in Zuid-Holland), Porthos (CCS) en een aantal groen gas- initiatieven. Financiële vooruitzichten Naar verwachting daalt het bedrijfsresultaat de komende jaren tot het genormaliseerd bedrijfsresultaat 2020, met name vanwege dalende gereguleerde omzet. Daarnaast nemen de energiekosten voor gastransport naar verwachting toe vanwege een stijgende trend in energieprijzen en een toename in energieverbruik door de installaties als gevolg van de inzet. Voor de komende twee jaar verwachten we een investeringsniveau van circa €300 miljoen per jaar. Hierbij houden we nog geen rekening met investeringsbesluiten over grote energietransitieprojecten. In 2020bedroeg het investeringsniveau circa €400 miljoen. Regulatoire verrekeningen De reguleringsmethodiek kan verrekening in volgende jaren veroorzaken. Onder de huidige IFRS- boekhoudregels is het niet toegestaan om regulatoire verrekeningen als vordering of schuld in de balans te verantwoorden. Als gevolg hiervan verantwoorden we regulatoire verrekeningen onder IFRS niet in het jaar waarin ze zijn ontstaan, maar in het jaar waarin de verrekeningen in de tarieven plaatsvinden. Dit leidt tot timingsverschillen tussen IFRS en het regulatoire verdienmodel die periodieke waardeveranderingen tot gevolg kunnen hebben. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 14 In de Duitse regulering is bepaald dat netbeheerders tijdens de bouwfase van een uitbreidingsinvestering al een investeringsvergoeding krijgen. Na ingebruikname van de investering moet deze investeringsvergoeding terugbetaald worden over een periode van twintig jaar. Deze terugbetaling vindt plaats door middel van verrekening in de tarieven. Nominaal is deze regeling neutraal, echter door het naar voren halen van de investeringsvergoedingen ontstaat een positief effect op de netto contante waarde. GUD heeft in de afgelopen tien jaar grote uitbreidingsinvesteringen gedaan en heeft hiermee forse investeringsvergoedingen ontvangen. Het zwaartepunt van de terugbetaalverplichting ligt in de periode vanaf 2023 met een aanzienlijke opbrengstendaling tot gevolg. In onderstaande overzichten is de omzet gecorrigeerd voor regulatoire verrekeningen, als gevolg van afwijkingen tussen de toegestane en werkelijke omzet en energiekosten (ENF), weergegeven. De omzet van GUD is gecorrigeerd voor ontvangen investeringsvergoedingen. Bijzondere verrekeningen, zoals verrekeningen als gevolg van beroepsprocedures, laten we in onderstaande overzichten buiten beschouwing. Gasunie Transport Services 2020 2019 In € miljoenen Opbrengsten op basis van IFRS grondslagen 946 921 Dit jaar betaalde regulatoire verrekeningen ter compensatie van voorgaande jaren 5 5 Toekomstig te ontvangen verrekening voor behaalde omzet/ENF (versus toegestane omzet-ENF) voor dit jaar 36 10 Investeringsvergoedingen - - Opbrengsten gecorrigeerd voor regulatoire verrekeningen 986 936 Gasunie Deutschland 2020 2019 In € miljoenen Opbrengsten op basis van IFRS grondslagen 311 247 Dit jaar ontvangen regulatoire verrekeningen ter compensatie van voorgaande jaren ‑25 ‑19 Toekomstig te betalen verrekening voor behaalde omzet/ENF (versus toegestane omzet-ENF) voor dit jaar ‑41 21 Investeringsvergoedingen ‑20 ‑29 Opbrengsten gecorrigeerd voor regulatoire verrekeningen 225 220 De genormaliseerde EBITDA gecorrigeerd voor bovengenoemde regulatoire verrekeningen (het onderliggende resultaat) bedraagt in 2020 €832 miljoen (€818 miljoen in 2019), bestaande uit EBITDA (€877 miljoen), regulatoire verrekeningen GTS (€5 miljoenen €36 miljoen) en regulatoire verrekeningen GUD (€-25 miljoen, €-41 miljoenen €-20 miljoen). In de tarieven van 2020 is een bedrag verrekend van €20 miljoen vanuit voorgaande jaren. Dit bedrag bestaat uit een negatieve verrekening van €5 miljoen voor GTS en een positieve verrekening van €25 miljoen voor GUD. In 2020 bedraagt de afwijking tussen de toegestane omzet en energiekosten en de werkelijke omzet en energiekosten €5 miljoen. Voor GTS bedraagt dit verschil €36 miljoen en voor GUD €41 miljoen. Deze bedragen worden verrekend in de tarieven van de volgende jaren. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 15 GUD heeft in 2020 een bedrag van circa €21 miljoen aan investeringsvergoedingen ontvangen en €1 miljoen terugbetaald. Het ontvangen bedrag zal in toekomstige jaren weer moeten worden terugbetaald. De onderstaande overzichten tonen het verloop van de te verrekenen regulatoire vorderingen en schulden die niet in de balans op basis van IFRS-grondslagen zijn opgenomen. In de onderstaande overzichten laten we ook de bijzondere verrekeningen buiten beschouwing. Overzicht van te verrekenen regulatoire bedragen 2020 2019 In € miljoenen Gasunie Transport Services Te verrekenen op 1 jan. 21 6 Dit jaar betaalde regulatoire verrekeningen ter compensatie van voorgaande jaren 5 5 Toekomstig te ontvangen verrekening voor behaalde omzet/ENF (versus toegestane omzet-ENF) voor dit jaar 36 10 Investeringsvergoedingen - - Te verrekenen op 31 dec. 61 21 Gasunie Deutschland Te verrekenen op 1 jan. ‑45 ‑47 Dit jaar ontvangen regulatoire verrekeningen ter compensatie van voorgaande jaren ‑25 ‑19 Toekomstig te betalen verrekening voor behaalde omzet/ENF (versus toegestane omzet-ENF) voor dit jaar ‑41 21 Investeringsvergoedingen ‑20 ‑29 Te verrekenen op 31 dec. ‑131 ‑74 Ultimo 2020 moet regulatoir een bedrag van €70 miljoen worden verrekend (schuld). Dit bedrag bestaat uit een te ontvangen bedrag voor GTS van €61 miljoen en een terug te betalen bedrag voor GUD van €131 miljoen, op basis van een schatting. De definitieve verrekeningen worden uiteindelijk door de toezichthouders vastgesteld. In het onderstaande overzicht splitsen we dit bedrag naar de perioden waarin de bedragen in de tarieven, en in de jaarrekening op basis van IFRS-grondslagen, worden verrekend: Te verrekenen bedragen naar looptijd ultimo 2020 Totaal 0-1 jaar 2-5 jaar > 5 jaar In € miljoenen Gasunie Transport Services 61 25 36 0 Gasunie Deutschland ‑131 26 ‑41 ‑117 Totaal te verrekenen ‑70 51 ‑5 ‑117 waarvan te verrekenen investeringsvergoedingen ‑139 ‑1 ‑22 ‑117 Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 16 Belastingafdracht Gasunie heeft in 2009 een zogenoemd ‘handhavingsconvenant’ gesloten met de Nederlandse Belastingdienst, waarin onderlinge afspraken zijn vastgelegd. In lijn met dit convenant is intern een Tax Control Framework (TCF) ingericht, op basis waarvan het fiscale beleid, de fiscale processen en de beheersmaatregelen zijn opgesteld en worden uitgevoerd. In de volgende tabel geven we voor de belangrijkste belastingen weer hoeveel belasting we hebben afgedragen of terugontvangen. Belastingafdrachten 2020 2019 In € miljoenen Nederland Vennootschapsbelasting ‑26 ‑45 Omzetbelasting 48 48 Loonheffingen ‑57 ‑102 Dividendbelasting ‑43 ‑34 Totaal ‑78 ‑133 Duitsland Vennootschapsbelasting ‑33 ‑26 Omzetbelasting ‑2 29 Loonheffingen ‑12 ‑11 Totaal ‑47 ‑8 Onze loonheffingafdracht was in 2019 hoger vanwege een eenmalig effect als gevolg van de vrijwillige vertrekregeling en de afkoop van een aantal arbeidsvoorwaarden in dat jaar. De afdracht omzetbelasting in Duitsland was in 2019 negatief vanwege de uitgaven aan het EUGAL-project. De relatief lage afdracht in 2020 is eveneens een gevolg van de uitgaven aan het EUGAL-project. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 17 01 Over Gasunie Onze rol in de energieketen Gasunie is een infrastructuurbedrijf voor energie. In Nederland en Noord-Duitsland beheren we de infrastructuur voor grootschalig transport, opslag en conversie van gas. Nu is dat nog vooral aardgas. Met de energietransitie verschuift dit steeds verder naar groen gas en waterstof. Daarnaast werken we aan de aanleg en het beheer van netwerken voor warmte en CO₂. Onze taak is het verzorgen van veilige, betrouwbare, betaalbare en duurzame energie- infrastructuurdiensten. Zodat iedereen altijd over energie kan beschikken. Dit is van essentieel belang voor de economie en maatschappij. Met onze infrastructuur, dienstverlening en geografische positie bevinden wij ons in het hart van de Noordwest-Europese (gas)markt. Gasunie heeft twee hoofdactiviteiten: Gasunie is een verbindende factor in de waardeketen voor energie het verzorgen van gereguleerde, open access transportdiensten via het gastransportnet in Nederland en Duitsland het aanbieden van energie-infrastructuurdiensten; al dan niet in samenwerking met andere partijen Onze transportdiensten en infrastructuurdiensten verbinden producenten met (eind)gebruikers van energie. We verlenen non-discriminatoir toegang tot onze diensten aan derden. We beheren en ontwikkelen energie-infrastructuur en energiehandelsplaatsen: gastransportnetwerken, internationale transitleidingen, gasopslag,gasconversie, LNG-infrastructuur en virtuele energiehandelsplaatsen. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 18 Onze infrastructuur fungeert als internationaal knooppunt in de aan\- en doorvoer van gas. We dragen hiermee bij aan een liquide, competitieve, betrouwbare Europese energiemarkt. Wij zetten ons in voor de versnelling van een klimaatneutrale energievoorziening door het ontwikkelen van transitie-energieketens en duurzame energieketens. Dat doen we door middel van nieuwe samenwerkingsverbanden en nieuwe businessmodellen. We investeren in projecten op het gebied vangroen gas, waterstof, warmte,CCUSen LNG. De Nederlandse staat is onze enige aandeelhouder. Onze medewerkers werken verspreid over ruim dertiglocaties in Nederland en Noord-Duitsland en met vertegenwoordigingen in Brussel en Moskou. Ons hoofdkantoor bevindt zich in Groningen; onze hoofdvestiging in Duitsland bevindt zich in Hannover. Hoe we georganiseerd zijn Gasunie heeft drie business units, waarvan er twee een gastransportnet beheren. In Nederland is dit Gasunie Transport Services (GTS) en in Duitsland Gasunie Deutschland (GUD). Deze netbeheerders bieden hun diensten aan op een transparante manier. Zij verkopen de beschikbare capaciteit tegen non-discriminatoire voorwaarden. Op entrypunten kan het gas in het netwerk worden ingevoed en op exitpunten kan een klant het gas uit het netwerk halen. De klanten sluiten contracten af waarmee ze capaciteit boeken op bepaalde entry\- of exitpunten in het netwerk, gedurende een bepaalde periode (jaar, kwartaal, maand of dag). De tarieven die GTS en GUD aan klanten in rekening brengen en de omzetten die daaruit voortkomen [zie kader], worden vastgesteld door de Autoriteit Consument & Markt (Nederland) en de Bundesnetzagentur (Duitsland). Onze derde businessunit, Participations, is verantwoordelijk voor de verkoop en levering van energie- infrastructuurdiensten. Deze diensten zijn niet tariefgereguleerd.Klanten kopen capaciteit waarmee ze de betreffende infrastructuur gedurende een bepaalde periode kunnen gebruiken. De diensten zijn open access. De tarieven hiervoor zijn non-discriminatoir en worden in belangrijke mate door vraag en aanbod bepaald. In de businessunit Participations liggen de risico’s en de rendementen hoger dan in GTS en GUD. De activiteiten van Participations ondersteunen de werking en liquiditeit van de energiemarkt. Ze positioneren Nederland en Duitsland als knooppunt in de internationale gasstromen. Daarmee dragen ze bij aan de benutting van onze gastransportnetten in Nederland en Duitsland. Van sommige deelnemingen zijn wij volledig aandeelhouder, van andere gedeeltelijk. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 19 De transportnetten van onze businessunits GTS en GUD en de belangrijkste dochters van onze businessunit Participations 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 1\. EnergyStock (100%) EnergyStock (100%) is een installatie voor ondergrondse gasopslag, die kortetermijnverschillen tussen vraag en aanbod van aardgas kan opvangen. Ze is daarmee belangrijk voor het in balans houden van de portfolio’s van de EnergyStock-klanten. Daarnaast wordt EnergyStock gebruikt door handelaren die gebruik willen maken van prijsschommelingen in de energiemarkt. Via de handelsnaam HyStock wil EnergyStock ook actief worden in ondergrondse waterstofopslag. 2. BBL BBL (60%) is een bi-directionele gasleiding die loopt van Balgzand (Nederland) naar Bacton (Verenigd Koninkrijk). Hiermee verhoogt BBL de leveringszekerheid in beide landen en ondersteunt het de integratie van de Europese gasmarkt en versterkt het de positie van Nederland als toonaangevende Europese gasspeler. Daarnaast verbindt BBL de virtuele handelsknooppunten TTF en NBP met elkaar. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 20 3. Nord Stream Nord Stream (9%) is een dubbele aardgasleiding door de Baltische Zee. Door deze verbinding heeft het Europese leidingnet een extra aansluiting gekregen op gasstromen uit Rusland. Nord Stream zorgt sinds 2012 voor extra gasaanvoercapaciteit richting de Noordwest- Europese gasmarkt. 4. Gate Gate (50%) terminal staat op de Rotterdamse Maasvlakte en is de enige importterminal voor vloeibaar aardgas (LNG) in Nederland. Voor zijn klanten ontvangt Gate LNG, slaat het op, maakt het weer gasvormig en brengt het vervolgens in het gastransportnetwerk voor distributie naar huishoudens en industrie. Een ander deel wordt geladen in bunkerschepen of vrachtwagens, die het gas naar de afnemer vervoeren. 5. HyNetwork Services HyNetwork Services beheert in Zeeland de waterstofleiding tussen chemiebedrijf Dow Chemical en kunstmestproducent Yara. Voor Dow is waterstof een restproduct, Yara heeft het nodig voor haar productie. In oktober was deze leiding twee jaar in bedrijf. Al die tijd vond het transport plaats op een veilige, duurzame en betrouwbare wijze. 6. Vertogas Vertogas fungeert in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat als certificeringsinstantie voor groen gas. Vertogas geeft certificaten (Garanties van Oorsprong) uit waarmee de duurzame herkomst van groen gas wordt bevestigd. Vertogas gaat in de toekomst op verzoek van het ministerie ook ‘blauwe’ en ‘groene’ waterstof certificeren. 7. Gasunie New Energy Gasunie New Energy ontwikkelt -samen met partners- duurzame-energie-infrastructuur voor derden. Dit gebeurt onder andere in WarmtelinQ (restwarmtetransport), Porthos (CO2-transport en -opslag), Biogas Netwerk Twente (groen gas-invoeding in een regionaal netwerk) en SKW Assets (superkritische watervergassing in een aan derden ter beschikking gestelde demo-installatie). 8. Gridwise Engineering & Services Gridwise Engineering & Services biedt commerciële diensten aan voor organisaties met een ondergronds gastransportsysteem, zoals netwerkbedrijven, industrieën en (semi)overheidsinstellingen. De expertise die binnen Gasunie aanwezig is, huurt Gridwise daarbij in. Tot de diensten behoren het beoordelen van ontwerpdocumenten, het maken van veiligheidsberekeningen en kostencalculaties, het toetsen van offertes en het geven van tracéadviezen. Visie 2030 Begin 2020 heeft Gasunie haar strategie vertaald in een doorkijkvoor de komende tien jaar. Onze ambities zijn helder. In 2030 zijn we van een gastransportbedrijf getransformeerd naar een brede energie -infrastructuuronderneming. We bergen en transporteren dan aardgas, groen gas, waterstof, CO₂ en warmte op een veilige, betrouwbare, betaalbare en duurzame manier. We spelen een belangrijke rol in het realiseren van de ambitieuze klimaatdoelen van Nederland, Duitsland en de Europese Unie. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 21 Dit is hoe Gasunie over tienjaar de wereld ziet: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 1\. In 2030 faciliteren we de energiemarkt zoals we altijd de aardgasmarkt hebben gefaciliteerd 2. In 2030 zijn we een brede energie- infrastructuuronderneming geworden 3. In 2030 is de aardgasproductie in Groningen gestopt 4. In 2030 is de totale binnenlandse vraag naar aardgas met 25% afgenomen 5. In 2030 brengen pijpleidingen en schepen steeds meer buitenlands aardgas naar onze regio 6. In 2030 brengen we dankzij onze N₂- fabrieken voldoende aardgas op Groningen-kwaliteit 7. In 2030 zijn de Nederlandse aardgasbergingen nog steeds belangrijk 8. In 2030 is de nationale markt voor waterstof gerealiseerd 9\. In 2030 beheren we in Nederland onze open access gereguleerde waterstofbackbone en hebben we hiervoor bestaande aardgaspijpleidingen geschikt gemaakt 10. In 2030 sluit deze nationale waterstofbackbone aan op soortgelijke netwerken in omringende landen 11\. In 2030 bieden we opslagcapaciteit in de vorm van waterstofcavernes 12\. In 2030 hebben we bijgedragen aan de ontwikkeling van elektrolyse-fabrieken, waar de markt waterstof kan produceren Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 22 13. In 2030 zijn we eigenaar van een succesvolle waterstofbeurs 14\. In 2030 injecteren marktpartijen aanzienlijk meer groen gas in ons net 15. In 2030 spelen we een actieve rol in transport en opslag van CO₂ 16. In 2030 spelen we een actieve rol in warmtenetten Dit zijn de bedrijfstakken waarin we in 2030 actief willen zijn: Als we al onze energietransitieprojecten daadwerkelijk kunnen gaan uitvoeren en de tarieven van onze waterstof- en warmteactiviteiten worden vastgesteld door toezichthouder(s), dan is in 2030 75-80% van onze activaportefeuille gereguleerd en 20-25% ongereguleerd. Op dit moment (2020) is die verhouding 85-15%. Waarom tien jaar vooruitkijken? Tien jaar klinkt ver weg, maar voor een bedrijf als Gasunie is het een logische periode. In ons werk hebben we te maken met lange doorlooptijden. Voor de aanleg van infrastructuur is veel tijd nodig voor bijvoorbeeld engineering, vergunningen en wet- en regelgeving. We moeten nu al beginnen met wat we over vijf tot tien jaar nodig hebben. Ten tweede is 2030 het jaar waarin de tussendoelen van de Europese klimaatdoelen gehaald moeten zijn. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 23 Gasunie committeert zich aan het ambitieuze Nederlandse en Europese klimaatbeleid en is een actieve speler in de energietransitie Onze Visie 2030bevat grootschalige energietransitie-projecten in lijn met onze strategie waarvoor we in de komende jaren een investeringsbeslissing willen nemen. We verwachten dat het overgrote deel van deze projecten meteen of gaandeweg een gereguleerd kader krijgt; dat wil zeggen dat we deze activa tegen gereguleerde tarieven en onder gelijke contractvoorwaarden aan de markt zullen aanbieden. Voor de projecten die niet onder regulering zullen vallen, dekken we onze risico’s af door het aangaan van langetermijn-afnamecontracten met marktpartijen. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 24 Wat willen we gaan doen? 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 1\. Djewels-1 Samen met Nobian onderzoeken we de mogelijkheden voor grootschalige conversie (20 MW) van duurzame elektriciteit in groene waterstof op het Chemie Park Delfzijl. Opleveringsjaar: 2023. Djewels 2 en Djewels 3 vergroten deze elektrolyse-capaciteit vervolgens verder. 2. WarmtelinQ Met Havenbedrijf Rotterdam investeren we in WarmtelinQ, een hoofdwarmtenet dat restwarmte uit het havengebied transporteert naar afnemers in Zuid-Holland. Dit doen we op verzoek van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. 3. LNG Duitsland Duitsland heeft behoefte aan LNG- importcapaciteit. Met partners Vopak en Oil Tanking nemen we in 2021 een besluit over de bouw van een LNG-terminal in Brunsbüttel in Noord-Duitsland. Andere partijen willen ook een LNG-terminal bouwen in Stade. Deze terminals moeten door GUD worden aangesloten op het gasnet. 4. Waterstofopslag We onderzoeken of het haalbaar is om waterstof grootschalig ondergronds op te slaan, in vier nieuw te ontwikkelen cavernes in onze opslaglocatie Zuidwending. Wereldwijd zijn er vier locaties waar waterstof al ondergronds wordt opgeslagen in zoutlagen. Een eerste waterstofgevulde caverne zou rond 2026 in gebruik kunnen worden genomen. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 25 5. Porthos In het Porthos-consortium willen we, samen met partners EBN en Havenbedrijf Rotterdam, afvoer en opslag van CO₂ mogelijk maken in lege gasvelden diep in de zeebodem. In 2021 nemen we een investeringsbeslissing over Porthos. 6. SKW Gasunie is partner in SKW Assets Alkmaar, een superkritische watervergasser die duurzaam gas en herbruikbare grondstoffen produceert uit natte biomassa. In 2020 zijn voorbereidingen gestart om projectmatig toe te werken naar de start van de 18 MW fabriek in de zomer van 2021. 7. Duitse waterstofbackbone GUD is betrokken bij de ontwikkeling van de Duitse waterstofbackbone, die via GUD- pijpleidingen met Nederland en Denemarken wordt verbonden. De Duitse waterstof-backbone wordt een belangrijk onderdeel van het toekomstige Europese waterstofnetwerk. Daarnaast is GUD actief lid van diverse regionale waterstofprojecten en - samenwerkingsverbanden. 8. Magnum Power Station Met Vattenfall en Equinor studeren we op het grootschalig maken en afnemen van CO₂- neutrale waterstof in de Eemsdelta-regio. In 2020 hebben de consortiumpartners verdere studies uitgevoerd naar de haalbaarheid van het project. 9\. Athos In het Athos-consortium willen we, samen met partners EBN, Tata Steel en Haven Amsterdam, de afvoer en opslag van CO₂ mogelijk maken in lege gasvelden diep in de zeebodem. In 2023 nemen we een investeringsbeslissing over Athos. 10. Waterstofbackbone Wij willen waterstof van verschillende toekomstige aanbieders ontsluiten en via een gefaseerd te ontwikkelen backbone transporteren naar de grote industriële clusters in Nederland. In 2030 kan dit netwerk, zoveel mogelijk gebruikmakend van onze bestaande infrastructuur, een capaciteit hebben van 10 tot 15 GW. 11\. North Sea Wind Power Hub Samenwerking tussen TenneT, Energinet en Gasunie met als einddoel het afvoeren van grootschalige windenergieproductie op de Noordzee. Een deel hiervan wordt op zee omgezet naar waterstof of andere gasvormen. De waterstof kan vervolgens aan land verder getransporteerd worden door onze beoogde waterstofbackbone. 12\. NortH2 Een megawindpark op zee moet 4 GW (voor 2040: 10 GW) groene elektriciteit gaan produceren voor elektrolysers in de Eemshaven. De groene waterstof wordt via onze waterstofbackbone getransporteerd naar de belangrijkste industriële centra van Noordwest- Europa. De totale investeringsagenda van Gasunie voor de komende tien jaar kan oplopen tot zo’n €7 miljard. In het bovenstaande overzicht staan de belangrijkste investeringen die we op dit moment voorzien, en hun waarschijnlijke volgorde. De meeste projecten worden uitgevoerd met partners. Alleen het investeringsaandeel van Gasunie wordt weergegeven. Ieder project doorloopt een apart besluitvormingstraject. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 26 We zijn goed gepositioneerd Gasunie investeert al bijna zestig jaar in aardgasinfrastructuur en ruim een decennium in energietransitieprojecten. De kennis en ervaring die we daarbij hebben opgedaan, geven ons nu de gelegenheid om op te schalen en een materiële bijdrage aan de energietransitie te leveren. Onze mensen kunnen het verschil maken in de nieuwe energiewereld. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 27 Bestaande energieprojecten geven ons de kans om op te schalen Onze kernmarkten Nederland en Noord-Duitsland hebben een unieke ligging, waardoor ze geschikt zijn voor de ontvangst van grote hoeveelheden op zee opgewekte windenergie. Hiermee kan waterstof worden gemaakt. Van overzee kunnen tankers waterstof en LNG aanvoeren. Onze gasnetten verbinden zowel in Nederland als in Duitsland grote industriële centra met elkaar. Naarmate de vraag naar Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 28 aardgas de komende jaren afneemt, kunnen we ze fasegewijs ombouwen van aardgas naar waterstof. De bestaande gasleidingen zijn ook geschikt voor invoeding van groen gas. En tot slot maakt onze kennis van transport en opslag van gasmoleculen ons een interessante partner voor het aanleggen en beheren van transportnetten voor warmte en CO₂. Wat hebben we nog nodig? Om op te schalen moeten we zorgen voor toezeggingen op lange termijn van zowel overheden in de vorm van subsidies en aanvullend beleid als van afnemers (industrie, energiebedrijven, tuinderscollectieven) in de vorm van co-investeringen en afnamecontracten. Hierdoor kunnen groene energiedragers concurrerend worden met fossiele energiedragers. We weten niet of we alle bovenstaande energietransitieprojecten zullen realiseren, maar het momentum is het afgelopen jaar alleen maar groter geworden. COVID-19 leidt tot toenemende Europese steun voor economisch herstel door middel van investeringen in hernieuwbare energie, met name waterstof. Het waterstofbackbone-project is de belangrijkste brug tussen heden en toekomst en de grootste strategische uitdaging waar Gasunie vandaag de dag voor staat. Hoe financieren we het? De meeste projecten financieren we samen met klanten en andere partners, ondersteund door overheidssubsidies voor aanlooprisico’s en onrendabele toppen. Ons eigen aandeel in de benodigde investeringen begroten we op een totaalbedrag van €7 miljard, verdeeld over de periode 2021-2030. De capaciteitsreserveringen op ons Duitse netwerk nemen de komende jaren toe. In Nederland dalen ze, maar daarentegen mogen we vanaf 2022 van de toezichthouder onze gedane netinvesteringen sneller terugverdienen in de vorm van hogere tarieven. Ook zijn we van plan (groene) obligaties uit te geven en projectfinancieringen te arrangeren. Op dit moment keren we 70% van onze (genormaliseerde) winst na belastingen uit aan de Nederlandse staat. We hebben afgesproken met onze aandeelhouder om deze pay out ratio in de komende maanden te evalueren met het oog op onze ambitieuze investeringsagenda en de uitkomst van het nieuwe methodebesluit van de ACM. Onze strategie Visie 2030 is een vertaling van onze strategie. In de tussentijd blijven we zorgen dat het aardgas dat de maatschappij nodig heeft door onze leidingen kan blijven stromen. Strategische pijlers Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 29 We hebben 3 strategische pijlers, die ondersteund worden door ons organisatiefundament: Uit het organisatiefundament en de pijlers halen we negen strategische doelen, ofwel focusgebieden. In dit jaarverslag bespreken we de resultaten en vooruitzichten vanuit deze negen focusgebieden: Optimaliseren infrastructuur Zorgdragen voor een veilige, betrouwbare, betaalbare en duurzame gasinfrastructuur in ons kerngebied 1. Bijdragen aan efficiënte gasinfrastructuur en diensten voor een goed functionerende Europese aardgas- en LNG-markt 2. Versnellen van de transitie naar een CO₂-neutrale energievoorziening3. Europees verbindend Versnellen energietransitie Organisatiefundament Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 30 Hoe wij waarde creëren Ons waardecreatiemodel Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 31 Visie Wij geloven in een duurzame toekomst met een uitgebalanceerde energiemix en een blijvende rol voor gas dat afkomstig is uit verschillende bronnen. We geloven dat we onze klanten het best bedienen met innovatieve oplossingen op het gebied van (gas)infrastructuur. Missie Gasunie is een leidende Europese energie- infrastructuuronderneming. Gastransport en gasopslag vormen de kernactiviteit. We dienen het publiek belang en faciliteren de energietransitie door geïntegreerde infrastructuurdiensten aan te bieden. We richten ons op waardecreatie voor onze aandeelhouder(s) en andere stakeholders en hanteren de hoogste veiligheids\- en businessstandaarden die in de sector worden toegepast. In ons waardecreatiemodel laten we zien welke middelen we inzetten om onze strategische doelen te realiseren. Ook wordt zichtbaar welke waarden wij met onze kernactiviteiten creëren en wat de impact hiervan is voor de maatschappij. Dat laatste zal de komende jaren een steeds prominentere rol krijgen in onze externe rapportages, zoals het jaarverslag. Wat we om ons heen zien We zagen in 2020 steeds meer erkenning van politiek en markt voor het belang van moleculen voor de toekomstige energievoorziening. Dat geldt ook voor systeemintegratie: de toekomstige samenwerking van elektriciteitsinfrastructuur, gasinfrastructuur en warmte-infrastructuur. In Nederland verschenen de Kabinetsvisie op waterstof en de Routekaart groen gas. Duitsland publiceerde een nationale waterstofstrategie. De European Green Deal van de Europese Commissie voorziet in een routekaart om de economieën van de EU duurzaam te maken. Europese elektriciteits- en gasnetwerkbeheerders delen hun scenarioplanning met elkaar en stemmen hun investeringsvoornemens steeds vaker op elkaar af. De druk op Europese energienetwerkbeheerders om een snelle energietransitie te faciliteren, is het afgelopen jaar toegenomen. In september publiceerde de Europese Commissie een voorstel om de Europese broeikasgasreductiedoelstelling voor 2030 van 40% te verhogen naar ten minste 55% (ten opzichte van 1990). Dit is volgens de Commissie nodig om in 2050 klimaatneutraliteit te bereiken en de doelstellingen uit het Parijsakkoord te behalen. Het Europese Parlement wil een doelstelling van 60%. De COVID-19 pandemie heeft in 2020 gezorgd voor een wereldwijde economische recessie, die heeft geleid tot lagere aardgasprijzen en lagere prijzen voor CO₂-emissierechten, met name door een afname van industriële activiteit.Later in 2020 stegen de CO₂-emissierechtenprijzen weer. De vraag naar aardgas in Noordwest-Europa heeft onder dit allesrelatief weinig onder te lijden gehad. Door onze Nederlandse leidingen stroomde 4% minder gas, door onze Duitse leidingen juist 6% meer. Er was een overaanbod van LNG in Europa, veroorzaakt door het gereedkomen van nieuwe LNG- productiefaciliteiten en achterblijvende LNG-vraag in Azië. Dit drukte de gasprijzen in Europa. De prijsconcurrentie tussen aardgastransport via pijpleidingen en LNG-transport per schip is toegenomen. Aardgasbergingen in Europa haddenvanwege de lage marktprijzen een historisch hoge bezettingsgraad.Eind 2020en begin 2021 was er sprake van stijgende gas- en LNG-prijzen gedreven door economisch herstel in Azië. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 32 Wat vinden onze stakeholders belangrijk? Gasunie heeft een groot aantal stakeholders, met uiteenlopende belangen. Dit varieert van klanten, leveranciers en strategische partners tot overheden, medewerkers en omwonenden. Met deze externe en interne belanghebbenden zijn we als bedrijf continu in dialoog. We vinden het van grote waarde om te weten welke thema’s zij belangrijk achten voor Gasunie. Dit toetsen we om het jaar met een enquête. De resultaten van deze toetsing verwerken we in onze materialiteitsmatrix. De uitkomsten helpen ons bij het bepalen welke thema’s belangrijk zijn in ons jaarverslag. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 1. Energietransitie: het versnellen van de transitie naar een CO₂-neutrale energievoorziening door het inzetten van onze infrastructuur en kennis voor groen gas, waterstof, warmte en opslag van CO₂. 2. Leveringszekerheid: het waarborgen van een betrouwbare en continue energievoorziening. 3. Veiligheid van het netwerk: het beheren en onderhouden van ons netwerk en het minimaliseren van de kans op het ongewenst vrijkomen van gas door leidingbeschadigingen. 4. Relatie met stakeholders en omgeving: om onze missie, strategie en activiteiten goed uit te kunnen voeren, willen we de belangen van onze stakeholders kennen en deze zo veel mogelijk meenemen in onze besluiten. Daarnaast kunnen verschuivingen in die belangen impact hebben op onze strategie en activiteiten. We zijn daarom voortdurend in dialoog met veel verschillende stakeholders. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 33 5. Sterke marktpositie: het versterken van de positie van Gasunie in de Nederlandse en Duitse gasmarkt ten behoeve van een liquide Europese gasmarkt, onder andere in samenwerking met partners. 6. Klantgerichte en transparante samenwerking 7. Milieu-impact eigen organisatie 8. Naleven en beïnvloeden van wet- en regelgeving 9. Gezondheid, veiligheid en ontwikkeling van medewerkers 10. Financiële prestaties 11\. Cybersecurity Wat valt op? In onze meest recente uitvraag (eind 2019) zien we een duidelijke top-3, waarvan Energietransitie (nummer1) en Leveringszekerheid (nummer2) ook in onze vorige matrix, die was opgesteld in 2017, onderdeel waren. Dat Energietransitie, Leveringszekerheid en Veiligheid van het netwerk hoog scoren, verrast ons niet: dit zijn de thema’s waarmee we de meeste maatschappelijke impact maken. Ook de nummer1-positie van Energietransitie is geen verrassing, gezien de maatschappelijke en politieke discussies die hierover momenteel gevoerd worden. Het thema Sterke marktpositie (nummer5) hangt sterk samen met de top-3. De Relatie met stakeholders en omgeving (nummer4) was in de vorige analyse niet als specifiek thema benoemd, maar neemt nu een hoge positie in de matrix in. De milieu-impact van onze eigen organisatie is een aantal plaatsen gedaald. Milieu-impact is al meerdere jaren een breed erkend thema waardoor het voor veel stakeholders wellicht ‘genormaliseerd’ is. Omdat dit onderwerp zowel voor ons als voor de maatschappij belangrijk is, blijven wij hier wel over rapporteren in dit verslag. In de bijlage Verslaggevingsprincipes geven we een nadere toelichting op het opstellen van de materialiteitsanalyse. In de bijlage Connectiviteitstabel laten we de samenhang zien van de materiële thema’s met de trends en ontwikkelingen die we om ons heen zien, onze strategische pijlers en onze strategische doelen, de risico’s waar we mee te maken hebben, onze stakeholdergroepen, onze KPI’s en onze resultaten, de maatschappelijke impact die we maken en onze duurzaamheidsdoelen. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 34 02 Optimaliseren infrastructuur Optimaliseren infrastructuur Zolang er nog niet voldoende duurzame initiatieven zijn, speelt aardgas een cruciale rol in de energievoorziening, zowel in onze eigen regio als in Europa. We beheren en onderhouden een veilige, betrouwbare, betaalbare aardgasinfrastructuur in ons kerngebied, Nederland en Noord- Duitsland. Dat is de eerste pijler onder de strategie van Gasunie: We faciliteren onze klanten maximaal met onze gasinfrastructuur Onze gasinfrastructuur met zijn hoge betrouwbaarheid vormt het platform waarop wij onze diensten aan marktpartijen verlenen. Om deze kerntaak uit te voeren zijn we adequaat gefinancierd. We minimaliseren onze kosten met behoud van onze licence to operate Onze stakeholders (overheid, klanten, maatschappij) verlenen ons een mandaat om ons bedrijf te voeren. We kunnen deze licence to operate alleen behouden als we onze diensten kostenefficiënt, veilig en betrouwbaar, en in combinatie met een voortdurende verlaging van onze milieu-impact uitvoeren. We faciliteren onze klanten maximaal met onze gasinfrastructuur Leveringszekerheid in 2020: 100% In Nederland en Duitsland hebben onze dochters Gasunie Transport Services (GTS) en Gasunie Deutschland (GUD) in 2020 100% leveringszekerheid gerealiseerd. Dit betekende dat het gastransport het gehele jaar ononderbroken heeft plaatsgevonden. Onze interne eis is dat het aantal transportonderbrekingen per jaar nooit hoger is dan zes. Aan deze KPI hebben we dus voldaan. Ook bij onze businessunit Participations hebben er afgelopen verslagjaar geen ongeplande onderbrekingen in de dienstverlening plaatsgevonden. GTS: afname getransporteerd gas In 2020 was het wederom warm; volgens het KNMI (Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut) het zevende zeer warme jaar op rij en passend in de trend van een veranderend klimaat. Kenmerkend was de start met zeer zachte wintermaanden, een zachte en zonrijke lente en een warme en relatief droge zomer. De gemiddelde effectieve temperatuur in De Bilt was 9,3°C; wat 0,3°C hoger was dan in 2019. Het gastransport door onze netten betrof in 2020 835TWh (78,7miljard m ) ten opzichte van 870TWh (81,8miljard m ) in 2019. Een daling van bijna 4%. Als we het transport uitsplitsen naar binnenlands verbruik, opslag en export zien we dat de daling van het gastransport voornamelijk is toe te schrijven 3 3 Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 35 aan het verminderde transport naar het buitenland. Het binnenlandse verbruik bleef nagenoeg onveranderd; een daling bij de kleinverbruikers van 6% werd grotendeels gecompenseerd door een hoger verbruik door gascentrales. Het gastransport voor de ondergrondse bergingen nam in 2020 wel toe. Enerzijds is dit te verklaren doordat 2019 een heel rustig jaar was voor de bergingen (weinig inzet in de winter van 2018/2019 en navenant weinig vulling nodig) en anderzijds doordat het vullen van de NAM-berging in Norg nu via het Gasunie-netwerk, met geconverteerd H-gas, uitgevoerd wordt. COVID-19 2020 stond wereldwijd in het teken van COVID-19. De invloed van dit virus op het binnenlandse gasverbruik lijkt echter zeer beperkt: de daling bij de kleinverbruikers is niet groter dan voorgaande jaren en is te verklaren met de hogere temperatuur en de trend van energiebesparing. Ook het verbruik door de industrie is binnen de bandbreedte van wat normaal beschouwd kan worden. Meer kwaliteitsconversie De productie uit het Groningenveld is in 2020 verder afgenomen. Om de G-gasmarkt te kunnen beleveren, heeft GTS meer conversie ingezet dan voorgaande jaren. Dit was mogelijk door uitbreiding op onze conversie-installatie in Wieringermeer in combinatie met een nieuw stikstofcontract met een externe leverancier. De hoeveelheid geconverteerd H-gas is daarmee in Nederland met ruim 15% gestegen van 325TWh (29,0miljard m ) in 2019 tot 376TWh (33,3miljard m ) in 2020. De bijbehorende hoeveelheid ingezette stikstof is gestegen van 2,7miljard m naar 3,4miljard m in 2020. 3 3 3 3 Binnenlandse productie, import en export De hoeveelheid buitenlands H-gas dat de netten van GTS binnenkwam, is nagenoeg onveranderd en betreft voor het derde jaar op rij afgerond 44miljard m . Hierbij is ook het aandeel van het uit het buitenland afkomstige LNG voor het tweede jaar op rij hoog. Het gaat om respectievelijk 6,7 en 7,3miljard m voor 2020 en 2019 tegenover 2,5miljard m in 2018. Ook de kleine-veldenproductie (inclusief offshore) is nagenoeg ongewijzigd gebleven. De afname van de productie uit Groningen is gecompenseerd door H-gas te converteren, waardoor er uiteindelijk 22% minder H-gas geëxporteerd is. De (pseudo-) G-gas export nam met 13% af. 3 3 3 Pieklevering en noodlevering Pieklevering en noodlevering zijn twee belangrijke publieke taken van GTS voor de kleinverbruikers in Nederland. Pieklevering is aan de orde als de gemiddelde effectieve etmaaltemperatuur lager is dan -9,0°C. GTS zorgt voor alle voorzieningen op het gebied van gasinkoop, flexibiliteitsdiensten en Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 36 gastransport op het landelijke gastransportnet die nodig zijn om vergunninghouders de pieklevering te laten verzorgen. In 2020 is er geen pieklevering geweest. Noodlevering treedt in werking als een vergunninghouder geen aardgas kan leveren aan kleinverbruikers, bijvoorbeeld door een faillissement. In 2020 is ook noodlevering niet nodig geweest. Nieuw investeringsplan GTS Op 1 oktober heeft GTS haar eerste investeringsplan vastgesteld, het IP2020. Het investeringsplan beschrijft de uitbreidings- en vervangingsinvesteringen van GTS op de korte en lange termijn*. Het investeringsplan vormt de onderbouwing van de nut en noodzaak van investeringen. Het IP2020 beschrijft de ontwikkelingen in de energiemarkt, inclusief een analyse in de vorm van scenario’s tot 2030. Het plan geeft een knelpuntenanalyse van het netwerk en beschrijft de benodigde investeringen in het transportnetwerk. Er komen dit decennium veel ontwikkelingen op ons af, waar we met ons netwerk rekening mee moeten houden. Onze infrastructuur moet in goede conditie blijven, terwijl we ons inzetten om de goede werking van de gasmarkt te behouden en de leveringszekerheid te borgen. Ook kijken we vooruit hoe ons netwerk kan bijdragen om de energietransitie te versnellen. Een grote verandering is dat de gaswinning in Groningen al sterk is gereduceerd en de komende jaren volledig afgebouwd wordt. Omdat de vraag naar aardgas in deze periode op een vergelijkbaar niveau zal blijven, verandert Nederland in snel tempo van een grote exporteur naar een grote importeur van aardgas. In het investeringsplan heeft GTS gekeken of er voldoende mogelijkheden zijn om meer gas te kunnen importeren naar Nederland. Ook brengen we het belang onder de aandacht om in Nederland over voldoende bergingen te beschikken om de leveringszekerheid te waarborgen. En welke kansen systeemintegratiebiedt. Daarnaast moet er vaart worden gemaakt om de klimaatdoelstellingen te kunnen halen. Ons netwerk kan daarbij een belangrijke rol spelen, bijvoorbeeld met het transport van waterstof en groen gas door onze leidingen. Zoals ook in het Klimaatakkoord is afgesproken, zal het aanbod van deze duurzame moleculen richting 2030 fors moeten groeien en moet een landelijke infrastructuur worden ontwikkeld om vraag en aanbod met elkaar te verbinden. Onze activa kunnen de basis vormen voor deze infrastructuur. GTS stelt voortaan elke twee jaar een nieuw investeringsplan vast. Het eerstvolgende ontwerpinvesteringsplan, het ontwerp-IP2022, willen we op 1januari 2022 publiceren. * Voorheen deed GTS dit in het Kwaliteits- en Capaciteitsdocument. IP2020 wordt door EZK en de ACM getoetst voordat GTS overgaat tot definitieve vaststelling. Integratie van overgenomen hogedruknetten GTS heeft per 31 december 2020 de ZEBRA-gasleiding en de EHD-hogedruknetten in Zuidwest-Nederland overgenomen. Met de verkopende partijen hebben we de fysieke integratie van ZEBRA en EHD in het GTS-netwerk afgerond. Vanaf 2021 zijn vervolgwerkzaamheden in het netwerk gepland. Zowel de ZEBRA-gasleiding als de EHD-netten zijn daarmee integraal onderdeel van het TTF-marktgebied. Shippers kunnen sinds eind 2020 capaciteit boeken op de 'nieuwe' netwerkpunten. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 37 GUD: meer transport Bij GUD steeg het totale getransporteerde gasvolume van 236,1TWh (24,2 miljard m ) in 2019 naar 250,2TWh (25,6miljard m ) in 2020. Deze stijging werd vooral veroorzaakt door een verdere groei van de gasstromen op het entrypunt van Nord Stream in Greifswald (en Lubmin II). Verder waren de capaciteitsboekingen op de grenspunten in Emden (met Nederland) en Dornum (met Noorwegen) aanzienlijk hoger dan in voorgaande jaren doordat er nu sprake is van één tarief in het marktgebied GASPOOL. 3 3 Balgzand-Bacton Leiding: dynamiek Voor BBL was 2020 het eerste volledige kalenderjaar waarin de leiding niet alleen aardgas naar het Verenigd Koninkrijk kon laten stromen, maar ook omgekeerd naar Nederland. Met deze reverse flow- dienst kunnen klanten van BBL beter inspelen op kortetermijn-prijsverschillen tussen de virtuele gashandelsplaatsen TTF (Nederland) en NBP (Verenigd Koninkrijk). BBL wordt hiermee een aantrekkelijkere vervoersoptie voor shippers. Er zat in 2020 veel dynamiek in de prijsvorming op de gasmarkten van Nederland en het Verenigd Koninkrijk, onder andere door een groot LNG-aanbod, de dalende productie uit het Groningenveld en economische ontwikkelingen rondom COVID-19. Dit leverde, nu reverse flow mogelijk was, veel capaciteitsreserveringen op. In 2020 heeft BBL 11TWh gas (2019: 17TWh) naar het Verenigd Koninkrijk vervoerd. Via reverse flow werd 25TWh gas (2019: 1TWh) naar Nederland gebracht. Met ingang van januari 2021 heeft het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie verlaten. Deze Brexit kan op de lange termijn van invloed zijn op ons bedrijf. De meeste bedrijven die aan beide zijden van het kanaal in de energiesector werkzaam zijn, zijn bereid hun manier van werken, zoals voor Brexit, voort te zetten. Er is cruciale wetgeving ontwikkeld om te voorkomen dat de wetgeving niet wordt nageleefd of de gasstroom wordt onderbroken. Vanuit regelgevend oogpunt is er vanaf 1januari weinig veranderd, behalve de wijzigingen met betrekking tot douaneaangiften. BBL is voorbereid op de vereiste douaneaangiften aan Britse zijde. Aan Nederlandse zijde zullen de shippers verantwoordelijk zijn voor de douaneaangiften. Commerciële veranderingen zijn tot op heden niet opgemerkt. Gate wint aan belang Door de grote doorzet van aardgas naar het GTS-net blijft Gate een belangrijke bijdrage leveren aan de leveringszekerheid van aardgas in Nederland, de positionering van het Gasunie-netwerk in de internationale gasstromen en aan de marktwerking voor aardgas in onze Noordwest-Europese regio. In 2020 zagen we opnieuw een stijging in het aantal bunkertankers en containertrucks dat bij Gate kwamen laden. Dit laat zien dat LNG als relatief schone brandstof voor industriële toepassingen en de transportsector aan belang wint. Voor schepen op stookolie vormt LNG een schoner brandstofalternatief. Vrachtwagens die op LNG rijden, zijn stiller, hebben een lagere uitstoot van CO₂en veroorzaken vrijwel geen luchtvervuiling door fijnstof, stikstofoxide of zwaveloxide. LNG is daarom een veelbelovende keuze voor de transitie naar schoner vervoer. LNG in containers wordt geleverd aan industrieën die niet op een aardgasnet zijn aangesloten en toch de voordelen van deze brandstof kunnen benutten. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 38 2020 2019 Invoeding van LNG in GTS-netwerk in miljard m3 6,7 7,3 Aantal grote tankers 90 103 Aantal kleinere tankers 125 69 Aantal geladen trucks en containers 5.409 3.466 Van de grote tankers kwamen er in 2020 84 lossen en 6 laden. Van de 125 kleinere tankers kwamen er in 2020 7 lossen en 118 laden. Alle laad\- en losacties betreffen vloeibaar aardgas. LNG dat vanuit Gate in het GTS-netwerk wordt ingevoed is eerst gasvormig gemaakt. EnergyStock: vrijwel volgeboekt Net als in de afgelopen jaren is EnergyStock er in 2020 in geslaagd om haar capaciteit vrijwel geheel te vermarkten. Dat is bijzonder, omdat de markt voor flexibiliteit in Noordwest-Europa een structureel overaanbod kent waardoor de tarieven voor opslagdiensten al jaren onder druk staan. De installatie van EnergyStock onderscheidt zich van andere gasopslagen door zeer snelle cycli van input en output waardoor ze aantrekkelijk blijft voor shippers. Nord Stream: ontheffing voor regulering In 2020 heeft Nord Stream 59,2miljard m aardgas getransporteerd, nagenoeg gelijk aan de twee voorgaande jaren 2019 (58,5miljard m ) en 2018 (58,8miljard m ). In mei 2020 heeft Nord Stream een ontheffing gekregen van de Duitse Bundesnetzagentur voor toepassing van de Europese reguleringsmaatregelen. Na een wijziging van de Europese Gasrichtlijn gelden deze maatregelen ook voor pijpleidingen tussen de EU en derde landen, zoals Nord Stream. Voor deze interconnectoren kan een ontheffing worden aangevraagd. Omdat de wettelijke kaders in de EU en Rusland niet op elkaar zijn afgestemd heeft Nord Stream een ontheffing aangevraagd. Zodoende hoeft bijvoorbeeld de aandeelhoudersstructuur van Nord Stream niet aangepast te worden en blijven contractuele afspraken over het toekennen van capaciteit in de pijpleiding ongewijzigd. De ontheffing voor Nord Stream is toegekend voor de volledige capaciteit van de pijpleiding en beslaat de maximaal mogelijke periode van twintig jaar. 3 3 3 We minimaliseren onze kosten met behoud van onze licence to operate Risicogebaseerd Assetmanagement Om de leveringszekerheid te kunnen borgen is professioneel asset management essentieel. Onze assets worden risicogebaseerd onderhouden. We brengen onze risico’s in kaart met behulp van een risicomatrix. Alle knelpunten in het systeem krijgen een risicobeoordeling op het gebied van veiligheid, transportzekerheid, duurzaamheid en (financiële) schade. We gebruiken deze risicobeoordeling om vervangingsinvesteringen goed te keuren. Op deze wijze nemen we op een kostenefficiënte manier zoveel mogelijk risico’s weg en voeren we geen onnodige werkzaamheden uit. Jaarlijks wordt een deel van de installaties opnieuw op risico’s geanalyseerd en beoordeeld. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 39 Onze risicogebaseerd asset managementmodel Risico-reducerende maatregelen nemen we in principe alleen als de kosten daarvan significant lager zijn dan de contante waarde van het risico. Grote vervangingsprogramma’s worden jaarlijks geëvalueerd. Daarbij krijgen we steeds beter inzicht in de risico’s die aan de te vervangen systeemdelen verbonden zijn en door de vervanging worden gereduceerd, onder andere door de inspectie van vervangen materialen. De programma’s worden naar aanleiding van de bevindingen uit de evaluatie bijgesteld. We zien daardoor in de afgelopen jaren de investeringen binnen ons vervangings- en onderhoudsprogramma sterk afnemen. We verwachten dat de ongeplande vervangings- en onderhoudsinvesteringen daardoor de komende jaren licht gaan stijgen. Verder worden de risicoanalyses regelmatig gebruikt in het overleg met de toezichthouders (ACM, Staatstoezicht op de Mijnen, inspectie Leefomgeving en Transport, inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Agentschap Telecom en vergunningverleners). Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 40 Veiligheid van het netwerk Aantal ongevallen en verzuim Het aantal ongevallen monitoren we met de Total Reportable Frequency Index (TRFI, het aantal ongevallen gevolgd door verzuim, medische handelingen, vervangend werk of fataliteit per 1miljoen werkuren). In 2020 hebben zich 29 (2019: 27) ongevallen voorgedaan waarvan 10 (2019: 9) reportable ongevallen. Dit geeft een TRFI van 2,0 (2019: 1,7). Bij 5ongevallen was er sprake van verzuim (2019: 5). Als doelstelling hebben wij een TRFI die lager of hooguit gelijk is aan 2,7. Het totale aantal gewerkte uren door Gasunie-medewerkers en medewerkers van derden is gedaald van 5,37miljoen naar 4,88miljoen uren. De stijging van de TRFI wordt dus veroorzaakt door meer reportable ongevallen in 2020 in combinatie met minder gewerkte uren. Het aantal reportable ongevallen bij zowel Gasunie in Nederland (7) als Gasunie in Duitsland (3) blijft laag. We zijn tevreden met deze prestatie. Dit laat onverlet dat we ook in 2021 onverminderd aandacht blijven besteden aan het verbeteren van onze veiligheidsperformance. 3,5 3,2 3,4 1,7 2 1,5 2,0 2,5 3,0 3,5 4,0 2016 2017 2018 2019 2020 Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 41 Uncontrolled events Uncontrolled events is een nieuwe KPI, die de oude KPI Leidingbeschadigingen vervangt. Uncontrolled events zijn incidenten met gasuitstroom ((aard)gas, waterstof, stikstof, lucht) van meer dan 14.000m uit een door Gasunie beheerde drukhouder met een ontwerpdruk van 8bar of hoger. Er heeft zich in 2020 geen uncontrolled event voorgedaan (2019: 1). Gasunie hanteert de eis dat het aantal uncontrolled events jaarlijks lager ligt of hooguit gelijk is aan 3. 3 19 16 17 9 10 8 10 12 14 16 18 20 2016 2017 2018 2019 2020 3 4 2 1 0 0 1 2 3 4 5 2016 2017 2018 2019 2020 Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 42 Europese benchmark leidingincidenten Europese gastransportbedrijven registreren hun leidingincidenten op eenzelfde manier, waardoor de prestaties onderling goed te vergelijken zijn. De registratie vindt plaats binnen de European Gas pipeline Incident data Group (EGIG), waar zowel leidinglengtes als leidingincidenten met gasuitstroom worden geregistreerd. Met deze EGIG-gegevens wordt een zogenoemde faalfrequentie bepaald. Dit is de frequentie (per km per jaar) van leidingincidenten met gasuitstroom door onder andere graafwerkzaamheden, corrosie, constructiefouten en materiaalfouten. Ten aanzien van leidingincidenten met gasuitstroom scoren wij iets beter dan het Europese gemiddelde. De laatste jaren zijn de prestaties in de sector steeds verder verbeterd. De gemiddelde score komt voor Gasunie in 2020 rond de 0,07incidenten per 1.000kilometer per jaar uit. Vijfjaars voortschrijdend gemiddelde van de faalfrequentie. Het EGIG-gemiddelde van het jaar 2020 was nog niet bekend op het moment van het uitkomen van dit verslag. Inspecties Om de integriteit van de leidingsystemen te borgen, inspecteren GTS en GUD jaarlijks een deel van hun leidingsysteem. GTS voerde in 2020 drie pigruns uit, waarmee in totaal 32kilometer aan leidingen inwendig werd geïnspecteerd. Daarnaast inspecteerde GTS 24kilometer leidingen bovengronds in de vorm van ECDA-surveys. Adequate en robuuste financiering Voor het minimaliseren van onze kosten kijken we naast onze operationele bedrijfsvoering ook naar de wijze van financiering. Om onze taken voor onze klanten te kunnen uitvoeren en noodzakelijk geachte investeringen te kunnen doen, willen we toegang tot de (internationale) geld- en kapitaalmarkt. Het 0,17 0,17 0,16 0,14 0,16 0,16 0,16 0,17 0,17 0,16 0,13 0,14 0,14 0,14 0,13 0,13 0 0,25 0,2 0,17 0,14 0,17 0,12 0,08 0,11 0,13 0,1 0,11 0,12 0,12 0,11 0,11 0,1 0,07 2004 2006 2008 2010 2012 2014 2016 2018 2020 0,00 0,05 0,10 0,15 0,20 0,25 0,30 EGIG Gasunie Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 43 hebben van adequate credit ratings is hierbij essentieel. Gasunie voert daarom een conservatief financieel beleid dat gericht is op het handhaven van een sterke A-credit rating. Dit beleid wordt gesteund door onze aandeelhouder, de Nederlandse staat. Daarnaast is ons financiële beleid gericht op het reduceren van financiële risico’s tegen minimale kosten. Afgeleide financiële instrumenten worden alleen ingezet om risico’s te verkleinen en zijn uitdrukkelijk niet toegestaan om speculatieve posities te creëren. In 2020 hebben wij geen obligatielening uitgegeven. Wel hebben we gebruik gemaakt van kortlopende deposito’s op de geldmarkt en van ons Euro Commercial Paper (ECP) programma. Ultimo 2020 staan kortlopende deposito’s en ECP leningen uit ter hoogte van €225 miljoen (ultimo 2019: €395 miljoen). De nominale rentedragende schulden inzake de obligatieleningen en de onderhandse leningen bedragen ultimo 2020 €3.102 (ultimo 2019: €3.124). Hiervan is ultimo 2020 een bedrag van €733 miljoen als kortlopende schuld gepresenteerd. Dit bedrag ziet toe op de aflossingsverplichting voor twee obligatieleningen in 2021\. De balanspost liquide middelen bedroeg ultimo 2020 €18 miljoen (ultimo 2019: €45 miljoen). Onze netto schuldpositie (nominale rentedragende schuld minus kasmiddelen)nam in 2020 af met €154 miljoen tot €3.309 miljoen.Gasunie’s solvabiliteit is eind 2020 uitgekomen op 61%, tegen 59% eind 2019. Gedurende 2020 is onze gecommitteerde kredietfaciliteit vernieuwd en zijn er duurzaamheidscriteria aan toegevoegd. De faciliteit bedraagt nu €600 miljoen. In 2021 moeten twee obligatieleningen van in totaal €733 miljoen worden afgelost. In 2022 zijn er twee obligatieleningen van in totaal €494 miljoen die moeten worden afgelost. Credit Ratings Onze credit ratings zijn in 2020 ongewijzigd hoog gebleven. De belangrijkste redenen voor onze goede ratings zijn: het solide financieel profiel, de Nederlandse staat als aandeelhouder, duidelijkheid ten aanzien van het Nederlandse en Duitse reguleringskader in de komende jaren en de belangrijke rol die Gasunie speelt in het behalen van de Europese en nationale energietransitiedoelen. Langetermijn-creditratings 2020 2019 Standard &Poor’s AA- AA- Moody’sInvestorsService A1 A1 ESG-rating Naast creditratings heeft Gasunie sinds enkele jaren ook een rating voor maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO), afgegeven door Sustainalytics. 2020 was het eerste jaar dat Gasunie actief medewerking heeft gegeven met het opstellen van deze zogeheten ESG-rating. ESG staat voor Environmental, Social & Governance. De ESG-rating voor 2020 kwam uit op 24,4. Dat is een goede verbetering ten opzichte van 2019, toen we op 29,0 uitkwamen. Hoe lager de score, hoe beter Gasunie milieu-, sociale en governance-risico’s beheerst. Hiermee nemen we, binnen een groep van 67gasbedrijven, dit jaar een 7e plaats in als het gaat om maatschappelijk verantwoord ondernemen. Een ESG-rating lager dan 20 komt in onze peergroup niet voor. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 44 Voor Gasunie is de ESG-rating belangrijker geworden, omdat we de komende jaren veel willen investeren in de energietransitie. Deze investeringen kunnen interessant zijn voor ‘groene’ investeerders. Zij letten nadrukkelijk ook op de MVO-prestaties van de bedrijven waar ze hun geld aan uitlenen. De komende jaren willen we onze ESG-rating elk jaar verbeteren. ESG Risk Rating 2020 2019 24,4 29,0 Gereguleerde omzet en tarieven Ongeveer 90% van onze jaaromzet komt uit activiteiten waarin wij -bij wet geregeld- monopolist zijn. Toezichthouders zien erop toe dat wij deze activiteiten uitvoeren tegen zo laag mogelijke kosten. De tarieven die de gereguleerde onderdelen van onze business units GTS en GUD aan klanten in rekening brengen, worden jaarlijks vastgesteld door de betreffende nationale toezichthouder. Ze worden bepaald door de toegestane omzet voor het desbetreffende jaar te delen door de geschatte omvang van de capaciteitsvraag. De door de toezichthouders toegestane omzet bestaat uit een vermogenskostenvergoeding voor het geïnvesteerd vermogen, een vergoeding voor de jaarlijkse afschrijvingskosten (berekend op basis van de door de toezichthouder vastgestelde afschrijvingstermijnen en activawaarde) en een vergoeding voor de operationele kosten. Wanneer de behaalde omzet afwijkt van de toegestane omzet, wordt het verschil verrekend in volgende jaren. De toezichthouders stellen elke drie tot vijf jaar de methode van regulering opnieuw vast. De huidige reguleringsperiode loopt in Nederland van 2017 tot en met 2021 en in Duitsland van 2018 tot en met 2022. Regulering GTS Op 31 augustus 2020 heeft de ACM een ontwerp-methodebesluit gepubliceerd voor de periode 2022 tot en met 2026. In aanloop naar dit ontwerp-methodebesluit heeft de ACM onderzoek gedaan naar de benutting van het gastransportnetwerk en de ontwikkeling van de toekomstige transport-tarieven en naar het wijzigen van de schattingsmethode voor de efficiënte kapitaalkosten. Dit onderzoek is uitgevoerd om de regulering beter te laten aansluiten bij ontwikkelingen als gevolg van de energietransitie. De uitkomsten van de onderzoeken zijn meegenomen in het ontwerp- methodebesluit. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 45 Daarnaast heeft de ACM in het ontwerp-methodebesluit gebruik gemaakt van een vergelijking van de kostenefficiëntie van GTS met die van andere Europese gastransportbedrijven (kostenbenchmark). Tot slot heeft de ACM ter voorbereiding van het ontwerp-methodebesluit (online) klankbordgroepen georganiseerd voor belanghebbenden (zoals GTS en organisaties die de klanten van GTS vertegenwoordigen). Na publicatie van het ontwerp-methodebesluit volgde een consultatieperiode van zes weken. Belanghebbenden hadden in deze zes weken de tijd om hun zienswijze op het ontwerp-methodebesluit zowel schriftelijk als mondeling kenbaar te maken aan de ACM. GTS heeft via een schriftelijke zienswijze en een hoorzitting gebruik gemaakt van beide mogelijkheden. Op 1 februari 2021 heeft de ACM het methodebesluit 2022-2026 gepubliceerd. GTS mag kosten van historische investeringen in het netwerk eerder in rekening brengen bij netgebruikers. Op die manier wordt rekening gehouden met de toekomstige afname van het gasgebruik als gevolg van de energietransitie. Voor de reguleringsperiode 2022-2026 is de gemiddeld gewogen statische efficiency van GTS door ACM vastgesteld op 96,1% * (huidige methodebesluit: 88,6%). GTS heeft in de voorbije jaren aantoonbaar gewerkt aan het verbeteren van haar efficiency, onder meer door middel van personele herstructureringen, kostenbesparingen en onderhoudsoptimalisatie. Hoewel GTS herkent dat de stevige kostenreducties van de afgelopen jaren een verbetering van de efficiencyscore tot gevolg hebben en verheugd is dat ook de ACM hiervoor erkenning heeft, onderzoekt zij in hoeverre en tegen welke elementen van het methodebesluit in beroep zal worden gegaan. Als gevolg van het methodebesluit 2022-2026 is een impairment test uitgevoerd, waarbij de realiseerbare waarde is herberekend. Naast de elementen uit het methodebesluit is hierin een aantal variabelen, zoals de verwachte operationele kostenontwikkeling, het investeringsniveau en de IFRS- disconteringsvoet bepaald. Uitgaande van de nominale disconteringsvoet met een langlopend karakter, zou de realiseerbare waarde van het gastransportnetwerk in Nederland nagenoeg gelijk zijn aan de boekwaarde. Omdat in de context van het bepalen van de realiseerbare waarde onder IFRS met de actuele en meer volatiele marktrentes op de balansdatum is gerekend, ligt de IFRS waardering van het gastransportnetwerk in Nederland ultimo 2020 ongeveer €300 miljoen boven de boekwaarde. Dit bedrag is verantwoord als een terugname van een eerder verantwoorde bijzondere waardevermindering. Deze terugname is daarmee met name toe te rekenen aan het effect van de IFRS-disconteringsvoet op balansdatum. In mei 2021 wordt het tarievenbesluit 2022 gepubliceerd door de ACM. Dit zal het eerste tarievenbesluit zijn dat wordt genomen onder het nieuwe methodebesluit. * Dit houdt in dat we van elke bestede euro die onder de reikwijdte van de benchmark valt, €0,961 mogen terugverdienen. Risicobeheersing In 2020 heeft de ACM het codebesluit 'overschrijding kredietlimiet en implementatie van het neutraliteitsbeginsel' (wijziging van de Transportcode) gepubliceerd. Aanleiding voor dit besluit is een incident eind 2018, waarbij een programmaverantwoordelijke grote financiële schade veroorzaakte op Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 46 de balanceringsmarkt. Dit codebesluit helpt ons bij het inperken van de financiële schade voor de markt bij dergelijke incidenten en regelt de manier waarop kosten moeten worden verdeeld onder netgebruikers, voor zover er toch financiële schade ontstaat. Regulering GUD In 2019 is een wetsvoorstel aangenomen met betrekking tot de wijziging van de regeling voor investeringsmaatregelen (ARegV). Het Duitse ministerie van Economische Zaken onderzoekt of het huidige reguleringsregime in de toekomst moet worden aangepast. Er hebben diverse bijeenkomsten plaatsgevonden tussen het ministerie en de netbeheerders om ook mogelijke overgangsregelingen te bespreken. Tegen deze achtergrond wordt een wijziging van het regime voor investeringsmaatregelen steeds waarschijnlijker. GUD neemt deel aan deze gesprekken. Begin 2021 verwachten we nieuwe stappen in het besluitvormingsproces van het ministerie. Op dit moment is nog niet bekend hoe het wetsontwerp eruit gaat zien. GUD is een van de partijen die in beroep is gegaan tegen de hoogte van de collectieve efficiencykorting voor netbeheerders. De hoorzitting bij het Federale Hof van Justitie vond plaats op 10november 2020. Op 26januari 2021 kwam het Hof met zijn vonnisoordeel waarin de netbeheerders in het ongelijk werden gesteld. De milieu-impact van ons aardgastransport Gasunie vervoert en slaat aardgas op in opdracht van derden, die hiervoor capaciteit op onze netten en in onze bergingen reserveren. Aardgas heeft een lage CO₂-uitstoot vergeleken met andere fossiele brandstoffen. Voor het transport is energie nodig. Deze energie gebruiken we om wrijvingsverliezen tijdens transport te compenseren, het gasnet op druk te houden en voor het mengen van aardgas met stikstof. Gasunie zet hiervoor aardgas en elektriciteit in. De verbranding van dit aardgas en de opwekking van deze elektriciteit zorgt voor CO₂-emissies en NOₓ-emissies. Daarnaast komt er bij het beheer en onderhoud van onze infrastructuur aardgas vrij. Dat gebeurt bij Aardgas bestaat voornamelijk uit methaan. Net als koolstofdioxide is methaan eenbroeikasgas. Wij berekenen de bijdrage aan het broeikasgaseffect in koolstofdioxide equivalenten, afgekort CO₂-eq. Hierbij gaan we ervan uit dat 1kilogram methaan 25keer zoveel klimaatverandering veroorzaakt als 1kilogram CO₂. het starten en het stoppen van compressoren; het aansturen van apparatuur met aardgasdruk (pneumatische componenten); sluipende lekkages; werkzaamheden aan het transportnet. Onze emissies We rapporteren onze CO₂-emissies volgens de regels van het Greenhouse Gas Protocol waarbij de emissies worden ingedeeld in drie groepen (scopes). De voetafdruk wordt hierbij uitgedrukt in zogenoemde CO₂-equivalenten. Dit betekent dat emissies ten gevolge van energiegebruik en aardgasemissies worden omgerekend in een hoeveelheid CO₂. Deze hoeveelheid CO₂ is een maat voor klimaatverandering. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 47 Scope 2020 2019 2018 2017 2016 (in kiloton CO2-equivalenten) 1 (direct gevolg van eigen bedrijfsactiviteiten) 286 248 255 260 307 2 (indirect gevolg van ingekochte energie) 398 397 412 451 395 3 (overige indirect gevolg bijv. ingekochte stikstof) 373 298 221 182 115 Totaal bruto scope 1 + 2 + 3 1056 943 888 892 817 Vergroening GvO's scope 1 0 0 0 0 0 Vergroening GvO's scope 2 398 317 247 180 78 Vergroening GvO's scope 3 330 204 111 67 0 Totaal Vergroening door GvO's 728 521 358 247 78 Totaal netto scope 1 + 2 + 3 328 422 530 645 739 CO₂-equivalenten volgens het Greenhouse Gas Protocol. In deze tabel gebruiken we bruto en netto CO₂-equivalent emissies. Bruto CO₂-equivalent emissies zijn niet gecorrigeerd voor groen ingekochte elektriciteit. De verlaging van de nettoCO₂-equivalente emissies ten opzichte van de voorgaande jaren is het gevolg van de vergroening van ons elektriciteitsverbruik. We vergroenen het gebruik van elektriciteit door de aankoop van Garanties van Oorsprong en de inkoop van groene stroom (scope 2 en 3). In 2020 heeft Gasunie in Nederland Garanties van Oorsprong van Europese windmolenparken aangekocht. Met deze aankoop is 100% van het elektriciteitsverbruik vergroend. In Duitsland heeft Gasunie haar elektriciteitsverbruik direct groen ingekocht bij de elektriciteitsleverancier. De brutoCO₂-equivalente emissies nemen geleidelijk toe. Sinds het kabinetsbesluit om het winningsniveau van het Groningenveld te verlagen, is onze inzet van kwaliteitsconversie in Nederland gestegen van 5,7miljard m in 2013 naar 33,3miljard m in 2020\. Door de afname van de productie uit het Groningenveld wordt steeds meer hoogcalorisch gas ingekocht dat vervolgens op de juiste kwaliteit moet worden gebracht. Deze kwaliteitsconversie vindt plaats met zelfgeproduceerde stikstof (scope 2) en stikstof dat bij derden wordt ingekocht (scope3). Voor de productie van stikstof is energie (elektriciteit) nodig. In scope3 worden de CO₂-equivalenten als gevolg van de ingekochte stikstof meegenomen. In 2020 hebben we ongeveer 330kiloton CO₂-equivalenten groen ingekocht voor de productie van stikstof bij derden. Dit is circa 89% van de elektriciteit die voor de inkoop van stikstof benodigd was. Een uitgebreidere rapportage van onze CO₂-emissies is te vinden in de bijlage Overige data veiligheid en milieu. 3 3 Onze methaanemissies Onze methaanemissies (scope1) nemen door de jaren af. In 2020 zien we echter een stijging. Door een verhoogde inzet van het compressorstation Wieringermeer is er meer methaan vrijgekomen. Het meer inzetten van de gasturbines op dit station betekent meer onverbrande koolwaterstoffen. De grotere inzet van het compressorstation in Wieringermeer hangt samen met wijzigingen in de transportroutes van aardgas door de verminderde productie van het Groningenveld. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 48 De stijging van de methaanemissies wordt gedempt doordat de we in 2020 ten opzichte van 2019 minder gas hebben afgeblazen en door een vermindering van de emissies die we met ons Leak Detection and Repair (LDAR) programma hebben vastgesteld. De vermindering van deze emissies is bereikt door meting en reparatie van de gevonden lekken. Methaanemissie GTS in perspectief Ongeveer 4% van de door de mens veroorzaakte methaanemissies in Nederland is aan de energiesector toe te schrijven. Een vijfde van deze 4% is afkomstig van het transportsysteem van GTS. Onze methaanemissie is circa 0,01% van het totaal getransporteerde volume aardgas in Nederland. Onze maatregelen Er is ons veel aan gelegen om onze CO₂-voetafdruk te reduceren. Het effectiefst zijn we daarbij als we onze methaanemissies kunnen verkleinen. We verminderen onze CO₂-equivalent-voetafdruk op de volgende manieren: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 49 1\. Emissiereductie bij het gasvrij maken van leidingen en bij compressie a. Wij gebruiken al enige jaren een mobiele hercompressie-unit waarmee we gas, dat anders zou moeten worden afgeblazen, hercomprimeren en in een andere leiding overbrengen. Zo hoeven we minder gas af te blazen. In 2020 is door hercompressie ca 597.000 m³ terug in het netwerk gebracht. b. Een andere manier om het afblazen van gas uit een leiding te voorkomen is verdringing met stikstof waarbij het gas wordt overgebracht in een andere leiding. Daar waar de situatie het toelaat, wordt deze techniek ingezet. c. Flare (affakkelen): naast hercompressie flaren we ook gas. Dit gebeurt door de inzet van een mobiele flare-installatie. In 2020 heeft Gasunie zelf een mobiele flare-installatie aangeschaft. De milieubelasting door flaren, waarbij het aardgas wordt verbrand, is lager dan wanneer het gas wordt afgeblazen. In 2020 is ongeveer 525.000 m³ aardgas geflared. In 2019 was dit 872.000 m³. Het flaren ten opzichte van het afblazen van aardgas heeft in 2020 een milieuwinst van 6,7 kiloton CO₂-equivalenten opgeleverd. Ter vergelijking: Gasunie’s totale netto-emissies aan CO₂-equivalenten bedroeg in 2020 328 kiloton. 2. Vergroenen van eigen elektriciteitsverbruik We vergroenen ons elektriciteitsverbruik door de aankoop van Garanties van Oorsprong (GvO's). In 2020 hebben we GvO's van Europese windmolenparken aangekocht. Met deze aankoop is 100% van het elektriciteitsverbruik vergroend. Gasunie Duitsland heeft haar elektriciteitsverbruik direct groen ingekocht bij de elektriciteitsleverancier. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 50 3. Leak Detection And Repair (LDAR)- programma Een deel van de methaanemissies wordt veroorzaakt door kleine lekkages bij verbindingen en appendages. Het opsporen van deze lekkages is complex vanwege de grote aantallen stations en de lengte van het transportsysteem. We hebben een LDAR- programma opgezet met als doel de lekken op te sporen, vast te stellen hoeveel er lekt en te repareren. We maken hierbij gebruik van de NEN-EN 15446 meetmethode die is ontwikkeld door het 'Environmental Protection Agency' (EPA). Gasunie heeft een LDAR\- programma op verschillende typen locaties zoals compressorstations, gasontvangstations, meet- en regelstations en hogedruk-afsluiterlocaties. 4. Verdringing met stikstof Een andere manier om het afblazen van gas uit een leiding te voorkomen is verdringing met stikstof waarbij het gas wordt overgebracht in een andere leiding. Daar waar de situatie het toelaat, wordt deze techniek ingezet. 5. Tijdelijk buiten bedrijf stellen van compressorstations Als gevolg van de afname van de Groningengasproductie overwegen we een aantal compressorstations tijdelijk buiten bedrijf te stellen. We onderzoeken of deze assets in de toekomst kunnen worden aangewend ten gunste van de energietransitie. We zijn van plan daar nog een aantal assets aan te voegen in de periode 2021-2024. Dit zorgt ervoor dat we in de komende jaren minder broeikasgassen emitteren en minder energie gebruiken. 6. Vergroenen van stikstofproductie bij derden Door de afname van de productie uit het Groningenveld wordt steeds meer hoogcalorisch gas ingekocht dat vervolgens op de juiste kwaliteit moet worden gebracht. Deze kwaliteitsconversie vindt plaats met zelfgeproduceerde stikstof en stikstof die bij derden wordt ingekocht. In 2020 hebben we ongeveer 330 kiloton CO₂-equivalenten groen ingekocht voor de productie van stikstof bij derden. Dit is circa 89% van de elektriciteit die voor de inkoop van stikstof benodigd was. 7. Mobiele hercompresie Wij gebruiken al enige jaren een mobiele hercompressie-unit waarmee we gas, dat anders zou moeten worden afgeblazen, hercomprimeren en in een andere leiding overbrengen. Zo hoeven we minder gas af te blazen. In 2020 is door hercompressie ca 597.000 m³ terug in het netwerk gebracht. 8. Emitterende regelapparatuur In 2018 namen we het besluit om te stoppen met de renovatie van onze meet- en regelstations. Hierdoor is het emissievrij maken van de stations vertraagd. Alternatieven voor het emissievrij maken zijn in ontwikkeling. Zo wordt in het voorjaar van 2021 een nieuw emissievrij regelconcept beproefd voor de aansturing van huidige regelkleppen. Op basis van de resultaten gaan we keuzes maken. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 51 Onze ambities voor de CO₂-voetafdrukreductie De doelstelling voor 2020 is gehaald. In 2021 gaan we ons beleid en onze doelstellingen voor MVO vernieuwen. Daarbij zullen we de doelstellingen voor 2030 op het gebied van emissies van onze eigen bedrijfsactiviteiten ook herijken. In 2019 hebben we de Methane Guiding Principlesondertekend. Dit is een vrijwillig, internationaal partnerschap tussen bedrijven binnen de aardgasketen, met als doel het significant verminderen van methaanemissies. De Europese Commissie heeft in 2020 een strategie gelanceerd om methaanemissies binnen de energiesector verder terug te dringen. De belangrijkste elementen van de nota van de Europese Commissie zijn transparante rapportage, het uitvoeren van ’Leak Detection And Repair-programma’s (LDAR) en het terugdringen van het venten en flarenvan aardgas in de energiesector. In 2021 wordt aanvullende wetgeving op dit gebied verwacht. Gasunie wil een actieve bijdrage leveren aan vermindering van de methaanemissies en op dit gebied bij de koplopers van Europa horen. Daarom heeft Gasunie zich in 2020 opgegeven voor een vrijwillig rapportageprogramma van het Oil and Gas Methane Partnership (OGMP). OGMP wordt als leidend instrument gezien voor rapportage en wordt ondersteund door de EU en door UNEP (United Nations Environmental Program). 2020: Emissies die een direct gevolg zijn van onze eigen bedrijfsactiviteiten reduceren met 20% ten opzichte van het referentiejaar 1990 (124kiloton)*. 2030: Emissies die een direct gevolg zijn van onze eigen bedrijfsactiviteiten tot en met 2030 gemiddeld jaarlijks met 4% reduceren ten opzichte van de gemiddelde emissies in de drie voorgaande jaren. Dit realiseren we in belangrijke mate door het terugdringen van onze methaanemissies. 2030: De methaanemissie (netwerkverliezen) bedraagt in 2030 (omgerekend) maximaal 50kiloton CO₂-equivalenten. Met deze ambitie blijven wij Europees koploper op dit gebied. In onderstaande grafiek zijn de doelstellingen weergegeven. 2050: onze infrastructuur is vanaf 2050 volledig CO₂-neutraal. Milieuafwijkingen We houden een administratie bij van milieuafwijkingen, zodat we hiervankunnenleren en daar waar mogelijk adequaat actie kunnen ondernemen om milieuschade in de toekomst te beperken. De milieuafwijkingen bestaan voor het overgrote deel uit meldingen van derden over gaslucht of kleine lekkages. In 2020 is er ten opzichte van 2019 een afname van deze meldingen vanderden. Ook zijn er intern minder incidenten met aardgaslekkage. Het aantal gemelde milieuafwijkingen voor Gasunie in Nederland en Duitsland is: Milieuafwijkingen 2020 2019 Milieu-incidenten 27 48 Milieuklachten 108 103 Totaal 131 151 Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 52 Van de milieuklachten zijn er: Afwijkingen milieu-wet- en regelgeving 14 klachten waarbij we niet betrokken zijn. Het gaat hier meestal om leidingen van bedrijven die direct op ons netwerk zijn aangesloten; 33 klachten waarbij door onszelf geen afwijking is geconstateerd. 2020 2019 Afwijking van milieu-wet\- en regelgeving 0 1 Afwijking milieuzorgsysteem 0 0 Totaal 0 1 In 2020 waren er geen afwijkingen van milieu-wet- en regelgeving of van het milieuzorgsysteem. Significante boetes milieu-wet- en regelgeving Gasunie heeft in 2020 geen significante boetes betreffende milieu ontvangen. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 53 03 Europees verbindend Europees verbindend De tijd dat Gasunie een Nederlands bedrijf was dat Gronings gas naar Nederlandse afnemers transporteerde, ligt ver achter ons. Alle nationale gasnetten in Europa zijn tegenwoordig met elkaar verbonden. Marktpartijen laten via capaciteitsboekingen aardgas van de ene kant van het continent naar de andere kant stromen, al dan niet virtueel. Met onze infrastructuur, dienstverlening en geografische positie bevindt Gasunie zich in het hart van de Noordwest-Europese gasmarkt. Onze netten en opslagfaciliteiten in Nederland en Noord-Duitsland vormen een internationale gasrotonde. Tot de energietransitie medio deze eeuw is afgerond, speelt aardgas nog een cruciale rol in de Europese energievoorziening. Tegelijkertijd is de rol van het Groningenveld vanaf 2022 uitgespeeld. Daarom is het belangrijk dat we zorgen dat onze gasinfrastructuur internationaal gezien aantrekkelijk blijft voor marktpartijen om te gebruiken. Dat is goed voor de leveringszekerheid van Europa, en goed voor de leveringszekerheid in Nederland en Noord-Duitsland. Dit is de tweede pijler onder de strategie van Gasunie: We versterken onze positie in ons kerngebied door het opstarten van nieuwe aardgasactiviteiten, alleen of met anderen De meeste aardgasinvesteringen doen we in Duitsland, omdat dit land een belangrijke schakel is in de gasrotonde, en omdat de vraag naar aardgas in Duitsland nog altijd stijgt. We bouwen mee aan de nieuwe grote EUGAL-leiding, plannen een LNG-terminal in Brunsbüttel en sluiten andere LNG- terminal(s) aan op ons Duitse net. We vergemakkelijken grensoverschrijdend gastransport en we maken het voor Volkswagen mogelijk te stoppen met kolenstroom. We helpen om de productie uit het Groningenveld zo snel mogelijk naar nul te brengen en adviseren hoe Noordwest-Europa tijdens de energietransitie verzekerd kan blijven van levering van energie We bouwen extra conversiecapaciteit om buitenlands gas naar Groningen-kwaliteit te transformeren. Ook breiden we onze aardgasbuffercapaciteit in Zuidwending uit en we zetten grote Nederlandse gasgebruikers over naar hoogcalorisch gas. Daarnaast realiseren we marktintegratie in Duitsland. En doen we langetermijnverkenningen. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 54 We versterken onze positie in ons kerngebied via partnerschappen en nieuwe initiatieven EnergyStock: extra caverne In het Groningse Zuidwending ligt de ondergrondse aardgasberging van Gasunie-dochter EnergyStock. EnergyStock verhuurt deze opslagruimte aan derden, die de opslagfaciliteit willen gebruiken als buffer om verschillen tussen vraag en aanbod op te vangen of om op een later moment te verhandelen. Eind 2020 hebben we de capaciteit van de aardgasbuffer met 30% uitgebreid met de ingebruikname van een zesde caverne. Deze uitbreiding naar 3,65TWh stelt EnergyStock in staat om haar dienstverlening te optimaliseren en haar marktaandeel verder te vergroten. In januari 2021 was het tien jaar geleden dat we de aardgasbuffer Zuidwending in gebruik namen. Nieuwe LNG-terminal in Duitsland Tijdens de energietransitie is een goede infrastructuur voor transport en opslag van aardgas in Noordwest-Europa van groot belang. Mede als gevolg van de in medio 2020 door het Duits parlement aangenomen wet om alle opwekking van elektriciteit uit steenkool en bruinkool stapsgewijs te beëindigen, is er behoefte in Duitsland aan meer diversificatie in de importcapaciteit voor aardgas. In 2021 wil Gasunie samen met partners Vopak en Oiltanking een voorwaardelijkbesluit nemen om een LNG-importterminal in Brunsbüttel in Sleeswijk-Holstein te bouwen waarmee we meer aardgas uit andere continenten naar Noordwest-Europa kunnen laten komen. Conversie van Duitse eindgebruikers laagcalorisch gas Door de afnemende productie van laagcalorisch gas in zowel Duitsland als Nederland moeten de installaties van Duitse eindgebruikers worden omgebouwd om op hoogcalorisch gas te kunnen werken. Eind 2020 was ongeveer 65% van de laagcalorische gasmarkt in het gebied van GUD en de aangrenzende regionale netwerken omgezet naar hoogcalorisch gas. Verdere conversieprojecten zijn gepland, zodat eind 2021 meer dan 90% van deze laagcalorische gasmarkt zal zijn geconverteerd. Fusie van de Duitse marktgebieden Na een wettelijke verplichting zijn alle Duitse transportnetbeheerders gezamenlijk in 2018 begonnen met een project om de twee bestaande Duitse gasmarktgebieden GASPOOL en NetConnect te combineren tot een groot virtueel handelsknooppunt in Duitsland met één marktgebied-operator. De nieuwe operator van het marktgebied gaat Trading Hub Europe heten. Uiterlijk 1april 2022 worden de marktgebieden samengevoegd. Gasunie verwacht dat dit leidt tot meer liquiditeit in de Duitse gasmarkt, en daarmee een betere capaciteitsbenutting van onze Duitse infrastructuur. Samen met de andere Duitse transportnetbeheerders heeft GUD het toekomstige capaciteits- en samenwerkingsontwerp ontwikkeld en besproken, waarna het is goedgekeurd door de nationale regelgevende instantie. Virtuele interconnectiepunten VIP's (virtuele interconnectiepunten) elimineren de afhandeling van meerdere fysieke verbindingspunten tussen marktgebieden. Ze vereenvoudigen het boeken van internationale transportcapaciteit door klanten. Sinds april 2020 exploiteert GUD de VIP’s aan de Duitse kant van de Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 55 grens met Nederland, net zoals GTS dat al sinds jaar en dag doet aan de Nederlandse kant van de grens met Duitsland. Na de fusie van de Duitse marktgebieden vanaf oktober 2021 wordt het aantal VIP's verminderd, waardoor de taken en verantwoordelijkheden van de betrokken transportnetbeheerders opnieuw veranderen. GUD werkt samen met GTS en andere Duitse transportnetbeheerders om de implementatie van de nieuwe VIP's voor te bereiden. EUGAL: exploitatie gestart Samen met de netbeheerders Gascade, Ontras en Fluxys ontwikkelt en exploiteert GUD de Europäische Gas-Anbindungsleitung, kortweg EUGAL. Deze gasleiding van circa 485 kilometer loopt van de Oostzee naar het zuiden van Saksen en van daar naar de Tsjechische grens. De deelname in het project versterkt de positie van het Gasunie-netwerk in de internationale transitstromen. Het traject staat via aftakkingen in westelijke richting in verbinding met de gasmarkten in Duitsland, Nederland, België en Engeland. Wij hebben een aandeel van 16,5% in dit project. De eerste EUGAL-leiding is eind 2019 in gebruik genomen waarna de commerciële activiteiten per januari 2020 van start zijn gegaan. In 2020 liepen de bouwwerkzaamheden aan de tweede EUGAL- pijpleiding drie maanden vertraging op, mede door de uitdagingen die COVID-19 met zich meebracht. Het huidige plan is om de tweede leiding en het compressiestation in april 2021 in gebruik te nemen, waarmee dan de totale beschikbare capaciteit gerealiseerd zal zijn. De inkomsten vanuit EUGAL hebben de komende jaren een positieve invloed op de bedrijfsomzet van Gasunie. Uitbreiding netwerk voor VW in Wolfsburg Volkswagen exploiteert in Wolfsburg twee kolencentrales, waarmee het bedrijf elektriciteit opwekt voor zijn autofabrieken en de stad. De autofabrikant wil deze kolencentrales per april 2022 vervangen door gascentrales en heeft daarvoor in 2017 een gasnetwerkuitbreiding aangevraagd. Een 33kilometer lange leiding van Walle naar Wolfsburg is nodig om de gevraagde capaciteit te kunnen leveren. Deze leiding is opgenomen in het definitieve netontwikkelingsplan (NEP) 2018. De aanvragen voor de vergunningsprocedures zijn zoals gepland in januari 2020 ingediend. De eerste van twee goedkeuringen is in december 2020 ontvangen. De start van de bouw is begin 2021. Aanvragen voor LNG-aansluitingen In 2018 en 2019 ontving GUD aanvragen voor de aansluiting van twee LNG-terminals, eerst voor Brunsbüttel en later ook voor Stade. Netbeheerders zijn verplicht om pijpleidingen aan te leggen voor de aansluiting van LNG-terminals. De kosten voor de aansluiting mogen dan worden terugverdiend door middel van de gereguleerde transporttarieven. De noodzakelijke aanpassingen van de gasinfrastructuur voor de aansluiting van beide terminals op het hogedruk-gasnet in Duitsland zijn opgenomen in het ontwerp netwerkontwikkelingsplan 2020 (NEP) dat momenteel ter goedkeuring ligt bij regulator Bundesnetzagentur. We verwachten de goedkeuring begin 2021. TTF: beste jaar overtroffen Gashandelaren kopen en verkopen jaarlijks veel gas in Nederland. Bijna al die gashandel vindt tegenwoordig plaats op de gashandelsplaats TTF. Qua hoeveelheid verhandeld volume wist TTF in 2020 haar beste jaar ooit (2019) te overtreffen. Ook was het aantal op TTF actieve partijen groter dan ooit. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 56 De gashandel op een gashandelsplaats gebeurt vooral over-the-counter (OTC). Hierbij wordt gas rechtstreeks bij een tegenpartij ingekocht. Gashandel kan ook via een gasbeurs, waarbij de beurs de centrale wederpartij voor alle handelaren is. De OTC-handel nam in 2020 opnieuw toe: van 26.096TWh (in 2019) naar 27.120TWh. Het via gasbeurzen verhandelde TTF-deel groeide veel sterker: van 11.943TWh naar 18.406TWh in 2020. TTF bouwde haar voorsprong op de andere Europese gashandelsplaatsen het afgelopen jaar verder uit. In 2020 vond 72% van de Europese gashandel plaats op TTF, tegenover 66% in 2019. Dit geeft opnieuw aan dat de Nederlandse gasmarkt goed werkt. Actievepartijen (ultimo) Verhandeld volume(TWh) Nettovolume(TWh) Minimaal Maximaal 2016 21.468 516 130 140 2017 20.962 540 139 147 2018 27.170 564 142 154 2019 38.039 581 154 166 2020 45.526 505 160 170 ultimo= laatste dag van de maand getallenjaarverslag (170 respectievelijk 166) gebaseerd op alle dagwaarden De gebruikte eenheid van gashoeveelheid is de TWh (terawattuur). 1TWh is 1 miljard kWh (kilowattuur). Heel Nederland verbruikt jaarlijks ongeveer 400TWh. GASPOOL GASPOOL is de virtuele gashandelsplaats voor het noorden van Duitsland. GUD heeft een belang van 20%. In het gasbedrijfjaar 2019/2020 is het verhandelde volume op GASPOOL licht gedaald ten opzichte van het vorige gasbedrijfsjaar tot een niveau van 1.756TWh (2018/2019: 1.835TWh). We adviseren hoe leveringszekerheid en een liquide gasmarkt te behouden en faciliteren om de Groningengasproductie zo snel als mogelijk te verlagen Uitfasering van het Groningengas Het door de NAM beheerde Groningenveld, lang de centrale bron voor het Gasunie-transportnet, gaat in 2022 op stand-by met uitzicht op definitieve sluiting in de periode 2025-2028. Wij adviseren de minister van Economische Zaken en Klimaat over de maatregelen die nodig zijn om de leveringszekerheid van aardgas te borgen. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 57 1. 2. 3. 4. 5. 1\. Stikstoffabriek Zuidbroek Om de gaswinning in Groningen zo snel mogelijk naar nul te brengen, breiden we onze stikstofinstallatie bij Zuidbroek uit. Met deze installatie, bestaande uit een stikstoffabriek en een mengstation, kunnen we per jaar ongeveer 7 miljard m³ gas van Groningenkwaliteit (pseudo-G-gas) produceren door menging van geïmporteerd hoogcalorisch gas met geproduceerde stikstof. Dat staat gelijk aan bijna een derde van de huidige jaarlijkse binnenlandse behoefte aan laagcalorisch aardgas (ongeveer 23 miljard m³). Het doel is de installatie in april 2022 in bedrijf te nemen. In de originele bouwplanning was ruimte voor het opvangen van tegenvallers. Door onder meer COVID-19 hebben we deze ruimte inmiddels volledig gebruikt. Verdere tegenvallers, zoals het aanhouden van de pandemie, kunnen leiden tot vertraging in de oplevering. We blijven ons uiterste best doen om de beoogde opleveringsdatum te halen. 2. Studie naar omschakeling gasberging Grijpskerk In strenge winters met extra veel gasvraag kon Nederland altijd terugvallen op het Groningenveld voor extra levering. Dat kan straks niet meer. Op verzoek van de minister van Economische Zaken en Klimaat onderzoekt Gasunie daarom of de gasberging van NAM in Grijpskerk de back-up functie van het Groningenveld kan overnemen als zij van hoogcalorisch gas naar laagcalorisch gas wordt omgebouwd. De uitkomsten van het onderzoek verwachten we in het eerste halfjaar van 2021. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 58 3. Jaarlijks advies aan de minister Sinds 2019 hebben wij een nieuwe wettelijke taak om de minister van Economische Zaken en Klimaat jaarlijks te adviseren over de hoeveelheid Groningengas en de Groningengas- netwerkcapaciteit die nodig zijn om de leveringszekerheid te waarborgen. Voor het gasjaar 2019/2020 had GTS een productie van 11,8 miljard m³ in een jaar met een gemiddeld temperatuurverloop geadviseerd. In februari 2020 hebben we ons Groningengas- advies voor het gasjaar 2019/2020 verlaagd. Vanwege een hoge stikstofinzet en de uitbreiding van het werkgasvolume van de NAM-berging in Norg was er 1,1 miljard m³ minder Groningengas nodig, namelijk 10,7 miljard m³, uitgaande van een gemiddeld temperatuurverloop. De minister van Economische Zaken en Klimaat heeft dit via een tijdelijke maatregel overgenomen. Uiteindelijk heeft de NAM in gasjaar 2019/2020 8,7 miljard m³ Groningengas geproduceerd. Reden voor de lagere productie is dat gasjaar 2019/2020 een relatief warm jaar was. De productie komt overeen met ons advies voor een jaar met dit temperatuurprofiel. In september 2020 hebben we op basis van een advies vanwege de hogere vulgraad van gasberging Norg aangegeven dat er dit lopende gasjaar 8,1 miljard m³ Groningengas nodig is, uitgaande van een jaar met een gemiddeld temperatuurverloop. In februari 2021 hebben we een nieuwe raming gedaan. We ramen nu dat het benodigde Groningenvolume in het gasjaar 2021/2022 3,9 miljard m³ zal zijn bij een gemiddeld temperatuurverloop. 4. Uitbreiding mengstation Wieringermeer Met ingang van januari 2020 draait ons mengstation Wieringermeer op een fors hogere capaciteit. Hierdoor kan nu 310.000 m³ stikstof per uur bijgemengd worden; 80.000 meer dan voorheen. Dankzij deze uitbreiding kan de gaswinning in Groningen met 5 miljard m³ per jaar naar beneden. De uitbreiding is nodig om de gaswinning in Groningen versneld af te kunnen bouwen. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 59 5. Ombouw industriële grootverbruikers De minister van EZK wil dat industriële grootverbruikers met een gasvraag groter dan 100 miljoen m³ gas per jaar stoppen met het gebruik van laagcalorisch gas. De minister heeft daarvoor in de zomer 2020 een nieuwe wet opgesteld. Deze wet vereist dat grootverbruikers na september 2022 geen laagcalorisch gas meer afnemen. Als een verbruiker in plaats van laagcalorisch gas hoogcalorisch gas wil afnemen, is Gasunie verplicht om voor deze overschakeling te zorgen. Het gaat om negen bedrijven met een gezamenlijke vraag van ongeveer 3 miljard m³ per jaar. Hiervan hebben er ondertussen acht aangegeven hoogcalorisch gas te willen gebruiken. De voorbereidingen om deze bedrijven om te zetten, zijn in volle gang. Het eerste bedrijf is inmiddels aan ons H-gasnet aangesloten. De volgende vier bedrijven verwachten we in 2022 om te kunnen schakelen en de laatste vier in 2023. Voor deze industrieën zijn complexe maatregelen met langere doorlooptijden nodig. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 60 04 Versnellen van de energietransitie Versnellen van de energietransitie Gasunie versnelt de transitie naar een CO₂-neutrale energievoorziening in 2050\. Al in 2027 kunnen we een hoofdtransportnet gereed hebben dat waterstof vervoert tussen de grote industrieclusters van Nederland en naar omringende landen, in combinatie met een centrale opslagfaciliteit die in 2026 gereed kan zijn. Onze netten zijn bovendien klaar voor grootschalige invoeding van groen gas. Daarnaast kunnen we met onze kennis en ervaring een belangrijke rol spelen in het veilig en efficiënt ontwikkelen van infrastructuur voor vervoer van warmte en transport en opslag van CO₂. Dit is de derde pijler onder de strategie van Gasunie: We nemen een leidende positie in op het gebied van waterstof en groen gas Op waterstofgebied werkten we het afgelopen jaar verder aan ons toekomstige landelijke hoofdtransportnet, Hydrogen Valley Noord-Nederland, Duitse waterstofplannenen de financiering van de toekomstige waterstofinfrastructuur. Ook werkten we samen met partners aan de grote opschalingsprojecten NortH2 en North Sea Wind Power Hub. Op het terrein van groen gas werken we aan de techniek voor superkritische watervergassing en vergassing van houtige reststromen en we geven Garanties van Oorsprong af voor door marktpartijen geproduceerd groen gas. We spelen een actieve rol bij de ontwikkeling van infrastructuur voor warmtetransport en transport en opslag van CO₂ De voorbereidingen voor de aanleg van WarmtelinQ vorderen gestaagen onze CCUS-partnerprojecten Porthos, Athosen Carbon Connect Delta worden steeds concreter. We nemen een leidende positie in op het gebied van waterstof en groen gas Waterstof Het kleine waterstofmolecuul kan een grote rol spelen in de energiemix van de toekomst. Waterstofgas (H₂) kan worden ingezet als grondstof (‘feedstock’) voor chemie, of als brandstof voor industrie en elektriciteitscentrales, vervoer en -verder in de toekomst- mogelijk ook woningen. Het kan goedkoop en massaal via bestaande gasleidingen worden getransporteerd en in grote hoeveelheden worden opgeslagen. Met duurzaam opgewekte stroom kan groene waterstof uit water geproduceerd worden. Omgekeerd is waterstof ook te converteren naar elektriciteit. En is er, door het met koolstof te verbinden, methaan mee te maken. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 61 Door de transitie naar waterstof wordt de waarde van de bestaande aardgasinfrastructuur voor de maatschappij behouden. Dit geldt voor (een groot deel van) de Gasunie-transportnetten, maar ook voor de distributienetten. Deze ontwikkelingen zijn ook van belang voor de discussie om bepaalde gebieden “van gas los” te maken \- wat in dit licht misschien geen goed idee is en de elektriciteitssystemen zou kunnen overbelasten. Op dit moment wordt vooral nog grijze waterstof gemaakt, door aardgas te scheiden in waterstof en koolstof. Als de daarbij vrijkomende CO₂wordt afgevangen en opgeslagen of hergebruikt, noemen we dat blauwe waterstof. Op korte termijn kan blauwe waterstof de ontwikkeling van de waterstofmarkt versnellen en de CO₂-uitstoot sterk verminderen. Voor de iets langere termijn is groene waterstof – gemaakt via elektrolyse met duurzaam opgewekte stroom – het einddoel. Samen met een groot aantal partners wil Gasunie stapsgewijs de waterstofmarkt ontwikkelen en de kostprijs van groene waterstof omlaag brengen. Er zijn verschillende projecten in ontwikkeling met partners in de industrieclusters Eemshaven, Noordzeekanaal, Rotterdam, Zeeland en Limburg. We zijn betrokken bij realisatie van steeds grotere elektrolyse-installaties en denken mee met de plannen voor offshore-windparken die deze installaties van groene stroom gaan voorzien. Tegelijkertijd bouwen we aan een grootschalige waterstofinfrastructuur voor transport en opslag. Alle grote Nederlandse industrieclusters kunnen in 2027 zijn aangesloten op deze zogeheten backbone, die dan ook verbindingen krijgt met onze buurlanden en in 2030 deel zal uitmaken van een Europees waterstofnetwerk. Onze waterstofstrategie laat zich het beste samenvatten als hink-stap-sprong-sprong: Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 62 Naar een landelijke waterstofbackbone Als onafhankelijk netwerkbedrijf willen we waterstof van verschillende aanbieders via een te ontwikkelen landelijke waterstofbackbone transporteren naar de grote industriële clusters in Nederland. Met TenneT en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat onderzoeken we de mogelijkheden. Dit onderzoek, HyWay27 genoemd naar het jaar waarin de backbone klaar moet zijn, gaat antwoord geven op de vraag óf en onder welke voorwaarden een deel van de bestaande gasinfrastructuur kan worden ingezet voor het transport en de opslag van waterstof. In de loop van 2021 worden de eerste resultaten bekend, zodat we op tijd investeringsbeslissingen kunnen nemen. In 2030 kan de landelijke waterstofbackbone, zoveel mogelijk gebruikmakend van onze bestaande aardgastransport-infrastructuur, een capaciteit hebben van circa 10-15GW. 10GW komt overeen met een kwart van het jaarlijkse energieverbruik van alle industrie in Nederland. De eerste regio’s in Nederland die kunnen worden voorzien van een infrastructuur voor transport van waterstof zijn de regio Rotterdam-Rijnmond (2024) en Noord-Nederland (2025). Daarna volgen Zeeland, Amsterdam- IJmond en Limburg. In samenwerking met buitenlandse netbedrijven zullen ook de aangrenzende buitenlandse industriële gebieden met elkaar worden verbonden én met een opslag voor waterstof in Zuidwending. De landelijke backbone kan in 2027 een feit zijn en in 2030 als ringleiding worden afgerond, waarbij ook de aansluiting op zeehavens belangrijk wordt, omdat de markt voor groene waterstof zal uitgroeien tot een mondiale markt. Zoals nu het geval is bij LNG, komt groene waterstof dan van overzee naar onze regioAanvraag bij Nationaal Groeifonds. Op dit moment onderzoeken we, samen met onze aandeelhouder, verschillende mogelijkheden om de backbone financieel mogelijk te maken. Het kabinet heeft op Prinsjesdag het zogeheten Nationaal Groeifonds aangekondigd. Dit fonds gaat de komende decennia €20 miljard in het langetermijn- verdienvermogen van Nederland investeren. Het fonds kan worden ingezet voor kennisontwikkeling, onderzoek & ontwikkeling en innovatie van infrastructuur. Voor Gasunie kan het Nationaal Groeifonds mogelijk een financiële bijdrage leveren aan de ontwikkeling van een landelijke infrastructuur voor waterstof. We overwegen daarom in 2021 een aanvraag te doen voor een investeringsbijdrage uit het fonds. Noord-Nederland wordt Hydrogen Valley Bedrijven en overheden in Noord-Nederland hebben zich verenigd in Hydrogen Valley om de ontwikkeling van een volledig functionerende groene waterstofketen in Noord-Nederland te realiseren. Als eerste regio in Europa heeft Noord-Nederland hiervoor subsidie gekregen van de Europese Commissie. Deze subsidie van €20 miljoen wordt aangevuld met publiek-private cofinanciering van €70 miljoen euro. Met het totaalbedrag worden de komende zes jaar diverse projecten gesteund waaronder ondergrondse waterstofopslag bij HyStock in Zuidwending en het aanleggen van twee lokale waterstofleidingen in Delfzijl en Emmen. NortH2: levering waterstof op grote schaal Begin 2020 hebben Gasunie, Groningen Seaports en Shell Nederland samen met de provincie Groningen NortH2 gelanceerd, een van de grootste groene-waterstofprojecten ter wereld. NortH2 moet op zeer grote schaal aanmaak, opslag en transport van groene waterstof mogelijk maken, af te nemen door Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 63 industriële sectoren die moeilijk of niet kunnen elektrificeren. Gasunie richt zich daarbij in hoofdzaak op opslag en transport van de groene waterstof via de waterstofbackbone naar de belangrijkste industriële centra van Nederland. Nieuwe windparken op zee wekken groene stroom op. Deze kunnen qua capaciteit stapsgewijs uitgroeien van 1GW in 2027, naar 4GW tegen 2030, tot meer dan 10GW in 2040\. Die windparken komen naast de al geplande windparken voor de groene elektriciteitsvoorziening. Ze worden direct gekoppeld aan een of meer waterstoffabrieken. Alle opgewekte stroom wordt gebruikt voor het maken van groene waterstof. Hiermee wil het consortium in 2040 1 miljoen ton groene waterstof per jaar produceren. Dat scheelt dan een uitstoot van zo’n 8 tot 10megaton CO₂per jaar. Een eerste haalbaarheidsstudie naar NortH2, gericht op de periode tot 2030, laat positieve resultaten zien. De tweede fase van de haalbaarheidsstudie gericht op de periode na 2030 is inmiddels gestart. Eind 2020 hebben ook het Noorse Equinor en het Duitse RWE zich aangesloten bij dit initiatief. De partners van NortH2 verwachten dat de initiële projectfases mogelijk Europese en nationale subsidies nodig hebben die beschikbaar zijn voor verduurzaming van energie. In 2024verwachten de partners hun investeringsbesluiten te kunnen nemen. North Sea Wind Power Hub De wind van de Noordzee kan grootschalig ingezet worden om de klimaatdoelen te behalen. De bouw van een reeks kleinere ‘energie-eilanden’ in de Noordzee is een zeer efficiënte manier om daar invulling aan te geven, zo blijkt uit onderzoek van Gasunie, TenneT en de Deense netbeheerder Energinet.dk. Samen hebben deze bedrijven het consortium North Sea Wind Power Hub (NSWPH) opgericht. NSWPH wil, ver uit de kust, deze energie-eilanden gaan realiseren met verbindingen naar verschillende landen. Gezien de omvang en ambities voorzien de consortiumpartners dat er zoveel energie geproduceerd gaat worden dat deze niet alleen via het elektriciteitsnetwerk getransporteerd kan worden. Een deel zal dan omgezet moeten worden naar waterstof of andere gasvormen. Hierin kan Gasunie een nuttige bijdrage leveren en om die reden zijn wij een actieve partner in dit consortium. De Europese Commissie heeft NSWPH opgenomen in de top 10-lijst van Europese projecten die moeten bijdragen aan een moderner, veilig, slim energiesysteem in het kader van de Europese Green Deal. De Commissie heeft het projectvoorstel van NSWPH beoordeeld als ‘excellent’ en wil dan ook 50% van de studiekosten voor de komende jaren subsidiëren. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 64 AquaVentus Eind 2020 is Gasunie in Duitsland toegetreden tot AquaVentus. Dit consortium wil bij Helgoland 10GW aan offshore windparken bouwen in combinatie met offshore conversie van elektriciteit naar waterstof en het transport van waterstof naar het vaste land in Duitsland door middel van leidinginfrastructuur. Het AquaVentus-programma is onderverdeeld in verschillende projecten waaronder het project AquaDuctus. Het doel van AquaDuctus is het realiseren van het benodigde offshore leidingnetwerk (circa 400kilometer) om de groene waterstof vanaf de elektrolyseplatforms op zee af te kunnen leveren bij de afnemers. Gasunie is consortiumpartner van AquaDuctus. IPCEI voor waterstof Nationale steunverlening aan bedrijven of projecten moet passen binnen het Europese staatssteunkader. De Europese Commissie kan goedkeuring geven voor overheidssteun aan belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang. Zij wijst deze projecten dan aan als Important Project of Common European Interest (IPCEI). Nederland en Duitsland willen meedoen aan een Europese IPCEI voor waterstof en daarvoor zijn in 2020 en 2021 expression of interest-rondes gestart. Gasunie heeft verschillende projecten op conversie, transport en opslag naar voren geschoven die mogelijk onderdeel kunnen zijn van deze Europese IPCEI voor waterstof. Een IPCEI-status voor Nederlandse nationale waterstofinfrastructuur is een van de routes om goedkeuring voor eventuele staatssteun te krijgen. De Europese IPCEI voor waterstof zou in 2021 vorm moeten krijgen. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 65 Veilig waterstoftransport: Hynetwork Services In Zeeland is in 2017 de eerste gastransportleiding geschikt gemaakt voor het transport van waterstof. In 2020 heeft de waterstofleiding van Hynetwork Services in Zeeuws-Vlaanderen zonder onderbrekingen 29,4miljoen m waterstof getransporteerd tussen chemiebedrijf Dow Chemicals en kunstmestproducent Yara. Dit transport heeft plaatsgevonden op een veilige, duurzame en betrouwbare wijze. Per september 2020 hebben we de naam van Gasunie Waterstof Services op verzoek van de ACM gewijzigd in Hynetwork Services. De nieuwe naam sluit aan bij de activiteiten die de onderneming ontplooit: het leveren van diensten voor waterstofnetwerken. 3 Verbinden van Nederlandse en Noord-Duitse infrastructuur Ook in Duitsland wil Gasunie bijdragen aan het halen van de nationale en Europese klimaatdoelstellingen door het gebruik van aardgasinfrastructuur voor het transport en de opslag van groene waterstof. Met EWE, het grootste regionale energiedistributiebedrijf van Noord-Duitsland, hebben we in november een waterstofsamenwerkingsovereenkomst getekend. EWE beschikt over grote aardgascavernes, wat het bedrijf voorbestemd maakt voor de toekomstige opslag van waterstof op grote schaal. Door de plannen voor waterstoftransport en -opslag op elkaar af te stemmen, wordt een waterstofinfrastructuur tussen Nederland en Noord-Duitsland mogelijk. Actief participeren in Duitse waterstofplannen GUD is daarnaast op nationaal niveau actief betrokken bij de ontwikkeling van de Duitse waterstofbackbone, die via GUD-pijpleidingen met Nederland en Denemarken wordt verbonden. De Duitse waterstof-backbone wordt een belangrijk onderdeel van het toekomstige Europese waterstofnetwerk. Daarnaast is GUD actief lid van diverse regionale projecten en samenwerkingsverbanden: Haurup: waterstofproductie met overtollige windenergie door Energie des Nordens (EdN), bijmenging in de Deudan-aardgasleiding. H2Mehrum: vervaardiging van groene waterstof in Mehrum, transport en opslag, levering aan de staalindustrie, gascentrales en transportsector. Nord-Deutsches Reallabor: ontwikkeling van een gecoördineerde regionale netplanning voor elektriciteits- en gasnet in de regio Hamburg en Sleeswijk-Holstein. Element Eins: koppeling van hoogspanningsstroom en hogedrukgasnet via een 100MW elektrolyse- installatie. Green Octopus: import en levering van groene waterstof aan de staalindustrie. AquaVentus: grootschalige windenergieproductie op zee 10GW, offshore conversie naar waterstof en het transport van waterstof naar het vasteland. Vertogas en GvO’s voor waterstof Vanuit het ministerie van Economische Zaken en Klimaat is Vertogas gevraagd de toekomstige uitgifte van Garanties van Oorsprong voor blauwe en groene waterstof te faciliteren. Vertogas heeft positief gereageerd op het verzoek en onderzoekt op dit moment hoe zij deze nieuwe taak het beste kan uitvoeren. Het kunnen geven van betrouwbare garanties over de herkomst van waterstof is belangrijk voor de snelle ontwikkeling van een waterstofmarkt. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 66 Naar een handelsplatform voor waterstof Gasunie’s TTF is de grootste virtuele handelsplaats voor aardgas in Europa. Nederland heeft ook een uitstekende uitgangspositie voor de oprichting van een waterstofbeurs. Dat bleek het afgelopen jaar uit een studie van adviesbureau Berenschot in opdracht van Gasunie en vier Nederlandse havenbedrijven. De praktische uitwerking wordt in 2021 onderzocht. EnergyStock In Zuidwending slaat Gasunie-onderdeel EnergyStock aardgas op in zes zoutcavernes. De locatie kan ook een belangrijke rol gaan spelen in de energietransitie. EnergyStock heeft, als pilotproject, onder de naam HyStock ter plekke al een power-to-gas-installatie inclusief bovengrondse waterstofopslagfaciliteit in bedrijf. We onderzoeken momenteel of het haalbaar is om waterstof grootschalig ondergronds op te slaan, in vier nieuw te ontwikkelen cavernes. Een eerste waterstofgevulde caverne zou rond 2026 in gebruik kunnen worden genomen. We betrekken omwonenden met zorgvuldigheid in dit proces. Wereldwijd zijn er vier locaties waar waterstof al wordt opgeslagen in zoutlagen. In het tweede kwartaal van 2021 starten we met een project, waarbij we een bestaand boorgat -zonder onderliggende caverne\- vullen met waterstof. Het doel is om aan te tonen dat het boorgat, de leidingen, en afdichtingen geschikt zijn voor de toepassing van waterstof. Waterstoffabrieken In Delfzijl zijn we betrokken bij het voorgenomen groene waterstofproject Djewels. Samen met Nobian willen we een 20MW elektrolyser bouwen op het Chemie Park Delfzijl. De installatie gaat hernieuwbare elektriciteit omzetten in waterstof voor de productie van bio-methanol door BioMCN. De ontwikkeling van het project is vertraagd, maar de verwachting is dat we in 2021 een definitief investeringsbesluit nemen voor het project. In 2020 ontving het consortium €11 miljoen subsidie van de Europese Unie en €5,9 miljoen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Het project wordt daarnaast ondersteund door het Waddenfonds. In de planning zit een verdere uitbreiding naar 60MW aan elektrolysecapaciteit om groene waterstof te kunnen inzetten in het productieproces van duurzame vliegtuigbrandstof van SkyNRG. In Duitsland hebben we in 2020 de locatie bepaald waar we samen met TenneT en Thyssengas Element Eins zouden willen bouwen, een waterstoffabriek met een elektrolyse-vermogen van 100MW. Dit wordt Diele, een dorp in de nabijheid van de Nederlandse grens waar zich ook een groot transformatorstation van TenneT bevindt en waar stroom van windmolens op zee samenkomt en verder verdeeld wordt. De financiering van het project, waarmee zo’n €100 miljoen is gemoeid, is het afgelopen verslagjaar een uitdaging gebleken. We onderzoeken nu de opties voor een doorstart. Djewelsen Element Eins vormen de opmaat tot een verdere schaalvergroting van waterstoffabrieken in de toekomst. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 67 1. 2. 3. 4. 1\. Elektriciteitsnet Eigenaar: TenneT Hoogspanningsnet, capaciteit 20 GW Investeringsplannen: versterking bestaand net en nieuwe aansluitingen offshore windparken 2. Waterstofbackbone Eigenaar: Gasunie Hoogcalorisch gasnet Investeringsplannen: geschikt maken voor transport waterstof, backbone verbindt industrieclusters en opslagfaciliteiten in 2027 3. Aardgasnet Eigenaar: Gasunie Laagcalorisch gasnet Investeringsplannen: faciliteren van invoeding 1 mrd m³ groen gas/jaar 4. Systeemintegratie In een geïntegreerd systeem gebruiken elektriciteitscentrales groene waterstof of (groen) gas voor productie van elektriciteit. Elektrolysers gebruiken groene stroom voor aanmaak van groene waterstof. Groen gas Groen gas wordt voornamelijk geproduceerd door het vergisten of vergassen van biomassa. De kwaliteit van groen gas is hetzelfde als Groningengas en doordat het CO₂-neutraal is vormt het een duurzaam alternatief voor aardgas. Het potentieel van groen gas in de energiemix van de toekomst is substantieel. In Nederland moet in 2030 2miljard m groen gas door de netten stromen, zo is vastgelegd in het Klimaatakkoord. Via de bestaande infrastructuur kunnen we groen gas grootschalig transporteren en opslaan. Gasunie probeert via het faciliteren van ontwikkeling van verschillende technologieën samen met partners de helft van deze landelijke doelstelling te realiseren. Daarbij ligt de focus op industrialisatie van de groengasproductie, zoals bij SCW en Torrgas. Daarnaast garanderen we met onze certificeringsdochter Vertogas de zuivere herkomst van groen gas door middel van Garanties van Oorsprong. Ook in Europees verband werken we aan certificering. 3 Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 68 SCW: zomer 2021 van start In 2017 hebben SCW Systems en Gasunie de onderneming SKW Assets Alkmaar opgericht voor de ontwikkeling en bouw van een demo-vergassingsinstallatie. SKW Assets stelt de installatie ter beschikking aan SCW Energy. Via superkritische watervergassing worden duurzaam gas en herbruikbare grondstoffen geproduceerd uit natte biomassa (rest- en afvalstromen). Vanaf 2018 is de installatie verder ontwikkeld, waarbij in 2019 voor het eerst de gehele keten van biomassa-invoeding tot en met gasopwerking is doorlopen. In 2020 is op basis van de opgedane ervaringen de installatie verder ontwikkeld en zijn de voorbereidingen gestart om projectmatig toe te werken naar de start van de operatie in de zomer van 2021. Torrgas: duurtest voltooid Torrgas is een toekomstige commerciële vergassingsinstallatie gebaseerd op houtige reststromen in Delfzijl. De installatie produceert syngas, groen gas, koolstof en stoom van resthout. Het groen gas wordt ingevoed in het aardgasnetwerk en stoom aan het lokale stoomnetwerk. Gasunie ontwikkelt deze installatie in nauwe samenwerking met Torrgas en andere projectpartners. In 2020 is de duurtest van de testinstallatie voltooid. Er wordt met potentiële partners en financiers gesproken over de realisatie van een grootschalige installatie, eveneens in Delfzijl. Vertogas: volume opnieuw gestegen Vertogas bevestigt met haar certificaten de groene oorsprong van hernieuwbaar gas uit biomassa. Dit is van belang voor de ontwikkeling van een duurzame groengasmarkt, die gaat bijdragen aan de beoogde CO -vrije energievoorziening in 2050. Het volume door Vertogas gecertificeerd groen gas is in 2020 opnieuw gestegen, van 145miljoen m in 2019 naar 201miljoen m in 2020\. De toename vond voornamelijk plaats als gevolg van nieuwe groengasproductie-installaties die in 2020 gestart zijn. De certificaten die door Vertogas worden uitgegeven, ook wel Garanties van Oorsprong (GvO’s) genoemd, vertegenwoordigen een waarde voor opwekkers en handelaren in groen gas. De totale waarde die gemoeid is met de in 2020 uitgegeven certificaten schatten we op €150 miljoen per jaar. Vertogas is actief betrokken in het Europese register ERGaR om de Europese overdracht van GvO’s te faciliteren overeenkomstig de eisen die daar vanuit de wetgeving (RED II) aan worden gesteld. Medio 2020 heeft Vertogas een IT-platform in gebruik genomen dat deze Europese transfer mogelijk maakt. 2 3 3 We spelen een actieve rol bij de ontwikkeling van infrastructuur voor warmtetransport en transport en opslag van CO₂ Warmte Warmtenetten zijn een onmisbare component in een duurzamere energiemix. In Nederland is ongeveer 90% van de benodigde warmte afkomstig uit fossiele brandstoffen, vooral aardgas. Daarvan is iets minder dan de helft bestemd voor de verwarming van woningen, kantoren en andere gebouwen. Nederland wil minder aardgas gebruiken en minder CO₂uitstoten. In verstedelijkte gebieden is het hergebruik van restwarmte uit industrieën een kostenefficiënt alternatief. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 69 WarmtelinQ: vergunningen aangevraagd WarmtelinQ is zo’n alternatief. WarmtelinQ is de hoofdtransportleiding die vanaf eind 2024 restwarmte in de vorm van heet water van Rotterdamse industrieën naar woningen, bedrijven en kassen in de regio Rotterdam/Den Haag moet gaan brengen. Gasunie is in 2019 door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat aangewezen als ontwikkelaar en exploitant van WarmtelinQ. WarmtelinQ wordt een gereguleerd warmtetransportbedrijf met Gasunie als onafhankelijk netbeheerder. Daarmee wordt dit het eerste open access warmtetransportnet ter wereld op deze schaal. Deze wettelijke taak wordt vastgelegd in de nog vast te stellen Wet collectieve warmtevoorziening. De internetconsultatie van deze wet heeft in 2020 plaatsgevonden en we hebben onze zienswijze hierop formeel ingediend. In 2021 neemt Gasunie een investeringsbesluit over WarmtelinQ. Om op tijd klaar te zijn voor warmtetransport in 2024 is het technisch ontwerp voor het eerste deel van de leiding in een vergevorderd stadium gebracht. Ook zijn voor dit deel eind 2020 de vergunningen aangevraagd. Ons doel is om in 2022 te starten met de aanleg van het eerste tracédeel. Het project vergt zorgvuldige afstemming met omwonenden, gemeenten, waterschappen, Rijkswaterstaat en andere partijen. Om een verantwoorde investering te kunnen doen, is er naast warmteafzet in Den Haag ook nog afzet nodig in de regio rondom de leiding, zoals in Delft, Rijswijk en het Westland. Gasunie onderzoekt, samen met en op verzoek van betrokken partijen, de mogelijkheden van uitbreiding van WarmtelinQ naar de regio Leiden. CO₂-opslag, hergebruik en transport (CCUS) CO₂-afvang en -opslag (carbon capture & storage, CCS) is een van de weinige manieren waarmee energie-intensieve industrieën, zoals raffinaderijen en chemiebedrijven, op korte termijn en tegen relatief lage kosten grote hoeveelheden CO₂-uitstoot kunnen vermijden. Hierdoor kunnen deze industrieën meehelpen aan het realiseren van de klimaatdoelen en blijven ze behouden voor onze economie. Hergebruik van CO₂ (carbon capture & usage, CCU) kan een belangrijke rol spelen in de verduurzaming van de glastuinbouw en biedt kansen in andere markten. Carbon capture, usage & storage (CCUS) is daarom een belangrijk onderdeel in het behalen van de emissiereductiedoelen in Nederland en in Europa en daarom een onderdeel van het Nederlands Klimaatakkoord en de Europese Green Deal. Gasunie wil de ontwikkeling van CCUS faciliteren door, samen met ketenpartners, CO₂-transport en -opslaginfrastructuur te ontwikkelen. In volgorde van verwachte opleveringsdata ontwikkelen wij Porthos (in de regio Rotterdam-Rijnmond), Athos (in de regio Amsterdam-IJmond) en Carbon Connect Delta (in de regio Zeeland). Deze projecten worden gesteund door de Europese Unie, en hebben de status van Project of Common Interest (PCI), waarmee ze aanspraak kunnen maken op publieke fondsen. De Europese Commissie heeft de CO₂- projecten Porthos en Athos genomineerd voor een subsidie uit de Connecting Europe Facility (CEF) van respectievelijk €102 miljoen en circa €15 miljoen. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 70 Porthos: tarieven voor klanten vastgesteld Samen met partners EBN en Havenbedrijf Rotterdam ontwikkelt Gasunie Project Porthos. Met klanten Air Liquide, Air Products, ExxonMobil en Shell wordt gewerkt aan een systeem van afvang, transport en opslag van CO₂ in de regio Rotterdam-Rijnmond. De afvang moet bij deze raffinaderijen en waterstofproducenten in Rotterdam gaan plaatsvinden en wordt door de klanten zelf ontwikkeld. Transport naar en opslag in lege gasvelden in de Noordzee wordt voorbereid door Porthos. Porthos heeft aan de vier toekomstige klanten tarieven afgegeven. De klanten hebben in november 2020 SDE++ subsidie aangevraagd. Zonder Porthos hadden de klanten CO₂-emissierechten (ETS) moeten inkopen. De SDE++ subsidie is nodig om het verschil in de kosten voor ETS en de totale kosten voor afvang, transport en opslag te overbruggen. Naar verwachting horen de vier bedrijven in het tweede kwartaal van 2021 of zij deze subsidie ook ontvangen. Ondertussen werken alle partijen hard door aan ontwerp, vergunningen en andere noodzakelijke voorbereidende werkzaamheden, zodat in 2024 begonnen kan worden met de eerste injectie van CO₂ in het lege offshore-gasveld P18. De investeringsbeslissing voor Porthos is gepland na het ontvangen van alle benodigde vergunningen. Dit is voorzien voor 2021. Athos: investeringsbeslissing in 2023 Gasunie, EBN, Port of Amsterdam en Tata Steel werken onder de naam Athos samen aan de uitwerking van een CCUS-project in het Noordzeekanaalgebied. Het doel van Athos is om daar een CO₂- infrastructuur aan te leggen met opslag van CO₂in lege gasvelden onder de Noordzee én om hergebruik van CO₂mogelijk te maken. Eind 2019 heeft Athos de interesse voor afvang en opslag in de markt geïnventariseerd. De reacties van bedrijven die hun afgevangen CO₂willen aanleveren en van bedrijven die CO₂willen afnemen voor hergebruik zijn voor Athos ruim voldoende om het project verder te ontwikkelen. Tijdens de nu lopende projectfase worden diverse opties voor opslaglocaties en infrastructuur nader onderzocht en wordt gestart met de vergunningstrajecten. Deze fase wordt in het eerste kwartaal van 2021 afgerond. Daarnaast wordt aan CO₂-emitterende industrieën gevraagd om gezamenlijk het project verder te ontwikkelen door een joint development agreement aan te gaan met Athos. In 2023 hoopt Athos een investeringsbeslissing te kunnen nemen, waarna met de bouw van de infrastructuur kan worden begonnen en in 2026 de eerste CO₂geïnjecteerd kan worden. Carbon Connect Delta: modaliteit kiezen in 2021 Gasunie neemt deel in een consortium van Belgische en Nederlandse bedrijven dat het project Carbon Connect Delta heeft opgezet met als eerste stap een onderzoek naar de haalbaarheid van CCUS in 2025 in het havengebied North Sea Port (tussen Vlissingen en Gent). Het onderzoek buigt zich over alle aspecten van een project: de technische, economische en juridische vraagstukken, de benodigde infrastructuur voor het transport van CO₂ met pijpleidingen of per schip, de financieringsmogelijkheden, de commerciële haalbaarheid en de vergunningstrajecten. In 2020 zijn de werkpakketten van de on- en offshore pijpleidingvarianten opgeleverd. Begin 2021 worden verschillende haalbaarheidsstudies afgerond en wordt een keuze gemaakt welke variant - CO₂- afvoer per pijpleiding of per schip of allebei - verder uitgewerkt gaat worden. Het consortium is Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 71 grensoverschrijdend samengesteld uit Smart Delta Resources, havenbedrijf North Sea Port, de bedrijven ArcelorMittal, Dow Benelux, PZEM, Yara en Zeeland Refinery. Gasunie en Fluxys zijn de infrastructuurpartners in het consortium. Systeemintegratiestudies Het behoud van zekerheid van energielevering in combinatie met verduurzaming vraagt een volledige herziening van het totale energiesysteem, waarbij energiedragers (elektriciteit, methaan, waterstof, warmte), energienetten (internationaal, landelijk, lokaal) en marktsectoren (industrie, gebouwde omgeving, mobiliteit, landbouw) steeds nauwer met elkaar verweven raken. Deze ontwikkeling noemen we systeemintegratie. De puzzel van een efficiënt en effectief infrastructuur-ontwikkelpad naar een duurzaam energiesysteem is complex. Integrale systeemanalyses, die we in nauwe samenwerking met andere infrastructuurbedrijven, marktpartijen en overheid uitvoeren, leveren essentiële inzichten op hoe het energiesysteem zich effectief en efficiënt moet ontwikkelen. In het afgelopen jaar hebben we een belangrijke basis gelegd voor verdere integratie van het energiesysteem en de doorvertaling daarvan naar benodigde infrastructuur voor transport, conversie en opslag. We hebben samen met partners een aantal systeemintegratiestudies opgestart en andere systeemintegratiestudies opgeleverd. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 72 1\. Fase II Met TenneT brachten we in februari Fase II uit, waarin we kijken naar mogelijke transitiepaden van 2030, naar een geïntegreerd energiesysteem in 2050. De Fase II-studie richt zich vooral op Duitsland en Nederland, maar ook op Europa. Het is een vervolg op de 'Infrastructure Outlook 2050'-studie uit 2019\. In de Fase II-studie werken we drie verschillende scenario's uit. In alle scenario’s wordt een grotendeels klimaatneutrale samenleving bereikt, maar met onderlinge verschillen voor wat betreft de focus op hetzij elektriciteit hetzij gas. 2. Klimaatneutrale Energiescenario’s 2050 In opdracht van de Nederlandse netbeheerders brachten onderzoeksbureaus Berenschot en Kalavasta in april een rapport uit met vier integrale scenario’s voor een klimaatneutrale energievoorziening in 2050\. De vier scenario’s gaan uit van regionale, nationale, Europese en internationale sturing op de ontwikkeling van het energiesysteem. In de scenario’s zijn de ontwikkelingen verwerkt van vraag en aanbod (inclusief energiegerelateerde grondstoffen) van alle sectoren, waaronder de energie-intensieve industrie, vervoer en transport. 3. II3050 Het rapport Klimaatneutrale Energiescenario’s 2050 van Berenschot en Kalavasta is de basis voor de Integrale Infrastructuurverkenning 2030-2050 (II3050) die de gezamenlijke Nederlandse netbeheerders in april 2021 aan het ministerie van Economische Zaken zullen overhandigen. Het is een bron van technische kennis met analyses van het toekomstige energiesysteem als ruggengraat voor de duurzame samenleving in 2050\. De verkenning heeft een kompasfunctie voor alle partijen die de energietransitie uitvoeren. 4. HyWay 27 In juni ging de HyWay 27-studie van start, waarin we samen met TenneT en EZK onderzoeken of en onder welke voorwaarden een deel van het bestaande gasnet kan worden ingezet voor het transport van waterstof. Door de sluiting van het Groningenveld en de afname van de export van L-gas naar Duitsland, België en Frankrijk komt een deel van ons netwerk gaandeweg vrij voor een andere inzet. Door een deel van de leidingen te herbestemmen tot waterstofleiding, kan Gasunie op een kostenefficiënte manier een landelijk leidingnet realiseren, de waterstofbackbone. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 73 5. Europese waterstofbackbone De Nederlandse waterstofbackbone die we voor ogen hebben, moet aansluiten op een toekomstig Europees hoofdtransportnet voor waterstof. Samen met tien andere Europese gasinfrastructuurbedrijven presenteerde Gasunie in juli een plan voor deze European Hydrogen Backbone, die in 2030 6.800 kilometer lang zal zijn en de belangrijkste Europese industrieclusters en waterstofproductielocaties, ofwel ‘hydrogen valleys’, met elkaar zal verbinden. 6. VAWOZ Windenergie van de Noordzee is één van de belangrijkste aanjagers van de energietransitie in Nederland. Binnen het beleidsprogramma Verkenning aanlanding wind op zee (VAWOZ) bekijken marktpartijen waaronder Gasunie samen met EZK hoe de energie van windparken op zee die nog gebouwd gaan worden, straks het beste aan land kan worden gebracht. We kijken daarbij naar de vorm (elektronen of waterstofmoleculen), de wijze van transport (kabel, buis of schip), de route en naar de vraag op land waar de energie naartoe kan worden gebracht. VAWOZ is daarmee een voorbereiding voor toekomstige ruimtelijke procedures. 7. PEH EZK heeft ook een beleidsprogramma opgezet ter voorbereiding op toekomstige ruimtelijke procedures voor grote energie(infrastructuur)projecten op land: het Programma Energiehoofdstructuur (PEH). Doel is door goede afstemming te zorgen dat de toekomstige geïntegreerde nationale energiehoofdstructuur voldoende ruimte kan krijgen in relatie tot andere belangen, zoals een goede leefomgevingskwaliteit. Gasunie is een van de participanten in PEH. Conclusie We ervaren enorme betrokkenheid bij onze werkzaamheden, omdat overheid, politiek en marktpartijen grote behoefte hebben aan onderbouwde inzichten welke investeringen nodig zijn ten behoeve van een duurzame, betrouwbare en betaalbare infrastructuur. Deze inzichten bieden handelingsperspectief voor investeringen en projecten, ook bij de verschillende stakeholders in de keten. Dit is een goede ontwikkeling voor Gasunie en de maatschappij. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 74 05 Organisatiefundament Organisatiefundament Wij zijn Gasunie. Een leidend Europees gastransportbedrijf dat al sinds de jaren zestig het publieke belang dient. Elke dag werken we met plezier en toewijding aan onze maatschappelijke taken. Daarbij zorgen we dat ons organisatiefundament op orde is, zodat we de doelen uit onze drie strategische pijlers kunnen halen: We creëren een medewerkersbestand met de juiste omvang en vaardigheden We passen onze competenties aan op de veranderende energiemarkt. We positioneren ons als aantrekkelijke werkgever en we voeren een inclusie\- en diversiteitsbeleid. We creëren een werkomgeving en arbeidsvoorwaarden gericht op het verhogen van focus, prestaties, zingeving en werkplezier We houden onze collega’s duurzaam inzetbaar met periodiek medisch onderzoek, arbeidsmarktscansen maatregelen tegen werkdruk. We zorgen voor een adequate beloning en pensioenregeling. We verbeteren onze besturing, processen en samenwerking continu We maken werk van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemenen zijn in dialoog met onze klanten. We digitaliseren onze bedrijfsprocessen en bewaken de werking onze ICT-systemen. We creëren een medewerkersbestand met de juiste omvang en vaardigheden Competenties ontwikkelen Door de energietransitie ziet Gasunie het komende decennium het werk in veel bedrijfsonderdelen toenemen. In andere onderdelen neemt de werklast juist af. Deze op- en afbouw van activiteiten verloopt niet synchroon. Het tempo en volume verschilt en vereist andere competenties. Nieuwe activiteiten worden vaak in samenwerkingsverbanden uitgevoerd waarbij niet alleen medewerkers van Gasunie, maar ook van de partners betrokken zijn. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 75 Gasunie als aantrekkelijke werkgever Gasunie heeft de afgelopen jaren met succes nieuwe mensen met nieuwe competenties weten aan te trekken. Het wervingsbeleid dat aan de basis daarvan stond, gaan we nu intensiveren. De transformatie van Gasunie van aardgastransportbedrijf naar een duurzaam energie- infrastructuurbedrijf vereist een andere, bredere positionering van Gasunie in de arbeidsmarkt, zodat we nieuwe talenten kunnen aantrekken en bestaande talenten kunnen behouden. We ontwikkelen momenteel een programma om employer brandingeen nieuwe impuls te geven. Dit programma wordt in 2021 uitgevoerd. Nieuw diversiteits- en inclusiviteitsbeleid De afgelopen jaren heeft diversiteit binnen Gasunie in het teken gestaan van de Participatiewet, die regelt dat zoveel mogelijk mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt betaald en zinvol werk krijgen. Vanaf 2020 slaan we een nieuwe weg in. We willen een diverse, toekomstbestendige, inclusieve organisatie worden waarin ieders inbreng bijdraagt aan de kwaliteit van onze organisatie, waarin we onszelf kunnen zijn en waarin we gewaardeerd worden. In 2021 komen we met een structurele aanpak onder de naam Gasunie Inclusief. Een werkgroep gaat zich sterk maken voor bewustwording, uitwisseling, recruitmentbeleid, inclusief leiderschap en maatschappelijke betrokkenheid. Bestaande programma’s en beleidsinitiatieven worden in Gasunie Inclusief ingebed. Zo zijn we in 2020 een actieve samenwerking aangegaan met de RefugeeTalentHub. Via het organiseren van activiteiten willen we vluchtelingen betrekken bij onze organisatie en over en weer van elkaar leren. Ook wil Gasunie het Charter Diversiteit ondertekenen, waarmee we landelijk in netwerkverbanden kunnen opereren om het programma ten volle kwaliteit te geven. Managementpotentieel Aandacht voor de ontwikkeling van onze medewerkers in combinatie met de organisatieontwikkelingen vinden we belangrijk. In 2020 zijn we gestart met het overzichtelijk en gestructureerd samenbrengen van vraag naar en aanbod van potentiële leidinggevenden in ons Management Potentieel Portfolio-programma (MPP). MPP geeft hiermee invulling aan de opvolgingsplanning en ondersteunt Gasunie bij het vroegtijdig identificeren en benutten van leidinggevend potentieel en leidinggevende ambities om hier vervolgens passende management- developmentprogramma’s voor in te zetten. Sociaal Statuut In 2021 sluiten we onze regiokantoren Waddinxveen en Deventer. Dit leidt voor sommige collega’s tot boventalligheid. Het uitgangspunt bij reorganisaties is het begeleiden van medewerkers van werk naar werk - binnen of buiten Gasunie. Daarnaast is een vangnet aanwezig voor de situaties waarin dat niet lukt. In het voorjaar van 2020 zijn we tot overeenstemming gekomen met de vakbonden en de ondernemingsraad over een sociaal statuut, waarin deze zaken geregeld worden. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 76 Training & ontwikkeling We geloven in een leven lang leren. We vinden het belangrijk dat onze medewerkers zich gedurende hun loopbaan kunnen ontwikkelen en verder kunnen groeien. Dat bevordert de duurzame inzetbaarheid. We bieden medewerkers de mogelijkheid opleidingen en trainingen te volgen, waaronder individuele maatwerkprogramma’s. Dit zijn reguliere (bedrijfs)opleidingen die bestaan naast ons programma voor Duurzame Inzetbaarheid. Door COVID-19 hebben we in 2020 minder uitgegeven aan opleidingen, cursussen en trainingen. Uitgaven aan opleidingen, cursussen en trainingen 2020 2019 Nederland € 2,0 miljoen € 3,5 miljoen Duitsland € 0,4 miljoen € 0,5 miljoen We creëren een werkomgeving en arbeidsvoorwaarden gericht op het verhogen van focus, prestaties, zingeving en werkplezier Duurzame inzetbaarheid De beroepsbevolking vergrijst, ook bij ons. Medewerkers moeten langer doorwerken. Dat maakt dat duurzame inzetbaarheid bij ons al enkele jaren een belangrijk thema is. Hoe kunnen medewerkers langer gezond, competent en met plezier hun werk doen? Werken aan duurzame inzetbaarheid vraagt dat medewerkers eigen verantwoordelijk nemen voor hun loopbaan, ontwikkeling en vitaliteit. De rol van de werkgever en leidinggevende is hen daarbij te faciliteren en ondersteunen. Gasunie- medewerkers kunnen individuele budgetten aanwenden om duurzaam inzetbaar te blijven. Er zijn bestedingsdoelen op het gebied van vitaliteit, flexibiliteit, werksituatie en loopbaan. Uit een evaluatie begin 2020 is gebleken dat ons programma Duurzaam Inzetbaar (DI) bij veel collega’s bekend is en wordt gewaardeerd. Preventief Medisch Onderzoek Het afgelopen jaar hebben we het ziekteverzuimbeleid van Gasunie geactualiseerd. Het Preventief Medisch Onderzoek (PMO) heeft hier een belangrijke plek in gekregen. De uitkomsten van dit PMO geven ons op verschillende organisatieniveaus een goed beeld hoe het met de gezondheid en welzijn van onze medewerkers is gesteld in relatie tot het werk dat zij uitvoeren. Arbeidsmarktscan Een van de middelen om duurzame inzetbaarheid te bevorderen, is onze arbeidsmarktscan. De scan, die kosteloos wordt aangeboden, geeft antwoord op vragen als: hoe ontwikkelt de (regionale) arbeidsmarkt zich? Welke vakgebieden zijn wellicht nog meer interessant? Welke werkgevers of intermediairs in de regio waar je woont, hebben interessante vacatures? Wat is je kans op werk in je huidige of gewenste functie? De arbeidsmarktscan geeft ook tips hoe werknemers hun kansen op de arbeidsmarkt verder kunnen vergroten. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 77 Medewerkersonderzoek In maart 2020 hebben we ons tweejaarlijkse medewerkersonderzoek uitgevoerd, waarin medewerkers kunnen aangeven hoe ze het werken bij Gasunie ervaren. Op basis van de uitkomsten ontving Gasunie van Effectory en Intermediair opnieuw het keurmerk voor goed werkgeverschap: ‘World-class Workplace’. De scores liggen net als voorgaande jaren op en boven de benchmark van bedrijven uit de water- en energiesector. Dat is goed om vast te stellen. Medewerkers vinden dat we beter dan twee jaar geleden inspelen op veranderingen in de markt en ervaren een betere samenwerking over afdelingsgrenzen heen. Wel bestaat een behoefte om meer te worden meegenomen in de ontwikkelingen van de organisatie. En aan meer duidelijkheid over de bijdrage van hun afdeling aan de organisatiedoelstellingen. COVID-19: effecten op onze medewerkers Sinds begin maart 2020 zijn we door de wereldwijde uitbraak van COVID-19 in Nederland en Noord-Duitsland geconfronteerd met uitzonderlijke, en inmiddels langdurige, (overheids)maatregelen die impact hadden op ons doen en laten, zowel in de privé- als werksituatie. Gasunie heeft in lijn met deze maatregelen verschillende acties ondernomen. In Nederland hebben alle medewerkers die vanuit huis kunnen werken, dat sinds medio maart gedaan. In Duitsland werd een plan ontwikkeld om na de eerste coronagolf fasegewijs weer fulltime naar het kantoor te kunnen gaan. Tot een volledige terugkeer kwam het echter niet voordat in het najaar de tweede coronagolf uitbrak. Voor de medewerkers die niet vanuit huis kunnen werken, werden in beide landen verschillende voorzieningen getroffen zodat zij bij de uitvoering van hun werkzaamheden zo goed mogelijk beschermd zijn tegen een eventuele besmetting met COVID-19, zoals contactloze overdracht bij ploegendiensten en het afsluiten van de werkplekken van dispatchers van andere werkplekken. De impact van al deze maatregelen op onze medewerkers is groot. Vooral toen scholen gesloten werden en veel huishoudens van het één op het andere moment geconfronteerd werden met de combinatie kinderopvang/thuisonderwijs en werken. Soms ontstonden er financiële zorgen, doordat partners hun baan verloren en het inkomen onder druk kwam te staan. Of zorgen over de eigen gezondheid en die van naasten. Familieleden in zorginstellingen konden niet bezocht worden. Onze veldmedewerkers zetten het werk zoveel mogelijk door, uiteraard met inachtneming van de hygiënemaatregelen, maar soms wel met de angst om besmet te raken en dat mee te nemen naar hun naasten. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 78 Tegelijkertijd ervoeren veel thuiswerkers dat de werkzaamheden vaak ook via een online overleg door konden gaan. In de Nederlandse bedrijfsonderdelen vonden per werkdag gemiddeld 900 digitale vergaderingen plaats, veertig keer meer dan voor de uitbraak van het virus. Er ontstond een sterk gevoel van saamhorigheid doordat iedereen in dezelfde situatie verkeerde en er het beste van probeerde te maken. Inmiddels zijn velen het volledig thuis werken moe aan het worden. Het online vergaderen kost veel energie en er is tussen de vergaderingen door weinig tijd om daarvan te herstellen. Medewerkers missen de onderlinge dynamiek, het ‘koffiepraatje’ en doordat de grens tussen werken privé steeds verder vervaagt vinden veel medewerkers het moeilijk om het werk los te laten en voldoende te ontspannen. Uit de enquêtedie in mei onder medewerkers van onze Nederlandse bedrijfsonderdelen is uitgezet over de impact van het thuiswerken gaf driekwart van de 1081 respondenten aan deze manier van werken nog wel een paar maanden vol te houden. In september en januari is de enquête herhaald. Daaruit is naar voren gekomen dat de druk op de werk-privébalans verder is toegenomen en dat medewerkers het steeds lastiger vinden om sociale contacten zowel in de privé- als werksituatie te onderhouden. Er blijkt een steeds groter gemis aan de informele momenten. Ook blijkt het gevoel van eenzaamheid onder sommige medewerkers toegenomen. Ziekteverzuim Sinds 2018 zien we een dalende trend in ons ziekteverzuim. Over 2019 bedroeg het ziekteverzuimpercentage 3,85% en in 2020 zakte dit verder naar 3,58%, wat in het licht van COVID-19 bijzonder te noemen is. Onze verzuimcijfers over 2019 waren lager dan gemiddeld in de branche. Over 2020 zijn de branchecijfers nog niet bekend maar de verwachting is dat we ook nu lager uitkomen. We zien echter wel een verschuiving in de oorzaak van het ziekteverzuim. Het aandeel psychisch ziekteverzuim is stijgende en ligt met een aandeel van gemiddeld 39% hoger dan het landelijk gemiddelde van 34%. Dit geldt ook voor het aandeel werkgerelateerd psychisch ziekteverzuim dat met een aandeel van gemiddeld 20% hoger ligt dan het gemiddelde van 17% in Nederland. De gemiddelde herstelduur van het psychisch ziekteverzuim ligt met 124dagen echter een stuk lager dan de 225dagen die daarmee gemiddeld in Nederland gepaard gaan. In Nederland zijn we twee jaar verantwoordelijk voor het doorbetalen en begeleiden bij ziekte van een medewerker. In Duitsland is dat zes weken. Onze Gasunie-doelstelling is een ziekteverzuim dat niet hoger ligt dan 4,1%. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 79 Indicator Eenheid 2020 2020 2019 2019 GUN GUD GUN GUD Ziekteverzuimpercentage (totaal) Procenten 3,58 3,66 3,85 3,82 \- kortdurend verzuim Procenten 0,49 0,96 0,68 1,57 \- middellang verzuim Procenten 0,69 1,01 0,56 1,22 \- langdurig verzuim Procenten 2,40 1,69 2,61 1,03 Ziekteverzuimfrequentie Frequentie 0,72 1,67 0,96 2,38 Arbeidsgerelateerdverzuim (opgave medewerker) Verzuimgevallen 33 - 23 - Melding aan Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCB) Meldingen - - - - Beloning Conform de eerder gemaakte afspraken tussen werkgever, vakbonden en de ondernemingsraad hebben we in Nederland in 2020 een cao-verhoging doorgevoerd van 3,05%. Dit is gelijk aan de CBS Consumentenprijsindex over de periode augustus 2018 - augustus 2019 vermeerderd met 0,25%. In Duitsland sloten we een nieuwe cao af met een looptijd van 15maanden, ingangsdatum 1augustus 2020. De cao behelst een salarisverhoging van 2,5% in combinatie met een eenmalige uitkering van €380. Pensioen Eind december 2021 loopt de huidige pensioenregeling van Gasunie af. Daarom zijn de cao-partijen in september 2019 het proces gestart om te komen tot een nieuwe pensioenregeling. Door de lage rentestanden wordt dit een uitdagend proces. De cao-partijen hebben een adviescommissie met pensioendeskundigen van vakbonden en werkgevers gevormd. De cao-partijen komen op basis van dit advies tot een voorstel voor een nieuwe pensioenregeling en leggen dit voorstel vervolgens aan hun achterbannen voor. In juni 2020 heeft het kabinet samen met werknemers- en werkgeversorganisaties een nationaal pensioenakkoord gesloten. In dat pensioenakkoord staan nieuwe afspraken over pensioenen en AOW. Het pensioenakkoord wordt nu verder uitgewerkt in een nieuw pensioenstelsel voor Nederland. Dat uitwerken kost veel tijd, waardoor het nieuwe pensioenstelsel nog wel even op zich zal laten wachten. Daarom zal de pensioenregeling van Gasunie vanaf 2022 nog niet onder dat nieuwe pensioenstelsel vallen. Bij GUD zijn in 2020 geen pensioenontwikkelingen geweest. We verbeteren onze besturing, processen en samenwerking continu Werk maken van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen De Verenigde Naties hebben in 2015 doelen opgesteld om de uitdagingen rond armoede, onderwijs en de klimaatcrisis wereldwijd het hoofd te bieden: de Sustainable Development Goals (SDG’s). Deze SDG- doelen zijn ons op het lijf geschreven. Want dat is precies wat we doen en waar onze strategie op is Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 80 gebouwd: bijdragen aan een betere maatschappij, door te zorgen voor een veilige, duurzame, betrouwbare en betaalbare energie-infrastructuur. Ook in ons MVO-beleid willen we aansluiten bij deze wereldwijde doelen, waarmee landen, bedrijven en organisaties samen een duurzame samenleving creëren. Ons nieuwe MVO-beleid vormt een leidraad voor het vormgeven van onze werkzaamheden in het kader van onze strategische ambities. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 1\. SDG 7: Betaalbare en duurzame energie Doel: Toegang tot betaalbare, betrouwbare en duurzame energie voor iedereen. Gebruik van fossiele brandstoffen moet zoveel mogelijk beperkt worden, en de mogelijkheden tot het overstappen naar duurzame energiebronnen meer gestimuleerd. De omschakeling naar hernieuwbare energie staat hier voorop. 2. SDG 9: Industrie, innovatie en infrastructuur Doel: Een veerkrachtige infrastructuur, duurzame industrialisering en technologische innovaties die dat mogelijk maken. Door een betere infrastructuur is het makkelijker om andere doelen te bereiken en gaat de levenskwaliteit direct omhoog. De ontwikkeling van infrastructuur gaat hand in hand met innovatie en industrialisering. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 81 3. SDG 13: Klimaatactie Doel: Onmiddellijke actie om klimaatverandering en de impact daarvan te bestrijden. De focus bij deze SDG ligt op het verminderen van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen in 2030 met minstens 40% ten opzichte van 1990 en een CO₂-neutrale energievoorziening in 2050. 4. SDG 17: Partnerschap om doelstellingen te bereiken Doel: Wereldwijd partnerschappen aangaan voor duurzame ontwikkeling. Vooral op het gebied van technologie, kennisoverdracht, handel, data, beleidscoherentie en financiële stromen moet wereldwijde of regionale samenwerking worden nagejaagd. Het is de enige manier om ervoor te zorgen dat alle landen vooruitgang boeken. 5. SDG 5: Gendergelijkheid Doel: Gendergelijkheid en versterking van de positie van vrouwen en meisjes. 6. SDG 8: Eerlijk werk en economische groei Doel: Aanhoudende, inclusieve en duurzame economische groei, productief en waardig werk voor iedereen. 7. DG 11: Duurzame steden en gemeenschappen Doel: Maak steden en gemeenschappen inclusief, veilig, veerkrachtig en duurzaam. 8. SDG 12: Verantwoorde consumptie en productie Doel: Duurzame productie- en consumptiepatronen verzekeren: ‘meer produceren met minder’. 9\. SDG 15: MVO-beleid Doel: Bescherm, herstel en bevorder biodiversiteit en duurzaam gebruik van ecosystemen. 10. Een schone bouwplaats/emissievrij De nieuwe infrastructuren die we willen aanleggen, bijvoorbeeld voor warmte en waterstof, hebben als doel om de Nederlandse uitstoot flink te verminderen. Door ook in de bouwfase al zoveel mogelijk emissievrij te werken, laten we zien dat we onze maatschappelijke taak begrijpen. 11\. Circulair en CO₂-neutraal inkopen Hoe circulair is ons gastransport? En in hoeverre worden gebruikte grondstoffen voor het gastransport gerecycled? Denk daarbij onder andere aan leidingen, stations en kantoren. We gaan op zoek naar manieren om de circulariteit daarvan meetbaar te maken en in productspecificaties op te nemen. 12\. Herinzet van onze assets Hoe kunnen we alle installaties en materialen die we niet meer gebruiken opnieuw inzetten? Dit geldt vooral voor installaties en materialen die zestig jaar lang een rol hebben gespeeld in het aardgastransport. De herinzet van bestaande assets is cruciaal voor een snelle en betaalbare opbouw van de infrastructuur voor waterstof, CO₂ en groen gas. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 82 13. Sociale ketenverantwoordelijkheid Zijn de arbeidsomstandigheden op orde in alle fabrieken waarvan we goederen inkopen? Buiten de Europese Unie is dat lastig te achterhalen. We gaan in samenwerking met andere partijen zoveel mogelijk de productieketens van leveranciers en afnemers van onze producten en diensten wereldwijd in kaart brengen. 14\. Diversiteit en inclusiviteit Juist omdat we een maatschappelijke rol hebben, vinden we het belangrijk dat wij zoveel mogelijk een afspiegeling zijn van die maatschappij. We geloven dat een diverse organisatie leidt tot meer creativiteit, innovatie en tot betere besluiten. Daarom gaan we een meer structurele aanpak voor diversiteit en inclusiviteit bij Gasunie ontwikkelen. 15. Bijdragen aan biodiversiteit Veel van onze werkzaamheden vinden in natuur en landelijke gebieden plaats. Dit brengt altijd een mate van schade met zich mee. In het samenwerkingsverband Groene Netten zoeken we, met behulp van ecologische experts, naar locaties waar we biodiversiteit kunnen stimuleren. 16. Opzetten van een energie- efficiëntiedoestelling Bij gastransport wordt veel energie verbruikt. In dit project willen we een energie- efficiëntiedoelstelling voor Gasunie formuleren. Deze doelstelling zal bijdragen aan CO₂-reductie, energie-efficiëntie en innovatie. 17. Strategie voor groenere energie- inkoop Gasunie behoort tot de top 10 elektriciteits- gebruikers in Nederland. Door de juiste partners als energieleveranciers te selecteren, kan ons verbruik en daarmee onze CO₂-uitstoot aanzienlijk omlaag. 18\. Aanscherpen van emissiereducties In 2030 willen we in onze bedrijfsvoering maximaal 128 kiloton CO₂-equivalenten uitstoten. Dat betekent een daling van 80% ten opzichte van 1990\. Van deze uitstoot mag niet meer dan 50 kiloton bestaan uit methaanemissies. Als koploper in methaanemissiereductie willen we een voorbeeld zijn voor andere bedrijven. Gasunie heeft de concrete uitvoering van de SDG’s vastgelegd in speciale Gasunie Green Deals. Sommige zijn nieuw, met andere zijn we al een aantal jaren op weg en zoeken we naar aanscherping. We hebben vier kern-SDG’s opgenomen in ons nieuwe MVO-beleid. Ze zijn gekozen vanuit onze missie en visie en de maatschappelijke waarde van onze kernactiviteiten. Met deze activiteiten leveren we een grote bijdrage aan de versnelling van de energietransitie en CO₂-reductie. Naast de kern-SDG’s dragen we met ons MVO-beleid bij aan vijf flankerende SDG’s; het zijn SDG’s waarmee we de toekomstbestendigheid van onze kernactiviteiten versterken. Onze Green Deals dragen ook bij aan de verbetering van onze ESG-rating,een prestatiemeter op het gebied van milieu, sociale resultaten en beheer van de organisatie. In 2021 werken we deze Green Deals verder uit en maken we de impact zo veel mogelijk kwantitatief en inzichtelijk. Aan de overige doelen leveren we indirect een bijdrage vanuit het ‘do no harm principe’. Hoewel we deze SDG’s niet actief ondersteunen vanuit ons beleid, verplichten we ons er wel toe om deze doelen te respecteren en op deze gebieden geen schade toe te brengen. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 83 Dialoog met onze klanten Om ook in de toekomst bij de beste energie-infrastructuurbedrijven van Europa te blijven horen, faciliteren we onze klanten met diensten die passen bij hun behoeften en die passen bij ontwikkelingen in de energiemarkt. Wij doen dit door onze klanten goed te informeren en in te spelen op zaken die we tijdens diverse contactmomenten van klanten en andere stakeholders vernemen. In Nederland zoekt GTS de dialoog via onder andere marktconsultatie- en informatiebijeenkomsten, gesprekken met vertegenwoordigers van klantengroepen (representatieve organisaties) en onze Shipper Customer Desk. Dit wordt ondersteund door informatie duidelijk en helder op onze websites te plaatsen en indien extra aandacht voor een onderwerp nodig is, het versturen van een nieuwsbrief. Door deze interactie willen we komen tot verbetering van onze producten en diensten. Dit jaar hebben we voor een breed scala aan onderwerpen zoals de transporttarieven en bijbehorende voorwaarden, invoering van virtuele interconnectiepunten (VIP’s), randomiseren van balanceeracties, het Groningen-productieadvies en onze investeringsplannen, de interactie met onze klanten gezocht. Voor alle vragen of eventuele klachten kunnen de shippers terecht bij de Customer Desk en de industriële klanten bij de Industry Desk. Hier worden zij door een team van specialisten geholpen. Hiermee voorziet GTS in goed bereikbare gespecialiseerde aanspreekpunten. In Duitsland is GUD niet de enige transportnetbeheerder voor gas. Daarom worden marktconsultatie en informatievoorziening veelal in samenwerking met andere TSO’s verzorgd. De voor shippers relevante contactpersonen staan op de GUD-website vermeld. Klanttevredenheidsonderzoek In december 2020 heeft GTS haar tweejaarlijkse klanttevredenheidsonderzoek laten uitvoeren. We zijn er trots op dat de waardering van onze klanten in 2020 nog steeds hoog is. Gemiddeld wordt GTS beoordeeld met een 4 op een schaal van 5. Hiermee scoren we gelijk aan afgelopen jaren. Ruim 60% van de shippers vindt GTS (veel) beter in vergelijking met omliggende TSO’s. Het feit dat veel GTS- medewerkers het afgelopen jaar wegens COVID-19 thuis hebben moeten werken, heeft volgens onze respondenten geen negatief effect gehad op onze klantgerichtheid en professionaliteit. Klachten bij GTS In 2020 is een klacht afgewezen met betrekking tot de omvang van de operationele afspraken (inter- TSO L-gas naar H-gas swaps) die GTS met een naburige TSO heeft. Van industrieel aangeslotenen zijn geen klachten ontvangen. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 84 Klachten bij GUD In 2020 waren er geen klachten van transportklanten. Zelfs controversiële discussies, bijvoorbeeld over kwesties inzake capaciteitsvoorziening, verliepen steeds in een constructief en oplossingsgericht klimaat. ICT-processen Gasunie heeft in 2020 haar Digitale Ambitie voor het jaar 2025 opgesteld. De uitvoering van deze digitale strategie gaat ons helpen om onze Visie 2030-doelen te realiseren. Digitalisering, data en ICT hebben een cruciale rol in (het versnellen van) de energietransitie en het energiesysteem van de toekomst. Digitale mogelijkheden en nieuwe inzichten op basis van data, feiten en verwachtingen spelen een belangrijke rol bij het ontwikkelen en besturen van een geïntegreerd en duurzaam energiesysteem. Het zal bovendien helpen bij het signaleren van ontwikkelingen in de markt, waardoor we hier nog beter op kunnen reageren. Dit zorgt er ook voor dat nieuwe bedrijfsmodellen ontstaan en dat Gasunie nog efficiënter kan gaan opereren in een veranderende wereld. In onderstaande (interactieve) afbeelding wordt duidelijk op welke terreinen wij de komende vijf jaar (verder) gaan digitaliseren. Cruciaal voor het succes van de digitale ambitie is het samen concreet uitvoeren van initiatieven om te optimaliseren en vernieuwen. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 85 1\. Energiesysteemdata Zowel voor de energietransitie als voor systeemintegratie zijn data van essentieel belang. We stellen data van het complete energiesysteem beschikbaar aan de markt. 2. Data geven ons inzichten over de ontwikkelingen in vraag en aanbod van (nieuwe) energievormen. Deze inzichten gebruiken we in het besluitvormingsproces ten aanzien van strategische investeringen in nieuwe energie- infrastructuur. 3. Auction-to-bill We willen de capaciteitsveilingen van onze infrastructuur uitbreiden en/of opzetten voor verschillende nieuwe energiedragers, voor conversie, en voor opslag. 4. Digital finance We digitaliseren onze financiële processen verder, wat ruimte maakt om de kwaliteit van onze informatie verder te verhogen en om de besluitvormingsprocessen optimaal te ondersteunen. 5. Digitalisering gaat fysieke systeemintegratie mogelijk maken Een optimale samenwerking/balancering (transport, conversie en opslag) van de energievormen van de toekomst (elektriciteit, groen gas/aardgas, waterstof, warmte). 6. We ontwikkelen strategische datadiensten met partners Met TenneT, Netbeheer Nederland en de SER heeft Gasunie Energieopwek.nl ontwikkeld, waarop de actuele opwek van duurzame energie inzichtelijk is gemaakt. De CO₂-Monitor die we met TenneT ontwikkelen maakt tijdsafhankelijke CO₂-emissies van de gas- en elektriciteitsmix inzichtelijk. 7. We ontwikkelen nieuwe liquide markten (bijvoorbeeld groen gas, H₂, CO₂, warmte) door digitale energie(handels)platformen te ontwikkelen. 8. Risico-gebaseerd assetmanagement We maken investerings- en onderhoudsbeslissingen door digitale data over de kosten, prestaties en faalkansen van activa met elkaar te combineren. 9\. Resource planning We hebben inzicht in het huidige en toekomstige werkpakket in relatie tot de beschikbare capaciteit (mensen en materialen) en wijzen dit op basis van prioriteiten zo goed mogelijk (geautomatiseerd) toe. 10. Digital twin We creëren digitale kopieën van activa die we gebruiken om te testen en onderhoudsvoorspellingen te doen. 11\. Digitaal in het veld Onze collega’s die op locatie aan onze netten werken, vinden op hun mobile device alle informatie die ze nodig hebben en leggen hun werkzaamheden digitaal vast. 12\. Digitalisering gaat fysieke systeemintegratie mogelijk maken Een optimale samenwerking/balancering (transport, conversie en opslag) van de energievormen van de toekomst (elektriciteit, groen gas/aardgas, waterstof, warmte). Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 86 13. Het Nieuwe Werken We ontwikkelen nieuwe mogelijkheden om digitaal samen te werken, zowel intern als extern. Dit betekent dat we een digitaal platform kunnen bieden voor elke vorm van samenwerking. Dit leidt tot hogere efficiëntie en draagt bij aan een duurzame toekomst. 14\. Inkoop & Supply Met digitalisering verbeteren we onze systemen voor inkoop en logistiek. We communiceren efficiënt met onze leveranciers en weten we precies waar onze materialen zich bevinden. 15. Digital HR Een digitaal platform biedt medewerkers informatie over onder meer het trainingsaanbod, HR-regelingen en performancemanagement. GUD heeft onder de naam Gas-X een geïntegreerd IT-systeem opgezet voor alle processen van commercieel gastransport, inclusief marketing, dispatching, hoeveelheidsbepaling, toewijzing en facturering. In combinatie met ons SCADA-systeem ondersteunt Gas-X de gehele procesketen van het fysieke en commerciële gastransport. De complexiteit werd verlaagd door het verminderen van de interne interfaces en IT-systemen. Daarnaast zijn de processen in de hele organisatie geharmoniseerd en gestandaardiseerd en hebben ze geleid tot een gemeenschappelijk begrip van ons hoofdproces. ICT-beveiliging Ook op informatiebeveiligingsgebied is 2020 een bijzonder jaar geweest. In het algemeen geldt dat de Gasunie ICT-beveiligingsprestaties in Nederland en Duitsland het afgelopen jaar passend waren ten opzichte van de ICT-bedreigingen. Hierdoor zijn er dan ook geen verstoringen geweest met gevolgen voor de bedrijfsprocessen. Het jaar begon met ernstige kwetsbaarheden in onze thuiswerksoftware. Het risico op misbruik leek in eerste instantie groot, maar bij Gasunie is deze ‘Citrix-crisis’ vanaf het begin beheersbaar gebleven. Verstoringen en misbruik zijn voorkomen. Gasunie legt de lat qua ICT-beveiliging zeer hoog (‘best in class’). Als beheerder van vitale infrastructuur kan en mag onze aandacht op het gebied van ICT- veiligheid nooit verslappen. Dit wordt frequent getest, maar het is deze keer ook feitelijk in een grotere crisissituatie aangetoond. Kort hierna bleken er ook in een deel van de mobiele-werkplekapparatuur kwetsbaarheden aanwezig te zijn met vooral mogelijke gevolgen voor de informatie-uitwisseling binnen onze organisatie. Ook hier is de situatie beheersbaar gebleven en zijn verstoringen en misbruik voorkomen. Vanaf medio maart, toen er ingrijpende COVID-19 maatregelen van kracht werden, ontstond de volgende uitdaging: het accommoderen van veilig thuiswerken op grote schaal. Vanaf de eerste dag hebben we dit zonder noemenswaardige ICT-beveiligingsincidenten kunnen doen. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 87 Een randvoorwaarde voor het verwezenlijken van onze Digitale Ambitie 2025 is dat digitale systemen en informatie voldoende beveiligd zijn. Gasunie is hier continu alert op. Op basis van risicoanalyses nemen we passende maatregelen, waarbij we rekening houden met veranderende visies, ambities, bedreigingen en techniek. De effectiviteit van de maatregelen controleren we regelmatig met interne en externe onderzoeken. De aandacht voor informatiebeveiliging is niet alleen intern gericht. Een ongestoorde energievoorziening is van vitaal belang voor Nederland, Duitsland en de rest van Europa. We werken daarom steeds meer samen met andere partijen in de energieketen en met overheden om toekomstige verstoringen van de energievoorziening te voorkomen. Het belang van aandacht voor informatiebeveiliging door medewerkers blijft onverminderd groot. Met alleen technische maatregelen zijn negatieve gevolgen van bedreigingen niet (meer) te voorkomen. Daarom wordt er steeds aandacht besteed aan de communicatie over informatiebeveiligingsrisico’s en de spelregels voor het omgaan met informatie via bijvoorbeeld bewustzijnsprogramma’s. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 88 06 Onze dilemma's Onze dilemma's Gasunie wil haar taken en activiteiten zo goed mogelijk uitvoeren. Maar er zijn veel dilemma's die van invloed zijn op de manier waarop we ons werk willen doen. Hieronder hebben we enkele van deze dilemma’s uitgewerkt. Meer focus op energietransitieprojecten Gasunie is betrokken bij tientallen energietransitiestudies, -plannen en -projecten. Niet alle studies en plannen worden een project. Maar meer focus, dat wil zeggen minder projecten, kan de kans op succesvolle afronding van een individueel project vergroten, aangezien meer middelen (financiën, menskracht en managementaandacht) aan dat specifieke project kunnen worden toegewezen. De inspanningen kunnen worden geconcentreerd op de strategisch meest relevante projecten en op de projecten met de grootste kans op succes. Minder projecten zorgen echter ook voor een minder gespreide portfolio en de kans op het mislopen van strategische kansen. Bovendien vraagt de energietransitie onze inzet op een veelheid aan terreinen. Een hoge mate van focus verhoogt de blootstelling aan verstorende gebeurtenissen. Naar een hoger risicoprofiel? De omvorming van Gasunie tot een energie-infrastructuurbedrijf en de ontwikkeling van de waterstofbackbone zijn de grote strategische uitdagingen waar Gasunie voor staat. Mogelijk zijn de acties van de overheid en de industrie niet zo stevig als Gasunie zou willen: wel intenties van de industriepartners en prognoses, maar geen solide langetermijncontracten op het moment dat er investeringsbeslissingen moeten worden genomen. De energie die we met zijn allen in een klimaatneutrale samenleving gebruiken, zal voor 30% tot 50% uit moleculen bestaan. Rechtvaardigt een betrouwbare energievoorziening het vastleggen van meer middelen en het nemen van hogere financiële risico's dan Gasunie normaal gesproken aanvaardbaar vindt? Certificering van groen gas Vertogas geeft Garanties van Oorsprong (GvO’s) uit aan producenten van groen gas. Er komen steeds meer producenten bij en de bestaande installaties produceren steeds meer groen gas. Hierdoor stijgt het aantal uitgegeven, verhandelde en afgeboekte GvO’s en wordt de markt beweeglijker en volwassener. Het systeem van GvO’s is verankerd in wet- en regelgeving en is in de basis betrouwbaar. Desalniettemin constateert Vertogas dat de gehele keten van aanvoer van biomassa tot het afleveren van groen gas aan klanten kwetsbaar is voor oneigenlijk gebruik. Vertogas heeft mandaat noch middelen om volledige ketencontroles uit te voeren. Het huidige pakket maatregelen in de keten blijkt in de praktijk niet overal effectief. Vertogas is met stakeholders, waaronder EZK, in gesprek om te kijken of regels en beleid kunnen worden bijgesteld. Het streven is om, op basis van draagvlak in de sector, het hoofd te bieden aan oneigenlijk gebruik van het GvO-systeem in de totale keten zodat de groengasmarkt succesvol door kan blijven groeien. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 89 07 Governance Governance Algemeen Corporate governance gaat over de manier waarop Gasunie wordt bestuurd, hoe daar toezicht op wordt gehouden en hoe wij daarover verantwoording afleggen. Goede corporate governance is een voorwaarde voor het effectief en efficiënt realiseren van gestelde doelen. Het zorgt voor een adequate beheersing van risico’s en voor een weloverwogen afweging van de belangen van alle stakeholders van Gasunie. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 90 1\. Aandeelhouder N.V. Nederlandse Gasunie (Gasunie) is een naamloze vennootschap met de Nederlandse Staat als enig aandeelhouder. De aandelen worden gehouden door het ministerie van Financiën. 2. Raad van Bestuur De Raad van Bestuur bestaat uit vier personen. Het bestuur is collectief verantwoordelijk voor het besturen van de onderneming. De CEO en de CFO zijn statutair bestuurder. Daarnaast zijn er twee titulaire leden: de Algemeen Directeur van GTS en de Algemeen Directeur Business Development & Participations. Op grond van de vereisten uit de Gaswet kunnen de titulaire leden niet voor alle Gasunie-activiteiten een collectieve verantwoordelijkheid dragen. 3. Raad van Commissarissen De Raad van Commissarissen bestaat uit zes personen en treedt op als werkgever van de statutaire bestuurders van Gasunie, houdt toezicht op De Raad van Bestuur en staat het bestuur met raad terzijde. Op basis van de Gaswet en de statuten worden ook belangrijke besluiten van GTS en andere dochtermaatschappijen aan de Raad ter goedkeuring voorgelegd. 4. Auditcommissie De Auditcommissie van de Raad van Commissarissen houdt met name toezicht op de risicobeheersings- en control-systemen, de jaarlijkse en halfjaarlijkse financiële verslaglegging, de financiering van de onderneming en pensioenen. 5. Belonings\- & selectie/benoemingscommissie De Raad van Commissarissen heeft geen afzonderlijke Remuneratiecommissie (best practice 2.3.2). Remuneratie is belegd bij de gecombineerde Belonings- & selectie/benoemingscommissie. Dit vindt zijn rechtvaardiging in het feit dat Gasunie als staatsdeelneming een eigen remuneratiemethodiek kent, waarbij het beloningsbeleid periodiek wordt herijkt. Met de herijking die in 2017 heeft plaatsgevonden, ligt het beloningsbeleid voor de komende jaren vast. 6. Besluitvorming Alle commissarissen hebben toegang tot de stukken van de commissies en van de commissievergaderingen wordt verslag gedaan in de vergaderingen van de gehele raad. Op basis daarvan vindt besluitvorming plaats. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 91 7. Onafhankelijkheidseis De leden van de Raad van Commissarissen voldoen aan de onafhankelijkheidseisen zoals verwoord in de best practices 2.1.7 t/m 2.1.9 van de Corporate Governance Code. 8. Gemitigeerd structuurregime Voor de onderneming geldt het zogenoemde gemitigeerde structuurregime. De governance- structuur is gebaseerd op boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de statuten van de vennootschap en diverse interne reglementen. Ook de Gaswet bevat diverse bepalingen die van invloed zijn op de governance van Gasunie. 9\. Diversiteit Raad van Bestuur In 2020 was het aandeel van vrouwen in de raad van bestuur 25%. Alle leden van de raad van bestuur hebben de Nederlandse nationaliteit. Het beleid is erop gericht om bij toekomstige vacatures diversiteit een belangrijke rol te geven in het wervings- en selectieproces. 10. Diversiteit Raad van Commissarissen Na een tijdelijke uitbreiding van het aantal commissarissen in 2019 is, met het aflopen van de benoemingstermijn van Rinse de Jong, het aantal commissarissen in 2020 weer teruggebracht van zeven naar zes, waarvan er twee vrouw zijn. Hiermee is het aandeel vrouwen 33%. Alle commissarissen hebben de Nederlandse nationaliteit. Een van de commissarissen heeft ook de Duitse nationaliteit. Bij het invullen van toekomstige vacatures wordt steeds gekeken naar een evenwichtig en divers samengestelde Raad van Commissarissen. Naleving van de Nederlandse Corporate Governance Code Gasunie past de Nederlandse Corporate Governance Codetoe voor zover dit toepasbaar is, alhoewel de code alleen geldt voor beursgenoteerde ondernemingen. De principes en best practice-bepalingen van de code zijn veelal geïmplementeerd in de statuten en in de diverse reglementen. Tegenstrijdige belangen Wij leven best practice-bepaling 2.7.4 na waarin wordt bepaald dat transacties met tegenstrijdige belangen die worden uitgevoerd door de leden van de Raad van Bestuur en de Raad van Commissarissen in het jaarverslag moeten worden vermeld. In 2020 hebben dergelijke transacties niet plaatsgevonden. Internal audit De afdeling Internal Audit stelt ieder jaar een auditjaarprogramma op bestaande uit een vast en flexibel onderdeel. Het vaste gedeelte richt zich op processen die regelmatig worden geaudit, terwijl het flexibele gedeelte inspeelt op actuele thema’s en vraagstukken. In 2020 hebben onder meer audits plaatsgevonden op het proces rond Europese aanbestedingen, het klant-erkenningsproces en capaciteitsplanning. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 92 De wijze waarop de audit wordt uitgevoerd is afgestemd op de behoefte van de Raad van Bestuur en de Auditcommissie van de Raad van Commissarissen. Internal Audit werkt daarnaast volgens de internationale kwaliteitsstandaarden van het Instituut voor Interne Auditors en is hier in 2020 voor gecertificeerd. Document of Representation De verantwoording van de (business)units aan de Raad van Bestuur vindt plaats via het Document of Representation (DoR). Hiermee geven de (business)units formele terugkoppeling in welke mate wordt voldaan aan de minimale vereisten voor management control. Dit document wordt jaarlijks met de Raad van Commissarissen besproken. Verantwoording De Raad van Bestuur is zich ervan bewust dat de beheerssystemen, hoe professioneel deze ook zijn, geen absolute zekerheid kunnen bieden dat de ondernemingsdoelstellingen worden gerealiseerd, noch dat deze systemen onjuistheden van materieel belang, verlies, fraude en overtredingen van wetten en regels volledig kunnen voorkomen. Ten aanzien van financiële verslaggevingsrisico's verklaart de Raad van Bestuur dat de interne risicobeheersings- en control-systemen voldoende mate van zekerheid geven, dat de financiële verslaggeving geen materiële onjuistheden bevat, en dat de risicobeheersings- en control-systemen in het verslagjaar adequaat hebben gewerkt. Eventuele tekortkomingen, waar dit jaar geen sprake van is, worden opgenomen in het jaarverslag. Materiële risico’s die komend jaar relevant zijn maken onderdeel uit van dit jaarverslag. De verwachting is dat de continuïteit van de vennootschap minimaal voor de komende twaalf maanden gewaarborgd is. Beschikbaarheid documentatie Op de website van Gasunie zijn de volgende documenten beschikbaar: het reglement houdende principes en best practices voor de Raad van Commissarissen en de commissies; het reglement houdende principes en best practices voor de Raad van Bestuur; de regeling 'Meld wat mis is' (de regeling inzake het omgaan met het vermoeden van een misstand); de Gedragscode; met betrekking tot de Corporate Governance code: een ‘pas toe of leg uit’-overzicht met betrekking tot de toepassing van de Code. Risk Management, Control en Compliance Governance en Management Control Het Governance en Management Control-bouwwerk van Gasunie is gebaseerd op het Three Lines Model. Het uitgangspunt van dit model is dat het lijnmanagement (de eerste lijn) de operationele verantwoordelijkheid draagt voor het beheer van risico’s. De tweede lijn bestaat uit specialistendie de Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 93 eerste lijn ondersteunen en adviseren, zoals Risk Management, Control en Compliance. De derde lijn wordt tenslotte gevormd door Internal Audit die door middel van het uitvoeren van audits de werking en effectiviteit van het risicomanagement- en control-systeem beoordeelt. De Raad van Bestuur draagt de eindverantwoordelijkheid voor het risicomanagement en legt daarover verantwoording af aan de Raad van Commissarissen. De Raad van Commissarissen spreekt op regelmatige basis met (leden van) de Raad van Bestuur over Governance en Management Control, waarbij onder meer belangrijke risico's en uitkomsten van audits worden besproken. Risicomanagement is daarmee een activiteit die op alle niveaus in de organisatie terugkomt. Risicomanagement Belangrijke aspecten in de uitvoering van risicomanagement zijn het vaststellen van de corporate risicobereidheid en het uitvoeren van risicoanalyses op verschillende niveaus in de organisatie. De corporate risicobereidheid en de corporate risicoanalyse worden hieronder in meer detail beschreven. Risicobereidheid De Raad van Bestuur stelt ieder jaar de risicobereidheid vast ten aanzien van de drie pijlers van de strategie. Op deze wijze doen we een uitspraak over de mate waarin de organisatie bereid is om risico’s te nemen ten behoeve van het behalen van de strategische doelen. Daarnaast hanteren we een aantal algemene principes die de strategische pijlers overstijgen en waaraan we als organisatie te allen tijde moeten voldoen. De risicobereidheid dient als leidraad in strategische en operationele besluitvorming. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 94 Algemene Principes We proberen onveilige situaties te voorkomen die onze naasten, medewerkers, aannemers, of de omgeving in gevaar kunnen brengen. We handelen op basis van de hoogste veiligheidsstandaarden in onze sector. We doen ons uiterste best om materiële fouten in financiële systemen of externe rapportages te voorkomen, en we zijn niet bereid om risico’s te nemen die onze toegang tot financiële markten zouden kunnen beperken. We hechten grote waarde aan de naleving van de wet. In onze operationele activiteiten kunnen we geconfronteerd worden met dilemma’s, waar we vervolgens op transparante wijze mee omgaan. We proberen risico’s te vermijden die onze reputatie kunnen beschadigen ten behoeve van het behouden van onze licence to operate. Strategische Pijler I: We optimaliseren onze bestaande infrastructuur We richten ons op het behouden van onze licence to operate. Besluiten op het gebied van transportzekerheid nemen we in lijn met ons risicogebaseerd assetmanagement-raamwerk. Het lage gereguleerde rendement in Strategische PijlerI gaat gepaard met een risico-avers financieel profiel. We stellen inkomsten zeker voordat strategische investeringsbesluiten worden genomen. Strategische Pijler II: We faciliteren de Europese gasmarkt Alhoewel transportzekerheid even belangrijk is als in Strategische PijlerI, accepteren we dat we in zekere mate afhankelijk zijn van vertrouwde partijen die andere operationele standaarden kunnen hanteren. Financiële risico’s op het gebied van strategische investeringen baseren we op een acceptabele balans tussen risks en rewards. Daarnaast toetsen we strategische investeringen op hun publieke relevantie en maatschappelijke impact. Strategische Pijler III: We versnellen de transitie naar een CO₂-neutrale energievoorziening De afhankelijkheid van externe partners en het innovatieve karakter van projecten in Strategische PijlerIII, kan andere operationele standaarden vereisen. Ondernemerschap is benodigd voor onze waardecreatie op lange termijn, wat gepaard gaat met een hogere financiële risicobereidheid voor strategische investeringen. We zijn bereid meer onzekerheid te accepteren met betrekking tot verwachte rendementen ten behoeve van het ontwikkelen van toekomstige verdienmodellen. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 95 Risicoanalyses Gasunie hanteert een aantal instrumenten om de verschillende (soorten) risico’s in kaart te brengen: 1. 2. 3. 4. 5. 1\. Corporate Risk Analysis (CRA) In de CRA analyseren we jaarlijks de belangrijkste strategische en operationele risico’s die het realiseren van onze strategie op middellange tot lange termijn in de weg kunnen staan en/of de uitvoering van onze bedrijfsprocessen negatief kunnen beïnvloeden. De CRA vormt een integraal onderdeel van ons corporate businessplan dat drie jaar vooruitkijkt en dat we elk jaar vernieuwen. 2. Business Risk Analysis (BRA) Voor onze businessunits en serviceproviders voeren we jaarlijks een BRA uit. Deze bestaat uit (i) de corporate risico’s die aan de betreffende businessunit of serviceprovider toegewezen zijn, en uit (ii) de risico’s die specifiek van toepassing zijn op de businessunit respectievelijk serviceprovider. De BRA kijkt naar risico’s op de korte tot middellange termijn en vormt een integraal onderdeel van de businessunit- plannen. 3. Project Risk Analysis (PRA) Projectrisicoanalyses voeren we uit gedurende de verschillende fasen van een project. De belangrijkste projectrisico’s verwerken we in de interne rapportages en controleplannen van de afdelingen die betrokken zijn bij deze projecten. 4. Operational Risk Analysis (ORA) Operationele risicoanalyses voeren we uit op bedrijfsprocessen. De uitkomsten van ORA’s verwerken we in de interne rapportages en controleplannen van de afdelingen die betrokken zijn bij deze processen. 5. Interne Controle Plannen (ICP) Mitigerende maatregelen die worden genomen om in de operationele risicoanalyse gedefinieerde risico’s te beheersen, moeten worden getoetst op effectiviteit. Dat doen we in interne controleplannen. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 96 Corporate risico’s In onderstaand overzicht presenteren we een beknopt overzicht van de actuele corporate risico’s. Alle gepresenteerde risico’s hebben een potentieel significante materiële impact op het behalen van de strategische doelstellingen of op de uitvoering van bedrijfsprocessen. Strategische risico’s Nr. Risico Samenvatting van beheersmaatregelen 1 Robuustheid van regulering in gastransmissie In dialoog blijven met regulators en andere belanghebbenden om regulering te optimaliseren in de context van een dalende benutting van assets Optimaliserenassetmanagement (kosten\- en risico-efficiëntie) Bevorderen van crossborder-marktintegratie Bevorderen van alternatieve benutting van assets (groengas, waterstof) 2 Afnemendelangetermijn- terugverdiencapaciteit in gastransmissie In dialoog blijven met regulators en andere belanghebbenden om regulering te optimaliseren in de context van efficiëntievereisten enafschrijvingstermijnen 3 Geringe beschikbaarheid van, en competitie bij, investeringsmogelijkheden in gas assets Monitoren en voorbereiden van investeringsmogelijkheden om snel te kunnen reageren Overwegen van creatieve en competitieve transactiestructuren Overwegen van kleinere (niet-traditionele) investeringsmogelijkheden 4 Afnemend maatschappelijk draagvlak voor investeringen in warmte en CCUS Versterken van stakeholdermanagement en betrokkenheid Verbeteren van positionering voor subsidies, inclusief in de EU Uitdragen van hetGasunie-narratief in maatschappelijke discussie over energietransitie 5 Achterblijvende ontwikkeling van upstream en downstream markten in energietransitie- investeringen Verwerven van positie in waterstofconversie om marktontwikkeling te bevorderen Bevorderen van samenwerking met partijen in de gehele waardeketen 6 Het niet realiseren van een juridisch mandaat en regulering in energietransitie-investeringen Waarborgen van nadrukkelijke aandacht op PublicAffairsin Nederland en de EU. Versterken van samenwerking met andereTSO’sop Europees niveau 7 Technologische ontwikkelingen afwijkend van onze strategie, of versnellend buiten onze paraatheid Diversifiëren portfolio Groen Gas Monitoren van technische ontwikkelingen in overigeGasunieNew Energy clusters Verwerken van technologische ontwikkelingen in de ontwikkeling van de strategie 8 Reputatieschade in relatie tot de uitvoering van grote en complexe projecten Behouden van speciale aandacht voor voorkomen projectvertragingen Waarborgen van adequate personeelsbezetting voor projecten met grote publieke blootstelling Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 97 Nr. Risico Samenvatting van beheersmaatregelen Handhaven van hoge kwaliteitsstandaarden op het gebied van projectmanagement en gebruik van financiële en personele middelen 9 Geopolitiek Diversifiëren van portfolio en beheren van afhankelijkheid van energiebronnen en infrastructuur Onderhouden van goede contacten met een diversiteit aan klanten en belanghebbenden Uitvoeren van scenarioanalyses en verwerken daarvan in contracten, besluitvorming en bedrijfsprocessen Operationele risico’s Nr. Risico Samenvatting van beheersmaatregelen 10 ICT-verstoringenen -misbruik Uitvoeren van oefeningen op het gebied van het omgaan met incidenten en bedreigingen Verbeteren van begrip van de status van ICT- security door middel van data-analyse en monitoring Verbeteren van ICT-security-werkzaamheden en - processen Verminderen van complexiteit en fragmentatie van ICT-oplossingen door middel van standaardisatie Verhogen van het bewustzijn van medewerkers 11 Calamiteiten op het vlak van Veiligheid, Gezondheid, en Milieu (VGM) Handhaven vanGasunieTechnische Standaarden, VGM-beleid, Safety Management Systems, enMoC- procedures Ontwikkelen van data-gestuurde besluitvorming Behouden van voldoende voorzichtigheid inRisk- BasedAsset Management Waarborgen van VGM-prestaties van aannemers 12 Personeel en organisatorische verandering StandaardiserenFunctiebouwwerk UpdatenStrategischePersoneelsplanning Uitvoeren van talentonwikkelingsprogramma’s Ontwikkelen van flexibele arbeidsvoorwaarden ten dienste van zowel oudere als jongere werknemers Positioneren vanGasunieals aantrekkelijk merk voor toekomstige en bestaande werknemers 13 Fraude Implementeren van maatregelen van de Fraudepreventie-evaluatie Opnemen van frauderisico’s inaudits Toezien op strikte voorwaarden contractmanagement Betrekken van frauderisico’s in ICT-oplossingen Uitvoeren van adequate screening van relevante werknemers Organiseren van periodiekebusiness hackpogingen door externe partijen 14 Kwetsbaarheid toeleveringsketens Overwegen van alternatieve leveranciers voor kritieke onderdelen Onderhouden van goede relaties met leveranciers op basis van regelmatig contact Opbouwen van adequate voorraden in het geval van monopolistische posities van leveranciers Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 98 Nr. Risico Samenvatting van beheersmaatregelen 15 Kredietrisico’s Waarborgen van CreditRisk Managementprocedures Uitvoeren van kredietwaardigheidsanalyses en screening van nieuwe partijen (periodieke herbeoordeling) Vereisen van onderpand in het geval van onvoldoende kredietwaardigheid Monitoren van blootstelling aan grote klanten Monitoren veranderingen in de kredietwaardigheid van klanten COVID-19 Onze afdelingen Risicomanagement en Control hebben een belangrijke rol gespeeld in het identificeren en beheren van de risico’s volgend op de uitbraak van de COVID-19-pandemie. In nauwe samenwerking met het crisisteam heeft Risicomanagement de materiële effecten op korte en middellange termijn direct inzichtelijk gemaakt. De betreffende rapportage is vervolgens overgedragen aan Control, waarmee de uitvoering van relevante maatregelen onderdeel werd van de standaard bedrijfsvoering en processen. Compliancemanagement Compliance bij Gasunie richt zich op het bevorderen en handhaven van de naleving van (inter)nationale regelgeving, normen en interne regels, waaronder de Gedragswijzer. Het doel van compliance is de integriteit van de organisatie te borgen, het bestuur en de medewerkers te beschermen en wettelijke en regulatoire sancties, materieel financieel verlies en reputatieschade van de organisatie te voorkomen. Het compliancemanagementsysteem van Gasunie is gebaseerd op de internationale richtlijn voor compliancemanagement 19600 en vastgelegd in ons compliancestatuut. Het statuut beschrijft de verantwoordelijkheden en de monitoring van en rapportage over compliance. De (unit)managers zijn als ‘first line’ verantwoordelijk voor compliance in hun unit of afdeling. De corporate complianceofficer heeft als ‘second line’ een onafhankelijke rol en rapporteert direct aan de Raad van Bestuur. Er wordt jaarlijks gerapporteerd over het compliancesysteem aan de Raad van Commissarissen via de Compliance-brief. Het compliancebeleid is verder uitgewerkt in diverse interne documenten, waaronder de Gedragswijzer, de Meld wat mis is Regeling, Beleidsuitgangspunten omgaan met informatie en het Reglement. Daarnaast verbinden leveranciers zich aan de Gasunie Supplier Code of Conduct. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 99 Eind 2020 is de Gedragscode vervangen door de Gedragswijzer – Samen Werken. Bij het opstellen van de Gedragswijzer was het uitgangspunt: welk gedrag hebben we nodig om onze ambities voor 2030 waar te kunnen maken? En wat verwachten we van elkaar op het gebied van integer handelen? De Gedragswijzer is tot stand gekomen in overleg met de Raad van Bestuur, het leiderschapsteam en medewerkers van Gasunie via klankgroepen. De regeling “Meld wat mis is” borgt dat medewerkers vertrouwelijk melding kunnen doen van ongewenste omgangsvormen of integriteitskwesties. Er is een interne onderzoekscommissie die de meldingen onderzoekt en hierover advies uitbrengt aan de Raad van Bestuur. In 2020 zijn er geen meldingen gedaan bij de onderzoekscommissie. Gasunie heeft zes vertrouwenspersonen, verspreid over de Gasunie-locaties, die vertrouwelijk kunnen worden geraadpleegd. Ook is een externe coördinator voor de vertrouwenspersonen aangesteld. In 2020 hebben we geen gevallen van omkoping of corruptie geconstateerd. Verslag van de Raad van Commissarissen Als Raad van Commissarissen (hierna RvC of raad) houden we toezicht op en staan het bestuur met raad terzijde (gevraagd en ongevraagd) met betrekking tot het formuleren en realiseren van de doelstellingen, strategie en het beleid van N.V. Nederlandse Gasunie. We treden op als werkgever van de Raad van Bestuur (RvB). De RvC richt zich bij de vervulling van zijn taak op het belang van de vennootschap en weegt daartoe de in aanmerking komende belangen van de bij de vennootschap betrokkenen, zoals aandeelhouders, medewerkers, directe en indirecte klanten en de maatschappij (‘’het publieke belang’’). COVID-19 Vanaf het eerste kwartaal stond 2020 in het teken van de COVID-19-pandemie. Gasunie heeft dankzij een tijdige en adequate respons dit jaar goed kunnen functioneren, zowel in haar primaire infrastructurele en operationele activiteiten als bij haar ontwikkelings- en investeringsprojecten. Dit heeft veel gevraagd van de medewerkers. Wij spreken er onze bewondering voor uit, hoe de organisatie heeft gereageerd op de COVID-crisis en hoe de medewerkers hierin naar elkaar hebben omgezien. Onze omgeving De wereld waarin Gasunie opereert, verandert snel. De winning van gas uit het Groningenveld wordt in navolging van eerdere besluitvorming (2018) versneld afgebouwd, zodat de productie in 2022 zo goed als gestaakt kan worden. Met het Klimaatakkoord(2019) maakte Nederland concrete afspraken over de transitie van een energiesysteem dat voornamelijk is gebaseerd op fossiele brandstoffen naar een energiesysteem dat zal zijn gebaseerd op hernieuwbare energiebronnen. Vanuit de Nederlandse overheid zijn hier in 2020 een aantal richtinggevende beleidsagenda’s aan toegevoegd, in het bijzonder de kabinetsvisies over de rol van gas in het energiesysteem,waterstofen de Routekaart Groen Gas. Nederland zet deze richting niet in isolatie in: Duitsland publiceerde een Nationale Wasserstoffstrategie en de Europese Commissie deed voorstellen voor de EU Green Deal en scherpte haar doelstellingen aan naar 55% reductie van broeikasgassen in 2030. Door de Kohleausstieg van Duitsland wordt daar overigens zeker in de komende jaren een extra gebruik van aardgas in de elektriciteitsopwekking Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 100 verwacht. Naast deze specifieke energietransitiecontext speelden verschillende bredere ontwikkelingen, zoals COVID-19, de toenemende geopolitieke spanningen tussen de Verenigde Staten en Rusland (Nord Stream2) en Brexit (BBL). Onze werkzaamheden Visie 2030 en businessplan 2021 - 2023 De raad stelde het Gasunie businessplan 2021-2023 (‘Op naar 2030!’) vast, inclusief het daarbij horende risicoprofiel en het financieringsplan. Drie strategische pijlers staan hierin centraal: optimale infrastructuur, Europees verbindend en versnellen van de energietransitie. Het businessplan is een concretisering van de eerste jaren van de Visie 2030\. Deze Gasunie Visie 2030 is een vertaling van de strategie en bevat een ambitieuze agenda, passend bij de Gasunie-capaciteiten en broodnodig voor de maatschappelijke opgaven waarvoor we staan. In de Visie 2030 is de ambitie dat in 2030: De investeringen die hieruit voortvloeien, kunnen oplopen tot €7 miljard cumulatief over de periode tot en met 2030, afhankelijk van de realisatie van investeringsprojecten en grote onzekerheden in ontwikkelingen in de energietransitie. De raad is van oordeel dat de financierbaarheid hiervan binnen de ten doel gestelde creditratings kan plaatsvinden. Gasunie zich van een gastransportbedrijf heeft getransformeerd in een energie- infrastructuurbedrijf; Gasunie een rol speelt in de opslag en het transport van (groen) gas, waterstof, CO₂en warmte; het mogelijk is gemaakt dat de productie van gas uit het Groningenveld is gestopt (per 2022); het wegvallen van Groningengas is opgevangen door internationaal gas dat getransporteerd wordt via pijpleidingen (Noordwest-Europa en Rusland) en schepen (LNG); ‘Groningen-kwaliteit aardgas’ verder geleverd wordt dankzij stikstofinstallaties die de kwaliteit van geïmporteerd aardgas kunnen aanpassen; door een aanpassing in de bestaande gaspijpleidingen een open access waterstofbackbone in Nederland kan worden geopereerd met verbindingen naar de grote industriële clusters, Duitsland, België, Frankrijk en andere Europese landen; grote electrolyse-installaties en een waterstofbeurs de energieverzorging en de waterstofeconomie ondersteunen. Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen: Green Deals In het businessplan is het beleid voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) door middel van ‘Gasunie Green Deals’ expliciet gekoppeld aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties (SDG’s). De belangrijkste SDG’s waar Gasunie een impact op heeft zijn: ‘betaalbare en duurzame energie’, ‘industrie, innovatie en infrastructuur’, ‘klimaatactie’ en ‘partnerschap om doelstellingen te bereiken’. Planrealisatie in 2020 Gasunie presteerde goed in haar eerste strategische pijler, een optimale en veilige infrastructuur zonder transportonderbrekingen en een robuuste prestatie op het gebied van veiligheid, kosten en winstgevendheid. De raad monitort de operationele en veiligheidsprestaties en bespreekt deze met het bestuur. De Veiligheidsdag, waar normaliter ook leden van de RvC naartoe gaan, kon door COVID-19 dit Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 101 jaar onsite helaas niet doorgaan, maar kreeg online een goede vervanging rond het thema 'Veilig en verbonden'. Voorafgaand aan de vaststelling van het businessplan is het risico\- en bedrijfswaardenprofiel besproken dat hoort bij de risicogebaseerde assetmanagementmethodiek van Gasunie. Gasunie (GTS) adviseerde het ministerie van Economische Zaken en Klimaat in de besluitvorming over de mogelijkheden en voorwaarden voor de sluiting van het Groningenveld en de toekomstige vormgeving van de gasmarkt. Een belangrijke bijdrage aan de reductie van de Groningenproductie is gerealiseerd door de uitbreiding van de stikstofcapaciteit bij Wieringermeer. Daarnaast is in het voorjaar de bouw gestart van de stikstofinstallatie bij Zuidbroek. Voor de ombouw van installaties van industriële grootafnemers van laag- naar hoogcalorisch aardgas werd na het in werking treden van de wet het investeringsbesluit genomen en zijn de werkzaamheden inmiddels gestart. De raad sprak meerdere malen met het bestuur over de vormgeving van nieuwe reguleringskaders in Nederland (2022-2026) en Duitsland (2023-2027). De afbouw van gaswinning uit het Groningenveld vergroot het belang van Europese gasverbindingen (tweede strategische pijler). De RvC gaf goedkeuring aan een investeringsbesluit bij Gasunie Duitsland, waardoor significant meer capaciteit beschikbaar komt voor de benodigde import van aardgas naar Nederland. Verder vorderen de werkzaamheden in Duitsland aan de EUGAL-leiding, de netwerkuitbreiding bij Wolfsburg en de plannen voor de bouw van een LNG-terminal in Noord-Duitsland. Voor wat betreft de derde strategische pijler van Gasunie, versnellen van de energietransitie, is er een aantal grote projecten in verschillende fasen van ontwikkeling. Zo zijn er plannen ontwikkeld voor de transitie van delen van het Nederlandse Gasunie-netwerk tot een backbone-transportnet voor waterstof. Wat waterstof betreft werden belangrijke voorbereidende stappen gezet. Samen met TenneT (Nederland en Duitsland), het Deense Energinet en Havenbedrijf Rotterdam werden plannen verder gebracht voor de North Sea Wind Power Hub. En met Shell, het Duitse RWE, het Noorse Equinor en Groningen Seaports werd een van de grootste waterstofprojecten van Europa gelanceerd: NortH2. Nederland is in internationaal perspectief goed gepositioneerd om leidend te zijn in waterstof. Andere landen hebben inmiddels ook grote investeringsplannen aangekondigd en het komt er nu op aan dat de Nederlandse overheid, Gasunie en haar partners in de eerstvolgende jaren plannen weten om te zetten in substantiële concrete projecten. De RvC ondersteunt deze ambitie en zal de onderneming hierin constructief begeleiden. Met betrekking tot het CO₂-transport en -opslagproject Porthos keurde de raad de structuur van de samenwerking goed. Een tijdelijke subcommissie van de raad deed gericht onderzoek naar de corporate structuur (samenwerking EBN, Havenbedrijf Rotterdam en Gasunie) en het risicoprofiel van dit belangrijke eerste CO₂-transport en -opslagproject. Porthos kreeg een Europese subsidie van €102 miljoen. In 2021wordt het commerciële investeringsbesluit verwacht. Voor het project WarmtelinQ (warmtetransport in de provincie Zuid-Holland), waarvoor eerder een conditioneel investeringsbesluit werd genomen en in 2020 door de raad voornamelijk werd gemonitord in hoeverre aan de condities wordt voldaan, verwachten we in 2021 een finale investeringsbeslissing. Organisatie in ontwikkeling Gasunie is een organisatie van hoge kwaliteit met een grote betrokkenheid van de medewerkers. De veranderingen zijn groot, zowel als gevolg van de reorganisaties van de afgelopen jaren als vooruitkijkend naar de transformatie van Gasunie van gastransport- en -opslagbedrijf naar energie- Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 102 infrastructuurbedrijf. In dit kader stelt de raad het open contact met de Ondernemingsraad (OR) zeer op prijs. Met de RvB spreken we regelmatig over de benodigde veranderingen in organisatie en cultuur en de stappen die de onderneming neemt ten aanzien van de duurzame ontwikkeling van medewerkers. We hebben het potentieel van de mensen in het hogere management besproken en de opvolgingsplanning in dit management en in de Raad van Bestuur. De raad heeft ook een ontmoeting gehad met een aantal deelnemers uit het trainee\- en talentontwikkelingsprogramma en zich laten bijpraten over de verschillende Gasunie-ontwikkelprogramma’s voor medewerkers. Jaarrekening 2020 De raad heeft het jaarverslag 2020 besproken en na kennisneming van het positieve advies van de Audit Commissie en de goedkeurende controleverklaring van de externe accountant PricewaterhouseCoopers N.V., besloten de jaarrekening over 2020 ter vaststelling aan te bieden aan de Algemene Vergadering. Ook stelt de raad voor om van de nettowinst €262,3 miljoen uit te keren als dividend en € 337,4miljoen toe te voegen aan de overige reserves. Samenstelling en werkwijze Raad van Commissarissen Samenstelling en besprekingen Bij de aandeelhoudersvergadering begin 2020 nam Rinse de Jong wegens het bereiken van het einde van zijn tweede vierjarige termijn afscheid als voorzitter van de RvC. Wij zijn Rinse dankbaar voor de rol die hij als voorzitter onder andere heeft gehad bij het positioneren van Gasunie in de energietransitie en het opzetten van een nieuw RvC-team. Pieter Duisenberg is per dezelfde aandeelhoudersvergadering Rinse de Jong opgevolgd als voorzitter. In 2020 is Willem Schoeber herbenoemd voor een periode van twee jaar. De raad heeft Martika Jonk voorgedragen voor herbenoeming van één jaar per AvA 2021\. Beide commissarissen zullen per AvA 2022 hun maximale reguliere benoemingstermijn van acht jaar hebben bereikt. De raad is divers en evenwichtig samengesteld. Alle commissarissen zijn onafhankelijk. We streven in het bijzonder naar een gebalanceerde man/vrouw-verhouding. Daarnaast wil de raad zich bij aanstaande nieuwe RvC- benoemingen versterken op het gebied van kennis van de Duitse markt, grote energietransitieprojecten en digitalisering. De raad vergaderde in 2020, grotendeels online in verband met COVID-19, tienmaal, waarvan tweemaal zonder de RvB: over het eigen functioneren en over het Porthos-project. Daarnaast was er de jaarlijkse ontmoeting met de OR en zijn leden van de RvC aangeschoven bij overlegvergaderingen van de OR. Leden van de raad hadden werkbezoeken aan de stikstofinstallatie (bestaand en in aanbouw) Zuidbroek, EnergyStock en HyStock en compressorstation Ommen in Vilsteren. De voorzitters van de RvB en RvC hadden een overleg met hun collega’s van TenneT. Contacten met de Ondernemingsraad Gedurende 2020 hebben individuele leden van de raad een tweetal overlegvergaderingen met de Ondernemingsraad bijgewoond. Ook is het dit jaar mogelijk geweest om het inmiddels traditionele najaarsgesprek met de Ondernemingsraad te laten plaatsvinden in aanwezigheid van alle commissarissen. Gelukkig kon dit gesprek fysiek plaatsvinden op het Gasunie-hoofdkantoor. In Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 103 verschillende gespreksrondes aan deeltafels zijn er in een ‘free format’ gedachten uitgewisseld over de koers van Gasunie en de daarbij behorende uitdagingen voor de organisatie. Beide partijen ervaren dit gesprek als zeer nuttig. In 2020 heeft de OR ingestemd met de voordacht voor herbenoeming van Martika Jonk als voordrachtscommissaris. Daarnaast is er meermaals met de Ondernemingsraad gesproken over de profielen en kandidaten voor de aanstaande vacante posities in de Raad van Commissarissen. Belonings- & selectie/benoemingscommissie (BBC) Leden: Martika Jonk (voorzitter), Dirk Jan van den Berg, Pieter Duisenberg De BBC heeft in 2020 vijfmaal online vergaderd over reguliere onderwerpen, zoals de realisatie van de doelstellingen ten behoeve van de vaststelling van de variabele beloning van de RvB over 2019, de vaststelling van nieuwe kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen voor de variabele targetbeloning van de RvB over 2020, de remuneratieparagraaf voor het jaarverslag met betrekking tot 2019. Leden van de commissie hebben gedurende het jaar veel tijd besteed aan het zoeken naar twee nieuwe commissarissen die naar verwachting gedurende 2021 en 2022 benoemd zullen worden. Deze procedure ronden we naar verwachting in de eerste helft van 2021 af. De discussies en bevindingen van de BBC worden gerapporteerd in de plenaire vergaderingen van de RvC. De vergaderstukken en notulen van de commissie worden aan alle commissarissen ter beschikking gesteld. Wij zijn verantwoordelijk voor een goed functionerende RvB in zijn geheel. Daartoe voeren de leden van de BBC periodiek formele functioneringsgesprekken met alle leden van de RvB, het meest recent in januari 2021\. Daarnaast kunnen we uit de vele contacten die we met de bestuurders hebben, maar ook met de Ondernemingsraad en anderen binnen en buiten de organisatie ons op andere manieren een oordeel vormen over de wijze waarop het bestuur de onderneming leidt. De raad is van mening dat het functioneren van het bestuur goed is en goed past bij de fase waarin Gasunie zit. De uitkomsten van de jaarlijkse beoordeling zijn van grote invloed op de hoogte van de uit te keren variabele beloning van de RvB. Deze past onzes inziens bij het belang dat de realisatie van de langetermijndoelen van de vennootschap moet hebben. Voor de kortetermijndoelstellingen worden jaarlijks kengetallen afgesproken, onderverdeeld in financiële en niet-financiële doelen, zoals veiligheid, leveringszekerheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Dit zijn zaken die ‘gewoon op orde’ moeten zijn. De bepaling van de uit te keren variabele beloning gebeurt door de voltallige raad op advies van de BBC. Auditcommissie (AC) Leden: Carolina Wielinga (voorzitter), Willem Schoeber, Ate Visser De AC ondersteunt de RvC met het toezicht op de opzet en werking van de interne risicobeheersings- en controlesystemen, het financiële verslagleggingsproces en de instelling en handhaving van daarbij horende interne procedures, de financiering van de vennootschap en de relatie met de in- en externe accountants. De AC heeft in 2020 vier keer vergaderd. Naast de leden van de commissie en de secretaris waren in de reguliere vergaderingen steeds aanwezig: de CFO, de interne auditor, de externe Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 104 accountant, de secretaris van de AC, de concerncontroller en de bestuurssecretaris. Daarnaast heeft de commissie met de externe accountants en de interne auditor vergaderd buiten aanwezigheid van het management. Op de agenda stonden reguliere onderwerpen zoals de periodieke interne en externe financiële rapportages, het businessplan, de fiscaliteit, de financiering, winstbestemming en dividend, de periodieke verslagen van de operational auditor en de vaststelling van zijn werkplan, het controleplan van de externe accountant, het jaarverslag 2019, inclusief de jaarrekening 2019, de managementletter en het accountantsverslag, het Document of Representation van het bestuur, de risicomatrix en de beheersing van de belangrijkste risico’s, de ontwikkelingen in informatietechnologie en inkoop en effectiviteit van de beveiliging met het oog op een veilig en betrouwbaar gastransport. In 2020 heeft de AC nadrukkelijk aandacht besteed aan strategische risico’s en informatieveiligheid. De voorzitter van de AC spreekt voorafgaand aan de vergaderingen rechtstreeks met de externe accountant, meestal in aanwezigheid van de CFO. De discussies en bevindingen van de commissie worden gerapporteerd in de plenaire vergaderingen van de RvC. De vergaderstukken en notulen van de commissie worden aan alle commissarissen ter beschikking gesteld. Contact met de aandeelhouder Met de aandeelhouder (de directeur Financieringen namens het ministerie van Financiën) is vanuit de raad tweemaal formeel overleg gevoerd en daarnaast heeft nog een aantal informele online overleggen plaatsgevonden. Onderwerpen van bespreking waren de strategie, het businessplan, financieringsplan, grote projecten en het functioneren van de Raad van Bestuur. De relatie met de aandeelhouder is open en constructief. Eind 2020 is een overleg gevoerd met de Minister van Financiën, over de Gasunie- strategie en de ontwikkelingen en kansen ten aanzien van waterstof in Nederland en Noordwest- Europa. Evaluatie van het functioneren van de raad Naar aanleiding van een extern begeleide evaluatie concludeert de RvC dat de raad en commissies naar behoren functioneren. Gedurende 2020 heeft de RvC zijn werkzaamheden aangescherpt op het vroegtijdig volgen van de pijplijn van investeringsprojecten, strategische (en geopolitieke) risico’s en aandacht voor talent en de transitie in de organisatie. De raad heeft verdiepingssessies gehouden over de Visie 2030, Risk Based Asset Management, regulering in Nederland en Duitsland en geopolitieke ontwikkelingen. Daarnaast volgen de leden individuele cursussen en programma’s om hun functioneren te verbeteren. Dank en ‘Op naar 2030!’ Wij danken alle medewerkers, management en de Raad van Bestuur voor de samenwerking en voor hun inzet, betrokkenheid en veerkracht in dit bijzondere COVID-jaar. Wij kijken uit naar de belangrijke stappen van Gasunie de komende jaren in het realiseren van haar visie: ‘Op naar 2030!’. Groningen, maart2021 Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 105 Raad van Commissarissen van N.V. Nederlandse Gasunie Pieter Duisenberg, voorzitter Dirk Jan van den Berg, vicevoorzitter Martika Jonk Willem Schoeber Ate Visser Carolina Wielinga Pieter Duisenberg Dirk Jan van den Berg Martika Jonk Willem Schoeber Ate Visser Carolina Wielinga Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 106 Remuneratiebeleid Raad van Bestuur Het remuneratiebeleid is door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 4oktober 2017 vastgesteld, op voordracht van de RvC met inachtneming van het advies van de Belonings- & selectie/ benoemingscommissie. Doelstellingen en principes van het remuneratiebeleid Het remuneratiebeleid is gericht op het aantrekken, motiveren en vasthouden van bestuurders met de juiste kwaliteit en ervaring, zowel uit eigen kweek als bewezen talent uit de markt. De beloning reflecteert de verantwoordelijkheid die de bestuurders dragen, en is afgezet tegen geldende beloningsprincipes in de markt, zoals hierna wordt uitgelegd. Dit bestuurlijke talent is noodzakelijk voor het realiseren van de doelstellingen van de strategie van Gasunie in de hiervoor geschetste context. Bij de uitvoering van dit beleid gelden de volgende overwegingen: Met de Staat als enig aandeelhouder, past Gasunie in beginsel de uitgangspunten toe die gelden voor het beloningsbeleid van staatsdeelnemingen. Indien dit naar de mening van de RvC tot onacceptabele risico’s voor de onderneming leidt, zal de RvC in overleg treden met de aandeelhouder. Voor het remuneratiepakket van bestuurders hanteert Gasunie een marktvergelijking op basis van een relevante arbeidsmarktreferentiegroep; deze groep bestaat uit (semi-) publieke, private en internationale ondernemingen die zich zowel qua grootte (aantal medewerkers, assets en omzet) als qua activiteiten in voldoende mate laten vergelijken met Gasunie. In de vergelijking zitten met name bedrijven uit de energie-, distributie-, installatie-, bouw- en ingenieursadviessector. De structuur van de bezoldiging van bestuurders wordt vastgesteld aan de hand van de marktvergelijking, waarbij aangesloten wordt bij de beloningsverhoudingen binnen de onderneming, zodat er een logisch doorlopende salarislijn is van de functies in de RvB naar de functies onder de RvB. De variabele beloning geldt afhankelijk van de realisatie van doelen op korte en lange termijn en op operationeel en strategisch gebied. Beloningselementen De remuneratie bestaat uit: een vast gedeelte (basisjaarsalaris); een variabel gedeelte, afhankelijk van het realiseren van zowel korte- als langetermijndoelstellingen, zoals in onderstaande teksten gespecificeerd; een werkgeversbijdrage in de pensioenpremie; overige secundaire arbeidsvoorwaarden. Basisjaarsalaris De RvC limiteert bij benoeming van bestuurders de som van vast en variabel jaarsalaris tot het maximum van €367.000 (niveau 2017) voor de voorzitter van de RvB. De RvC bepaalt de jaarlijkse groei van het salaris. Als het maximumsalaris is bereikt, wordt verdere groei beperkt tot de structurele verhogingspercentages van de cao. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 107 Variabele beloningselementen De variabele beloningselementen zijn gebaseerd op het beloningsbeleid dat door de aandeelhouder is goedgekeurd. Het maximum van de variabele beloningselementen is 20% van het basisjaarsalaris. De doelen voor het behalen van deze beloningselementen worden jaarlijks vastgesteld. Ze moeten ambitieus zijn en de op langetermijn-waardecreatie gerichte strategie van de onderneming reflecteren. De RvC heeft de bevoegdheid om, binnen de hiervoor aangegeven limieten, de variabele bezoldiging aan te passen wanneer deze tot onbillijke uitkomsten leidt vanwege buitengewone omstandigheden in de prestatieperiode. De RvC heeft eveneens de bevoegdheid de variabele beloning die is toegekend op basis van onjuiste (financiële) gegevens of 'incorrect gedrag' terug te vorderen van bestuurders. De RvC laat zich bij het bepalen van de prestatiecriteria, zowel voor de korte als voor de lange termijn, leiden door de strategische doelstellingen van Gasunie. Bij de vaststelling van de strategie wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de maatschappelijke functie van de activiteiten van Gasunie en de effecten op de samenleving. Ook daarvoor zijn prestatiecriteria ontwikkeld, gerelateerd aan veiligheid en transportzekerheid. De variabele beloningselementen met het maximum van 20% van het basisjaarsalaris zijn met ingang van 2017 opgedeeld naar twee elementen. Beide elementen kennen een totale maximale waarde van 10% van het basisjaarsalaris. Het eerste element bestaat uit maatregelen en handelingen die nodig zijn om de strategie en bedrijfsdoelstellingen van Gasunie op een veilige, betaalbare en een betrouwbare manier te realiseren. Deze zijn vertaald naar specifieke en meetbare doelen voor veilige, betrouwbare, maatschappelijk verantwoorde, doelmatige en rendabele bedrijfsvoering. Het tweede element bestaat uit doelen en thema’s die het bedrijf wezenlijk verder brengen in het realiseren van de lange termijn strategische doelstellingen. De realisatie van deze doelstellingen wordt discretionair vastgesteld. Element 1 (10%) Voor 2020 golden de volgende doelstellingen: Veiligheid 2% 100%realisatiealsde Total Reportable Frequency Index (TRFI)maximaal2,7 of lageris 50% realisatie indien de TRFI maximaal 3,0 is 0% realisatie indien de TRFI 3,1 of hoger is Veiligheid 2% 100% realisatie bij maximaal 3 ‘uncontrolledevents’ 50% realisatie bij 4 of 5 ‘uncontrolledevents’ 0% realisatie bij 6 of meer ‘uncontrolledevents’ Transportzekerheid 2% 100% bij 0 transportonderbrekingen; 70% bij 1 transportonderbreking; 40% bij 2-3 transportonderbrekingen; 10% bij 4-5 transportonderbrekingen; 0% bij 6 transportonderbrekingen. In afwijking hierop komen tot een lagere score als gevolg van i) de omvang en duur van de onderbreking, ii) de (maatschappelijk) impact van de onderbreking, iii) de mate van verwijtbaarheid in het handelen doorGasunie. Financiële resultaten 2% 100% realisatie bij een NOC lager dan of gelijk aan € 301,2 miljoen (budget); 50% realisatie bij een NOC van maximaal € 306,2 miljoen; 0% realisatie indien de NOC hoger is dan € 306,2 miljoen. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 108 Financiële resultaten 2% 100% realisatie als de ROIC 5,01% of meer is (budget); 50% realisatie indien de ROIC 4,91% of meer is; 0% realisatie als de ROIC lager is dan 4,91%. Element 2 (10%) Hiervoor zijn 4 thema's geformuleerd die aansluiten bij de managementagenda zoals geformuleerd in het Business Plan. Groei in business 2,5% Operationalexcellence 2,5% Organisatieontwikkeling 2,5% Positionering van gas enGasunie 2,5% De streefcijfers voor het verkrijgen van de variabele beloning zijn aan het begin van 2020 afgesproken tussen de RvC en de leden van de RvB. Pensioen Op de leden van de RvB is de pensioenregeling van Gasunie van toepassing. Deze regeling is op basis van middelloon en bevat een eigen bijdrage van de bestuurders. Overige secundaire arbeidsvoorwaarden Gasunie heeft voor haar bestuurders een pakket secundaire arbeidsvoorwaarden dat ook op andere medewerkers van toepassing is. Overige uitgangspunten Benoemingsduur Bij benoeming van leden van de RvB geldt een benoemingsduur van vier jaar, met de mogelijkheid tot verlenging met telkens vier jaar. De bestuurders hebben een dienstverband met Gasunie met dezelfde duur als de benoemingsperiode. Hun dienstverband eindigt van rechtswege in het geval de bestuurder niet wordt herbenoemd. Opzegtermijn Voor de leden van de RvB geldt een opzegtermijn van de arbeidsovereenkomst van drie maanden. Voor de vennootschap geldt een opzegtermijn van zes maanden. Vertrekvergoeding Voor bestuurders geldt, behoudens kennelijke onredelijkheid, een beperking van de ontslagvergoeding conform de Corporate Governance Code, te weten maximaal één vast jaarsalaris. Deze vergoeding omvat tevens de eventuele transitievergoeding. In geval van niet-herbenoeming wordt in beginsel geen vertrekvergoeding toegekend. Een voorstel van de RvC tot afwijking van dit beginsel vereist de goedkeuring van de aandeelhouder. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 109 Change of control Voor bestuurders geldt een ‘change of control-clausule’, waarbij in geval van beëindiging van het dienstverband naar aanleiding van een fusie of overname van de Vennootschap door een niet tot de Vennootschap behorende partij, of in het kader van een aan de RvB opgelegde wezenlijke verandering in aard, aansturing of structuur van de onderneming, aan de bestuurder een vergoeding wordt toegekend van maximaal één basisjaarsalaris, ongeacht op wiens initiatief de beëindiging plaatsvindt. Beloningspakket 2020 Op basis van het hiervoor genoemde beleid heeft de RvC voor de leden van de RvB de volgende basisjaarsalarissen en variabele beloningen toegekend: In euro’s Basisjaarsalaris 2020 Variabele beloning(m.b.t.prestaties 2020) De heer J.J. Fennema 327.271 55.636 Mevrouw J.Hermes* 237.927 40.448 De heer U. Vermeulen 261.806 44.507 De heer B.J.Hoevers 261.806 44.507 * Basisjaarssalaris met ingang van 1 april 2020. Realisatie variabele beloning De realisatie van Element1 van de streefcijfers is vastgesteld door de Raad van Commissarissen, op voordracht van de Belonings\- & selectie/benoemingscommissie, gebaseerd op een verificatie door de interne auditor. Op basis hiervan wordt een percentage van 8% toegekend aan de RvB. De realisatie van Element2 van de streefcijfers is discretionair vastgesteld door de RvC op 9% op voorstel van de Belonings- & selectie/benoemingscommissie. De RvC heeft hierbij in ogenschouw genomen hoe er voortgang is bereikt ten aanzien vanbusiness development. De wijze waarop de werkzaamheden van Gasunie zijn voortgezet tijdens de COVID-crisis. De verdere competentieontwikkeling van medewerkers gelet op de strategische doelstellingen. De ontwikkeling van de digitalisering is uitgewerkt in een Digitale Ambitie. Gasunie heeft daarnaast actief gewerkt aan de positionering in het bredere energiedebat in Nederland en EU-verband.Op basis hiervan wordt een percentage van 9% toegekend aan de RvB. De uitbetaling van de variabele beloning vindt plaats na vaststelling door de Aandeelhoudersvergadering. Beloningsverhouding De beloningsverhouding bij Gasunie is 5,21. De verhouding is uitgedrukt als ratio tussen de totale bezoldiging van de hoogst betaalde medewerker en de mediaan van de totale bezoldiging van alle overige medewerkers van Gasunie in Nederland. De totale bezoldiging is gebaseerd op de som van het fiscale jaarloon en de kosten van pensioen (werkgeversbijdrage). Bij de berekening van de mediaan zijn alleen die medewerkers betrokken die het gehele jaar in dienst waren. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 110 Samenstelling Raad van Commissarissen R. (Rinse) de Jong RA (voorzitter tot 25 maart 2020) (1948, Nederlandse nationaliteit, man) Datum eerste benoeming: 16 mei 2012 Datum herbenoeming: 24 april 2018(AvA) Datum aftreden: 24 maart 2020(AvA) Lid van de Belonings- & selectie/benoemingscommissie Lid van de Auditcommissie (tot 23 juli 2019) Overige bestuursfuncties Drs. P.J. (Pieter) Duisenberg RC (voorzitter per 25 maart 2020) (1967, Nederlandse nationaliteit, man) Datum eerste benoeming: 1 september 2019 Eerste termijn loopt af in 2024 (AvA) Lid van de Auditcommissie (tot 1 maart 2020) Lid van de Belonings- & selectie/benoemingscommissie (per 1maart 2020) Overige bestuursfuncties Bestuurslid Stichting Preferente Aandelen Wereldhave NV Voorzitter Raad van Commissarissen Rabobank Arnhem en omstreken Vice-voorzitter Raad van Toezicht Hogeschool van Amsterdam Lid bestuur Vereniging van toezichthouders van hogescholen Voorzitter Vereniging van Universiteiten (VSNU) (hoofdfunctie) Voorzitter Stichting van het Onderwijs (StvhO) Vice-voorzitter Dagelijks Bestuur Neth-Er Lid Raad van Toezicht Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) Lid Raad van Commissarissen Stadion Feijenoord Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 111 Drs. D.J. (Dirk Jan) van den Berg (vicevoorzitter RvC) (1953, Nederlandse nationaliteit, man) Datum eerste benoeming: 1oktober 2014 Datum herbenoeming: 21 maart 2019 (AvA) Lid van de Belonings- & selectie/benoemingscommissie Overige bestuursfuncties Mr. M.M. (Martika) Jonk (1959, Nederlandse nationaliteit, vrouw) Datum eerste benoeming: 1 oktober 2013 Datum herbenoeming: 30 maart 2017(AvA) Tweede termijn loopt af in 2021(AvA) Voorzitter van de Belonings\- & selectie/benoemingscommissie Overige bestuursfuncties Voorzitter Raad van Bestuur Sanquin Bloedvoorziening (hoofdfunctie, tot 1februari 2020) Voorzitter Zorgverzekeraars Nederland (hoofdfunctie, per 1februari 2020) Voorzitter Raad van Toezicht NWO (per 1april 2020) Lid Raad van Commissarissen Air France-KLM (per 26mei 2020) Voorzitter Atlantische Commissie Voorzitter Raad van Commissarissen FMO (Nederlandse Financierings-Maatschappij voor Ontwikkelingslanden N.V.) Voorzitter Governing Board Europees Instituut voor Innovatie en Technologie (EIT) in Boedapest (tot 1juli 2020) Voorzitter van de Board van Tradesparent BV Voorzitter van de Stichting Vrienden van het Orkest van de Achttiende Eeuw Of Counsel, CMS Derks Star Busmann N.V. (hoofdfunctie) Lid Raad van Toezicht St. Catharina Ziekenhuis Lid Raad van Commissarissen Heijmans N.V. Dr. Ir. W.J.A.H. (Willem) Schoeber (1948, Nederlandse en Duitse nationaliteit, man) Datum eerste benoeming: 1 oktober 2013 Datum herbenoeming: 30 maart 2016 (AvA) Datum tweede herbenoeming: 24 maart 2020 (AvA) Lid van de Auditcommissie Overige bestuursfuncties Ir. A.S. (Ate) Visser (1956, Nederlandse nationaliteit, man) Datum eerste benoeming: 6 juli 2018 Eerste termijn loopt af in 2022 (AvA) Lid van de Auditcommissie Overige bestuursfuncties Consultant, Dr. Willem Schoeber Unternehmensberatung Niet-uitvoerend lid Board of Directors, Neste Oyj (Helsinki, Finland) (tot 18mei 2020) Lid Executive Advisory Council van RLG International Inc. Lid Raad van Commissarissen Stargate Oil Terminal Rotterdam B.V. Non-Executive Director van Immaterial Ltd. (per 18december 2020) Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 112 Drs. C. (Carolina) Wielinga RA (1970, Nederlandse nationaliteit, vrouw) Datum eerste benoeming: 15 april 2019 Eerste termijn loopt af in 2023 Lid van de Auditcommissie (tot 23-7-2019) Voorzitter van de Auditcommissie (vanaf 23-7-2019) Overige bestuursfuncties Chief Financial Officer BDR Thermea Group B.V. (hoofdfunctie) Lid Raad van Commissarissen Corbion Nederland Commissaris marketing en communicatie in KNRB-bestuur (vanaf 16juni 2020) Rooster van aftreden Naam Benoeming Herbenoeming 2eherbenoeming Tot Regulier 8 jaar mr.M.M.Jonk(1959) 1okt. 2013 AvA2017 AvA2021 AvA2022 dr.W.J.A.H.Schoeber(1948) 1okt. 2013 AvA2016 AvA2020 AvA2022 AvA2022 ir.A.S. Visser (1956) 6juli2018 AvA2022 AvA2026 drs. D.J. van den Berg (1953) 1okt. 2014 AvA2019 AvA2023 AvA2023 drs.C.WielingaRA (1970) (OR) 15 april 2019 AvA2023 AvA2027 drs. P.J.DuisenbergRC (1967) 1 sept. 2019 AvA2024 AvA2028 Samenstelling Raad van Bestuur J.J. (Han) Fennema, CEO en voorzitter van de Raad van Bestuur (1964, Nederlandse nationaliteit, man) Han Fennema is op 1januari 2014 toegetreden tot de Raad van Bestuur. Op 1maart 2014 nam hij de functie over van CEO en voorzitter van de Raad van Bestuur. Han Fennema is herbenoemd op 24april 2018. Han Fennema heeft als voorzitter van de RvB een aantal specifieke taken en verantwoordelijkheden. Deze hangen nauw samen met decoördinerende rol van de CEO en zijn genoemd in artikel4.2 van het Reglement houdende principes en best practices voor het bestuur. Daarnaast is hij verantwoordelijk voor de business units GTS en GUD en de afdelingen Human Resources, Corporate Business Development, Communicatie, Public Affairs, Audit en Veiligheid. Han Fennema was van 2010 tot 2014 bestuursvoorzitter van Enexis, een functie die hij tussen 2011 en 2013 combineerde met het voorzitterschap van Netbeheer Nederland. Daarvoor werkte hij onder meer bij Eneco en Exxon Mobil. Han Fennema is als informaticus afgestudeerd aan de Universiteit van Twente. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 113 Nevenfuncties Lid bestuur Koninklijke Vereniging van Gasfabrikanten in Nederland (KVGN) Lid Raad van Toezicht Hanzehogeschool in Groningen (vicevoorzitter en voorzitter Audit Commissie) Lid Aandeelhouderscommissie Nord Stream A.G. Lid International Supervisory Board Energy Delta Institute Lid Adviesraad Clingendael International Energy Programme Lid Executive Committee International Gas Union Lid van Strategische Adviesraad ECN-TNO J. (Janneke) Hermes, CFO (1978, Nederlandse nationaliteit, vrouw) Janneke Hermes is sinds 1oktober 2019 CFO en lid van de Raad van Bestuur. Binnen de Raad van Bestuur is Janneke Hermes verantwoordelijk voor de financiële verslaglegging en legt verantwoording hierover af aan de Audit Commissie en de Raad van Commissarissen. Daarnaast is zij verantwoordelijk voor: Finance & Control, Treasury, Risk Management, Inkoop, ICT en Juridische Zaken. Janneke Hermes heeft binnen Gasunie diverse leidinggevende functies bekleed. Zo was zij manager treasury control (2005-2007), manager arbeidsvoorwaarden (2014-2016) en sinds 2016 manager corporate finance. Hermes studeerde econometrie aan de Rijksuniversiteit Groningen en volgde het New Board Program van Nyenrode Business Universiteit. Nevenfuncties Bestuurslid Pensioenfonds N.V. Nederlandse Gasunie B.J. (Bart Jan) Hoevers, titulair lid (1971, Nederlandse nationaliteit, man) Bart Jan Hoevers is op 1september 2017 toegetreden tot de Raad van Bestuur als titulair lid. Hij is algemeen directeur van Gasunie Transport Services B.V. Bart Jan Hoevers is binnen de Raad van Bestuur verantwoordelijk voor de aandachtsgebieden Unit Operations en Projects. Bart Jan Hoevers is sinds 2007 werkzaam voor Gasunie, achtereenvolgens als projectmanager business development, manager regelgevende zaken en manager netwerkontwikkeling. Daarvoor werkte hij voor het ministerie van Financiën -met staatsdeelnemingen als aandachtsgebied- en De Nederlandsche Bank. Hoevers studeerde monetaire economie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Nevenfuncties Bestuurslid Netbeheer Nederland Bestuurslid European Network of Transmission System Operators for Gas Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 114 U. (Ulco) Vermeulen, titulair lid (1959, Nederlandse nationaliteit, man) Ulco Vermeulen is op 1mei 2016 toegetreden tot de Raad van Bestuur als titulair lid. Hij is herbenoemd op 1mei 2020. Ulco Vermeulen is directeur Business Development & Participations en verantwoordelijk voor het aandachtsgebied Participations. Vermeulen heeft economie gestudeerd aan de Rijksuniversiteit Groningen. Nevenfuncties Lid Raad van Commissarissen ICE Endex Holding B.V. BestuursvoorzitterGroen GasNederland Lid Raad van Toezicht New Energy Coalition Bestuursvoorzitter TKI Gas Lid Raad van Commissarissen Ommelander Ziekenhuis Groningen Lid International Supervisory Board Energy Delta Institute Lid Raad van Commissarissen Anthony Veder Group N.V. (per 18februari 2021) Rooster van aftreden Raad van Bestuur 2020 Naam Benoeming Herbenoeming Tweede herbenoeming Tot B.J. Hoevers (1971) 01-09-2017 (titulair lid) 2021 J.J. Fennema (1964) 01-01-2014 (lid) 24-04-2018 2022 01-03-2014 (vz/CEO) J. Hermes (1978) 01-10-2019 (lid/CFO) 2023 U. Vermeulen (1959) 01-05-2016 (titulair lid) 01-05-2020 2024 Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 115 Bestuursverklaring (in de zin van artikel 5:25c lid 2 sub c Wft) De Raad van Bestuur verklaart dat, voor zover hen bekend, de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de activa, de passiva, de financiële positie en het resultaat van de vennootschap en de gezamenlijke in de consolidatie opgenomen ondernemingen; en dathet jaarverslag een getrouw beeld geeft omtrent de toestand op de balansdatum, de gang van zaken gedurende het boekjaar van de vennootschap en van de met haar verbonden ondernemingen waarvan de gegevens in haar jaarrekening zijn opgenomen en dat in het jaarverslag de wezenlijke risico’s waarmee de vennootschap wordt geconfronteerd, zijn beschreven. De Raad van Bestuur, Dhr. J.J. Fennema*, voorzitter Mevr. J. Hermes* Dhr. B.J. Hoevers Dhr. U. Vermeulen Groningen, 4maart 2021 * statutair bestuurder Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 116 08 Interviews Aardgas en waterstof in de energietransitie in Duitsland Ook in Duitsland staat de energietransitie hoog op de agenda. Wat zal de rol van aardgas zijn in de Duitse energiemix van de toekomst? Welke plannen en uitdagingen zijn er op het gebied van waterstof? Wie weten dit beter dan onze collega’s van Gasunie Deutschland? Matthias Schulz, Manager Business, en Ksenia Berezina, Project Manager Hydrogen, vertellen over de energietransitie in hun land. De twee gezichten van aardgas Matthias: “In Duitsland is aardgas zowel een probleem als een oplossing. Aan de ene kant willen we af van fossiele brandstoffen. Aan de andere kant is aardgas een schonere fossiele brandstof dan kolen en olie.” “We stappen in Duitsland af van kolencentrales en kerncentrales,” vult Ksenia aan. “Maar er is wel stroom nodig. Voor Duitsland heeft offshore opwek van windenergie veel potentie. Echter, om deze energie te kunnen gebruiken moet het elektriciteitsnetwerk worden versterkt. Er zijn hoogspanningskabels nodig om de windenergie van de noordkust naar de industrie in het zuiden te transporteren, dwars door bewoond gebied. Draagvlak is dan een groot probleem. Zeker op korte termijn zal aardgas daarom waarschijnlijk juist een grotere rol krijgen in de productie van elektriciteit.” Ontwikkelingen in de industrie Ksenia gaat verder: “Ook in de industrie wordt gezocht naar schonere moleculen, als brandstof en als grondstof. Een mooi voorbeeld is Volkswagen bij Wolfsburg. Volkswagen gaat de twee kolencentrales voor zijn fabriek en de stad ombouwen tot gascentrales. De nieuwe centrales kunnen branden op aardgas, maar ook op andere gassen, zoals biogas, synthetisch methaan, waterstof of een mix hiervan. Ook staalbedrijven zijn zich in een rap tempo aan het omvormen, bijvoorbeeld door methaan in plaats van kolen te gebruiken. Om de emissies nog verder te verlagen, kan methaan weer worden gemixt met waterstof. Zo kunnen ze stapsgewijs overstappen naar 100procent waterstof.” Matthias: “De meeste industrieën kunnen echter niet zo flexibel omspringen met hun input. Zij zullen uiteindelijk moeten kiezen voor synthetisch methaan óf pure waterstof.” Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 117 Verschoven import en switch naar H-gas “Daarnaast is er aardgas nodig voor warmte. Verreweg de meeste huizen worden nog verwarmd met veelal geïmporteerd aardgas. Een groot deel van het Duitse netwerk was al gebouwd voor hoogcalorisch gas (H-gas); een kleiner deel voor laagcalorisch gas (L-gas). Vanaf 2022 zullen we geen L-gas meer uit Nederland kunnen importeren. In plaats daarvan halen we meer H-gas uit Rusland. Daarom is Gasunie in Duitsland al in 2016 begonnen met de switch van L-gas naar H-gas. We liggen op schema. Zowel in de industrie als de huishoudens worden de installaties één voor één geschikt gemaakt voor hoogcalorisch gas.” Toekomstige rol van aardgas “Op dit moment bestaat zo’n 30procent van de energieconsumptie in Duitsland uit aardgas. De aanname is dat de verwarming van gebouwen mede door isolatie jaarlijks één tot drie procent efficiënter zal worden. Als je dat doortrekt over dertig jaar, resulteert dat in een behoorlijke afname. Aan de andere kant zit je dus met de industrie en elektriciteitscentrales waar aardgas juist een grotere rol gaat spelen als tussenoplossing in de beginfase van de energietransitie. We verwachten dat de behoefte aan aardgas daarom op de korte termijn zal toenemen, maar daarna juist zal afnemen.” Waterstof ook in Duitsland essentiële oplossing Ksenia: “In de toekomst is ook een belangrijke rol weggelegd voor waterstof. We hebben in Duitsland een nationale waterstofstrategie. Waterstof wordt gezien als een van de sleuteloplossingen in de energietransitie. De aankomende tien jaar zal waterstof hoofdzakelijk een rol van betekenis spelen in de industrie en mobiliteit. We verwachten dat de verwarming van huizen en andere gebouwen hier in de toekomst bij zal komen.” Matthias: “Duitsland wil dit overigens niet alleen voor het klimaat. Politici hopen dat Duitsland een van de wereldwijde leiders kan worden in waterstoftechnologie. Het is dus ook, of misschien wel vooral, een economische kans.” Kip en ei “Zeker,” beaamt Ksenia. “Maar er zijn ook moeilijkheden. Net als in Nederland is het aanjagen van de Duitse waterstofmarkt een kwestie van de kip en het ei. Zonder eindgebruikers wordt er geen waterstof gemaakt, maar zolang er geen waterstof wordt gemaakt, zullen eindgebruikers niet instappen. Daarnaast hebben we een goede infrastructuur voor transport en opslag nodig om vraag en aanbod aan elkaar te koppelen. Deze koppelingen moeten stapsgewijs worden gemaakt. We kijken daarom met veel belangstelling naar NortH2. Ook in Duitsland staat een dergelijk project op de planning: AquaVentus.” Het is duidelijk dat Nederland en Duitsland elkaar nodig hebben om de waterstofambities te realiseren. Ook de geplande Nederlandse en Duitse backbones zullen op elkaar worden aangesloten. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 118 Veelheid aan partijen Matthias: “Net als Nederland proberen we een markt te creëren en ontwikkelen we een waterstofbackbone. Een belangrijk verschil is wel dat we in Duitsland te maken hebben met een veelheid aan partijen: tientallen TSO’s en nog veel meer DNO’s en energiebedrijven. Geen van die partijen heeft zo’n centrale rol als Gasunie in Nederland.” “Voor nieuw beleid worden alle partijen uitgebreid geconsulteerd, waardoor je vrijwel altijd uitkomt op een compromis,” sluit Ksenia af. “Dat geldt ook voor de ontwikkeling van het toekomstige waterstofnetwerk. Het klinkt heel redelijk om hiervoor onze aardgasinfrastructuur te gebruiken. Maar in Duitsland zijn de regels die dit mogelijk maken nog lang geen uitgemaakte zaak.” Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 119 Duurzame financiering voor onze energietransitieprojecten De komende jaren investeert Gasunie flink in allerlei projecten die bijdragen aan de energietransitie. Deze projecten kunnen niet zonder financiering, waarbij obligaties een belangrijke bron van financiering zijn. Gea Paas Broekman, Manager Treasury Front Office van Gasunie, en Dick Ligthart, Director Green, Social & Sustainability Bonds bij ABN Amro, zijn enthousiast over de kansen voor Gasunie om een duurzame obligatie uit te geven. Uitgaven financieren Gea: “Het is voor veel bedrijven niet economisch om alle projecten en activiteiten met eigen geld te financieren. Dat is niet anders voor Gasunie, want we hebben te maken met enorm veel uitbereidingsinvesteringen en projecten in de energietransitie. We gebruiken daarvoor een breed pallet aan financieringen: zowel op de geldmarkt als op de kapitaalmarkt. Zo lenen we van onder andere de Europese Investeringsbank en van diverse investeerders. We hebben bijvoorbeeld voor circa 2,5miljard euro aan obligaties op de balans staan.” Stabiele lener die bijdraagt aan de energietransitie “Gasunie is voor veel partijen een aantrekkelijke lener,” gaat Dick verder. “In november 2020 hebben we een digitale roadshow georganiseerd, waarbij Gasunie zo’n veertig vaste investeerders een update gaf over de strategie en toekomstige investeringen. Uit de gesprekken kwam unaniem naar voren dat Gasunie voor investeerders een heel degelijke en stabiele belegging is. Gasunie heeft een eersteklas rating, de staat is de enige aandeelhouder en alle inkomsten zijn gereguleerd of komen grotendeels voort uit in langetermijncontracten. Maar wat ook nadrukkelijk naar voren kwam, is dat investeerders de bijdrage van Gasunie aan de energietransitie zien en waarderen.” Uitgave duurzame obligatie Gea: “We willen investeerders de mogelijkheid geven om gericht te investeren in obligaties die de energietransitie financieren. Daarnaast vinden we het belangrijk om duurzaamheid te verankeren in het hele bedrijf, dus ook in onze financieringen. Daarom gaan we mogelijk een duurzame obligatie uitgeven, hopelijk in 2021 of anders in 2022.” Dick: “Zo’n duurzame obligatie is in de basis een normale obligatie. Maar dan met de belofte, of eigenlijk de randvoorwaarde, dat het geld wordt ingezet voor projecten van Gasunie die bijdragen aan de energietransitie. Als investeerder weet je waar je geld naartoe gaat. Bovendien ontvang je periodiek rapportages over de voortgang en toegevoegde waarde van de projecten, bijvoorbeeld over de hoeveelheid CO₂ die ermee is bespaard.” Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 120 Groeiende markt “Duurzame obligaties vormen een enorm groeiende markt. Wereldwijd ging het in 2020 om meer dan 500miljard dollar. Energiebedrijven, vastgoedbedrijven, banken en overheden lopen hierin voorop. Bedrijven werken hard aan duurzaamheid en het realiseren van de klimaatdoelstellingen en daar is steeds meer financiering voor nodig.”Gea vult aan: “Er zijn voldoende beleggers die reguliere obligaties ook prima vinden. Maar er zijn steeds meer beleggers die per se willen investeren in duurzame obligaties. We zien overigens ook dat een duurzaam label alleen niet genoeg is. Investeerders willen ook dat de strategie van het bedrijf erachter voldoende duurzaam is.” Behoefte aan duurzame investeringen Dick: “Het komt inderdaad van twee kanten. Je ziet enerzijds dat bedrijven een duurzaamheidsopdracht hebben en die kun je nog beter financieren met duurzame obligaties. Anderzijds willen investeerders het zelf ook graag. Zij nemen hierbij hun maatschappelijke verantwoordelijkheid, maar kijken ook steeds meer naar de toekomstbestendigheid van bedrijven. Je wilt investeren in bedrijven die in een klimaatneutrale toekomst ook nog relevant en succesvol zijn. Dus ook met het oog op risicomanagement is het verstandig om naar duurzame investeringen te kijken. Bovendien zal een duurzame obligatie waarschijnlijk ook een nieuwe groep investeerders aantrekken: partijen die wellicht niet eerder naar Gasunie hebben gekeken.” Duurzaam naast regulier “Onze investeerders zijn loyaal en onze obligaties zijn gewild. De laatste keer dat we een obligatie uitgaven, was het orderboek drie tot vier keer overschreven. Financieel bekeken zouden we dus prima alleen reguliere obligaties kunnen uitgeven. Maar als Gasunie willen we laten zien dat we dit belangrijk vinden. Wel denk ik dat de kans groot is dat we de komende jaren beide obligaties zullen uitbrengen, zowel een duurzame als een reguliere. Die zullen zeker nog een poosje naast elkaar blijven bestaan. Onze bestaande infrastructuur doet er namelijk nog vele decennia toe. Zodra we voldoende energietransitieprojecten aan de obligatie kunnen koppelen, zullen we een duurzame obligatie uitgeven. Denk aan WarmtelinQ, DJEWELS, de waterstofbackbone, NortH2: alle duurzame projecten waar Gasunie mee bezig is. ” Trots op verduurzaming “Ik word hier zelf heel blij van,” gaat Gea vrolijk verder. “Wat we allemaal doen als Gasunie, daar ben ik erg trots op. Dat we nu ook de financiering verder gaan verduurzamen, vind ik ontzettend leuk.” Dick kan zich hier helemaal in vinden. “Het is erg inspirerend om hiermee bezig te zijn. Ik ben ook oprecht onder de indruk van de bijdrage van Gasunie aan de energietransitie. Door de samenwerking bij de roadshow, is mij nog duidelijker geworden hoe een van oorsprong traditioneel gastransportbedrijf een belangrijke rol kan spelen in de energievoorziening van de toekomst.” Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 121 NortH2 versnelt de energietransitie en versterkt het noorden Een consortium van Groningen Seaports, Shell Nederland en Gasunie werkt aan het grootste groene waterstofproject ter wereld: NortH2. Met de stroom die door een nieuw te bouwen megawindpark op zee wordt opgewekt, kan in 2030 drie tot vier GW aan groene waterstof worden gemaakt. Eind 2020 zijn ook het Duitse RWE en het Noorse Equinor aangehaakt als nieuwe partners in NortH2. Het woord is aan Cas König, CEO van Groningen Seaports, en Ulco Vermeulen, lid van de Raad van Bestuur en Directeur Participations & Business Development van Gasunie. Groot denken Ulco: “In 2019 is HyStock in bedrijf gegaan. HyStock is voor ons een leerproject om te oefenen met de elektrolyser. Daarvoor is één MW voldoende. Nu moet de technologie in ons energiesysteem worden ingepast en moeten we in stappen gaan opschalen. NortH2 is zo’n stap en kan in 2030 drie- tot vierduizend keer zo groot zijn als HyStock.” Cas voegt hieraan toe: “Alleen als we het op grote schaal gaan doen, kunnen we de kosten van waterstof zo reduceren dat we er ook echt wat aan hebben. Daarom denken we nu al zo groot.” Kostenreductie door opschaling Ulco: “Die kosten, dat is wel iets waar soms kritische reacties op komen. Waterstof als bruikbare energiedrager moet je maken, net als elektriciteit. Je kunt het uit aardgas maken, maar dan moet je iets met de vrijgekomen CO₂, zoals afvangen. Elektrolyse is ook een route. Hiervoor moet je wel elektriciteit hebben. Andere delen van de wereld kijken naar zon; hier is wind logischer.Die omzetting vergt vervolgens zowel technologie als energie. En voor elke technologische innovatie geldt dat die in het begin duur is; hoe groter de schaal, hoe lager de kosten. Dat was ook zo bij windenergie en elektrisch rijden. Waterstof zal dus, zeker in het begin, niet supergoedkoop worden. Maar waterstof is wel noodzakelijk in de energietransitie. Met voldoende opschaling kom je rond 2030 al op een acceptabele kostprijs.” En die groene stroom dan? Cas: “Een andere opmerking die we wel horen, is dat er onvoldoende groene stroom is om genoeg groene waterstof mee te maken. En dat is dus precies waarom we met NortH2 zijn gestart! Dit project begint namelijk met de opwek van extra groene stroom op zee.” Maar waarom zou je daar dan waterstof van maken? Kunnen we niet beter gewoon die elektriciteit gebruiken? Ulco: “Daar moet je ook goed over nadenken. Als je elektriciteit ongestoord in je systeem kunt inpassen, dan moet je dat Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 122 doen.Maar er zijn periodes dat er zoveel wind is dat dat niet meer in het elektriciteitsnet past. En dat er meer energie is dan vraag. Dan moet je die energie ergens laten. Voor momenten dat het bijvoorbeeld niet waait. Die energie laat zich veel makkelijker transporteren en opslaan in de vorm van waterstof. Dat is ook nog eens vele malen goedkoper. Daarnaast hebben we in Nederland ook in de toekomst veel moleculen, zoals waterstof, nodig. Als brandstof, maar ook als grondstof in de industrie.” Vooral voor de industrie Cas haakt hierop in: “De waterstof van NortH2 is in de eerste fase niet voor cv-ketels in huizen. Dat zou op zich best kunnen, maar dan ben je al veel verder dan 2030\. Het gaat nu eerst om de verduurzaming van de industrie. In de energiesector en chemische sector wordt veel waterstof gebruikt. Om dat te maken, gebruiken ze nu aardgas. Straks kan dat waterstof uit windenergie zijn.” Ulco: “Het overgrote deel zal inderdaad naar de industrie gaan.Daar kan met waterstof het snelste de grootste milieuwinst geboekt worden. Vier GW klinkt als veel, maar het is maar een paar procent van de totaalbehoefte van Nederland. We moeten het in het begin dus heel gericht inzetten. Daarom wordt de industrie als eerste aangesloten op waterstof. Daarnaast zal een klein deel naar zware mobiliteit gaan, zoals treinen en vrachtwagens.” Daarom in Noord-Nederland “Dat we hier lokaal al een markt hebben die waterstof gebruikt, is een van de redenen waarom NortH2 juist hier ontwikkeld kan worden. Maar er zijn nog veel meer redenen,” vertelt Cas enthousiast. “Zo hebben we hier, boven de Waddeneilanden, voldoende ruimte op zee, waar het altijd waait. En in de Eemshaven hebben we voldoende plek voor de elektrolysers.We hebben direct toegang tot het meest uitgebreide gasnetwerk ter wereld. We hebben zoutcavernes en ervaring met het hierin opslaan van gassen. En ten slotte zijn de Rijksuniversiteit Groningen, de Hanzehogeschool en het Noorderpoortcollege allemaal al een tijdje aan het voorsorteren op waterstof. Er zijn enorm veel relevante opleidingen, juist hier in de regio.” Kans grijpen Ulco: “Het is heel logisch om te denken vanuit Groningen, omdat het aardgasnetwerk ook vanuit Groningen uitgerold is. Hier ligt de infrastructuur voor zowel het transport als de opslag. Het is dus een unieke kans, maar daarin schuilt ook een gevaar. We moeten niet denken dat het allemaal sowieso wel goed komt. Grijp die kans en knok voor die kans! Er moet nog heel veel gebeuren en niemand kan in de kristallen bol zien hoe het precies gaat uitpakken.Maar de resultaten van de haalbaarheidsstudies zijn goed en we zijn alleen maar enthousiaster geworden. Zeker nu het consortium breder en sterker is geworden.” Cas sluit af: “Ook voor Groningen Seaports is dit een ontzettend gaaf project. Door de schaal, maar ook door de partners waarmee dit gebeurt. NortH2 gaat een voorbeeldproject zijn voor de rest van de wereld.” Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 123 Samen naar een geïntegreerd klimaatneutraal energiesysteem Hoe kan ons energiesysteem er in 2050 uitzien en hoe zal onze infrastructuur veranderen? Met de Integrale Infrastructuurverkenning 2030-2050 (II3050) presenteren Gasunie, TenneT en de regionale netbeheerders een viertal scenario’s. Marijke Kellner, Manager Energie Systeem bij Gasunie, en Gert van der Lee, beleidsadviseur Long Term Transmission Gridplanning bij TenneT, vertellen over systeemintegratie en de bijbehorende uitdagingen. Variabel aanbod en variabele vraag Gert: “De interactie en verwevenheid tussen gas en elektriciteit neemt hoe dan ook sterk toe. Als Nederland ervoor kiest om in de eigen energiebehoefte te voorzien, zullen wij onze totale energievoorziening moeten ombouwen naar een systeem waarin zon en wind de kar trekken. Deze bronnen kennen een variabel aanbod, dat niet synchroon loopt met de vraag. Dan moet je kijken naar conversie en opslag, zoals in batterijen.” Marijke: “Van overschotten duurzame elektriciteit kan bijvoorbeeld waterstof worden gemaakt. Waterstof kan worden gebruikt in de industrie of voor mobiliteit. Bij tekorten van duurzame opwek kan waterstof worden omgezet naar elektriciteit. Door systemen aan elkaar te koppelen, kunnen we gaten in de energievoorziening vullen.” Vier klimaatneutrale eindbeelden Wat zijn de scenario’s die in II3050 geschetst worden? In het eerste scenario hebben lagere overheden en de burgers het transitiestuur in handen. Gert: “Er komen in dat scenario overal zonnepanelen op daken en de omvang van de energie-intensieve industrie zal afnemen. In het tweede scenario is de overheid aan zet. Er wordt dan flink ingezet op offshore wind. Hierbij is ook veel power to gas nodig: elektrolyse waarmee waterstof van stroom wordt gemaakt. In het derde scenario is er vooral aandacht voor biomassa, waarbij Nederland veel groen gas zal produceren. In het vierde scenario staat onder meer de import van waterstof centraal.” Ons energiesysteem in 2050 Welk scenario is het meest waarschijnlijk? Daar durven Gert en Marijke zich niet aan te branden. Gert: “Er ontbreekt nog een stuk kennis, dus het is echt heel moeilijk om te zeggen. In alle scenario’s zien we beren op de weg. En heftige veranderingen voor allerlei sectoren. De scenario’s geven ons echter wel inzicht in de onderlinge samenhang die kan ontstaan tussen elektriciteit, waterstof en warmte.” Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 124 Aan de slag met wat sowieso moet Marijke: “De politiek moet op een bepaald moment een keuze maken, maar we willen alle opties zo lang mogelijk openhouden. In de tussentijd gaan we aan de slag met maatregelen die voor alle scenario’s nodig zijn. Wat zijn de gemene delers over die vier scenario’s heen? Zo zijn er oplossingen voor bepaalde knelpunten in het elektriciteitsnet nodig. En in alle scenario’s is er een rol voor groene moleculen. De backbone voor waterstof, de opslag van duurzame gassen: daarmee kunnen we nu al aan de slag.” Knelpunten en discussie “Voor het concreet benoemen van maatregelen om knelpunten in het elektriciteitsnet op te lossen zijn de onzekerheden over de inrichting van het energiesysteem simpelweg nog te groot,” gaat Gert verder. “Je hoeft maar iets aan de knopjes te draaien en de situatie verandert weer.” “Natuurlijk hebben we wel verschillen in inzicht en prioriteiten,” geeft Marijke toe. “Bijvoorbeeld de rolverdeling in de energietransitie is soms onderwerp van discussie. Maar dat koppelen we nadrukkelijk los van de bovenliggende visie wat betreft systeemintegratie. We hebben ook te maken met een brede groep aan stakeholders. Ministerie, industrie, energiebedrijven, noem maar op. Het heeft grote meerwaarde om samen met hen tot gezamenlijke inzichten te komen over welke stappen we moeten zetten richting een geïntegreerd klimaatneutraal energiesysteem.” Unieke samenwerking Zo’n belangenoverstijgende samenwerking tussen TSO’s, is dat bijzonder? “Ja, ik denk dat we hier wel vrij uniek in zijn,” zegt Gert. “Andere landen kijken met verbazing naar Nederland. Het is voor een deel terug te voeren op het feit dat het op de werkvloer heel soepeltjes gaat. Open en eerlijk: we vertrouwen elkaar.” Marijke: “In Nederland hebben we elkaar kunnen vinden en realiseren we ons dat we elkaar nodig hebben en dat ieder een belangrijke rol speelt in de ontwikkeling van het energiesysteem. Zonder de verknoping van de systemen wordt het energiesysteem zowel onbetrouwbaar als duur. Vanuit onze maatschappelijke verantwoordelijkheid willen we het dus samen doen: leveringszekerheid tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten.” Vakinhoudelijke uitdaging “Wat ook wel helpt is dat we als staatsbedrijf dezelfde aandeelhouder hebben,” gaat Marijke verder. “En ten slotte de mensen die erbij betrokken zijn. Vakinhoudelijke koplopers hebben hier het voortouw genomen. Het zijn specialisten die graag op de inhoud gaan en hun tanden erin hebben gezet.” Daar kan Gert zich helemaal in vinden. “De experts vinden het leuk om hiermee aan het werk te gaan. In het verleden werd er gewoon af en toe een centrale bijgebouwd en dat was het zo’n beetje. Nu is het dynamisch en moet er veel gebeuren. Dat is ontzettend motiverend.” Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 125 Talent krijgt energie van de energietransitie De energietransitie vraagt om talent. Talent dat soms schaars is of liever kiest voor andere sectoren. Want als je gewild bent, waarom zou je dan bij Gasunie gaan werken? HR-adviseur recruitment Daniel Vermeltvort en management trainee Karsten Hoekzema vertellen hoe belangrijk de energietransitie is in de keuze voor Gasunie. Impact met technische oplossingen Karsten: “Ik ben in september 2020 begonnen als management trainee. Na mijn studies Civiele Techniek en Technology & Operations Management dacht ik: wat vind ik belangrijk in een baan? Toen kwam ik bij één woord uit: impact. Ik houd van het oplossen van complexe vraagstukken en het vervolgens ook toepassen van die oplossingen. Maar daarnaast ben ik al van jongs af aan onder de indruk van documentaires als die van David Attenborough. Ik wil graag impact maken op de samenleving door iets te doen tegen klimaatverandering. Best een lijstje aan wensen dus. Maar als techneut heb je het voordeel dat er veel animo is. Je wordt iedere week wel een keer gebeld door een recruiter.” Maatschappelijk doel “Maar ik was niet een van hen,” lacht Daniel. “In dit geval klopte Karsten juist bij ons aan. Mijn opdracht was om zes WO-afgestudeerden met onder andere een technische achtergrond te werven voor dit traineeship, overigens bekroond tot ‘Best traineeship Benelux’ in de categorie personal branding. Talenten als Karsten zijn zo high profile; ze kunnen wel bij honderd partijen aan de slag. Met een advertentie hebben we laten zien wat Gasunie biedt: ontwikkeling, een maatschappelijk doel en flexibiliteit.” Karsten: “Van die eerste twee krijg ik echt veel energie. Maar flexibiliteit is natuurlijk ook mooi meegenomen.” Op zoek naar engineers “Technisch talent is niet alleen schaars,” gaat Daniel verder. “Je moet ze ook nog zien te bereiken.” Karsten: “Er worden denk ik genoeg engineers opgeleid. Maar vaak gaan ze vervolgens niet als engineer aan het werk. In plaats daarvan kiezen ze voor banken en grote consultancybedrijven. Andersom kan niet: je kunt niet met een financiële achtergrond ineens gaan engineeren. Zo wordt de spoeling dun. Ikzelf werd tijdens het sollicitatieproces steeds enthousiaster.” Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 126 Bijdragen aan de energietransitie Daniel: “Voor veel mensen die Gasunie als werkgever overwegen is de energietransitie een belangrijk thema. Ik hoor het bij bijna elke functie wel voorbijkomen. Het maakt Gasunie extra aantrekkelijk, ook voor mij. Ik heb eerder bij een bedrijf gewerkt dat heel maatschappelijk betrokken was. Dat geeft een goed gevoel.” Dat geldt ook voor Karsten: “Natuurlijk werk je hier niet alleen aan de energietransitie. Het veilig en betrouwbaar transporteren van aardgas is nog steeds de hoofdtaak van Gasunie. Daar was de vacature heel helder over. Maar toch: hoe klein en bescheiden mijn rol ook is, het is mooi om iets bij te dragen aan het helpen voorkomen van verdere klimaatverandering.” Goede werksfeer “Nu ik hier al een tijdje zit, kan ik zeggen dat de vacature zeker is waargemaakt,” gaat Karsten verder. “Het bevalt heel goed. Gasunie heeft een enorm goede werksfeer. Tijd voor elkaar vrijmaken is echt de standaard hier. En dat is zeker niet overal zo. Die sfeer heeft mij wel verrast.” Ook Daniel is positief. “Ik werk hier zelf nu ongeveer een jaar en ben alleen maar enthousiaster geworden. Wat ik ook fijn vind, is dat Gasunie heel output-gestuurd is. Op de HR-afdeling werken we zelfs bijna helemaal zelfsturend." Vraagstuk van deze eeuw Karsten: “Wat ik van te voren niet wist, is iets wat veel mensen denk ik niet weten: Gasunie vervult al zestig jaar de aardgasbehoefte van Nederland! Dat is op zichzelf al een groot maatschappelijk doel. Nu komen daar andere vormen van energie bij in combinatie met een extra maatschappelijk vraagstuk. De energietransitie is hét vraagstuk van deze eeuw. Het is een multidisciplinair probleem dat vraagt om slimme oplossingen. En dan zit je ook nog met de reusachtige schaalgrootte en de korte tijd die we nog hebben. Het is een enorme uitdaging, en dat maakt werken voor Gasunie voor mij als techneut zo interessant.” Trots op bijdrage Daniel knikt. “Er komt een hele uitdagende periode aan. Of eigenlijk is die er al. Ik ben er trots op dat ik vanuit mijn rol daar een bijdrage aan kan leveren. Ik ben blij dat ik daar mijn expertise op kan loslaten. En dat ik collega ben van Karsten natuurlijk!” Karsten schiet in de lach: “Dat gevoel is geheel wederzijds Daniel.” Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 127 Jaarrekening Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 128 09 Geconsolideerde financiële overzichten Geconsolideerde balans per 31 december 2020 (vóór resultaatbestemming) In miljoenen euro’s Noot 31 dec. 2020 31 dec. 2019 Activa Vaste activa \- materiële vaste activa 4,5 9.125,0 8.766,5 \- investeringen in joint ventures 7 241,2 212,2 \- investeringen in geassocieerde deelnemingen 8 0,5 0,5 \- overige deelnemingen 9 509,3 515,1 \- uitgestelde belastingvorderingen 10 267,4 323,1 Totaal vaste activa 10.143,4 9.817,4 Vlottende activa \- voorraden 11 47,2 46,9 \- handels- en overige vorderingen 12 173,6 190,3 \- vennootschapsbelasting 13 3,9 26,2 \- liquide middelen 14 17,9 45,3 Totaal vlottende activa 242,6 308,7 Totaal activa 10.386,0 10.126,1 Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 129 In miljoenen euro’s Noot 31 dec. 2020 31 dec. 2019 Passiva Totaal eigen vermogen toekomend aan de aandeelhouder 15 6.341,0 5.935,4 Langlopende schulden \- rentedragende leningen 16 2.360,1 3.091,9 \- leaseverplichtingen 17 92,5 90,2 \- contractverplichtingen 18 47,2 46,9 \- uitgestelde belastingverplichtingen 19 179,1 175,3 \- personeelsbeloningen 20 127,6 118,6 \- overige voorzieningen 21 30,2 35,1 Totaal langlopende schulden 2.836,7 3.558,0 Kortlopende schulden \- kortlopende financieringsverplichtingen 22 958,2 416,4 \- leaseverplichtingen 17 7,5 6,8 \- contractverplichtingen 18 3,4 3,2 \- handels- en overige schulden 23 228,2 206,3 \- vennootschapsbelasting 13 11,0 - Totaal kortlopende schulden 1.208,3 632,7 Totaal passiva 10.386,0 10.126,1 Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 130 Geconsolideerde winst-en-verliesrekening over 2020 In miljoenen euro’s Noot 2020 2019 Voortgezette bedrijfsactiviteiten Netto-omzet 26 1.372,2 1.278,2 Aan investeringen toegerekende kosten 54,8 51,7 Personeelskosten 27 ‑190,9 ‑181,8 Afschrijvingskosten 5 ‑318,4 ‑326,5 Terugname bijzondere waardevermindering 4,5 300,0 - Overige kosten 28 ‑359,0 ‑318,0 Totale lasten ‑513,5 ‑774,6 Bedrijfsresultaat 858,7 503,6 Financiële baten 29 2,8 10,5 Financiële lasten 30 ‑70,6 ‑ 91,6 Aandeel in resultaat joint ventures 7 31,0 35,2 Aandeel in resultaat geassocieerde deelnemingen 8 - ‑0,3 Dividend van overige deelnemingen 9 31,3 59,6 Resultaat vóór belastingen 853,2 517,0 Belastingen 31 ‑253,5 ‑105,0 Resultaat na belastingen 599,7 412,0 Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 131 Geconsolideerd overzicht van het totaalresultaat over 2020 In miljoenen euro’s Noot 2020 2019 Resultaat na belastingen, zoals opgenomen in de geconsolideerde winst- en-verliesrekening 599,7 412,0 Saldo van actuariële winsten en verliezen terzake van personeelsbeloningen, 20,42 ‑6,2 ‑14,5 waarvan vennootschapsbelasting 1,9 4,3 Totaal van de resultaten verwerkt in het eigen vermogen, welke bij realisatie niet worden geherclassificeerd naar de winst- en-verliesrekening ‑4,3 ‑10,2 Mutatie van tegen reële waarde gewaardeerde overige deelnemingen 9,41 ‑5,7 18,8 Mutaties in de cashflow hedge reserve, 15,40 ‑1,2 ‑0,9 waarvan vennootschapsbelasting 0,3 0,2 Mutatie in de cashflow hedges reserves van joint ventures en geassocieerde deelnemingen, 7 5,7 2,6 Totaal van de resultaten verwerkt in het eigen vermogen, welke bij realisatie worden geherclassificeerd naar de winst- en-verliesrekening ‑0,9 20,7 Totaal van de gerealiseerde en niet- gerealiseerde resultaten 594,5 422,5 Toe te rekenen aan aandeelhouder 594,5 422,5 Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 132 Geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen over 2020 In miljoenen euro’s Aandelen kapitaal Cash flow hedge reserve Reële waarde reserve Overige reserves Onverdeeld resultaat Totaal 2020 Stand per 1 januari 2020 0,2 0,9 342,2 5.180,1 412,0 5.935,4 Totaal van de gerealiseerde en niet- gerealiseerde resultaten over het boekjaar - ‑0,9 ‑5,7 1,4 599,7 594,5 Wijziging in uitgestelde belastingen - - - 99,5 - 99,5 Uitgekeerd dividend 2019 - - - - ‑288,4 ‑288,4 Toegevoegd aan de overige reserves - - - 123,6 ‑123,6 - Stand per 31 december 2020 0,2 - 336,5 5.404,6 599,7 6.341,0 2019 Stand per 1 januari 2019 0,2 1,6 323,5 5.056,9 325,2 5.707,5 Totaal van de gerealiseerde en niet- gerealiseerde resultaten over het boekjaar - ‑0,7 18,8 ‑7,6 412,0 422,5 Rechtstreekse vermogensmutaties joint ventures - - - ‑5,4 - ‑5,4 Wijziging in uitgestelde belastingen - - - 39,0 - 39,0 Uitgekeerd dividend 2018 - - - - ‑228,0 ‑228,0 Toegevoegd aan de overige reserves - - - 97,2 ‑97,2 - Stand per 31 december 2019 0,2 0,9 342,2 5.180,1 412,0 5.935,4 Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 133 Geconsolideerd kasstroomoverzicht over 2020 In miljoenen euro’s Noot 2020 2019 Kasstroom uit operationele activiteiten Netto-omzet 3,26 1.372,2 1.278,2 Totale lasten 27,28,5 ‑513,5 ‑774,6 Bedrijfsresultaat 858,7 503,6 Aanpassingen voor: \- afschrijvingskosten 5 318,4 326,5 \- terugname bijzondere waardevermindering 4,5 ‑300,0 - \- mutatie voorraden 11 ‑0,3 ‑1,8 \- mutatie operationeel werkkapitaal 12,23 9,4 ‑56,5 \- mutatie voorzieningen 20,21 4,1 ‑45,3 \- resultaat desinvesteringen 5 8,9 14,2 Kasstroom uit bedrijfsoperaties 899,2 740,7 Ontvangen rente 29 1,7 3,5 Ontvangen dividend joint ventures 7 22,4 24,7 Ontvangen dividend overige kapitaalbelangen 9 31,3 59,6 Betaalde rente 30 ‑80,0 ‑99,5 Betaalde vennootschapsbelasting 31 ‑59,1 ‑71,0 Kasstroom uit operationele activiteiten 815,5 658,0 Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 134 In miljoenen euro’s Noot 2020 2019 Kasstroom uit investeringsactiviteiten Acquisities (exclusief meegekochte kasmiddelen) 2 ‑11,5 ‑7,0 Investeringen in materiële vaste activa 5 ‑327,5 ‑404,0 Desinvesteringen in materiële vaste activa 5 ‑0,4 0,1 Investeringen in joint ventures 7 ‑14,7 ‑6,9 Kasstroom uit investeringsactiviteiten ‑354,1 ‑417,8 Kasstroom uit financieringsactiviteiten Opname langlopende leningen 16 - 494,2 Aflossing van langlopende leningen 16 ‑21,4 ‑519,0 Leasebetalingen 17 ‑9,0 ‑8,2 Mutatie kortlopende financieringsverplichtingen 22 ‑170,0 38,8 Uitgekeerd dividend 43 ‑288,4 ‑228,0 Kasstroom uit financieringsactiviteiten ‑488,8 ‑222,2 Netto kasstroom in het boekjaar ‑27,4 18,0 Liquide middelen primo periode 14 45,3 27,3 Liquide middelen ultimo periode 14 17,9 45,3 Mutatie liquide middelen ‑27,4 18,0 Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 135 10 Toelichting op de geconsolideerde financiële overzichten Toelichting op de geconsolideerde financiële overzichten Algemeen Opmaken en vaststellen van de jaarrekening De jaarrekening 2020 is opgemaakt door de Raad van Bestuur op 4maart 2021\. De opgemaakte jaarrekening wordt op 29maart 2021 ter vaststelling voorgelegd aan de Algemene Vergadering. Verslaggevende entiteit N.V. Nederlandse Gasunie (hierna: ‘Gasunie’ of ‘de vennootschap’) is een Europees energie- infrastructuur bedrijf. Gasunie biedt gereguleerde transportdiensten aan in Nederland en in Duitsland. Voorts neemt Gasunie deel in samenwerkingsverbanden voor pijpleidingen die het Gasunie- transportnet verbinden met buitenlandse markten. Daarnaast biedt Gasunie ook andere diensten aan op het gebied van energie-infrastructuur, waaronder gasopslag en de certificering van groen gas. Gasunie zet haar infrastructuur en kennis in toenemende mate in voor verdere ontwikkeling en integratie van alternatieve energiebronnen, zoals waterstof, warmte en groen gas alsmede de ontwikkeling van CC(U)S. De vennootschap is statutair en feitelijk gevestigd te Groningen (Nederland) op Concourslaan17 en is ingeschreven onder KvK-nummer 02029700. Alle op balansdatum geplaatste aandelen worden gehouden door de Staat der Nederlanden. Verslaggevingsperiode Deze jaarrekening heeft betrekking op het boekjaar 2020 dat eindigde op de balansdatum van 31december 2020. Presentatie- en functionele valuta De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro’s, wat tevens de functionele valuta is van de vennootschap. Alle bedragen zijn, tenzij anders vermeld, opgenomen in miljoenen euro’s. Continuïteit Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling. De vennootschap heeft de invloed van de COVID-19 pandemie op de toepassing van de continuïteitsveronderstelling onderzocht. Het management verwacht – mede gebaseerd op de ervaringen van het afgelopen boekjaar – dat de financiële impact van de COVID-19 pandemie beperkt is voor de balansposten, de resultaten en de liquiditeit en solvabiliteit van de vennootschap. In noot1 ‘Significante aangelegenheden en gebeurtenissen in 2020’ is deze verwachting nader toegelicht. Het management is van mening dat er geen onzekerheid bestaat over het hanteren van de continuïteitsveronderstelling. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 136 Onderdelen van het bestuursverslag en de jaarrekening Het bestuursverslag, als bedoeld in art. 2:391 van het Burgerlijk Wetboek, bestaat uit de volgende secties van het jaarverslag en de jaarrekening: De geconsolideerde jaarrekening bestaat uit de geconsolideerde balans, de geconsolideerde winst-en- verliesrekening, het geconsolideerd overzicht van het totaalresultaat, het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht. In de voornoemde overzichten zijn referenties opgenomen. Met deze referenties wordt verwezen naar de toelichting op de jaarrekening. De toelichtingen bij de in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen financiële overzichten maken integraal deel uit van de geconsolideerde jaarrekening. De geconsolideerde jaarrekening en de vennootschappelijke jaarrekening vormen samen de statutaire jaarrekening van de vennootschap. Van gastransportbedrijf naar energie-infrastructuuronderneming Financiële resultaten Over Gasunie Optimaliseren infrastructuur Europees verbindend Versnellen van de energietransitie Organisatiefundament Onze dilemma’s Governance (uitgezonderd het ‘Verslag van de Raad van Commissarissen’) Informatie over financiële instrumenten (noot 24 ‘Financiële instrumenten’ van de geconsolideerde jaarrekening) Bijlagen (uitgezonderd het 'Verslag van de OR') Basis voor opstelling Overeenstemmingsverklaring Op grond van de Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement stelt de vennootschap haar geconsolideerde jaarrekening op in overeenstemming met de bepalingen van de International Financial Reporting Standards (IFRS), zoals bekrachtigd door de Europese Unie en in overeenstemming met de bepalingen van Titel9 Boek2 Burgerlijk Wetboek (BW). IFRS omvat in dit kader zowel de IFRS-standaarden als de International Accounting Standards (IAS), die door de International Accounting Standards Board zijn uitgebracht, en de interpretaties van IFRS- en IAS- standaarden, uitgebracht door het IFRS Interpretations Committee (IFRIC) respectievelijk het Standing Interpretations Committee (SIC). Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 137 Nieuwe en gewijzigde standaarden voor de financiële verslaggeving Met betrekking tot het boekjaar 2020 zijn de onderstaande wijzigingen in standaarden van kracht geworden: Daarnaast worden onderstaande standaarden of wijzigingen daarin naar verwachting in de nabije toekomst van kracht. Van deze standaarden is de EU-goedkeuring nog niet in alle gevallen afgerond. Uit een analyse door de vennootschap blijkt dat zowel de vastgestelde standaarden als de nog te bekrachtigen standaarden geen materiële impact hebben op het vermogen, de kasstromen en het resultaat van de vennootschap en dat geen sprake is van significante additionele toelichtingen. Om die reden zijn de gevolgen van deze wijzigingen voor de vennootschap niet in detail toegelicht in deze jaarrekening. Amendment to IAS 1 and IAS 8: Definition of Material Amendment to IFRS 3 Business Combinations Amendments to References to the Conceptual Framework in IFRS Standards Amendments to IFRS 9, IAS 39 and IFRS17: Interest Rate Benchmark Reform Amendment to IFRS 16 Leases COVID-19-Related Rent Concessions Amendments to IFRS 4 Insurance Contracts – deferral of IFRS 9 (vanaf boekjaar 2021) Amendments to IFRS 9, IAS 39, IFRS 7, IFRS 4 and IFRS 16 Interest Rate Benchmark Reform – Phase 2 (vanaf boekjaar 2021) Amendments to IFRS 3 Business Combinations, IAS 16 Property, Plant and Equipment and IAS 37 Provisions, Contingent Liabilities and Contingent Assets (vanaf boekjaar 2022) Annual Improvements 2018-2020 (vanaf boekjaar 2022) Amendments to IAS 1 Presentation of Financial Statements: Classification of Liabilities as Current or Non-current (vanaf boekjaar 2023) IFRS 17 Insurance Contracts; including Amendments to IFRS 17 (vanaf boekjaar 2023) Oordelen en schattingen door het management Het management maakt bij het opstellen van de jaarrekening gebruik van schattingen en beoordelingendie de gerapporteerde bedragen voor activa en passiva op balansdatum en het resultaat over het boekjaar kunnen beïnvloeden. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden periodiek beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft. Indien het voor het geven van het in artikel 2:362 lid1BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van de oordelen en de schattingen, inclusief de bij de onzekerheden behorende veronderstellingen, opgenomen in de toelichting op de desbetreffende jaarrekeningposten. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 138 De invloed van oordelen en schattingen van het management is significant bij de: Waardering en de bepaling van de levensduur van vaste activa (zoals opgenomen in noot4 ‘Onderzoek naar bijzondere waardeverminderingen’ en noot5 ’Materiële vaste activa’); Waardering van de overige deelnemingen (zoals opgenomen in noot9 ‘Overige deelnemingen’); Waardering van de uitgestelde belastingvorderingen (noot10 ‘Uitgestelde belastingvorderingen’). Waardering van de pensioenverplichtingen (zoals opgenomen in noot20 ‘Personeelsbeloningen’); Classificatie van kapitaalsbelangen (zoals opgenomen in noot6 ’Investeringen in joint operations’ en noot7 ‘Investeringen in joint ventures’). Bepaling van de reële waarde Voor een aantal waarderingsgrondslagen en toelichtingen is bepaling van de reële waarde vereist. De reële waarde van een financieel instrument is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en van elkaar onafhankelijk zijn. Bij het bepalen van de reële waarde van een actief of een verplichting maakt Gasunie zoveel mogelijk gebruik van op de markt waarneembare gegevens. De reële waarden worden geclassificeerd naar verschillende niveaus op basis van een reële-waardehiërarchie, afhankelijk van de gehanteerde informatie op basis waarvan de waarderingstechnieken zijn toegepast. De verschillende waarderingsniveaus zijn als volgt gedefinieerd: Indien de gehanteerde informatie die wordt gebruikt voor het bepalen van de reële waarde van een actief of verplichting binnen verschillende niveaus van de reële-waardehiërarchie vallen, dan wordt de bepaalde reële waarde in zijn geheel geclassificeerd in het laagste niveau dat van toepassing is. Gasunie verwerkt herrubriceringen tussen de niveaus van de reële-waardehiërarchie aan het einde van de verslagperiode waarin de wijziging zich heeft voorgedaan. Het managementbeoordeelt voortdurend wijzigingen in belangrijke gehanteerde informatie en stelt de reële waardebepalingen indien nodig hierop bij. De reële waarde van beursgenoteerde financiële instrumenten wordt bepaald aan de hand van de biedprijs. De reële waarde van niet-beursgenoteerde financiële instrumenten wordt bepaald door de verwachte kasstromen contant te maken tegen een disconteringsvoet die gelijk is aan de geldende risicovrije marktrente voor de resterende looptijd, vermeerderd met krediet- en liquiditeitsopslagen. De reële waarde van derivaten waarbij geen onderpand wordt uitgewisseld, wordt bepaald door het contant maken van de kasstromen aan de hand van de relevante swapcurve, vermeerderd met krediet- en liquiditeitsopslagen. Niveau 1: Op basis van genoteerde prijzen op actieve markten voor hetzelfde instrument. Niveau 2: Op basis van prijzen op actieve markten voor vergelijkbare instrumenten of op basis van andere waarderingstechnieken, waarbij alle benodigde significante gegevens direct of indirect zijn ontleend aan zichtbare marktgegevens. Niveau 3: Op basis van waarderingstechnieken, waarbij alle benodigde significante gegevens niet zijn ontleend aan zichtbare marktgegevens. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 139 Significante grondslagen voor de financiële verslaggeving Grondslagen voor consolidatie Algemeen In de geconsolideerde jaarrekening zijn de financiële gegevens van Gasunie en haar groepsmaatschappijen opgenomen. Groepsmaatschappijen zijn vennootschappen waarover overheersende zeggenschap kan worden uitgeoefend. Van overheersende zeggenschap is sprake indien Gasunie, direct of indirect: In het algemeen wordt overheersende zeggenschap verondersteld indien Gasunie meer dan 50% van de stemrechten of stemgerechtigde aandelen bezit. Dit wordt echter naar de feitelijke omstandigheden per individuele deelneming beoordeeld. Bij gewijzigde omstandigheden beoordeelt het management opnieuw of wel of geen sprake is van control. Groepsmaatschappijen worden integraal geconsolideerd vanaf de datum waarop overheersende zeggenschap over de groepsmaatschappij is verkregen. De groepsmaatschappijen worden niet meer in de consolidatie opgenomen vanaf de datum waarop geen sprake meer is van overheersende zeggenschap. De posten in de geconsolideerde jaarrekening worden volgens uniforme grondslagen van waardering en resultaatbepaling vastgesteld. Intragroepssaldi en -transacties, alsmede eventuele niet-gerealiseerde winsten en verliezen uit intra- groepstransacties, worden geëlimineerd. macht (‘power’) heeft over de relevante activiteiten van de betreffende vennootschap en is blootgesteld aan of gerechtigd is tot variabele opbrengsten uit hoofde van de betrokkenheid bij de vennootschap; en over de mogelijkheid beschikt zijn macht over de vennootschap te gebruiken om de omvang van de opbrengsten van de investeerder te beïnvloeden. Consolidatiekring In noot 53 ‘Overzicht groepsmaatschappijen en deelnemingen’ is een overzicht opgenomen van alle in de consolidatie begrepen groepsmaatschappijen. Bedrijfscombinaties en goodwill Bedrijfscombinaties, zoals fusies of overnames, worden verantwoord volgens de acquisitiemethode van IFRS3 ‘Business Combinations’. De verkrijgingsprijs van een acquisitie is het totaal van opgeofferde activa, aangegane of overgenomen verplichtingen en (eventueel) door de overnemende partij uitgegeven eigen vermogen instrumenten. De kosten die verband houdend met de bedrijfscombinatie worden direct ten laste van de winst-en-verliesrekening gebracht. De bij de bedrijfscombinaties verkregen identificeerbare activa, passiva en voorwaardelijke verplichtingen worden door de vennootschap, als verkrijgende partij, verantwoord tegen de reële waarde op de overnamedatum. Voorwaardelijke vergoedingen worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde op de verkrijgingsdatum. Een voorwaardelijke vergoeding die kwalificeert als een financieel instrument, wordt tegen reële waarde gewaardeerd, waarbij wijzigingen in reële waarde worden verantwoord in de winst-en-verliesrekening op het moment dat deze wijzigingen zich voordoen. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 140 Het meerdere van de verkrijgingsprijs van een acquisitie boven het aandeel in de reële waarde van de netto identificeerbare activa, passiva en voorwaardelijke verplichtingen wordt, indien van toepassing, door Gasunie geclassificeerd als goodwill en wordt opgenomen onder de immateriële vaste activa. Na de eerste opname wordt de goodwill gewaardeerd tegen kostprijs minus (eventuele) geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingen. Grondslagen voor de omrekening van vreemde valuta Transacties luidend in vreemde valuta worden bij de eerste verwerking gewaardeerd in de functionele valuta door omrekening tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie tussen de functionele valuta en de vreemde valuta. In vreemde valuta luidende monetaire activa en verplichtingen worden op balansdatum in de functionele valuta omgerekend tegen de op die datum geldende wisselkoersen. Valutakoersverschillen die voortkomen uit de afwikkeling van monetaire posten worden verwerkt in de winst-en- verliesrekening in de periode dat zij zich voordoen. Valutakoersverschillen die voortkomen uit de omrekening van monetaire posten in vreemde valuta, worden verwerkt in de winst-en-verliesrekening in de periode dat zij zich voordoen, tenzij op deze transacties hedge accounting is toegepast. Niet-monetaire activa en passiva in vreemde valuta die tegen historische kostprijs worden opgenomen, worden naar de functionele valuta omgerekend tegen de geldende wisselkoersen op de transactiedatum. Valutakoersverschillen die optreden bij de omrekening van in aanmerking komende kasstroomhedges, voor zover de afdekking effectief is, worden verwerkt als niet-gerealiseerde resultaten. Grondslagen voor de waardering en de resultaatbepaling Algemeen De grondslagen die worden toegepast voor de waardering van de activa en de passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd op historische kosten, tenzij anders vermeld in de verdere grondslagen. Vaste activa Materiële vaste activa Materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de kostprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en de cumulatieve bijzondere waardeverminderingen. De kosten van periodiek groot onderhoud zijn bij de initiële opname verwerkt in de boekwaarde van het actief op basis van de componentenbenadering. Rentelasten worden geactiveerd indien deze betrekking hebben op de aankoop, constructie of productie van kwalificerende activa, waarvoor geldt dat het actief noodzakelijkerwijze pas na een aanzienlijke tijdsperiode (langer dan één jaar) klaar is voor het beoogde gebruik. Afschrijvingen worden bepaald door de kosten van materiële vaste activa minus hun geschatte restwaarde lineair af te schrijven over hun geschatte gebruiksduur. Op grond en terreinen en gas in de leidingen wordt niet afgeschreven. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 141 Een belangrijk deel van de activa is bedoeld voor de gereguleerde bedrijfsactiviteiten. Regulering van de toekomstige kasstromen door de toezichthouder bepaalt mede de realiseerbare waarde van de gereguleerde activa. Hierbij zijn belangrijke schattingen en oordelen van het management vereist, onder andere ten aanzien van de levensduur, restwaarde en de toekomstige kasstromen uit hoofde van het gastransport. De restwaarde van het actief, de gebruiksduur en de afschrijvingsmethodes worden jaarlijks beoordeeld en, indien noodzakelijk, aangepast. In noot5 ‘Materiële vaste activa’ is een nadere toelichting opgenomen inzake de verwachte gebruiksduur van de activa. De materiële vaste activa worden onderscheiden naar categorieën. Per categorie is de levensduur en de bijbehorende afschrijvingstermijn bepaald. In noot5 ‘Materiële vaste activa’ is toegelicht welke categorieën zijn onderkent alsmede wat de afschrijvingstermijn per categorie is. Bijdragen van derden in de kosten van aanleg van het gastransportnetwerk worden op de investeringen in mindering gebracht, voor zover het overheidsbijdragen (waaronder subsidies) of andere niet- transportcapaciteit gerelateerde bijdragen betreft. Klantbijdragen voor investeringen die wel gerelateerd zijn aan transportcapaciteit, worden als contractverplichting opgenomen in de balans overeenkomstig de bepalingen van IFRS15 en worden overeenkomstig de looptijd van het contract met de klant periodiek ten gunste van de winst-en-verliesrekening gebracht. Indien sprake is van een significante financieringscomponent in de klantbijdragen, worden de financieringslasten verantwoordonder de rentelasten. Onder het hoofd ‘Netto-omzet’ in deze grondslagen wordt de voornoemde verwerking nader toegelicht. Materiële vaste activa die op balansdatum nog niet in bedrijf zijn, worden verantwoord onder de ‘vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering’. Na de ingebruikname worden de betreffende activa naar hun aard gerubriceerd onder één van de hoofdcategorieën. De hoeveelheden gas en stikstof die permanent aanwezig zijn in de pijpleidingen en cavernes en die benodigd zijn voor het gastransport en gerelateerde diensten, worden opgenomen onder de ‘andere vaste bedrijfsmiddelen’.In geval van mutaties in de permanente gasvoorraden geldt dat het begrip kostprijs wordt ingevuld door gebruikmaking van de gemiddelde gasprijs van de periode waarin de mutatie plaatsvond. Een winst of een verlies op de buitengebruikstelling van een materieel vast actief wordt verwerkt in de winst-en-verliesrekening op het moment van buitengebruikstelling. De materiële vaste activa waarvan de vennootschap op grond van een leaseovereenkomst het gebruiksrecht heeft, worden eveneens in de balans opgenomen. Investeringen in joint operations Investeringen in joint operations zijn deelnemingen waarin de vennootschap gezamenlijke zeggenschap uitoefent en waarbij de vennootschap rechten ten aanzien van de activa heeft en verplichtingen ten aanzien van de schulden van de deelneming. In de financiële overzichten worden de rechten ten aanzien van de activa en verplichtingen ten aanzien van de schulden van de deelneming en de bijbehorende rechten op de opbrengsten en lasten van de joint operations opgenomen. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 142 Investeringen in joint ventures Investeringen in joint ventures zijn deelnemingen waarin de vennootschap met andere partijen gezamenlijke zeggenschap uitoefent en rechten heeft op de netto-activa van de deelnemingen. Deze deelnemingen worden volgens de equity-methode gewaardeerd. Overeenkomstig deze methode worden de deelnemingen opgenomen tegen de verkrijgingsprijs (inclusief goodwill) vermeerderd met het aandeel in het resultaat en het aandeel in de overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten vanaf het moment van verwerving en verminderd met het aandeel in de dividenduitkeringen. In de winst-en-verliesrekening en in het geconsolideerde overzicht van het totaalresultaat wordt het aandeel van de vennootschap in het (totaal)resultaat van de joint ventures opgenomen. Investeringen in geassocieerde deelnemingen Investeringen in geassocieerde deelnemingen zijn deelnemingen waarin de vennootschap invloed van betekenis uitoefent op het zakelijke en financiële beleid, maar waarover geen overheersende zeggenschap kan worden uitgeoefend. Deze deelnemingen worden volgens de equity-methode gewaardeerd. Overeenkomstig deze methode worden de deelnemingen opgenomen tegen de verkrijgingsprijs (inclusief goodwill) vermeerderd met het aandeel in het resultaat en het aandeel in de overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten vanaf het moment van verwerving en verminderd met het aandeel in de dividenduitkeringen. In de winst-en-verliesrekening wordt het aandeel van de vennootschap in het resultaat van de geassocieerde deelnemingen opgenomen. Eliminatie van transacties met deelnemingen Niet-gerealiseerde winsten uit hoofde van transacties met deelnemingen verwerkt volgens de equity- methode, worden geëlimineerd naar rato van het belang dat Gasunie in de deelneming heeft. Overige deelnemingen Overige deelnemingen worden op basis van IFRS9 na de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij niet-gerealiseerde winsten of verliezen worden verwerkt in het totaalresultaat. Er vindt geen recycling via de winst-en-verliesrekening plaats. Bij het bepalen van de reële waarde van de overige deelnemingen maakt het management aannames, onder andere ten aanzien van ontwikkelingen in het relevante reguleringskader op korte en lange termijn, maakt zij schattingen van bijvoorbeeld de toekomstige kasstromen en stelt zij de disconteringsvoet vast. In noot9 ‘Overige deelnemingen’ zijn de voornaamste aannames en veronderstellingen toegelicht. In het geval dat de reële waarde niet betrouwbaar kan worden vastgesteld op basis van deze aannames, wordt de kostprijs of nettovermogenswaarde gehanteerd als benadering van de reële waarde en isdit vermeld in de toelichting op de jaarrekening. Het resultaat deelneming van de overige deelnemingen wordt in de winst-en-verliesrekening verwerkt op het moment dat formeel besloten is tot het uitkeren van dividend door deze deelnemingen dan wel het moment van betaalbaarstelling. Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa De vennootschap onderzoekt periodiek of sprake is van een bijzondere waardeverminderingvan vaste activa, waaronder materiële en financiële vaste activa. Het management bepaalt daartoe de Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 143 realiseerbare waarde van de activa. De realiseerbare waarde is de hoogste van de directe en de indirecte opbrengstwaarde. Indien de realiseerbare waarde lager is dan de boekwaarde, dan wordt het verschil ten laste van de winst-en-verliesrekening gebracht. De aard van de materiële vaste activa leidt ertoe dat de realiseerbare waarde veelal niet per actief kan worden bepaald. In deze gevallen wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort. De vennootschap onderzoekt tevens periodiek of een bijzonder waardeverminderingsverlies dat in voorgaande perioden is verantwoord, niet meer bestaat of is afgenomen. Indien wordt vastgesteld dat een in het verleden verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies niet meer bestaat of is afgenomen, dan wordt de toegenomen boekwaarde van de desbetreffende activa of kasstroom genererende eenheid niet hoger gesteld dan de boekwaarde die bepaald zou zijn indien geen bijzondere waardevermindering voor het actief of de kasstroom genererende eenheid zou zijn verantwoord. Een eventuele terugname wordt in de winst-en-verliesrekening verantwoord. Vlottende activa Voorraden Voorraden worden opgenomen tegen kostprijs of lagere realiseerbare waarde. De kostprijs bestaat uit de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, vermeerderd met eventuele overige kosten om de voorraden op hun huidige plaats en in hun huidige staat te brengen. De opbrengstwaarde is gebaseerd op de meest betrouwbare schatting van het bedrag dat de voorraden maximaal zullen opbrengen, onder aftrek van nog te maken kosten. Handels- en overige vorderingen Handels- en overige vorderingen worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde. De vennootschap past de vereenvoudigde methode van IFRS9 toe voor het waarderen van de handels- en overige vorderingen. Hierbij wordt bij eerste waardering van de vordering een voorziening gevormd ter dekking van de verwachte kredietverliezen door niet-betaling. Deze verwachting wordt gebaseerd op historische betalingsgegevens. Na eerste verwerking worden de vorderingen gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, gebruikmakend van de effectieve rentemethode, verminderd met de voorziening wegens oninbaarheid. Onder de post handelsvorderingen zijn tevens de per balansdatum nog niet gefactureerde bedragen begrepen van in het boekjaar verleende diensten. Indien daartoe een objectieve aanleiding is, wordt hierop tevens een voorziening wegens oninbaarheid gevormd. Liquide middelen Liquide middelen omvatten de beschikbare geldmiddelen in de vorm van uitstaande bedragen bij banken en bij derden, zoals deposito’s of callgelden. Een deposito komt slechts in aanmerking als kasequivalent indien ze binnen negentig dagen kan worden omgezet in een gekend bedrag aan geldmiddelen en niet onderhevig is aan een significantrisico van waardeverminderingen. De liquide middelen worden aangehouden met als doel aan de kortlopende verplichtingen te kunnen voldoen en worden in beginsel niet aangehouden voor het doen van investeringen of voor andere doeleinden. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 144 Afgeleide financiële instrumenten Cash flow hedge accounting In een beperkt aantal gevallen maakt de vennootschap gebruik van afgeleide financiële instrumenten ten einde financiële risico’s ingevolge toekomstige transacties (kasstromen) te beheersen. Dit betreft bijvoorbeeld valutatermijncontracten die ingezet worden om koersrisico’s op toekomstige transacties in vreemde valuta af te dekken. Deze instrumenten worden bij de eerste opname verantwoord tegen de reële waarde per de datum waarop het contract is aangegaan (in beginsel is de waarde op dat moment nihil). Vervolgens wordt de reële waarde periodiek opnieuw bepaald. De winst of het verlies op het effectieve deel van het afdekkinginstrument wordt verwerkt in de cash flow hedge reserve in het eigen vermogen, onder aftrek van uitgestelde belastingen. Een eventueel ineffectief gedeelte van de afdekking wordt onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening verwerkt. Wanneer een afdekkinginstrument wordt afgewikkeld, blijft de winst of het verlies op het effectieve deel in het eigen vermogen opgenomen, voor zover naar verwachting de onderliggende kasstroom nog zal plaatsvinden. Indien de onderliggende kasstroom niet langer verwacht wordt, wordt de winst of het verlies op het effectieve deel, dat is uitgesteld in het eigen vermogen, onmiddellijk ten gunste of ten laste gebracht van de winst-en-verliesrekening. De afgeleide financiële instrumenten die aangewezen en effectief zijn in het kader van hedge accounting, worden verwerkt overeenkomstig de afgedekte positie. Afhankelijk van de aard en de looptijd van de afgedekte positie vindt rubricering als langlopend of kortlopend plaats. Overige afgeleide financiële instrumenten Voor overige afgeleide financiële instrumenten waarvoor geen cash flow hedge accounting wordt toegepast, worden veranderingen in de reële waarde vanaf eerste opname direct verwerkt in de winst- en-verliesrekening. Indien de reële waarde van een derivaat positief is, wordt het instrument opgenomen onder de post overige vorderingen. Indien de waarde van een derivaat negatief is, vindt verantwoording plaats onder de post overige schulden. Afhankelijk van de aard en de looptijd van het onderliggend contract vindt rubricering als langlopend of kortlopend plaats. Langlopende schulden Dit betreft verplichtingen met een resterende nominale looptijd van meer dan één jaar. De aflossingsverplichtingen die binnen één jaar vervallen worden opgenomen onder kortlopende schulden. Rentedragende leningen worden bij de eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde, verminderd met de transactiekosten en (eventueel) disagio. Na de eerste opname worden de rentedragende leningen gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve\- rentemethode, waarbij de transactiekosten en het disagio ten laste van de winst-en-verliesrekening gebracht worden in de periode waarop zij betrekking hebben. De nog niet in de winst-en-verliesrekening verwerkte bedragen van het disagio en de transactiekosten worden verwerkt als verlaging van de langlopende schulden waarop ze betrekking hebben. De leningen worden verwijderd uit de balans op het moment dat de contractuele verplichting is vervallen of verlopen. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 145 Personeelsbeloningen De personeelsbeloningen worden als last in de winst-en-verliesrekening verantwoord in de periode waarin de arbeidsprestatie wordt verricht en, voor zover nog niet uitbetaald, als verplichting op de balans opgenomen. Onder de personeelskosten wordt verstaan alle kosten die verband houden met personeelsbeloningen tijdens en na afloop van het dienstverband. De verplichtingen van de vennootschap met betrekking tot personeelsbeloningen omvatten naast de in rechte afdwingbare verplichtingen, ook eventueleverplichtingen waarbij sprake is van een situatie waarin de vennootschap geen ander reëel alternatief heeft dan het nakomen van die verplichting (‘feitelijke verplichtingen’). De verplichtingen ter zake van personeelsbeloningen hebben betrekking op pensioenverplichtingen, jubileumuitkeringen en de kosten van de secundaire arbeidsvoorwaarden na pensionering voor post- actieve en gepensioneerde werknemers. Personele voorzieningen De personele voorzieningen bestaan uit de voorziening voor pensioenverplichtingen en overige personele voorzieningen. Pensioenregelingen Gasunie en de in de consolidatie begrepen groepsmaatschappijen zijn pensioenregelingen aangegaan die haar werknemers aanspraak geeft op onder andere ouderdoms- en nabestaandenpensioen. Voor de medewerkers van Gasunie in Nederland is sprake van een collectief beschikbare premieregeling (toegezegde bijdrageregeling). De regeling houdt in dat de vennootschap zich verplicht heeft tot het betalen van een vaste, vooraf vastgestelde premie. Deze premie is gebaseerd op een voorwaardelijk middelloonsysteem, in lijn met de vigerende fiscale- en pensioenwetgeving. De pensioenopbouw in het voorwaardelijk middelloonsysteem is gemaximeerd op 1,875% per jaar over de gemiddelde pensioengrondslag tot ten hoogste het wettelijk maximaal pensioengevend salaris. De pensioenopbouw is niet gegarandeerd. De verschuldigde premie uit hoofde van de pensioentoezeggingen aan de werknemers wordt betaald aan de Stichting Pensioenfonds Gasunie. De Stichting voert de pensioenregeling uit. Voor de werknemers van Gasunie Deutschland, die vanaf 2012 in dienst zijn getreden, is sprake van een regeling die is herverzekerd bij een pensioenfonds. Ook deze regeling kwalificeert als een toegezegde bijdrageregeling. De werkgeversbijdrage wordt per jaar bepaald op basis van het bruto pensioeninkomen en kan oplopen tot 4% van de bijdragegrondslag. De pensioenregeling van de werknemers van Gasunie Deutschland die vóór 2012 in dienst zijn getreden, betreft een toegezegd-pensioenregeling, welke is gebaseerd op een eindloonsysteem. De aanspraken van deze werknemers zijn niet volledig gefinancierd. Hiervoor is een pensioenvoorziening in de balans opgenomen. De contante waarde van de voorziening voor de pensioenverplichting wordt berekend in overeenstemming met de ‘projected unit credit method’. In de berekening zijn belangrijke aannames gedaan over de marktrente op bedrijfsobligaties van hoge kwaliteit ter bepaling van de disconteringsvoet, de verwachte toekomstige salarisverhogingen, de verwachte toekomstige Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 146 pensioenverhogingen en de gemiddelde levensverwachting. Voor aanvullende informatie over deze variabelen wordt verwezen naar noot20 ‘Personeelsbeloningen’ van de nadere toelichting op de geconsolideerde balans. Actuariële winsten en verliezen en ervaringsaanpassingen worden verantwoord in het overzicht van het totaalresultaat en vervolgens verwerkt in het eigen vermogen in de periode waarin zij zich voordoen, onder aftrek van uitgestelde belastingen. Jaarlijks worden de relevante actuariële berekeningen opgesteld en beoordeeld door externe actuarissen. De overige personele voorzieningen worden hierna toegelicht. Voorziening voor jubileumuitkeringen De voorziening heeft betrekking op de jubileumuitkeringen die Gasunie uitkeert aan haar werknemers bij dienstjubilea. Er is rekening gehouden met de kans dat de uitkering zal plaatsvinden en met een disconteringsvoet vóór belastingen, welke rekening houdt met de huidige marktbeoordelingen voor de tijdswaarde van geld en de risico’s die inherent zijn aan de verplichting. Voorziening voor kosten van de secundaire arbeidsvoorwaarden na pensionering voor post-actieve en gepensioneerde werknemers De voorziening heeft betrekking op de vergoeding die Gasunie verstrekt aan haar werknemers na hun pensionering. De voorziening vertegenwoordigt de contante waarde van de al ingegane verplichtingen ter zake van post-actieve en gepensioneerde werknemers. Er is rekening gehouden met de levensverwachting en met een disconteringsvoet vóór belastingen, welke rekening houdt met de huidige marktbeoordelingen voor de tijdswaarde van geld en de risico’s die inherent zijn aan de verplichting. Periodiek worden de veronderstellingen van deze voorziening getoetst en bijgesteld aan de hand van overlevingstafels en rente- en kostenontwikkelingen. Overige voorzieningen Een voorziening wordt in de balans opgenomen wanneer er sprake is van: Het bedrag opgenomen als voorziening is de best mogelijke schatting op de balansdatum van de uitgaven die vereist zijn om aan de bestaande verplichting te voldoen, rekening houdend met de waarschijnlijkheid van de gebeurtenis. De overige voorzieningen betreffen de voorziening voor bepaalde opruimingskosten en saneringen. een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting, die het gevolg is van een gebeurtenis in het verleden; waarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt; en het waarschijnlijk is dat voor afwikkeling van die verplichting een uitstroom van middelen nodig is. Voorziening voor opruimingskosten en saneringen Deze voorziening wordt gevormd naar aanleiding van besluiten van het management om binnen afzienbare tijd specifiek aanwijsbare activa buitengebruik te stellen, te verwijderen of te saneren en waarvoor wetgeving dat in die voorkomende gevallen vereist. De omvang van de voorziening wordt mede bepaald aan de hand van ervaringscijfers van eerdere opruimingen en saneringen. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 147 De voorziening is gewaardeerd op de contante waarde van de uitgaven die naar verwachting vereist zullen zijn om de verplichting af te wikkelen. De disconteringsvoet wordt bepaald vóór belastingen en houdt rekening met de huidige marktbeoordelingen voor de tijdswaarde van geld en de risico’s die inherent zijn aan de verplichting. Leasing De initiële verwerking en waardering van leases is als volgt: De bij de leaseverplichting behorende activa zijn verantwoord onder de materiële vaste activa in de hoofdcategorie gebruiksrecht activa. De vervolgwaardering van de leases is als volgt: De vennootschap onderscheidt leaseverplichtingen in lease en non-lease componenten. De non- lease componenten vallen niet onder de reikwijdte van IFRS16. De kosten ingevolge deze contracten worden verantwoord in de winst-en-verliesrekening in de periode waarop ze betrekking hebben; De verwachte looptijd van de leaseverplichting wordt bepaald op basis van de contractuele looptijd van de overeenkomst, waarbij rekening is gehouden met de optionele verlengingsmogelijkheden, in het geval de vennootschap redelijkerwijs verwacht hiervan gebruik te maken; Indien van toepassing wordt bij de waardering van de leaseverplichtingen rekening gehouden met restwaardegaranties, significante variabele leasebetalingen en boeteclausules; De leaseverplichtingen worden in beginsel contant gemaakt tegen de impliciete rentevoet. Waar de impliciete rentevoet niet direct uit de leaseovereenkomst afleidbaar is, wordt gebruik gemaakt van de incrementele rentevoet van Gasunie. Voor portfolio’s van leases met vergelijkbare condities is gebruik gemaakt van een rentevoet die voor het portfolio als geheel representatief is; Het gebruiksrecht actief dat met de lease is verbonden, wordt initieel tegen contante waarde van de leaseverplichting in de balans opgenomen, eventueel vermeerderd met direct toerekenbare bijkomende kosten; De leaseovereenkomsten met een looptijd van korter dan één jaar of met een contractwaarde van minder dan €5.000 zijn overeenkomstig de uitzonderingsbepalingen van IFRS16 niet in de balans opgenomen. Gebruiksrecht activa zijn gewaardeerd tegen de kostprijs, verminderd met de lineaire afschrijving berekend over de verwachte looptijd van de leaseovereenkomst. Bepaling van de kostprijs is hiervoor toegelicht onder de initiële verwerking en waardering van leases; De leaseverplichtingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode; Indien de uitgangspunten in de leaseovereenkomst wijzigen (bijvoorbeeld door indexering of andere modificaties), wordt de boekwaarde van de leaseverplichting en het gebruiksrecht actief opnieuw bepaald en in de balans verwerkt. Handels- en overige kortlopende schulden Kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode. De effectieve rente wordt direct in de winst-en-verliesrekening verwerkt. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 148 Netto-omzet Onder netto-omzet wordt verstaan de opbrengsten van aan derden geleverde diensten inzake gastransport en gastransport gerelateerde diensten, onder aftrek van kortingen (bij niet-gereguleerde diensten) en over deze omzet geheven belastingen, zoals omzetbelasting. Hierbij maakt het management inschattingen over het risico van kredietverlies door niet-betaling en, in het geval van contractverplichtingen door klantbijdragen, van de relevante rentevoet. Indien het resultaat van een transactie aangaande het verlenen van een dienst betrouwbaar kan worden geschat, wordt de opbrengst met betrekking tot die dienst verwerkt naar rato van de verrichte prestaties in het boekjaar. Gasunie levert diensten op het gebied van gastransport, -opslag en aanverwante diensten. Deze diensten worden aangeboden als capaciteitsdiensten. Hierbij verwerven klanten het recht om voor een vooraf overeengekomen periode (uur, dag, maand, etc.) gebruik te maken van vooraf gecontracteerde capaciteiten. Gasunie beschouwt de dienst als geleverd en verantwoordt dienovereenkomstig de omzet over het verloop van de tijd. De realisatie van de netto- omzet kan betrouwbaar worden vastgesteld. Gasunie ontvangt geen vergoeding van afnemers anders dan de vooraf overeengekomen bedragen. De tarieven voor de gereguleerde activiteiten worden vastgesteld door onafhankelijke toezichthouders. Bij de gereguleerde netbeheerders worden geen kortingen toegepast. Wel kan sprake zijn van klantbijdragen in de aanleg of verbetering van transportinfrastructuur of kortingen/vooruitbetalingen in het niet-gereguleerde domein. Deze worden onder IFRS15 als contractverplichting beschouwd en in de balans opgenomen en over de verwachte gebruiksduur van het actief periodiek ten gunste van de winst-en-verliesrekening gebracht. In het geval een vooruitbetaling of korting een significante financieringscomponent bevat, wordt de hoogte van deze component bepaald op basis van een schatting van de relevante rentevoet. De financieringscomponent wordt verantwoord in de financiële baten en lasten in de periode waarop zij betrekking heeft. Aan investeringen toegerekende kosten Hieronder worden begrepen de eigen bedrijfskosten ten dienste van de vervaardiging van materiële vaste activa. Het betreft voornamelijk de kosten van eigen en inleenpersoneel en een deel van de organisatiekosten van de ondersteunende afdelingen. Overheidssubsidies Exploitatiesubsidies worden ten gunste van de winst-en-verliesrekening van het jaar gebracht ten laste waarvan de gesubsidieerde bestedingen komen. Eventuele vooruitontvangen bedragen worden onder de kortlopende schulden opgenomen. Vooruitontvangen investeringssubsidies worden initieel gepresenteerd onder de overlopende passiva. Deze investeringssubsidies worden vervolgens, zodra de investeringsuitgaven aanvangen en voldoen aan de voorwaarden voor activering, in mindering gebracht op de materiële vaste activa waarvoor de subsidie is bestemd. Overige kosten De kosten worden bepaald op historische basis, met inachtneming van de hiervoor al vermelde grondslagen voor de waardering en worden toegerekend aan de verslagperiode waarop zij betrekking hebben. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 149 Financiële baten en lasten Hieronder worden begrepen de baten en de lasten die verband houden met de financiering en soortgelijke baten en lasten. Rentebaten en soortgelijke baten worden verantwoord in de periode waartoe zij behoren, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende actiefpost, indien hun bedrag bepaalbaar is en hun ontvangst waarschijnlijk. Rentelasten en soortgelijke lasten worden verantwoord in de periode waartoe zij behoren. Financiële lasten omvatten ook de amortisatie van disagio en transactiekosten en betaalde premies bij tussentijdse terugkoop van obligatieleningen. De verwerking van de geactiveerde rentelasten is beschreven onder het hoofd ‘Materiële vaste activa’. Belastingen over het resultaat Belastingen over het resultaat omvatten de over de verslagperiode en voorgaande periodes verschuldigde winstbelastingen en de uitgestelde belastingen. Deze belastingen worden in de winst- en-verliesrekening opgenomen, behalve voor zover deze betrekking hebben op posten die rechtstreeks in het eigen vermogen worden opgenomen, in welk geval het belastingeffect ook rechtstreeks in het eigen vermogen wordt verwerkt. De over het boekjaar verschuldigde belasting is de naar verwachting te betalen belasting over de belastbare winst over het boekjaar, berekend aan de hand van belastingtarieven die zijn vastgesteld op verslagdatum, dan wel waartoe al materieel is besloten op verslagdatum, en eventuele correcties op de over voorgaande jaren verschuldigde belasting. De verschuldigde belasting wordt berekend rekening houdend met fiscaal vrijgestelde posten en geheel of gedeeltelijk niet-aftrekbare kosten. Indien de boekwaarde van de activa en de verplichtingen voor de financiële verslaggeving afwijkt van de fiscale boekwaarde, is sprake van tijdelijke verschillen. Voor alle belastbare tijdelijke verschillen wordt een uitgestelde belastingverplichting opgenomen. Voor alle verrekenbare tijdelijke verschillen wordt een uitgestelde belastingvordering opgenomen, voor zover het waarschijnlijk is dat er voldoende fiscale winst beschikbaar zal zijn voor toekomstige verrekening. Hiertoe zijn door het management aannames gedaan over de toekomstige fiscale winsten en het moment van realisatie van de tijdelijke verschillen. De uitgestelde belastingverplichtingen en -vorderingen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Bij de waardering worden de belastingtarieven gehanteerd die naar verwachting van toepassing zullen zijn op de periode waarin realisatie zal plaatsvinden op basis van de belastingtarieven en de belastingwetgeving waarvan het wetgevingsproces materieel is afgerond op balansdatum. De uit eventuele tariefswijziging van de vennootschapsbelasting voortvloeiende mutaties worden verwerkt in de winst-en-verliesrekening, met uitzondering van de mutaties die oorspronkelijk rechtstreeks zijn verwerkt in het eigen vermogen. Deze mutaties worden rechtstreeks in het eigen vermogen verwerkt. (Uitgestelde) belastingvorderingen en -verplichtingen worden gesaldeerd indien: een wettelijk afdwingbaar recht bestaat om de belastingvorderingen en -verplichtingen te salderen en de vorderingen en verplichtingen samenhangen met door dezelfde belastingautoriteit opgelegde winstbelasting aan dezelfde belasting verschuldigde entiteit; en/of; op verschillende belasting verschuldigde entiteiten die voornemens zijn de belastingvorderingen en \- verplichtingen te salderen of waarvan de belastingvorderingen en -verplichtingen gelijktijdig worden gerealiseerd. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 150 Tussen Gasunie en haar Nederlandse 100%-groepsmaatschappijen bestaat een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. Tussen Gasunie Deutschland GmbH & Co. KG (Gasunie Deutschland) en haar Duitse 100%-groepsmaatschappijen bestaat een fiscale eenheid voor de Duitse vennootschapsbelastingen. Financiële informatie per segment Informatie over de bedrijfsactiviteiten waarover afzonderlijke financiële informatie beschikbaar is en waarvan de bedrijfsresultaten regelmatig worden beoordeeld door het management, dient per segment toegelicht te worden. Het management heeft de onderstaande operationele segmenten gedefinieerd: Voor een nadere toelichting op de financiële informatie per segment wordt verwezen naar noot3 ‘Financiële informatie per segment’ van de toelichting op de geconsolideerde jaarrekening. Gasunie Transport Services Gasunie Deutschland Participations Kasstroomoverzicht De kasstroom uit operationele activiteiten wordt op basis van de indirecte methode bepaald, uitgaande van de netto-omzet in de geconsolideerde winst-en-verliesrekening. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de liquide middelen en soortgelijke tegoeden die zonder beperkingen en zonder significantrisico van waardeverminderingen als gevolg van de transactie kunnen worden omgezet in geldmiddelen. Gasunie presenteert ontvangen en betaalde rente, ontvangen dividenden van joint ventures, geassocieerde deelnemingen en overige deelnemingen en betaalde vennootschapsbelasting als onderdeel van de kasstroom uit operationele activiteiten. De verkrijgingsprijs van acquisities is opgenomen onder de kasstroom uit investeringsactiviteiten, voor zover betaling in geld heeft plaatsgevonden. De in de geacquireerde deelneming of activiteiten aanwezige geldmiddelen zijn op de aankoopprijs in mindering gebracht. Kasstromen uit afgeleide financiële instrumenten die worden verantwoord als cash flow hedge, worden in dezelfde categorie ingedeeld als de kasstromen uit de afgedekte posities. Gebeurtenissen na balansdatum Gebeurtenissen die nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum en die blijken tot aan de datum van het opmaken van de jaarrekening worden verwerkt in de jaarrekening. Gebeurtenissen die geen nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum worden niet in de jaarrekening verwerkt. Als dergelijke gebeurtenissen van belang zijn voor de oordeelsvorming van de gebruikers van de jaarrekening, worden de aard en de geschatte financiële gevolgen ervan toegelicht in de jaarrekening. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 151 11 Nadere toelichting op de geconsolideerde jaarrekening 1\. Significante aangelegenheden en gebeurtenissen in 2020 COVID-19 pandemie Vanaf het eerste kwartaal van 2020 heeft de COVID-19 pandemie zich ook in Nederland en in de rest van Europa verspreid. Als Europees energie infrastructuurbedrijf heeft Gasunie de gevolgen van de COVID-19 pandemie op de bedrijfsvoering en op de financiële positie onderzocht. Het management heeft hierbij uiteenlopende scenario’s overwogen welke gedurende 2020 telkens zijn geactualiseerd aan de hand van de meeste recente informatie en ontwikkelingen. Er zijn aanvullende maatregelen genomen om de operationele bedrijfsvoering, waaronder onder meer de continuïteit van het gastransport, veilig en betrouwbaar te kunnen blijven uitvoeren. De financiële resultaten over 2020 zijn niet significant nadelig beïnvloed door de pandemie. Er zijn geen belangrijke bedrijfsactiviteiten stopgezet en grote investeringsprojecten vonden – waar noodzakelijk met aanpassingen als gevolg van aangescherpte (veiligheids)richtlijnen – doorgang. De omzet en kosten van zowel de gereguleerde activiteiten als de niet-gereguleerde of van regulering vrijgestelde activiteiten wijken als gevolg van de pandemie niet substantieel af van het business plan. Er hebben in 2020 geen aanpassingen plaatsgevonden in de verwerking van de verkoop-, inkoop- en leasecontracten noch geven de bestaande contracten aanleiding tot het in de balans opnemen van additionele verplichtingen of voorzieningen. De herfinancieringskalender is door de pandemie niet gewijzigd. Ook de liquiditeitspositie is goed, inclusief toegang tot de geld\- en kapitaalmarkten. Tevens heeft geen aanpassing in het dividendbeleid plaatsgevonden. Gasunie heeft geen beroep gedaan op de financiële noodmaatregelen die de overheden in Nederland en Duitsland hebben ingeroepen. De COVID-19 pandemie had geen belangrijke gevolgen voor de waardering van de handels- en overige vorderingen. Het management heeft in het bijzonder onderzocht of COVID-19 invloed heeft op de transacties die worden verwerkt overeenkomstig de onderstaande verslaggevingsstandaarden: Het management concludeert dat de COVID-19 pandemie geen gevolgen heeft voor de toepassing van bovenstaande waarderingsgrondslagen. Omzetverantwoording Waardering van vaste activa Financiële instrumenten Leases Voorzieningen Belastingen Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 152 Publicatie methodebesluit GTS Op 31 augustus 2020 publiceerde ACM het ontwerpmethodebesluit GTS 2022-2026, gevolgd door de publicatie van het (definitieve) methodebesluit GTS 2022-2026 op 1februari 2021\. De gevolgen van dit besluit voor de toegestane inkomsten van GTS en daarmee voor de waardering van het gastransportnetwerk van GTS zijn opgenomen in noot4 ‘Onderzoek naar bijzondere waardeverminderingen’. 2. Bedrijfscombinaties en nieuwe entiteiten Acquisitie ZEBRA gasleiding en EHD-netten Op 31 december 2020 heeft Gasunie Transport Services (GTS) de ZEBRA-gasleiding alsmede een aantal extra hogedruknetten (EHD) in Zuidwest-Nederland overgenomen van vier samenwerkende netbeheerders. Het doel van de overname betrof mede deze netwerken te integreren in het landelijk netwerk van GTS als ook in het TTF-marktgebied. De integratie levert een positieve bijdrage aan de benutting van het landelijk netwerk. De overname is verwerkt in overeenstemming met IFRS3. De reële waarde van de verkregen materiële vaste activa is gelijk aan de verkrijgingsprijs, zijnde €11,5 miljoen. De overnameprijs is ineens en in contanten voldaan. Er is geen sprake van goodwill of overname van verplichtingen noch is sprake van te waarderen belastingeffecten. De overname had geen gevolgen voor de omzet en het resultaat over 2020\. De technische en operationele integratie van de ZEBRA-gasleiding en de EHD-netten in het bestaande netwerk van GTS is per de overnamedatum afgerond. De verkregen activa maakt na de overname onderdeel uit van de gereguleerde activa van GTS. Overig In 2020 zijn een aantal nieuwe entiteiten opgericht met als doel het verder ontwikkelen van de bestaande en toekomstige CC(U)S en waterstof activiteiten. N.V. Nederlandse Gasunie is 100% aandeelhouder van deze nieuwe entiteiten. De oprichting van deze entiteiten had geen significante invloed op het geconsolideerde resultaat en de geconsolideerde kasstromen over 2020 of het geconsolideerde vermogen ultimo 2020 en is om die reden niet nader toegelicht in deze jaarrekening. De nieuw opgerichte entiteiten zijn opgenomen in noot53 ‘Overzicht groepsmaatschappijen en deelnemingen’. 3\. Financiële informatie per segment De financiële informatie wordt gesegmenteerd naar de activiteiten van de vennootschap. De operationele segmenten weerspiegelen de managementstructuur. Gasunie onderscheidt de volgende segmenten: Gasunie Transport Services Dit segment beslaat het netbeheer in Nederland en is verantwoordelijk voor de aansturing van het gastransport, de ontwikkeling van het netwerk en de bijbehorende installaties en het bevorderen van de marktwerking. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 153 De grondslagen voor de waardering en de resultaatbepaling van de segmenten zijn gelijk aan de grondslagen zoals gehanteerd bij het opstellen van deze geconsolideerde jaarrekening. De activa, opbrengsten en resultaten van een segment omvatten zowel posten die rechtstreeks tot dat segment behoren als posten die redelijkerwijs aan dat segment kunnen worden toegerekend. Omdat de financiering van Gasunie overwegend op concernniveau plaatsvindt, vindt geen segmentering van de passiva plaats en wordt hierover derhalve niet separaat gerapporteerd. Transacties tussen bedrijven die toebehoren aan de segmenten worden verricht tegen een zakelijke grondslag. In de financiële informatie per segment worden transacties tussen segmenten geëlimineerd. De financiële informatie voor het segment GTS is in 2020 significant beïnvloed door de gevolgen van het terugnemen van een in het verleden verantwoorde bijzondere waardevermindering, zoals opgenomen in noot4 ‘Onderzoek naar bijzondere waardeverminderingen’. Gasunie Deutschland Dit segment beslaat het netbeheer in Duitsland en is verantwoordelijk voor de aansturing van het gastransport, de ontwikkeling van het netwerk en de bijbehorende installaties en het bevorderen van de marktwerking. Participations Dit segment richt zich op het ontwikkelen van projecten ten behoeve van de energietransitie, het optimaal benutten van de bestaande deelnemingen en het faciliteren van de komst van nieuwe gasstromen naar Noordwest-Europa via LNG-aanvoer en lange afstandspijpleidingen. Onder dit segment vallen tevens een aantal samenwerkingsverbanden voor pijpleidingen die het Gasunie- transportnet verbinden met buitenlandse markten. Opbrengsten en resultaat per segment De informatie over de opbrengsten en het resultaat per segment is als volgt: In miljoenen euro's Netto-omzet Resultaat 2020 2019 2020 2019 Segmenten \- Gasunie Transport Services 945,7 921,2 651,7 340,1 \- Gasunie Deutschland 310,9 247,3 166,8 126,1 \- Participations 151,9 143,9 40,2 37,4 Inter-segment eliminatie ‑36,3 ‑34,2 - - Segmententotaal 1.372,2 1.278,2 858,7 503,6 Saldo van niet-gealloceerde financiële baten en lasten en resultaat uit deelnemingen ‑5,5 13,4 Resultaat vóór belastingen 853,2 517,0 Belastingen ‑253,5 ‑105,0 Opbrengsten en resultaat na belastingen 1.372,2 1.278,2 599,7 412,0 Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 154 Gedurende 2020 heeft het segment Gasunie Transport Services voor €8,9 miljoen (2019: €6,9 miljoen), het segment Gasunie Deutschland voor €0,1 miljoen (2019: €0,2 miljoen) en het segment Participations voor €27,3 miljoen (2019: €27,1 miljoen) aan inter-segment diensten geleverd. Activa per segment De informatie over de activa per segment is als volgt: In miljoenen euro's Activa 31 dec. 2020 31 dec. 2019 Segmenten \- Gasunie Transport Services 6.898,7 6.572,6 \- Gasunie Deutschland 1.587,9 1.553,8 \- Participations 1.389,4 1.369,9 Segmententotaal 9.876,0 9.496,3 Niet-gealloceerde activa 510,0 629,8 Totaal geconsolideerde activa 10.386,0 10.126,1 De gealloceerde activa bevat de materiële vaste activa, de investeringen in joint ventures en geassocieerde deelnemingen en de investeringen in de overige deelnemingen. De niet-gealloceerde activa bestaan uit de uitgestelde belastingvorderingen en de vlottende activa. De investeringen en de afschrijvingen materiële vaste activa en de andere belangrijke niet-geldelijke posten zijn als volgt: In miljoenen euro's Gasunie Transport Services Gasunie Deutschland Participations Segmenten totaal Investeringen materiële vaste activa 2020 262,6 78,5 32,8 373,9 2019 224,4 173,4 25,2 423,0 Afschrijvingen materiële vaste activa 2020 ‑241,8 ‑40,9 ‑35,7 ‑318,4 2019 ‑250,1 ‑34,3 ‑35,1 ‑319,5 Andere belangrijke niet-geldelijke posten 2020 314,6 5,9 2,1 322,6 2019 3,8 ‑33,3 ‑ 0,2 ‑29,7 De andere belangrijke niet-geldelijke posten omvatten onder meer de mutaties samenhangend met de terugname van een in het verleden verantwoorde bijzondere waardevermindering, de mutaties in de personele\- en overige voorzieningen, de resultaten op desinvesteringen en belastingeffecten. Activa per geografisch gebied Het bepalen van de vaste activa per geografisch gebied vindt primair plaats aan de hand van het gebied waar de activiteiten plaatsvinden. Gasunie onderscheidt twee geografische gebieden: Nederland en buiten Nederland. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 155 De onderverdeling van de activa naar geografisch gebied is als volgt: In miljoenen euro's Vaste activa 31 dec. 2020 31 dec. 2019 Nederland 7.522,0 7.171,5 Buiten Nederland 2.354,0 2.328,2 Totaal vaste activa 9.876,0 9.499,7 De in de tabel opgenomen vaste activa omvat de materiële vaste activa alsmede het aandeel in de joint ventures, de geassocieerde deelnemingen en de overige deelnemingen.De toename van de activa in Nederland kan overwegend worden verklaard door het terugnemen van een in het verleden verantwoorde bijzondere waardevermindering, zoals opgenomen in noot4 ‘Onderzoek naar bijzondere waardeverminderingen'. Informatie over joint ventures en geassocieerde deelnemingen De segmentinformatie over joint ventures en geassocieerde deelnemingen is als volgt: In miljoenen euro's Investeringen in joint ventures en geassocieerde deelnemingen Aandeel in het vermogen van joint ventures en geassocieerde deelnemingen 2020 2019 31 dec. 2020 31 dec. 2019 Segmenten \- Gasunie Transport Services - - - - \- Gasunie Deutschland - - 102,7 104,6 \- Participations 14,7 6,9 139,0 108,1 Segmententotaal 14,7 6,9 241,7 212,7 De investeringen in 2020 in joint ventures zien met name toe op de deelnemingen Gate terminal, German LNG Terminal en SKW. In miljoenen euro's Acquisities joint ventures en geassocieerde deelnemingen Aandeel in resultaat joint ventures en geassocieerde deelnemingen 2020 2019 2020 2019 Segmenten \- Gasunie Transport Services - - - - \- Gasunie Deutschland - - 6,5 11,5 \- Participations - - 24,5 23,4 Segmententotaal - - 31,0 34,9 Een nadere toelichting op de mutaties in joint ventures en geassocieerde deelnemingen is opgenomen in noot7 ‘Investeringen in joint ventures’ en noot8 ‘Investeringen in geassocieerde deelnemingen’. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 156 4\. Onderzoek naar bijzondere waardeverminderingen Periodiek stelt het management vast of sprake is van gebeurtenissen of indicaties voor bijzondere waardeverminderingen van vaste activa. Zoals onder noot1 ‘Significante aangelegenheden en gebeurtenissen in 2020’ vermeld, geldt dat de COVID-19 pandemie geen gevolgen heeft voor de waardering van de vaste activa per 31december 2020. Onderstaand volgt voor de belangrijkste kasstroomgenererende eenheden de verdere analyse. Gastransportnetwerk Nederland Onderzoek naar bijzondere waardeverminderingen gastransportnetwerk in Nederland Aanleiding voor het onderzoek De Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft de bevoegdheid om middels een reguleringskader de tarieven vast te stellen die GTS in rekening mag brengen voor het transport, de aan transport gerelateerde taken en de aansluiting-, balancering- en kwaliteitsconversietaak. Dit zogenaamde methodebesluit vormt de basis voor de berekening van de toegestane omzet en tarieven gedurende de reguleringsperiode. De huidige reguleringsperiode eindigt op 31december 2021\. Op 1februari 2021 publiceerde ACM het methodebesluit GTS 2022-2026, welke voorafgegaan is door de publicatie van het ontwerpmethodebesluit GTS 2022-2026 op 31augustus 2020\. ACM heeft besloten om de methode van regulering opnieuw voor vijf jaar vast te stellen. De publicatie van het methodebesluit kan gevolgen hebben voor de toekomstige toegestane omzet van GTS. Afgeleid daarvan kan dit ook gevolgen hebben voor de waardering van het gastransportnetwerk per 31december 2020\. Deze gevolgen kunnen zowel positief als negatief zijn voor de vennootschap. Voorafgaand aan de impairment test ultimo 2020 bedroeg de boekwaarde van het gastransportnetwerk, dat als één samenhangende kasstroom genererende eenheid wordt beschouwd, ongeveer €6,5 miljard. Testmethode Het management maakt gebruik van een value-in-use benadering om de realiseerbare waarde van het transportnetwerk vast te stellen. De indirecte opbrengstwaarde van het gastransportnetwerk is berekend op basis van de verwachte kasstromen voor het boekjaar 2021 gebaseerd op het business plan aangevuld met de verwachte kasstromen voor de reguleringsperiode 2022-2026. Na afloop van de reguleringsperiode 2022-2026 is de waarde van het netwerk afgeleid van de dan verwachte gestandaardiseerde activawaarde. De gestandaardiseerde activawaarde is de waarde van de investeringen die de netbeheerder met een redelijk rendement via de tarieven in rekening mag brengen. Er zijn geen aanwijzingen dat de directe opbrengstwaarde hoger is dan de indirecte opbrengstwaarde. Uitgangspunt bij het bepalen van de realiseerbare waarde Bij het bepalen van de realiseerbare waarde is primair uitgegaan van de bepalingen in het reguleringskader, zoals dat in het Methodebesluit GTS 2022-2026 en in andere van toepassing zijnde regelingen en besluiten is vastgelegd. De voornaamste elementen uit het nieuwe methodebesluit zijn Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 157 (i) het opnieuw toepassen van een efficiencykorting, (ii) het verlagen van de kapitaalkostenvergoeding op investeringen, (iii) het invoeren van een regime van nacalculatie van een (nominale) kapitaalkostenvergoeding, (iv) het schatten van de kapitaalkosten van toekomstige investeringen en het nacalculeren van deze schattingen, (v) het overwegend schatten en nacalculeren van energiekosten en (vi) het invoeren van een degressiefactor in de afschrijvingsmethode. Voorts is een aantal variabelen, zoals de verwachte operationele kostenontwikkeling, het investeringsniveau en de IFRS-disconteringsvoet door het management van de vennootschap bepaald. De belangrijkste operationele en investeringskasstromen (relevant voor de kapitaalkostenvergoeding en de nacalculatie daarvan) zijn gebaseerd op het door de Raad van Bestuur goedgekeurde business plan voor de komende drie jaren, het door ACM getoetste investeringsplan van GTS en op een recente meerjarenprognose voor de middellange termijn. De belangrijkste veronderstellingen en schattingen in de impairment test zijn hierna toegelicht. Belangrijkste veronderstellingen en schattingen Efficiency na de reguleringsperiode 2022-2026 Voor de reguleringsperiode 2022-2026 is de gemiddeld gewogen statische efficiency van GTS door ACM vastgesteld op 96,1% (huidige methodebesluit: 88,6%). GTS heeft in de voorbije jaren aantoonbaar gewerkt aan het verbeteren van haar efficiency, onder meer door middel van personele herstructureringen, structurele kostenbesparingen en onderhoudsoptimalisatie. Uiteraard geldt dat het management in de komende jaren onverminderd doorwerkt aan het nog verder optimaliseren van de efficiency. In het kader van de impairment test is ultimo 2020 met de voorlopige aanname gewerkt dat de door ACM opgelegde efficiencykorting ook in de toekomstige reguleringsperioden van toepassing zal zijn. Kapitaalskostenvergoeding – ACM WACC In het methodebesluit voor de reguleringsperiode 2022-2026 is een kapitaalkostenvergoeding opgenomen die onder meer afhankelijk is van een door ACM bepaalde WACC. Voor nieuw vermogen is de nominale WACC bepaald op 3,0% vóór belastingen. Voor bestaand vermogen loopt de nominale WACC vóór belastingen trapsgewijs af van 3,1% in 2022 naar 3,0% in 2026. Jaarlijks bepaalt ACM de werkelijke van toepassing zijnde WACC, welke vervolgens nagecalculeerd en verrekend wordt in de toegestane omzet van GTS in de daaropvolgende jaren. Bij het opstellen van de impairment test is rekening gehouden met de mogelijke effecten van een nacalculatie van dit onderdeel van de kapitaalkostenvergoeding. IFRS-disconteringsvoet Bij het uitvoeren van de impairment test is gerekend met een nominale disconteringsvoet vóór belastingen van 2,9-4,0%. Bij de vorige impairment test in 2016 werd gerekend met een nominale disconteringsvoet vóór belastingen van 4,8%-5,3%. De daling van de disconteringsvoet wordt met name veroorzaakt door de ontwikkelingen op de kapitaalmarkt sinds 2016 en is verder versterkt als gevolg van de renteschommelingen in de periode kort rondom de balansdatum. Sensitiviteitsanalyse In onderstaande tabel is indicatief het effect aangegeven van een wijziging van een belangrijke veronderstelling of schatting op de realiseerbare waarde. De wijziging wordt verondersteld aan het Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 158 begin van de nieuwe reguleringsperiode plaats te vinden onder overige gelijkblijvende omstandigheden. Wijziging in de veronderstelling of schatting Omvang Impact op de realiseerbare waarde Efficiency na de reguleringsperiode +/-1%- punt +/\- ca. €50 miljoen Kapitaalkostenvergoeding voor de reguleringsperiode 2022- 2026 – ACM WACC +/-0,25%- punt +/\- ca. €50 miljoen IFRS-disconteringsvoet na belastingen +/-0,25%- punt +/\- ca. €80 miljoen Uitkomst van het onderzoek Op grond van de thans beschikbare informatie heeft het management geconcludeerd dat per 31december 2020 geen sprake is van een bijzondere waardevermindering van het gastransportnetwerk in Nederland. Omdat in de context van het bepalen van de realiseerbare waarde onder IFRS met de actuele en meer volatiele marktrentes op de balansdatum is gerekend, ligt de waardering van het gastransportnetwerk in Nederland ultimo 2020 ongeveer €300 miljoen boven de boekwaarde. Dit bedrag is als gevolg hiervan verantwoord als een terugname van een in het verleden verantwoorde bijzondere waardevermindering. De terugname is overwegend toe te rekenen aan de daling van de IFRS- disconteringsvoet op de balansdatum ten opzicht van de disconteringsvoet zoals die van toepassing was in 2016 bij de vorige impairment test. Zonder dit effect zou de realiseerbare waarde van het gastransportnetwerk in Nederland nagenoeg gelijk zijn aan de boekwaarde. Gastransportnetwerk Duitsland De waardering van het gastransportnetwerk in Duitsland is mede afhankelijk van de gereguleerde inkomsten van de onderneming. Reeds in 2019 is een wetsvoorstel aangenomen inzake de wijziging van het regime voor de investeringsmaatregelen (de ‘AregV novelle’). Het Duitse ministerie van Economische Zaken onderzoekt of het huidige reguleringskader op dit punt gewijzigd moet worden in de toekomst. Verdere uitkomsten over de mogelijke besluitvorming door het Duitse ministerie van Economische Zaken worden in 2021 verwacht. De uitwerking van het wetsvoorstel en de mogelijke invloed daarvan op het reguleringskader is op dit moment nog niet bekend. Uit de beoordeling door het management blijken geen gebeurtenissen of indicaties voor een bijzondere waardevermindering van het gastransportnetwerk in Duitsland per 31december 2020. Gastransportnetwerk BBL Company Ultimo 2019 heeft het management de waardering van de materiële vaste activa van BBL Company onderzocht en geconcludeerd dat geen sprake was van een bijzondere waardevermindering. In 2020 zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die belangrijke andere inzichten geven in de aannames en de schattingen per ultimo 2019. Uit de beoordeling door het management blijken geen gebeurtenissen of indicaties voor een bijzondere waardevermindering van het gastransportsysteem van BBL Company per 31december 2020. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 159 Ondergrondse gasopslag EnergyStock Uit de beoordeling door het management blijken geen aanwijzingen of indicaties voor een bijzondere waardevermindering van de EnergyStock gasopslag per 31december 2020. Overige materiële en financiële vaste activa Uit de beoordeling door het management blijken geen aanwijzingen of indicaties voor een bijzondere waardevermindering van de overige materiële en financiële vaste activa per 31december 2020. 5\. Materiële vaste activa De mutaties in de materiële vaste activa in 2020 zijn als volgt: In miljoenen euro’s Boekwaarde per 1 jan. 2020 Aquisities Investe- ringen Desinveste- ringen Afschrij- vingen Terugname bijzondere waarde- vermindering Boekwaarde per 31 dec. 2020 Bedrijfsgebouwen en terreinen 140,4 - 3,4 ‑0,2 ‑7,8 6,0 141,8 Compressorstations 796,3 - 18,5 ‑2,3 ‑46,6 30,3 796,2 Installaties 942,7 0,6 48,2 ‑ 3,5 ‑60,6 35,7 963,1 Hoofdtransportleidingen c.a. 4.806,0 10,7 19,6 ‑0,3 ‑105,8 187,0 4.917,2 Regionale transportleidingen c.a. 882,0 - 30,6 ‑1,0 ‑25,8 36,7 922,5 Ondergrondse gasopslag 448,1 - 1,8 ‑1,1 ‑26,7 - 422,1 Andere vaste bedrijfsmiddelen 278,1 0,2 14,1 ‑0,1 ‑36,7 4,3 259,9 Gebruiksrecht activa 95,5 - 10,9 - ‑8,4 - 98,0 Vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering 377,4 - 226,8 - - - 604,2 Totaal voor boekjaar 2020 8.766,5 11,5 373,9 ‑8,5 ‑318,4 300,0 9.125,0 De (investeringen in de) vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering hadden voornamelijk betrekking op de bouw van de nieuwe stikstoffabriek van GTS en de ontwikkeling van fase2 van de EUGAL-pijpleiding. De bedragen die zijn vermeld onder acquisities hebben betrekking op de overname van de ZEBRA gasleiding en de EHD-netten, zoals beschreven in noot2 ‘Bedrijfscombinaties en nieuwe entiteiten’.Nadere informatie over het terugnemen van een in het verleden verantwoorde bijzondere waardevermindering is opgenomen in noot4 ‘Onderzoek naar bijzondere waardeverminderingen’. Onder de materiële vaste activa is ultimo 2020 begrepen een bedrag van €98,0 miljoen (ultimo 2019: €95,5 miljoen) inzake gebruiksrecht activa. Gasunie heeft het economische, maar niet het juridische eigendom van deze gebruiksrecht activa. Nadere informatie over de bijbehorende leaseverplichtingen is opgenomen in noot17 ‘Leaseverplichtingen’. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 160 De mutaties in de bij de leases behorende gebruiksrecht activa in 2020 zijn als volgt: In miljoeneneuro's Boekwaarde per 1 jan. 2020 Investeringen Desinveste- ringen Afschrijvingen Boekwaarde per 31 dec. 2020 Bedrijfsgebouwen en terreinen 88,6 8,1 - ‑5,4 91,3 Regionale transportleidingen c.a. 0,5 - - ‑0,4 0,1 Andere vaste bedrijfsmiddelen 6,4 2,8 - ‑2,6 6,6 Totaal voor boekjaar 2020 95,5 10,9 - ‑8,4 98,0 De mutaties in de materiële vaste activa in 2019 zijn als volgt: In miljoenen euro’s Boekwaarde per 1 jan. 2019 Aquisities Investe- ringen Desinveste- ringen Afschrij- vingen Terugname bijzondere waarde- vermindering Boekwaarde per 31 dec. 2019 Bedrijfsgebouwen en terreinen 136,4 - 12,2 ‑0,1 ‑8,1 - 140,4 Compressorstations 820,1 - 31,7 ‑ 4,7 ‑50,8 - 796,3 Installaties 967,7 - 44,0 ‑1,0 ‑68,0 - 942,7 Hoofdtransportleidingen c.a. 4.703,4 - 205,8 ‑0,7 ‑102,5 - 4.806,0 Regionale transportleidingen c.a. 882,8 - 32,2 ‑7,9 ‑25,1 - 882,0 Ondergrondse gasopslag 467,4 - 7,0 - ‑26,3 - 448,1 Andere vaste bedrijfsmiddelen 288,4 - 29,3 ‑1,5 ‑38,1 - 278,1 Gebruiksrecht activa 106,3 - 2,5 ‑5,7 ‑7,6 - 95,5 Vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering 308,7 7,2 61,5 - - - 377,4 Totaal voor boekjaar 2019 8.681,2 7,2 426,2 ‑21,6 ‑326,5 - 8.766,5 De investeringen in 2019 in de hoofdtransportleidingen hadden onder meer betrekking op de in gebruik name van fase1 van de EUGAL pijpleiding. De vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering hadden voornamelijk betrekking op de bouw van een nieuwe stikstoffabriek van GTS. De acquisities betroffen de verkrijging van de activa behorende tot het WarmtelinQ project (voorheen: ‘Leiding door het Midden’). Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 161 De mutaties in de bij de leases behorende gebruiksrecht activa in 2019 zijn als volgt: In miljoeneneuro's Boekwaarde per 1 jan. 2019 Investeringen Desinveste- ringen Afschrijvingen Boekwaarde per 31 dec. 2019 Bedrijfsgebouwen en terreinen 99,0 - ‑5,7 ‑4,7 88,6 Regionale transportleidingen c.a. 0,8 - - ‑0,3 0,5 Andere vaste bedrijfsmiddelen 6,5 2,5 - ‑2,6 6,4 Totaal voor boekjaar 2019 106,3 2,5 ‑5,7 ‑7,6 95,5 De aanschafwaardes en de cumulatieve afschrijvingen van de materiële vaste activa zijn als volgt: In miljoenen euro’s Aanschafwaarde per 31 dec. 2020 Cumulatieve afschrijvingen* per 31 dec. 2020 Aanschafwaarde per 31 dec. 2019 Cumulatieve afschrijvingen* per 31 dec. 2019 Bedrijfsgebouwen en terreinen 250,5 ‑108,7 248,3 ‑107,9 Compressorstations 1.396,1 ‑599,9 1.386,0 ‑589,7 Installaties 1.870,5 ‑907,4 1.841,4 ‑898,7 Hoofdtransportleidingen c.a. 7.527,1 ‑2.609,9 7.498,7 ‑2.692,7 Regionale transportleidingen c.a. 1.213,2 ‑290,7 1.191,9 ‑309,9 Ondergrondse gasopslag 605,3 ‑183,2 605,2 ‑157,1 Andere vaste bedrijfsmiddelen 653,7 ‑393,8 640,9 ‑362,8 Gebruiksrecht activa 114,0 ‑16,0 103,1 ‑7,6 Vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering 604,2 - 377,4 - Totaal 14.234,6 ‑5.109,6 13.892,9 ‑5.126,4 * inclusief gecumuleerde bijzondere waardeverminderingen en latere terugnames daarvan Afschrijvingstermijnen Er bestond in 2020 geen aanleiding om de afschrijvingstermijnen te herzien. De toezichthouder voor de gereguleerde netten in Nederland gaat in het huidige methodebesluit, als ook in het methodebesluit GTS 2022-2026, uit van een lange afschrijvingshorizon (oplopend tot 55jaar voor transportleidingen). Voor het Duitse gastransportnetwerk geldt een vergelijkbare situatie, waarbij additioneel geldt dat in Duitsland nog steeds wordt gewerkt aan het uitfaseren van het gebruik van olie en kolen. Op korte tot middellange termijn zijn aardgas en LNG daarvoor een snel beschikbaar en goed en relatief schoon alternatief. Het management onderschrijft een langetermijnvisie waarbij rekening gehouden wordt met de mogelijkheid dat de bestaande gastransportinfrastructuur op termijn ingezet kan worden voor het transport van alternatieve energiedragers, zoals waterstof, of voor het transport van afgevangen CO . ₂ Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 162 Wel is het zo dat in specifieke gevallen beperkte aanpassingen kunnen worden doorgevoerd in afschrijvingstermijnen. Door de voorziene sluiting van het Groningenveld en een toenemende import uit buitenlandse bronnen veranderen de gasstromen en -richtingen en daarmee de inzet van bepaalde onderdelen van de gasinfrastructuur, zoals compressorstations en aanverwante componenten, op specifieke locaties. Deze installaties zijn reeds of zouden in de nabije toekomst tijdelijk buitengebruik gesteld kunnen worden en worden in die gevallen versneld afgeschreven tot het moment van buitengebruikstelling. Bij de wijze van technisch buitengebruik stellen wordt overigens rekening gehouden met de mogelijkheid om de installaties op de lange termijn weer geschikt te kunnen maken het transport van alternatieve energiedragers. De installaties worden daarom niet gesaneerd, maar duurzaam geconserveerd. Voor de overige installaties en de ondergrondse gasopslag geldt dat het management geen aanwijzingen heeft dat de verwachte gebruiksduur korter is dan de huidige afschrijvingstermijn. Voor deze activa geldt overigens een aanzienlijk kortere afschrijvingstermijn, welke veelal is gebaseerd op de kortere technische levensduur. De afschrijvingstermijnen van de belangrijkste activa categorieën zijn als volgt: Terreinen geen afschrijving Bedrijfsgebouwen 50 jaar Compressorstations 30 jaar Installaties 30 jaar Hoofdtransportleidingen c.a. tot 2070 Regionale transportleidingen c.a. tot 2070 Ondergrondse gasopslag tot 2035 Andere vaste bedrijfsmiddelen 5-20 jaar Vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering geen afschrijving Gebruiksrecht activa worden afgeschreven overeenkomstig de bovenstaande categorieën, waarbij voor gehuurde terreinen geldt dat deze worden afgeschreven overeenkomstig de levensduur van actief waarmee de huur van het terrein verband houdt. Op terreinen, gas- en stikstofvoorraden en activa in aanbouw wordt niet afgeschreven. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 163 6\. Investeringen in joint operations Gasunie heeft rechtstreeks dan wel via haar groepsmaatschappijen belangen in de volgende joint operations: Naam van de vennootschap Zetel Financieel belang op 31 dec. 2020 31 dec. 2019 Ambigo V.O.F. Groningen 46,7% 46,7% BBL Company V.O.F. Groningen 60,0% 60,0% EUGAL BTG Kassel, Duitsland 16,5% 16,5% Arbeitsgemeinschaft GOAL / Fluxys NEL-Projektphase Hannover, Duitsland - 51,3% Ambigo Ambigo is eind 2017 opgericht en betreft een samenwerkingsverband tussen Gasunie, Engie, ECN, PDENH en DRT Investments.PDENH is in 2020 uitgetreden als partner. Iedere partner heeft een evenredig belang in de samenwerking; op basis van de samenwerkingsovereenkomst is sprake van gezamenlijke zeggenschap. Doel van het samenwerkingsverband betreft de realisatie van installaties ten behoeve van biogas invoeding in het gastransportnetwerk door het aantonen van levensvatbaarheid van het opwekken van energie middels vergassing van afval. In 2020 is besloten de samenwerking te beëindigen. Naar verwachting zal de beëindiging in 2021 geëffectueerd worden. De geplande beëindiging heeft geen gevolgen voor de geconsolideerde kasstromen en het resultaat van Gasunie. BBL Company BBL Company is opgericht in 2004 en exploiteert sinds 2006 een gaspijpleiding tussen Balgzand in Nederland en Bacton in het Verenigd Koninkrijk. Gasunie heeft een 60% financieel belang in het samenwerkingsverband BBL Company. De andere vennoten, Fluxys en Uniper, houden ieder 20% van het belang in het samenwerkingsverband. Op grond van de overeenkomsten tussen de vennoten van BBL Company dienen significante besluiten genomen te worden met een meerderheid van 80%. Gasunie heeft daardoor geen overheersende zeggenschap. Voorts wordt In Nederland een V.O.F.- structuur gezien als een transparante structuur, waarbij de partners een belang in de activa en de verplichtingen van de V.O.F hebben. De juridische en economische realiteit van BBL Company is daardoor vergelijkbaar met die van een joint operation. EUGAL Gasunie Deutschland heeft in 2017 een belang van 16,5% verworven in het samenwerkingsverband dat het EUGAL- pijpleidingproject realiseert. EUGAL staat voor Europäische Gas-Anbindungsleitung. De overige belangen worden gehouden door de Duitse gastransportnetbeheerders Gascade, ONTRAS en Fluxys. Op basis van de samenwerkingsovereenkomst is sprake van gezamenlijke zeggenschap. De EUGAL-pijpleiding beslaat een traject van circa 485kilometer van Greifswald aan de Duitse Oostzee naar het zuiden van Saksen en van daar naar de Tsjechische grens. Gascade houdt een 50,5% financieel belang in het project en is verantwoordelijk voor de bouw en het beheer van de leiding. Fase1 van de EUGAL pijpleiding is per 1januari 2020 operationeel. Naar verwachting is de tweede pijpleiding vanaf april 2021 operationeel. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 164 GOAL / Fluxys NEL- Projektphase In 2013 hebben Gasunie Ostseeanbindungsleitung (‘GOAL’, sinds 2015 onderdeel van Gasunie Deutschland) en Fluxys een samenwerkingsverband opgericht, in de vorm van een ‘Arbeitsgemeinschaft’. Dit samenwerkingsverband was verantwoordelijk voor de realisatie van de Nordeuropäische Erdgasleitung (‘NEL’). In december 2020 is dit samenwerkingsverband opgeheven. De opheffing had geen gevolgen voor het geconsolideerde resultaat en de kasstromen over het boekjaar en het geconsolideerd vermogen ultimo boekjaar; in het samenwerkingsverband vonden reeds geen operationele activiteiten meer plaats. 7\. Investeringen in joint ventures Gasunie heeft rechtstreeks dan wel via haar groepsmaatschappijen belangen in de volgende joint ventures: Naam van de vennootschap Zetel Financieel belang op 31 dec. 2020 31 dec. 2019 Biogas Netwerk Twente B.V. Almelo 50,0% 50,0% Demonstratie Faciliteit Super Kritische Water Vergassing (SKW) Alkmaar B.V. Alkmaar 50,0% 50,0% DEUDAN \- Deutsch/Dänische Erdgastransport-GmbH Handewitt, Duitsland 75,0% 75,0% DEUDAN \- Deutsch/Dänische Erdgastransport-GmbH & Co. KG Handewitt, Duitsland 33,4% 33,4% Gate terminal C.V. Rotterdam 50,0% 50,0% Gate terminal Management B.V. Rotterdam 50,0% 50,0% German LNG Terminal GmbH Hamburg, Duitsland 33,3% 33,3% NETRA GmbH Norddeutsche Erdgas Transversale Emstek/Schneiderkrug, Duitsland 50,0% 50,0% NETRA GmbH Norddeutsche Erdgas Transversale & Co. KG Emstek/Schneiderkrug, Duitsland 44,1% 44,1% Porthos Development C.V. Rotterdam 33,3% - Porthos Development Management GP B.V. Rotterdam 33,3% - Biogas Netwerk Twente Biogas Netwerk Twente betreft een samenwerkingsverband met Cogas met als doel de aanleg en het beheer van leidingen en daarmee verbonden hulpmiddelen en de aanleg, het onderhoud en het ter beschikking stellen van installaties ten behoeve van biogas invoeding in het gastransportnetwerk. Het aandeel van Gasunie in de stemrechten is 50%. Op basis van de samenwerkingsovereenkomst is sprake van gezamenlijke zeggenschap. Demonstratiefaciliteit SKW In 2017 hebben SCW Systems en Gasunie Demonstratiefaciliteit SKW Alkmaar opgericht. Het betreft een samenwerkingsverband met betrekking tot de realisatie van installaties ten behoeve van biogas invoeding in het gastransportnetwerk door middel van superkritische watervergassing (SKW). Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 165 Doel van het samenwerkingsverband is een demonstratiefaciliteit te realiseren om in de komende jaren de robuuste werking van de nieuwe technologie op industriële schaal aan te tonen. SCW Systems en Gasunie zijn ieder voor 50% aandeelhouder. Gasunie heeft op basis van de samenwerkingsovereenkomsten gezamenlijke zeggenschap. DEUDAN DEUDAN (‘Deutsch / Dänische Erdgastransport’) exploiteert een gaspijpleiding in Duitsland tussen de Itzehoe-regio en de Duits / Deense grens in de regio Flensburg. De andere aandeelhouder is Open Grid Europe. Het financieel belang en de stemrecht van Gasunie Deutschland zijn verschillend in deze deelneming. Het financieel belangvan Gasunie Deutschland in DEUDAN bedraagt 75,0%. Op basis van de overeenkomsten tussen de aandeelhouders hebben beide bedrijven echter gezamenlijke zeggenschap. Gate terminal Gate terminal betreft een samenwerkingsverband met Koninklijke Vopak met als doel het exploiteren van een LNG-terminal op de Maasvlakte. Gasunie heeft, net als Koninklijke Vopak, een 50% financieel belang in Gate terminal Management B.V. en Gate terminal C.V. Laatstgenoemde heeft een 100% financieel belang in Gate terminal B.V., de feitelijke operator van de LNG-terminal. Op basis van de overeenkomsten tussen de aandeelhouders hebben beide bedrijven gezamenlijke zeggenschap. German LNG Terminal German LNG Terminal betreft een samenwerkingsverband van Gasunie met Koninklijke Vopak en Oiltanking met als oogmerk het ontwikkelen van een LNG-terminal in Noord-Duitsland. Het economisch belang en het aandeel van Gasunie in de stemrechten van dit samenwerkingsverband is 33,3%. Op basis van de samenwerkingsovereenkomst is sprake van gezamenlijke zeggenschap. NETRA NETRA (‘Norddeutsche Erdgas Transversale’) beheert een netwerk bestaande uit ca. 350 km pijpleiding en twee compressorstations. De andere aandeelhouder in NETRA is Open Grid Europe. Gasunie Deutschland heeft een financieel belang van 44,1% in NETRA. Open Grid Europe houdt het resterende financieel belang van 55,9%. Het financieel belang en de stemrecht van Gasunie Deutschland zijn verschillend in deze deelneming. Op basis van de overeenkomsten tussen de aandeelhouders hebben beide bedrijven gezamenlijke zeggenschap. Porthos Porthos is een samenwerkingsverband tussen Gasunie, Energie Beheer Nederland (EBN) en Havenbedrijf Rotterdam. Porthos onderzoekt de mogelijkheid van opslag van CO in lege gasvelden in de Noordzeebodem. Het project richt zich op de realisatie van een afvang-, opslag- en transportsysteem waarop diverse industrieën en bedrijven kunnen aansluiten. Gasunie brengt met name kennis in op het gebied van transport en opslag. Op basis van de overeenkomsten tussen de aandeelhouders hebben de bedrijven gezamenlijke zeggenschap.Gasunie heeft een financieel belang van 33,3%. ₂ Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 166 De mutaties in de joint ventures zijn geaggregeerd als volgt: In miljoenen euro’s 2020 2019 Stand per 1 januari 212,2 197,7 Investeringen 14,7 6,9 Rechtstreekse eigen vermogen mutaties 5,7 ‑2,9 Resultaat in joint ventures 31,0 35,2 Ontvangen dividend ‑22,4 ‑24,7 Stand per 31 december 241,2 212,2 In 2020 investeerde Gasunie vooral in joint ventures die zich richten op het realiseren van infrastructuur voor de verdere ontwikkeling en integratie van alternatieve energiedragers. De rechtstreekse vermogensmutaties zien toe op de herwaardering van het belang in Gate terminal als gevolg van de wijziging in de reële waarde van een cash flow hedge van Gate terminal. Gasunie heeft deze vermogensmutatie verwerkt in de niet-gerealiseerde resultaten. Van de joint ventures heeft Gate terminal een materiële invloed op het vermogen en het resultaat van de vennootschap.De informatie over de boekwaarde, het aandeel in de gerealiseerde en niet- gerealiseerde resultaten, het resultaat over het boekjaar en het ontvangen dividend uitgesplitst naar Gate terminal en overige joint ventures is als volgt: In miljoenen euro’s Gate terminal Overige joint ventures Totaal joint ventures Boekwaarde per 31 december 2020 122,2 119,0 241,2 2019 97,9 114,3 212,2 Aandeel in het resultaat na belastingen 2020 26,0 5,0 31,0 2019 24,9 10,3 35,2 Aandeel in de gerealiseerde en niet- gerealiseerde resultaten 2020 31,8 5,0 36,8 2019 27,4 10,3 37,7 Ontvangen dividend in het boekjaar 2020 14,0 8,4 22,4 2019 17,4 7,3 24,7 Vanwege de materiële invloed op het vermogen en het resultaat van Gasunie is ten aanzien van Gate terminal onderstaand nadere gedetailleerde informatie opgenomen. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 167 Informatie over Gate terminal De geconsolideerde financiële informatie van Gate terminal: In miljoenen euro’s 31 dec. 2020 31 dec. 2019 Vaste activa 958,5 977,4 waarvan uitgestelde belastingvorderingen 27,3 25,3 Vlottende activa 66,9 59,7 waarvan belastingvorderingen 1,6 1,3 waarvan liquide middelen 59,1 53,8 Langlopende schulden ‑709,7 ‑769,7 waarvan rentedragende leningen ‑434,1 ‑480,5 waarvan afgeleide financiële instrumenten ‑108,7 ‑118,9 Kortlopende schulden ‑71,4 ‑71,6 waarvan kortlopende financieringsverplichtingen ‑47,5 ‑47,2 waarvan belastingverplichtingen ‑2,9 ‑3,3 Netto investering 244,3 195,8 Aandeel Gasunie 50% 50% Boekwaarde 122,2 97,9 In miljoenen euro’s 2020 2019 Opbrengsten 167,6 165,3 Totale lasten ‑66,6 ‑64,4 waarvan afschrijvingen ‑43,4 ‑42,9 Financieringslasten ‑31,3 ‑33,7 Belastingen ‑17,7 ‑17,5 Resultaat na belastingen 52,0 49,7 Overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten 11,6 5,1 Totaal van de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten 63,6 54,8 Aandeel Gasunie 50% 50% Aandeel Gasunie in de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten 31,8 27,4 8\. Investeringen in geassocieerde deelnemingen Ultimo 2020 heeft Gasunie investeringen in de volgende geassocieerde deelnemingen: GASPOOL Gasunie Deutschland heeft een belang in GASPOOL Balancing Services (GASPOOL) GmbH. GASPOOL is de Noord-Duitse virtuele gashandelsplaats. Het aandeel van Gasunie in de stemrechten van deze deelneming bedraagt ultimo 2020 20% (ultimo 2019: 20%). GASPOOL heeft geen materiële invloed op het vermogen en het resultaat van de vennootschap. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 168 De mutaties in de investeringen in geassocieerde deelnemingen zijn als volgt: In miljoenen euro’s 2020 2019 Stand per 1 januari 0,5 0,8 Aandeel in resultaat na belastingen - ‑0,3 Stand per 31 december 0,5 0,5 Het totale aandeel van Gasunie in de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten van geassocieerde deelnemingen in 2020 is nihil (2019: €0,3 miljoen negatief). 9\. Overige deelnemingen De overige deelnemingen zijn als volgt: Naam van de vennootschap Zetel Financieel belang op 31 dec. 2020 31 dec. 2019 Energie Data Services Nederland (EDSN) B.V. Arnhem 12,5% 12,5% Nord Stream AG Zug, Zwitserland 9,0% 9,0% PRISMA European Capacity Platform GmbH Leipzig, Duitsland 12,7% 12,7% Energie Data Services Nederland (EDSN) EDSN werkt samen met de regionale netbeheerders, TenneT en GTS aan de centrale marktfacilitering voor de energiesector. EDSN ontwikkelt en beheert onder meer ICT-infrastructuur voor de energiemarkt. EDSN is gevestigd te Arnhem. Op basis van de aandeelhoudersovereenkomsten heeft Gasunie geen invloed van betekenis in EDSN. Nord Stream Nord Stream exploiteert de twee gaspijpleidingen die onderdeel uitmaken van de Nord Stream1 verbinding door de Baltische Zee van Rusland naar Duitsland. De deelneming in Nord Stream is bedoeld als een investering met een duurzaam karakter die dienstbaar is aan de doelstellingen van Gasunie. PRISMA European Capacity Platform PRISMA is een Europees platform voor de verhandeling van transportcapaciteit. Gasunie biedt haar transportcapaciteit mede op dit platform aan. PRISMA is gevestigd te Leipzig, Duitsland. Op basis van de aandeelhoudersovereenkomsten heeft Gasunie geen invloed van betekenis in PRISMA. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 169 De mutaties in de overige deelnemingen zijn als volgt: In miljoenen euro’s 2020 2019 Stand per 1 januari 515,1 496,3 Mutatie reële waarde, zoals verwerkt in het totaalresultaat ‑5,8 18,8 Stand per 31 december 509,3 515,1 De reële waarde van de overige deelnemingen bedraagt ultimo 2020 €509,3 miljoen (ultimo 2019: €515,1 miljoen). De daling van de reële waarde van €5,8 miljoen (2019: toename van € 18,8 miljoen) is opgenomen in het totaalresultaat. Het resultaat uit hoofde van dividenduitkeringen door Nord Stream bedroeg €31,3 miljoen (2019: €59,6 miljoen). De daling van de dividenduitkering door Nord Stream in 2020 betreft een incidenteel tijdseffect. In 2019 werd, naast het reguliere dividend over 2019, ook nog dividend over een eerder boekjaar uitgekeerd. Hierdoor was in 2019 sprake van een incidenteel hogere dividenduitkering. PRISMA en EDSN keerden geen dividend uit in 2020 (2019: idem). De reële waarde waardering van de overige deelnemingen is gebaseerd op de contante waarde van de verwachte kasstromen. Dit betreft een reële waarde bepaling volgens niveau3 (ultimo 2019: niveau3). Gasunie hanteert bij het bepalen van de reële waarde van de voornoemde overige deelnemingen een disconteringsvoet die gebaseerd is op de risicovrije marktrente vermeerderd met krediet- en liquiditeitsopslagen. Deze varieert tussen 3-6% na belastingen, afhankelijk van het risicoprofiel van de betreffende deelneming. De waardering van de deelname in Nord Stream wordt gebaseerd op de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een calculatiemodel van Nord Stream, welke jaarlijks wordt geactualiseerd aan de hand van het meest recente business plan. Dit model wordt ter beoordeling en goedkeuring voorgelegd aan de aandeelhouders van Nord Stream, waaronder Gasunie. Additioneel wordt het model door Gasunie periodiek getoetst aan de hand van de periodieke financiële rapportages van Nord Stream. De verwachte kasstromen zijn mede gebaseerd op contractueel gemaakte afspraken. Indien de disconteringsvoet wijzigt met 0,5%-punt, dan leidt dit indicatief (onder overige gelijkblijvende omstandigheden) tot een wijziging in de reële waarde van €20,0 miljoen (ultimo 2019: €22,0 miljoen). Voor de belangen in PRISMA en EDSN geldt dat de totale boekwaarde minder dan €0,1 miljoen (ultimo 2019: minder dan €0,1 miljoen) bedraagt. Voor deze deelnemingen wordt, mede vanwege hun geringe omvang, verondersteld dat de boekwaarde een benadering is van de reële waarde en is geen reële waarde berekening en een gevoeligheidsanalyse opgenomen in de jaarrekening. 10\. Uitgestelde belastingvorderingen De tijdelijke verschillen tussen de waardering van de activa en de passiva voor de financiële verslaggeving en de fiscale waardering geven aanleiding tot het opnemen van uitgestelde belastingvorderingen. Er is geen sprake van geactiveerde voorwaartse verliesverrekeningen. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 170 De tijdelijke verschillen betreffen de fiscale verwerking van de door de Staat der Nederlanden betaalde koopsom, de verschillen uit hoofde van waardering van materiële vaste activa en overige tijdelijke verschillen. Het eerstgenoemde verschil is ontstaan bij de splitsing van Gasunie in 2005 in een transport- en een handelsbedrijf. Destijds heeft, in fiscale zin, een informele kapitaalstorting in de vennootschap plaatsgevonden door de Staat der Nederlanden. Onder IFRS is deze fiscale koopsom niet door Gasunie geactiveerd. Door deze verwerking van de koopsom heeft Gasunie een additioneel fiscaal afschrijvingspotentieel verkregen, waarvoor een uitgestelde belastingvordering is opgenomen. Het tijdelijke verschil ingevolge de waardering van de materiële vaste activa is voornamelijk het resultaat van de eenmalige herwaardering van materiële vaste activa bij de splitsing van Gasunie in 2005 en de aansluitende transitie naar IFRS. Daarnaast wijken de fiscale afschrijvingsprincipes in voorkomende gevallen af van de afschrijvingsprincipes onder IFRS (inclusief de verwerking van bijzondere waardeverminderingenen de terugnames daarvan). Ook hiervoor worden tijdelijke verschillen opgenomen in de balans. Per saldo leiden de tijdelijke verschillen inzake de materiële vaste activa tot een uitgestelde belastingverplichting. De overige verschillen betreffen met name tijdelijke verschillen ingevolge personeelsbeloningen. De tijdelijke verschillen inzake financiële instrumenten zijn in 2020 gerealiseerd door de reguliere afwikkeling van de betreffende instrumenten. Bovenstaande uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen hebben betrekking op het Nederlandse deel van de fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting en voldoen aan de voorwaarden voor saldering van fiscale schulden. Derhalve zijn de uitgestelde belastingen hier gesaldeerd weergegeven. De mutaties in de uitgestelde belastingvorderingen in 2020 zijn als volgt: In miljoenen euro’s Door de Staat betaalde koopsom Financiële instrumenten Materiële vaste activa Overige Totaal Stand per 1 januari 2020 1.154,2 ‑0,3 ‑831,6 0,8 323,1 Realisatie tijdelijke verschillen in winst-en- verliesrekening ‑52,9 - 24,9 1,4 ‑26,6 Realisatie tijdelijke verschillen in Eigen Vermogen - 0,3 - - 0,3 Effect van aanpassing belastingtarieven in winst-en-verliesrekening - - ‑54,0 0,1 ‑53,9 Effect van aanpassing belastingtarieven in Eigen Vermogen 167,5 - ‑68,0 - 99,5 Effect van terugname bijzondere waardevermindering in winst-en- verliesrekening - - ‑75,0 - ‑75,0 Stand per 31 december 2020 1.268,8 - ‑1.003,7 2,3 267,4 Van de uitgestelde belastingvordering heeft ultimo 2020 naar verwachting € 29,6miljoen (ultimo 2019: €23,5 miljoen) een looptijd van korter dan één jaar. Dit bedrag is niet afzonderlijk vermeld onder de vlottende activa. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 171 Eind 2020 hebben de Tweede en Eerste Kamer het belastingplan 2021 aangenomen. In tegenstelling tot de eerdere plannen uit 2018 en 2019, wordt het tarief voor de vennootschapsbelasting voor 2021 en verder niet verlaagd naar 21,7% maar gehandhaafd op 25,0%. Dit besluit heeft een significante invloed op de waardering van de uitgestelde belastingvordering van de vennootschap. Omdat het uitgestelde belastingeffect van de fiscale verwerking van de door de Staat betaalde koopsom rechtstreeks is verwerkt in het eigen vermogen, wordt het effect van de wijzigingen in de toekomstige tarieven voor de vennootschapsbelasting eveneens rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen. In 2020 heeft dit geleid tot een opwaartse aanpassing van €167,5 miljoen (2019: €66,1 miljoen). Ook het belastingeffect van de herwaardering van de materiële vaste activa is rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen van de vennootschap. Daarom is ook hier het effect van de wijzigingen in de toekomstige tarieven voor de vennootschapsbelasting rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen. In 2020 heeft dit geleid tot een aanpassing van -/-€68,0 miljoen (2019: -/-€27,1 miljoen). Tot slot heeft het terugnemen van een in het verleden verantwoorde bijzondere waardevermindering gevolgen voor de omvang van de tijdelijke waarderingsverschillen. Nadere informatie over het terugnemen van de in het verleden verantwoorde bijzondere waardevermindering is opgenomen in noot4 ‘Onderzoek naar bijzondere waardeverminderingen’. De mutaties in de uitgestelde belastingvorderingen in 2019 zijn als volgt: In miljoenen euro’s Door de Staat betaalde koopsom Financiële instrumenten Materiële vaste activa Overige Totaal Stand per 1 januari 2019 1.141,0 ‑0,5 ‑821,7 11,2 330,0 Realisatie tijdelijke verschillen in winst- en-verliesrekening ‑52,9 - 38,7 ‑10,4 ‑24,6 Realisatie tijdelijke verschillen in Eigen Vermogen - 0,2 - - 0,2 Effect van aanpassing belastingtarieven in winst-en-verliesrekening - - ‑21,5 - ‑21,5 Effect van aanpassing belastingtarieven in Eigen Vermogen 66,1 - ‑27,1 - 39,0 Stand per 31 december 2019 1.154,2 ‑0,3 ‑831,6 0,8 323,1 De mutaties in de uitgestelde belastingvorderingen in 2019 betroffen de reguliere mutaties alsmede de mutaties als gevolg van de herziening van de tarieven voor de vennootschapsbelasting voor het boekjaar 2020 en verder. 11\. Voorraden Voorraden hebben betrekking op artikelen die worden aangehouden voor regulier dagelijks onderhoud, voor eigen (toekomstige) investeringen en voor projecten die in opdracht van derden worden uitgevoerd. De boekwaarde van de voorraden bedraagt ultimo 2020 €47,2 miljoen (ultimo 2019: €46,9 miljoen). In dewaardering ultimo 2020 is reeds rekening gehouden met een afwaardering wegens incourantheid van €13,7 miljoen (ultimo 2019: €12,5 miljoen). Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 172 Het verloop van de voorziening voor incourantheid is als volgt: In miljoenen euro's 2020 2019 Stand per 1 januari 12,5 12,1 Toevoegingen ten laste van de winst-en-verliesrekening 3,5 0,4 Onttrekkingen ten laste van de voorziening ‑2,3 - Vrijval ten gunste van van de winst-en-verliesrekening - - Stand per 31 december 13,7 12,5 12. Handels- en overige vorderingen De handels- en overige vorderingen zijn als volgt: In miljoeneneuro's 31 dec. 2020 31 dec. 2019 Handelsvorderingen 112,8 124,3 Vorderingen op joint ventures 11,0 0,3 Overige belastingen 23,2 31,8 Overige vorderingen en overlopende activa 26,6 33,9 Totaal handels- en overige vorderingen 173,6 190,3 De vorderingen op joint ventures zien met name toe op investeringen die Gasunie uitvoert ten behoeve van de joint ventures waarin wordt deelgenomen. De overige belastingen bestaan uit te vorderen omzetbelasting en te vorderen bronbelasting op buitenlandse dividendontvangsten. De handels- en overige vorderingen zijn gewaardeerd onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid. De mutaties in de voorziening voor oninbaarheid zijn als volgt: In miljoeneneuro's 2020 2019 Stand per 1 januari 16,5 16,1 Toevoegingen ten laste van de winst-en-verliesrekening 0,1 0,4 Onttrekkingen ten laste van de voorziening - - Vrijval ten gunste van de winst-en-verliesrekening - - Stand per 31 december 16,6 16,5 De handels- en overige vorderingen hebben een nominale looptijd van korter dan één jaar. Voor de verkregen zekerheden wordt verwezen naar noot24 ‘Financiële instrumenten’. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 173 Het totaal van de handelsvorderingen, de vorderingen op joint ventures en de overige vorderingen ultimo 2020 bedraagt €150,4 miljoen (ultimo 2019: €158,5 miljoen). De ouderdom van deze vorderingen op de balansdatum is als volgt: In miljoeneneuro's 31 dec. 2020 31 dec. 2019 Niet vervallen en niet voorzien 146,2 150,2 Vervallen en niet voorzien: <30 dagen 2,3 4,0 30 \- 60 dagen 1,0 0,3 60 \- 90 dagen - 0,2 90 \- 120 dagen - - >120 dagen 0,9 3,8 Totaal 150,4 158,5 13\. Vennootschapsbelasting Tussen N.V. Nederlandse Gasunie en haar Nederlandse 100%-groepsmaatschappijen bestaat een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. Tussen Gasunie Deutschland GmbH & Co. KG en haar Duitse 100%- groepsmaatschappijen bestaat eveneens een fiscale eenheid voor de Duitse vennootschapsbelastingen. Vorderingen en schulden ingevolge de vennootschapsbelasting van verschillende fiscale eenheden worden niet gesaldeerd. De acute vorderingen en verplichtingen inzake de vennootschapsbelasting betreffen de verschuldigde vennootschapsbelasting over het huidige en over de voorgaande boekjaren verminderd met de op (voorlopige) aanslagen betaalde bedragen voor de betreffende fiscale eenheden. 14. Liquide middelen De liquide middelen zijn als volgt: In miljoenen euro’s 31 dec. 2020 31 dec. 2019 Banken 16,5 43,6 Deposits 1,4 1,7 Totaal liquide middelen 17,9 45,3 De banksaldi kennen een rentevergoeding op basis van dagrente. De deposits betreffen gestelde zekerheden. Beide zijn opeisbaar binnen een termijn van negentig dagen. 15\. Eigen vermogen Voor een toelichting op het eigen vermogen wordt ook verwezen naar de toelichting op het eigen vermogen in de vennootschappelijke jaarrekening (noot39 ‘Geplaatst kapitaal’, noot40 ‘Herwaarderingsreserve’, noot41 ‘Wettelijke reserve’, noot42 ‘Overige reserves’ en noot43 ‘Onverdeeld resultaat’). Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 174 Geplaatst kapitaal Het maatschappelijk kapitaal bedraagt €756.000 en is verdeeld in 7.560 gewone aandelen van elk €100 nominaal. Hiervan zijn 1.513aandelen geplaatst en volgestort. In het boekjaar hebben geen mutaties plaatsgevonden (2019: idem). Alle geplaatste aandelen worden gehouden door de Staat der Nederlanden. Cash flow hedge reserve De cash flow hedge reserve kan als volgt worden gespecificeerd: In miljoenen euro’s 31 dec. 2020 31 dec. 2019 Cash flow hedge N.V. Nederlandse Gasunie, - 1,2 waarvan vennootschapsbelasting - ‑0,3 Totaal cash flow hedge reserve - 0,9 De mutaties in de cash flow hedge reserve zijn als volgt: In miljoenen euro’s 2020 2019 Stand per 1 januari 0,9 1,6 Overgeboekt naar de winst-en-verliesrekening, ‑1,2 ‑0,9 waarvan vennootschapsbelasting 0,3 0,2 Stand per 31 december - 0,9 De cash flow hedge is ultimo 2020 volledig afgewikkeld. Reële waarde reserve Voor een toelichting op de reële waarde reserve wordt verwezen naar de toelichting op het eigen vermogen in de vennootschappelijke jaarrekening (noot41‘Wettelijke reserve’). Overige reserves De onder de ‘overige reserves’ opgenomen posten hebben ingevolge de IFRS-standaarden het karakter van gecumuleerde resultaten. 16\. Rentedragende leningen Ultimo 2020 bestaat het nominale bedrag aan langlopende leningen van €3.102,4 miljoen (ultimo 2019: €3.123,8 miljoen) voor €2.552,4 miljoen (ultimo 2019: €2.552,4 miljoen) uit obligatieleningen en voor €550,0 miljoen (ultimo 2019: €571,4 miljoen) uit onderhandse leningen. De nog te amortiseren transactiekosten en disagio bedragen €9,1 miljoen (ultimo 2019: €10,5 miljoen). Het betreft leningen die op concernniveau zijn opgenomen, maar mede dienen als financiering voor groepsmaatschappijen. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 175 De mutaties in de rentedragende leningen zijn als volgt: In miljoeneneuro's 2020 2019 Oorspronkelijke nominale hoofdsom per 1 januari 3.450,0 3.250,0 Afgelost tot en met 1 januari 326,2 107,1 Restant nominale hoofdsom per 1 januari 3.123,8 3.142,9 Niet-geamortiseerde transactiekosten en disagio ‑10,5 ‑6,0 Boekwaarde per 1 januari 3.113,3 3.136,9 Mutaties in het boekjaar: Aflossingen ‑21,4 ‑519,0 Nieuw opgenomen leningen - 500,0 Amortisatie van transactiekosten en disagio 1,4 1,3 Toevoeging transactiekosten en disagio - ‑5,8 Totaal mutaties in het boekjaar ‑20,0 ‑23,6 Oorspronkelijke nominale hoofdsom per 31 december 3.300,0 3.450,0 Afgelost tot en met 31 december 197,6 326,2 Restant nominale hoofdsom per 31 december 3.102,4 3.123,8 Resterende niet-geamortiseerde transactiekosten en disagio ‑9,1 ‑10,5 Boekwaarde per 31 december 3.093,3 3.113,3 Gepresenteerd onder de kortlopende schulden ‑733,2 21,4 Totaal 2.360,1 3.091,9 De vervalkalender van de rentedragende leningen (in nominale waarde) is als volgt: In miljoeneneuro's 1e halfjaar 2e halfjaar Totaal Aflossingsverplichting in 2021 300,0 433,2 733,2 2022 369,2 125,0 494,2 2023 - 125,0 125,0 2024 50,0 125,0 175,0 2025 - 125,0 125,0 na 2025 1.450,0 Totaal van de aflossingsverplichtingen 3.102,4 Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 176 Het overzicht van de langlopende leningen, inclusief de kortlopende aflossingsverplichtingen, is als volgt: In miljoeneneuro's Soort lening Oorspronkelijke hoofdsom Looptijd Effectieve rente Rente herzienings- datum Restant hoofdsom ultimo 2020 Restant hoofdsom ultimo 2019 Onderhandse lening 125,0 2008- 2023 4,80% Rentevast tot einde looptijd 125,0 125,0 Onderhandse lening 125,0 2008- 2022 4,50% Rentevast tot einde looptijd 125,0 125,0 Onderhandse lening 125,0 2009- 2024 4,27% Rentevast tot einde looptijd 125,0 125,0 Onderhandse lening 125,0 2010- 2025 3,58% Rentevast tot einde looptijd 125,0 125,0 Onderhandse lening 150,0 2013- 2020 0,00% Jaarlijks op 28 april en 28 oktober - 21,4 Onderhandse lening 50,0 2014- 2024 1,33% Rentevast tot einde looptijd 50,0 50,0 Totaal onderhandse leningen 550,0 571,4 Obligatielening 300,0 2006- 2021 4,55% Rentevast tot einde looptijd 300,0 300,0 Obligatielening 500,0 2011- 2021 3,64% Rentevast tot einde looptijd 433,3 433,3 Obligatielening 500,0 2012- 2022 2,70% Rentevast tot einde looptijd 369,1 369,1 Obligatielening 650,0 2016- 2026 1,04% Rentevast tot einde looptijd 650,0 650,0 Obligatielening 300,0 2018- 2028 1,48% Rentevast tot einde looptijd 300,0 300,0 Obligatielening 500,0 2019- 2031 0,47% Rentevast tot einde looptijd 500,0 500,0 Totaal obligatieleningen 2.552,4 2.552,4 Totaal nominale waarde rentedragende leningen 3.102,4 3.123,8 In 2020 werd één onderhandse lening volledig afgelost. Ultimo 2020 bedraagt de oorspronkelijkenominale hoofdsom €3.300,0 miljoen (ultimo 2019: €3.450,0 miljoen). Degewogen gemiddelde effectieve rentevan de langlopende leningen bedroeg ultimo 2020 2,4% (ultimo 2019: 2,4%). Inzake de rentedragende leningen zijn geen zekerheden gesteld door N.V. Nederlandse Gasunie aan de kredietverstrekkers. Ook is geen sprake van belangrijke financiële convenanten of ratio’s waaraan de vennootschap dient te voldoen. Ten aanzien van vijf leningen die Gasunie heeft verkregen van de Europese Investeringsbank (EIB) met een resterende waarde ultimo 2020 van €550,0 miljoen geldt een conditionele voorwaarde. In de onwaarschijnlijke situatie dat het aandelenkapitaal van Gasunie niet meer voor 100% door de Staat der Nederlanden wordt gehouden en indien de EIB dan van mening is dat de financiële stabiliteit van Gasunie niet meer voldoende is geborgd, kan zij – in het uiterste geval en na afloop van een overeengekomen consultatieperiode – deze leningen direct opeisen. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 177 Voor een nadere toelichting op de financiële risico’s die samenhangen met de rentedragende leningen en het financiële risicomanagement dat Gasunie toepast met het doel deze risico’s te beperken, wordt verwezen naar noot24 ‘Financiële instrumenten’. 17\. Leaseverplichtingen Gasunie en haar groepsmaatschappijen zijn leasecontracten aangegaan voor onder meer terreinen en gebouwen, regionale transportleidingen en het wagenpark. Deze gebruiksrecht activa worden ingezet voor eigen gebruik; er is geen sprake van sub-leasing. Nadere informatie over de bijbehorende gebruiksrecht activa is opgenomen in noot5 ‘Materiële vaste activa’. De mutaties in de leaseverplichtingen zijn als volgt: In miljoeneneuro's 2020 2019 Stand per 1 januari 97,0 106,3 Nieuwe leaseverplichtingen 3,4 2,5 Beëindigde leaseverplichtingen - ‑0,9 Modificaties 7,4 ‑4,7 Betaling leasetermijnen ‑9,0 ‑8,2 Oprenting 1,5 1,6 Effect omrekening vreemde valuta ‑0,3 0,4 Totaal 100,0 97,0 Gepresenteerd onder de kortlopende schulden ‑7,5 ‑6,8 Stand per 31 december 92,5 90,2 De gewogen gemiddelde incrementele rentevoet in 2020 bedroeg 1,17% (2019: 1,57%). Leaseovereenkomsten met een looptijd van korter dan één jaar of met een contractwaarde van minder dan €5.000 zijn niet in de balans opgenomen. De impact hiervan bedraagt ultimo 2020 minder dan €0,1 miljoen per jaar (ultimo 2019: idem). Onder modificaties zijnbegrepen de tussentijdse aanpassingen van variabelen in de bestaande leasecontracten die leiden tot een wijziging in de waardering van de contracten, zoals verwachte of overeengekomen looptijden en de hoogte van delease betalingen. De resterende looptijd van de leaseverplichtingen is als volgt: In miljoeneneuro's 31 dec. 2020 31 dec. 2019 Resterende looptijd < 1 jaar 7,5 6,8 Resterende looptijd ≥ 1 jaar en ≤ 5 jaar 21,7 19,3 Resterende looptijd > 5 jaar 70,8 70,9 Totaal leaseverplichtingen 100,0 97,0 Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 178 Het kortlopende deel van de leaseverplichtingen is afzonderlijk gepresenteerd onder de kortlopende schulden. 18. Contractverplichtingen De contractverplichtingen houden verband met de omzetverantwoording van de vennootschap. Voor bepaalde contracten geldt dat het betaalritme niet synchroon loopt met de wijze waarop Gasunie de omzet aan de boekjaren dient toe te rekenen. Dit doet zich onder meer voor bij contracten waarbij klanten een financiële bijdrage hebben geleverd in een investering in specifieke transportcapaciteit. Deze bijdragen worden in beginsel toegerekend aan het contract met de klant en niet aan het actief waar de bijdrage betrekking op heeft. Voor dergelijke klantbijdragen wordt een contractverplichting opgenomen, waarbij rekening wordt gehouden met het financieringselement in deze contracten. Ultimo 2020 bedroegen de totale contractverplichtingen van Gasunie €50,6 miljoen (ultimo 2019: €50,1 miljoen). In onderstaande tabel is het verloop van deze contractverplichtingen weergegeven: In miljoeneneuro's 2020 2019 Stand per 1 januari 50,1 50,3 Verantwoord als netto-omzet ‑4,4 ‑3,4 Oprenting 1,8 1,9 Nieuwe contractverplichtingen 3,1 1,3 Totaal 50,6 50,1 Gepresenteerd onder de kortlopende schulden ‑3,4 ‑3,2 Stand per 31 december 47,2 46,9 De resterende looptijd van de contractverplichtingen is als volgt: In miljoeneneuro's 31 dec. 2020 31 dec. 2019 Resterende looptijd < 1 jaar 3,4 3,2 Resterende looptijd ≥ 1 jaar en ≤ 5 jaar 17,1 14,1 Resterende looptijd > 5 jaar 30,1 32,8 Totaal contractverplichtingen 50,6 50,1 Het kortlopende deel van de contractverplichtingen is afzonderlijk gepresenteerd onder de kortlopende schulden. 19\. Uitgestelde belastingverplichtingen De tijdelijke verschillen tussen de waardering van de activa en de passiva voor de financiële verslaggeving en de fiscale waardering geven aanleiding tot het opnemen van uitgestelde belastingverplichtingen. De uitgestelde belastingverplichtingen zien met name toe op tijdelijke Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 179 waarderingsverschillen van materiële vaste activa in Duitsland. Daarnaast is sprake van enkele overige verschillen die leiden tot uitgestelde belastingverplichtingen en -vorderingen. De uitgestelde belastingverplichtingen en -vorderingen hebben betrekking op het Duitse deel van de fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting en voldoen aan de voorwaarden voor saldering van fiscale schulden. Derhalve zijn de uitgestelde belastingen hier gesaldeerd weergegeven. De mutaties in de uitgestelde belastingverplichtingen in 2020 zijn als volgt: In miljoenen euro’s Materiële vaste activa Financiële vaste activa Personeels- beloningen Opruimings- kosten en saneringen Totaal Stand per 1 januari 2020 164,8 11,5 ‑20,7 19,7 175,3 Realisatie tijdelijke verschillen in winst-en- verliesrekening 5,2 ‑0,2 ‑0,4 1,1 5,7 Realisatie tijdelijke verschillen in Eigen Vermogen - - ‑1,9 - ‑1,9 Effect van aanpassing belastingtarieven in winst- en-verliesrekening - - - - - Effect van aanpassing belastingtarieven in Eigen Vermogen - - - - - Stand per 31 december 2020 170,0 11,3 ‑23,0 20,8 179,1 Van de uitgestelde belastingverplichting heeft ultimo 2020 een bedrag van €179,1 miljoen (ultimo 2019: €175,3 miljoen) een looptijd van meer dan één jaar. De mutaties in de uitgestelde belastingverplichtingen in 2019 zijn als volgt: In miljoenen euro’s Materiële vaste activa Financiële vaste activa Personeels- beloningen Opruimings- kosten en saneringen Totaal Stand per 1 januari 2019 161,0 6,5 ‑16,2 18,6 169,9 Realisatie tijdelijke verschillen in winst-en- verliesrekening 4,0 5,0 ‑0,2 1,1 9,9 Realisatie tijdelijke verschillen in Eigen Vermogen - - ‑4,3 - ‑4,3 Effect van aanpassing belastingtarieven in winst- en-verliesrekening ‑0,2 - - - ‑0,2 Effect van aanpassing belastingtarieven in Eigen Vermogen - - - - - Stand per 31 december 2019 164,8 11,5 ‑20,7 19,7 175,3 Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 180 20\. Personeelsbeloningen De in de balans opgenomen verplichting uit hoofde van personeelsbeloningen betaalbaar op termijn kan als volgt worden gespecificeerd: In miljoenen euro's 31 dec. 2020 31 dec. 2019 Pensioenverplichtingen Gasunie Deutschland 116,8 108,5 Jubileumuitkeringen 10,4 9,5 Secundaire arbeidsvoorwaarden na pensionering 0,4 0,6 Totaal personeelsbeloningen 127,6 118,6 Voorzieningen pensioenverplichtingen Gasunie Deutschland De voorziening voor pensioenverplichtingen heeft alleen betrekking op de pensioenregeling van de werknemers die vóór 2012 in dienst zijn getreden bij Gasunie Deutschland. Deze regeling wordt behandeld als een toegezegd-pensioenregeling. Voor de overige werknemers in Nederland en Duitsland is de pensioenregeling geclassificeerd als een toegezegde-bijdrage regeling. Voor de toegezegde- bijdrageregelingen is geen pensioenverplichting in de balans opgenomen. De stijging van de pensioenverplichting in 2020 wordt voornamelijk verklaard door een daling van de disconteringsvoet. De pensioenverplichting per ultimo boekjaar is samengevat in onderstaand meerjarenoverzicht: In miljoenen euro's 31 dec. 2020 31 dec. 2019 31 dec. 2018 31 dec. 2017 31 dec. 2016 Contante waarde toegekende pensioenaanspraken 116,8 108,5 91,8 88,1 85,5 Pensioenvoorziening 116,8 108,5 91,8 88,1 85,5 Ervaringsaanpassingen verplichtingen van de regeling ‑2,2 0,1 1,3 ‑1,4 ‑2,4 De gewogen gemiddelde looptijd van de pensioenverplichtingen bedraagt ultimo 2020 ca. 21jaar (ultimo 2019: ca. 20jaar). De aannames die ten grondslag liggen aan de berekening van de pensioenverplichtingen zijn als volgt: 31 dec. 2020 31 dec. 2019 Disconteringsvoet 0,8% 1,1% Verwachte toekomstige salarisverhogingen 2,7% 2,7% Verwachte toekomstige pensioenverhogingen 1,7% 1,7% Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 181 Het verloop van de contante waarde van de pensioenverplichting is als volgt: In miljoenen euro's 2020 2019 Stand per 1 januari 108,5 91,8 Toename toegekende pensioenaanspraken 2,6 2,1 Oprenting 1,2 1,7 Actuarieel resultaat en ervaringsaanpassingen 6,2 14,5 Betaalde pensioenuitkeringen ‑1,7 ‑1,6 Stand per 31 december 116,8 108,5 De actuariële resultaten zijn als volgt: In miljoenen euro's 2020 2019 Aanpassing in actuariële financiële veronderstellingen 8,4 14,6 Ervaringsaanpassingen ‑2,2 ‑0,1 Totaal actuarieel resultaat op pensioenaanspraken 6,2 14,5 Het totaal van rechtstreeks in het totaalresultaat verwerkte actuariële resultaten over 2020 bedraagt €6,2 miljoen nadelig (2019: €14,5 miljoen nadelig). Het cumulatieve saldo van de actuariële resultaten, voor aftrek van uitgestelde belastingen, bedraagt ultimo 2020 €47,2 miljoen nadelig (ultimo 2019: €41,0 miljoen nadelig). De actuariële resultaten zijn in het totaalresultaat verwerkt. De gevoeligheid van de berekening van de voorziening voor pensioenverplichtingen is als volgt: Indien de disconteringsvoet wijzigt met 0,1%-punt, dan leidt dit indicatief (en onder overige gelijkblijvende omstandigheden) tot een wijziging in de contante waarde van de toegekende pensioenaanspraken en een wijziging in het totaalresultaat van €2,4 miljoen (2019: €2,2 miljoen); Indien de verwachte toekomstige salarisverhoging wijzigt met 0,1%-punt, dan leidt dit indicatief (en onder overige gelijkblijvende omstandigheden) tot een wijziging in de contante waarde van de toegekende pensioenaanspraken en een wijziging in het totaalresultaat van €0,5 miljoen (2019: €0,5 miljoen); Indien de verwachte toekomstige pensioenverhoging wijzigt met 0,1%-punt, dan leidt dit indicatief (en onder overige gelijkblijvende omstandigheden) tot een wijziging in de contante waarde van de toegekende pensioenaanspraken en een wijziging in het totaalresultaat van €1,8 miljoen (2019: €1,7 miljoen). Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 182 De totale pensioenlasten uit hoofde van de toegezegd-pensioenregeling in de winst-en-verliesrekening bestaan uit: In miljoenen euro's 2020 2019 Toename toegekende pensioenaanspraken 2,6 2,1 Oprenting 1,2 1,7 Totaal pensioenlasten 3,8 3,8 Voorziening voor jubileumuitkeringen De voorziening heeft betrekking op de jubileumuitkeringen die Gasunie uitkeert aan haar werknemers bij dienstjubilea. De mutaties in deze voorziening zijn als volgt: In miljoenen euro's 2020 2019 Stand per 1 januari 9,5 7,6 Toevoegingen ten laste van de winst-en-verliesrekening 1,0 2,2 Onttrekkingen uit de voorziening ‑0,2 ‑0,3 Vrijval ten gunste van de winst-en-verliesrekening - - Stand per 31 december 10,3 9,5 De toename van de voorziening houdt vrijwel volledig verband met een lagere disconteringsvoet. De voorziening heeft grotendeels een langlopend karakter. Voorziening voor kosten van de secundaire arbeidsvoorwaarden na pensionering voor post-actieve en gepensioneerde werknemers De voorziening heeft betrekking op bepaalde vergoedingen die Gasunie verstrekt aan haar werknemers na hun pensionering. De mutaties in deze voorziening zijn als volgt: In miljoenen euro's 2020 2019 Stand per 1 januari 0,4 6,1 Toevoegingen ten laste van de winst-en-verliesrekening 0,1 - Onttrekkingen uit de voorziening ‑0,1 ‑5,7 Vrijval ten gunste van de winst-en-verliesrekening - - Stand per 31 december 0,4 0,4 De voorziening heeft grotendeels een langlopend karakter. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 183 21. Overige voorzieningen De overige voorzieningen bestaan volledig uit de voorziening voor bepaalde opruimingskosten en saneringen. Voorziening voor opruimingskosten en saneringen De voorziening voor opruimingskosten en saneringen is in 2010 gevormd naar aanleiding van besluiten van de vennootschap om specifieke activa buitengebruik te stellen of te verwijderen. Wet- en regelgeving en vergunningen, onder meer op het gebied van milieu en ruimtelijke ordening, vereist in die voorkomende gevallen dat sanering plaatsvindt. De voorziening heeft betrekking op saneringen van buiten bedrijf gestelde leidingen. Het saneringsprogramma omvat tevens reeds ontkoppelde leidingen en in het verleden van derden overgenomen leidingen waarvoor GTS thans verantwoordelijk is. Het saneringsprogramma heeft een meerjarig karakter. Een voorziening voor opruimingskosten voor het gastransportnet als geheel op langere termijn wordt niet opgenomen, omdat het thans niet aannemelijk wordt geacht dat het integraal opruimen van transportleidingen en toebehoren aan de orde zal komen. Verwacht wordt dat in het kader van de energietransitie de opbrengsten van een alternatieve aanwending (op termijn) verminderd met de kosten van conservering zullen opwegen tegen de (maatschappelijke) kosten van het opruimen. De mutaties in de voorziening zijn als volgt: In miljoenen euro's 2020 2019 Stand per 1 januari 35,1 50,1 Oprenting ten laste van de winst-en-verliesrekening 0,6 0,8 Onttrekkingen uit de voorziening ‑5,5 ‑7,1 Vrijval ten gunste van van de winst-en-verliesrekening - ‑8,7 Stand per 31 december 30,2 35,1 Het kortlopend deel van de voorziening voor opruimingskosten en saneringen bedraagt ultimo 2020 €6,6 miljoen (ultimo 2019: €7,4 miljoen). Dit bedrag is niet afzonderlijk vermeld onder de kortlopende schulden. De disconteringsvoet bedraagt 1,0% (2019: 1,0%). 22\. Kortlopende financieringsverplichtingen De kortlopende financieringsverplichtingen zijn als volgt: In miljoenen euro’s 31 dec. 2020 31 dec. 2019 Aflossingsverplichtingen op langlopende leningen 733,2 21,4 Kortlopende leningen 225,0 395,0 Totaal kortlopende financieringsverplichtingen 958,2 416,4 Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 184 Nadere informatie over de langlopende rentedragende leningen is opgenomen in noot16 ‘Rentedragende leningen’. Gasunie heeft ultimo 2020 voor €225,0 miljoen (ultimo 2019: €395,0 miljoen) aan kortlopende rentedragende leningen opgenomen tegen marktconforme voorwaarden. Het betreft opgenomen deposito’s en uitgegeven commercial paper met looptijden korter dan één jaar. 23\. Handels- en overige schulden De specificatie van de handels- en overige schulden is als volgt: In miljoenen euro's 31 dec. 2020 31 dec. 2019 Handelsschulden 17,8 27,0 Overige belastingen en premies sociale verzekeringen 7,0 6,0 Overige schulden en overlopende passiva 203,4 173,3 Totaal handels- en overige schulden 228,2 206,3 De overige belastingen en premies sociale verzekeringen bestaan met name uit te betalen omzetbelasting, premies sociale verzekeringen en te betalen loonheffing. De overige schulden en overlopende passiva bestaan met name uit opgelopen rente op leningen, te ontvangen facturen, nog te activeren (vooruitontvangen) investeringssubsidies en ontvangen security deposits. De ontvangen security deposits betreffen gestelde zekerheden die door klanten aan de vennootschap zijn verstrekt ter afdekking van het debiteurenrisico. Over de security deposits wordt een marktconforme rente berekend. De handels- en overige schulden zijn behoudens de ontvangen security deposits niet rentedragend en hebben een looptijd van korter dan één jaar. 24. Financiële instrumenten Algemeen De belangrijkste financiële risico’s waaraan Gasunie onderhevig is, zijn het marktrisico (bestaande uit renterisico en valutarisico), het kredietrisico en het liquiditeitsrisico. Gasunie past financieel risicomanagement toe met als doel deze risico’s te beperken door middel van operationele en financiële maatregelen. Afhankelijk van de aard en omvang van de risico’s worden daartoe zo nodig specifieke afdekkingsinstrumenten ingezet. Binnen Gasunie is de afdeling Treasury verantwoordelijk voor het uitvoeren van het financiële risicomanagement op groepsniveau. Het kredietrisico inzake operationele transacties (welke leiden tot onder meer handels- en overige vorderingen) wordt in beginsel bewaakt door de business units. Het management wordt periodiek geïnformeerd over de aard en omvang van de risico’s en de getroffen maatregelen. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 185 Gasunie kan gebruik maken van afgeleide financiële instrumenten voor het beheersen van rente- en valutarisico’s die voortvloeien uit de gewone bedrijfsuitoefening. Het risicobeleid met betrekking tot renterisico’s is erop gericht om de effecten van de renteschommelingen op het resultaat te beperken. Het risicobeleid met betrekking tot valutarisico’s is erop gericht om de effecten van de valutakoerswijzigingen op het resultaat te beperken. Afgeleide financiële instrumenten worden uitsluitend ingezet voor afdekking van risico’s en niet voor handels- of andere doeleinden. Voor de valuta- en renterisico’s is een gevoeligheidsanalyse opgenomen die de financiële effecten van redelijke, hypothetische, veranderingen in de relevante risicovariabelen laat zien op het resultaat en op het eigen vermogen. De effecten worden bepaald door de hypothetische veranderingen in de risicovariabelen te relateren aan de balanswaarde van de financiële instrumenten op de verslagdatum. Hierbij wordt verondersteld dat de balanswaarde op verslagdatum een representatieve weergave is voor de resterende looptijd van het financiële instrument. Renterisico Het door de vennootschap gelopen renterisico betreft het risico dat toekomstige uitgaande rentekasstromen zullen toenemen door veranderingen in de marktrente van rentedragende leningen met een variabele rente en van opgenomen deposito’s en uitgegeven commercial paper met looptijden korter dan één jaar. Het renterisico over deze instrumenten, voor zover gehouden door de vennootschap zelf of door haar 100% groepsmaatschappijen, is niet afgedekt. Daarnaast loopt de vennootschap een renterisico in de periode tussen het besluit tot en de realisatie van de uitgifte of herfinanciering van langlopende leningen met een vaste rente. Gasunie acht het renterisico beperkt, omdat ultimo 2020 alle langlopende leningen zijn aangegaan tegen een vaste rente. De vennootschap heeft op ieder moment gedurende het jaar gemiddeld genomen tussen de €200 miljoen en € 400 miljoen aan kortlopende financieringen uitstaan, die zijn opgenomen tegen een variabele rente. Bij een rentewijziging van 1%-punt wijzigen de financiële baten en lasten per jaar met ongeveer €2,0 tot €4,0 miljoen. Het renterisico op deze leningen is gezien de beperkte omvang niet afgedekt. Valutarisico Valutarisico’s ontstaan indien financiële instrumenten zijn aangegaan in een valuta die ongelijk is aan de functionele valuta. Het valutarisico dat de vennootschap loopt, betreft het risico dat toekomstige kasstromen, waaronder vorderingen en schulden, fluctueren als gevolg van veranderingen in de valutakoersen. In het kader van de normale bedrijfsactiviteiten is het valutarisico beperkt, omdat de meeste transacties plaatsvinden in euro’s. Slechts voor een beperkt aantal transacties geldt dat deze plaatsvinden in valuta anders dan de euro. Voor een aantal van deze transacties beoogt Gasunie het valutarisico te beperken of te neutraliserendoor de inzet van specifieke afdekkingsinstrumenten, zoals valutatermijncontracten. Valutarisico's worden afgedekt indien er in voldoende mate zekerheid bestaat over de omvang en het tijdstip van de kasstromen in vreemde valuta. Dit doet zich onder meer voor bij de afdekking van het valutarisico op transacties in Zwitserse franken. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 186 Ultimo 2020 was voor (omgerekend) €5,7 miljoen aan transacties in Zwitserse franken afgedekt (ultimo 2019: €10,7 miljoen). Deze afdekking ziet volledig toe op de periodieke teruggave bronbelasting samenhangend met de dividenduitkeringen door de deelneming Nord Stream (gevestigd te Zwitserland) aan Gasunie. De openstaande belastingteruggaven zijn volledig afgedekt, waarmee het valutarisico volledig is gemitigeerd. Om die reden zijn de posities in Zwitserse franken niet in de onderstaande gevoeligheidsanalyse opgenomen. In de gevoeligheidsanalyse voor de overige vreemde valuta waarvoor geen hedging wordt toegepast, is rekening gehouden met de bandbreedte waarbinnen zich koersbewegingen hebben voorgedaan. Deze bandbreedtes worden intern ook gehanteerd voor potentiële risico’s. Er zijn ultimo 2020 geen andere vreemde valutaposities van significante omvang anders dan vermeld in de onderstaande tabel. De positie in GBP ultimo 2020 betreft het saldo op een bankrekening in Britse ponden (ultimo 2019: idem). In miljoenen euro's Positie in euro's Stijging / daling koers Effect op resultaat voor belasting Effect op eigen vermogen 2020 Euro/GBP 5,5 +/- 30% 1,6 1,2 2019 Euro/GBP 5,8 +/\- 30% 1,7 1,3 Kredietrisico Het kredietrisico bestaat uit het verlies dat zou ontstaan indien tegenpartijen volledig of gedeeltelijk in gebreke zouden blijven en hun contractuele verplichtingen niet na zouden komen. De vennootschap loopt op balansdatum geen belangrijk kredietrisico ten aanzien van een enkele individuele afnemer of tegenpartij (ultimo 2019: idem). Bij toepassing van (afgeleide) financiële instrumenten hanteert de vennootschap ter beperking van het kredietrisico strikte limieten per tegenpartij. Hierdoor wordt de hoogte van het risico dat op betreffende tegenpartij wordt gelopen, beperkt. De vennootschap heeft selectiecriteria opgesteld ten aanzien van tegenpartijen in financiële transacties. Deze criteria beperken het risico verbonden aan mogelijke kredietconcentraties en marktrisico’s. Om het kredietrisico op handels- en overige vorderingen te beperken, vraagt Gasunie in voorkomende gevallen om garantiestellingen van haar klanten en andere partijen waarmee transacties plaatsvinden. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 187 Gasunie heeft de volgende garantiestellingen ontvangen van derden: In miljoenen euro's 31 dec. 2020 31 dec. 2019 Aantal Waarde Aantal Waarde Security Deposits 89 34,9 115 40,3 Bankgaranties 62 94,1 70 198,1 Parent Company Guarantees 31 385,7 28 358,7 Letters of Awareness 6 108,4 10 191,1 Surety Agreements 10 32,0 12 20,1 Totaal ontvangen garantiestellingen 198 655,1 235 808,3 De ontvangen zekerheden zijn overwegend gesteld uit hoofde van gastransportovereenkomsten. De security deposits worden in geld aangehouden en zijn rentedragend. Over de security deposits wordt een marktconforme rente berekend. Voorts zijn garanties ontvangen die betrekking hebben op zekerstellingen van aannemers die zijn betrokken bij nieuwbouwactiviteiten.De letters of awareness betreffen met name garanties die zijn ontvangen van de moedermaatschappij of de aandeelhouder van de klanten die het betreft, waarbij de garantie van rechtswege ongelimiteerd is. Voor de kwantificering van de waarde van deze garanties is uitgegaan van een interne kredietwaardigheidsanalyse en de aansluitend door Gasunie bepaalde maximale toegestane open positie van de betreffende klanten. De looptijd van de ontvangen garantiestelling is over het algemeen kort van aard (een tot drie jaar), maar enkele garanties kennen een looptijd van meer dan vijf jaar. De garantiestellingen zijn niet vrij overdraagbaar. Liquiditeitsrisico Het liquiditeitsrisico betreft het risico dat de vennootschap over onvoldoende liquide middelen beschikt om aan de direct opeisbare verplichtingen te voldoen. Voor de kwantificering van het liquiditeitsrisico werkt Gasunie met een meerjarenplanning voor de kapitaalslasten en de investeringen en een liquiditeitsprognose met een horizon van minimaal een jaar voor de operationele uitgaven. Ten aanzien van de op balansdatum aangehouden afdekkingsinstrumenten gelden geen verplichtingen om onderpand te storten indien de reële waarde van deze instrumenten negatief is. Het beleid van Gasunie is het reduceren van het liquiditeitsrisico tegen zo laag mogelijke kosten. De mogelijkheden tot reduceren van dit risico hangen mede samen met de solvabiliteit van de vennootschap. Gasunie is een solvabele vennootschap en kan daardoor relatief eenvoudig kredietfaciliteiten aantrekken. Gasunie’s lange termijn kredietwaardigheid volgens Standard & Poor’s is AA- met een stabiel vooruitzicht. De korte termijn rating is A-1+. Bij Moody’s Investors Service is de lange termijn kredietwaardigheid A1 met een stabiel vooruitzicht en is de korte termijn rating P-1. Gasunie streeft naar een conservatief financieel profiel, dat haar in staat stelt om haar strategie te realiseren en die gelijktijdig leidt tot een adequate credit rating, welke aansluit bij de signatuur van de vennootschap en het beleid van de aandeelhouder. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 188 Om het liquiditeitsrisico af te dekken heeft de vennootschap ultimo 2020 een niet-gecommitteerde rekening- courant faciliteit van €45 miljoen (ultimo 2019: €45 miljoen), een gecommitteerde kredietfaciliteit van €600 miljoen (ultimo 2019: €680 miljoen) en een Euro Commercial Paper (ECP) programma ter grootte van €750 miljoen (ultimo 2019: €750 miljoen) en een European Medium Term Note (EMTN) programma ter grootte van €7,5 miljard (ultimo 2019: €7,5 miljard). De gecommitteerde kredietfaciliteit is op 16april 2020 vernieuwd voor een periode van vijf jaar en kan twee keer met een jaar worden verlengd. Op de gecommitteerde kredietfaciliteit is niet getrokken in het afgelopen boekjaar. Wel heeft Gasunie als onderdeel van de normale bedrijfsuitoefening regelmatig kortlopende leningen op de geldmarkt aangetrokken in de vorm van deposito leningen en schuldpapier onder het ECP. Binnen het EMTN programma is ultimo 2020 €2,6 miljard (ultimo 2019: €2,6 miljard) aan leningen geplaatst. Het EMTN programma wordt regelmatig geactualiseerd. Begin 2020 heeft Gasunie overeenstemming bereikt met de EIB over het beschikbaar stellen van een langlopende lening voor de bouw van de stikstofinstallatie in Zuidbroek. De EIB stelt hiervoor een lening van € 240 miljoen ter beschikking. Ultimo 2020 is deze lening nog niet opgenomen. De verschuldigde rentevergoeding vastgesteld wordt vastgesteld op het moment dat Gasunie de lening opneemt. Overzicht toekomstige kasstromen Het overzicht van de vervaltermijnen van toekomstige kasstromen ter zake van langlopende en kortlopende financiële verplichtingen uitstaand op de balansdatum is als volgt: In miljoenen euro's Totaal Direct opeisbaar < 1 jaar 1-5 jaar > 5 jaar 2020 Langlopende schulden \- rentedragende leningen 2.369,2 - - 919,2 1.450,0 \- leaseverplichtingen 100,0 - 7,5 21,7 70,8 Kortlopende schulden \- kortlopende financieringsverplichtingen 958,2 - 958,2 - - \- handels- en overige schulden 17,8 17,4 0,4 - - \- belastingverplichtingen 7,0 - 7,0 - - \- overige schulden en overlopende passiva 203,3 27,1 176,2 - - Rentebetalingen op verplichtingen 183,3 - 58,9 97,3 27,1 Totaal voor boekjaar 2020 3.838,8 44,5 1.208,2 1.038,2 1.547,9 Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 189 Het overzicht van de vervaltermijnen van toekomstige kasstromen ter zake van langlopende en kortlopende financiële verplichtingen in 2019 is als volgt: In miljoenen euro's Totaal Direct opeisbaar < 1 jaar 1-5 jaar > 5 jaar 2019 Langlopende schulden \- rentedragende leningen 3.102,4 - - 1.527,4 1.575,0 \- leaseverplichtingen 97,0 - 6,8 19,3 70,9 Kortlopende schulden \- kortlopende financieringsverplichtingen 416,4 - 416,4 - - \- handels- en overige schulden 27,0 24,6 2,4 - - \- belastingverplichtingen 6,0 - 6,0 - - \- overige schulden en overlopende passiva 158,3 26,1 132,2 - - Rentebetalingen op verplichtingen 256,9 - 73,5 141,5 41,9 Totaal voor boekjaar 2019 4.064,0 50,7 637,3 1.688,2 1.687,8 Reële waarde In deze jaarrekening zijn diverse financiële instrumenten opgenomen die zijn gewaardeerd op de reële waarde of waarvoor de reële waarde kan afwijken van de boekwaarde op basis van de geamortiseerde kostprijs. Het betreft: De wijze van reële waarde bepaling is beschreven onder het hoofd ‘Bepaling van de reële waarde’ in de grondslagen voor de waardering en de resultaatbepaling. Overige deelnemingen Rentedragende leningen Overige primaire financiële instrumenten Overige deelnemingen De waarde ultimo 2020 van de in de balans op reële waarde gewaardeerde overige deelnemingen bedraagt €509,3 miljoen (ultimo 2019: €515,1 miljoen). Het betreft een reële waarde bepaling volgens niveau3 (ultimo 2019: niveau3). Voor meer informatie wordt verwezen naar noot9 ‘Overige deelnemingen’ van de toelichting op de geconsolideerde jaarrekening. Rentedragende leningen De rentedragende leningen betreffen obligatieleningen met een notering aan Euronext te Amsterdam alsmede onderhandse leningen. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 190 De reële waarde van de beursgenoteerde obligaties is gelijk aan de slotkoers per balansdatum. Dit betreft een reële waarde bepaling volgens niveau1 (ultimo 2019: niveau1). De reële waarde van de onderhandse leningen is berekend door verwachte toekomstige kasstromen contant te maken tegen een disconteringsvoet die gelijk is aan de geldende risicovrije marktrente voor de resterende looptijd, vermeerderd met krediet- en liquiditeitsopslagen. Hierbij is rekening gehouden met het eigen risicoprofiel. Dit betreft een reële waarde bepaling volgens niveau3 (ultimo 2019: niveau3). De boekwaarde en de reële waarde van de rentedragende leningen per 31december 2020 is als volgt: In miljoeneneuro's 31 dec. 2020 31 dec. 2019 Boekwaarde Reële waarde Verschil Boekwaarde Reële waarde Verschil Obligatieleningen 2.543,3 2.669,8 126,5 2.541,9 2.679,8 137,9 Onderhandse leningen 550,0 631,3 81,3 571,4 669,6 98,2 Totaal rentedragende leningen 3.093,3 3.301,1 207,8 3.113,3 3.349,4 236,1 Overige primaire financiële instrumenten De overige primaire financiële instrumenten bestaan uit handels- en overige vorderingen, liquide middelen, kortlopende financieringsverplichtingen (exclusief de kortlopende aflossingsverplichtingen op langlopende leningen) en handels- en overige schulden. Voor deze instrumenten benadert de boekwaarde de reële waarde gegeven de korte looptijd van deze instrumenten. 25. Niet in de balans opgenomen verplichtingen Investeringsverplichtingen Ultimo 2020 is Gasunie voorwaardelijke investeringsverplichtingen aangegaan ter hoogte van €205,2miljoen (ultimo 2019: €395,0 miljoen). De verplichtingen houden met name verband met de ontwikkeling van een nieuwe stikstoffabriek, de realisatie van fase2 van de EUGAL pijpleiding en de reguliere vervangingsinvesteringen. Verstrekte garantiestellingen Gasunie heeft (indirect) de volgende garantiestellingen afgegeven aan derden: In miljoenen euro's 31 dec. 2020 31 dec. 2019 Aantal Waarde Aantal Waarde Bankgaranties 4 0,4 5 0,9 Parent Company Guarantees 11 92,5 10 95,5 Surety agreements - - 2 4,5 Overig 1 0,8 2 5,8 Totaal verstrekte garantiestellingen 16 93,7 19 106,7 Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 191 De verstrekte zekerheden omvatten hoofdzakelijk zekerheden en garanties versterkt aan klanten en aan enkele crediteuren of overige belanghebbenden. De garantiestellingen zijn niet vrij overdraagbaar. De looptijd van de verstrekte zekerheden bedraagt 5 tot 10jaar. De voornaamste garanties zijn afgegeven ten behoeve van de joint venture Gate terminal. Gasunie heeft zich ultimo 2020 namens Gate terminal garant gesteld voor de toekomstig te betalen pacht aan het Havenbedrijf Rotterdam ter grootte van €24,5 miljoen (ultimo 2019: €28,0 miljoen). De garantiestelling ten behoeve van het Havenbedrijf Rotterdam eindigt ultimo 2027\. Voorts zijn door Gasunie garanties verstrekt aan bepaalde klanten van Gate terminal ter hoogte van €22,5 miljoen (ultimo 2019: €22,5 miljoen). Meerjarige verplichtingen De meerjarige verplichtingen zijn als volgt: Looptijd Contractwaarde In miljoenen euro's 31 dec. 2020 31 dec. 2019 0 – 1 jaar 66,1 57,3 1 – 5 jaar 67,3 76,1 > 5 jaar 63,9 72,8 Totaal meerjarige verplichtingen 197,3 206,2 De meerjarige verplichtingen hebben voornamelijk betrekking op de inkoop van stikstofproductiecapaciteit, elektriciteit en ICT-diensten. Hoofdelijke aansprakelijkheid fiscale eenheid Gasunie vormt samen met haar Nederlandse 100% groepsmaatschappijen een fiscale eenheid voor de heffing van vennootschapsbelasting en omzetbelasting. Op grond van de Invorderingswet is de vennootschap hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden inzake de vennootschapsbelasting en omzetbelasting van alle bij de fiscale eenheid betrokken vennootschappen. In Duitsland geldt een soortgelijk aansprakelijkheidsregime voor de Duitse fiscale eenheid. Hoofdelijke aansprakelijkheid persoonsvennootschappen Gasunie heeft indirect een aantal samenwerkingsverbanden in de vorm van persoonsvennootschappen (zonder rechtspersoonlijkheid). Daarnaast is de vennootschap indirect beherend vennoot in een aantal commanditaire vennootschappen. De groepsmaatschappij die de boven de betreffende vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid staat, en ook de beherende vennoten, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de verplichtingen die deze persoonsvennootschappen zijn aangegaan. 26\. Netto-omzet De omzet nam met 7,4% toe ten opzichte van het vorige boekjaar (2019: toename van 2,2%). De stijging van de omzet is overwegend te verklaren door de ingebruikname van de eerste leiding van het EUGAL pijpleidingproject alsmede door veranderende gasstromen in Duitsland. Dit resulteerde in een grotere vraag naar transportcapaciteit bij Gasunie Deutschland, hetgeen tevens de toename van de omzet Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 192 buiten Nederland en de toename van de omzet uit hoofde van gereguleerde diensten grotendeels verklaart. De stijging van de omzet in Nederland is overwegend te verklaren door hogere gastransporttarieven voor 2020, hoewel deze stijging deels werd gedempt door een lichte daling in de capaciteitsreserveringen ten opzichte van 2019. Informatie over operationele activiteiten De vennootschap categoriseert haar opbrengsten naar de manier waarop economische factoren de aard, omvang, timing, en onzekerheid van de kasstromen beïnvloeden. In het geval van Gasunie zijn twee categorieën te onderscheiden. De eerste omzetstroom betreft de omzet uit hoofde van de gereguleerde transport- en aanverwante diensten, zoals gegenereerd door Gasunie Transport Services en Gasunie Deutschland. Voor deze omzetstroom stellen de Nederlandse en Duitse toezichthouders voor een meerjarige periode de toegestane inkomsten vast. De tweede omzetstroom betreft de niet-gereguleerde en/of van regulering vrijgestelde diensten. Bij deze diensten worden de inkomsten bepaald door de markt op basis van vraag en aanbod en is over het algemeen sprake van een hogere volatiliteit in omzet ten opzichte van de gereguleerde diensten. De omzet uit hoofde van de niet-gereguleerde en/of van regulering vrijgestelde diensten wordt vrijwel volledig gegenereerd door het segment Participations. De omzet per operationele activiteit is als volgt: In miljoenen euro's 2020 2019 Omzetgereguleerde diensten 1.222,8 1.139,9 Niet-gereguleerde en/of van regulering vrijgestelde diensten 149,4 138,3 Totaal netto-omzet 1.372,2 1.278,2 Informatie over producten en diensten De omzet kan worden verdeeld in omzet uit hoofde van gastransport en aanverwante diensten en overige activiteiten. Onder gastransport en aanverwante diensten zijn zowel de omzet uit hoofde van gereguleerd gastransport als uit hoofde van niet-gereguleerd en/of van regulering vrijgesteld gastransport opgenomen. Onder overige activiteiten is mede begrepen de omzet uit hoofde van gasopslag. De onderverdeling is als volgt: In miljoenen euro's Netto-omzet 2020 2019 Gastransport en aanverwante diensten 1.279,9 1.188,3 Overige activiteiten 92,3 89,9 Totaal netto-omzet 1.372,2 1.278,2 Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 193 Geografische informatie De omzet per geografisch gebied wordt bepaald op basis van het gebied waar de activiteiten plaatsvinden (binnen Nederland of daarbuiten). De onderverdeling van de omzet naar geografisch gebied is als volgt: In miljoenen euro's Netto-omzet 2020 2019 Nederland 1.006,7 984,9 Buiten Nederland 365,5 293,3 Totaal netto-omzet 1.372,2 1.278,2 Belangrijke cliënten De vennootschap realiseerde in 2020 bij één client meer dan 10% van haar externe opbrengsten ter zake van gastransport en aanverwante diensten (2019: idem). Ultimo 2020 was geen sprake van betaalachterstanden door deze cliënt (ultimo 2019: idem). Voor een nadere toelichting op het kredietrisico wordt verwezen naar noot24 ‘Financiële instrumenten’. 27. Personeelskosten De specificatie van de personeelskosten is als volgt: In miljoenen euro's 2020 2019 Salarissen 145,5 136,6 Sociale lasten 16,4 16,6 Pensioenkosten 29,0 28,6 Totaal personeelskosten 190,9 181,8 De stijging in de personeelskosten kan mede verklaard worden door een dotatie aan een kortlopende reorganisatievoorziening ter hoogte van €4,7miljoen. De kosten van de toegezegde-bijdrageregelingen die verantwoord zijn in de winst-en-verliesrekening, bedragen €24,9 miljoen (2019: €24,5 miljoen). Voor de kosten van de toegezegd-pensioenregeling en het deel van de kosten dat rechtstreeks wordt verwerkt in het totaalresultaat, wordt verwezen naar noot20 ‘Personeelsbeloningen’. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 194 Bezoldiging van bestuurders en commissarissen van de vennootschap De bezoldiging van de bestuurders van de vennootschap over 2020 is als volgt: In euro's Salaris Variabele beloning Vaste en variabele beloning Beloning betaalbaar op termijn Sociale lasten Overige emolumenten Totaal 2020 Raad van Bestuur Dhr. J.J. Fennema, voorzitter 327.271 55.636 382.907 76.817 7.995 24.194 491.913 Mevr. J. Hermes 232.546 40.448 272.994 55.125 7.995 372 336.486 Dhr. U. Vermeulen 261.806 44.507 306.313 61.825 7.995 26.717 402.850 Dhr. B.J. Hoevers 261.806 44.507 306.313 61.825 7.995 14.375 390.508 Totaal voor boekjaar 2020 1.083.429 185.098 1.268.527 255.592 31.980 65.658 1.621.757 De bezoldiging van de bestuurders van de vennootschap over 2019 is als volgt: In euro's Salaris Variabele beloning Vaste en variabele beloning Beloning betaalbaar op termijn Sociale lasten Overige emolumenten Totaal 2019 Raad van Bestuur Dhr. J.J. Fennema, voorzitter 317.584 60.341 377.925 74.556 9.921 23.477 485.879 Dhr. I.M. Oudejans * 219.797 26.376 246.173 51.705 7.441 16.426 321.745 Mevr. J. Hermes ** 52.500 9.975 62.475 12.480 2.480 ‑974 76.461 Dhr. U. Vermeulen 254.057 48.271 302.328 60.008 9.921 25.926 398.183 Dhr. B.J. Hoevers 254.057 48.271 302.328 60.008 9.921 3.061 375.318 Totaal voor boekjaar 2019 1.097.995 193.234 1.291.229 258.757 39.684 67.916 1.657.586 * Tot 30 september. ** Vanaf 1 oktober. Bovengenoemde variabele beloningen zijn gebaseerd op het bereiken van de afgesproken doelstellingen gedurende het verslagjaar. Zij bestaan uit collectieve Gasunie-doelstellingen en uit lange termijn strategische doelstellingen, zoals verwoord in het jaarverslag onder ‘Remuneratiebeleid Raad van Bestuur’. De collectieve Gasunie-doelstellingen hebben betrekking op te behalen financiële- en operationele resultaten over 2020. De pensioenregeling voor de leden van de Raad van Bestuur is gelijk aan die voor andere medewerkers van Gasunie in Nederland. De vergoedingen begrepen onder de post ‘Overige emolumenten’ zijn de uitkeringen van het flexibiliseringsbudget. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 195 De bezoldiging van de commissarissen van de vennootschap over2020 is als volgt: In euro's RvC AC BBC Premie Zvw Totaal 2020 Raad van Commissarissen Dhr. P.J. Duisenberg , voorzitter* 30.606 1.392 1.677 - 33.675 Dhr. D.J. van den Berg 24.492 - 2.236 1.791 28.519 Mevr. M.M. Jonk 22.260 - 2.236 - 24.496 Dhr. W.J.A.H. Schoeber 22.260 5.568 - 1.865 29.693 Dhr. A.S. Visser 22.260 5.568 - - 27.828 Mevr. C. Wielinga 22.260 5.568 - - 27.828 Dhr. R. de Jong ** 7.705 - 516 - 8.221 Totaal voor boekjaar 2020 151.843 18.096 6.665 3.656 180.260 * Voorzitter RvC vanaf 25 maart, uit AC per 1 april, in BBC per 1 april. ** Afgetreden per 25 maart. De bezoldiging van de commissarissen van de vennootschap over 2019 is als volgt: In euro's RvC AC BBC Premie Zvw Totaal 2019 Raad van Commissarissen Dhr. R. de Jong, voorzitter * 32.396 2.700 2.168 - 37.264 Dhr. D.J. van den Berg 23.764 - 2.168 1.802 27.734 Mevr. C. Wielinga ** 15.369 3.101 - - 18.470 Mevr. M.M. Jonk 21.600 - 2.168 - 23.768 Mevr. M.J. Poots-Bijl *** 4.800 1.200 - 417 6.417 Dhr. W.J.A.H. Schoeber 21.600 5.400 - 1.876 28.876 Dhr. A.S. Visser 21.600 5.400 - - 27.000 Dhr. P.J. Duisenberg **** 7.200 1.350 - - 8.550 Totaal voor boekjaar 2019 148.329 19.151 6.504 4.095 178.079 * Uit AC per 23 juli. ** Toegetreden per 15 april. In AC vanaf 4 juni. Voorzitter AC vanaf 23 juli. *** Tot 20 maart. **** Toegetreden per 1 september. AC vanaf 1 oktober. De bezoldiging van de leden van de Raad van Commissarissen (RvC) bestaan uit een basisvergoeding en een aanvullende vergoeding bij deelname in de Audit Commissie (AC) en/of Belonings- & selectie/benoemingscommissie (BBC). Onder het begrip bezoldiging vallen eveneens de in het kader van de Zorgverzekeringswet (Zvw) af te dragen premies. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 196 28. Overige kosten De overige kosten zijn als volgt: In miljoenen euro's 2020 2019 Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten 170,2 160,4 Kosten van netbeheer 149,0 123,3 Overige bedrijfskosten 39,8 34,3 Totaal overige kosten 359,0 318,0 De kosten van netbeheer omvatten met name de inkoop van stikstofproductiecapaciteit, elektriciteit en gas voor eigen gebruik ten behoeve van het gastransport en de gasopslag. De stijging in de kosten ten opzichte van 2019 is met name het gevolg van een toegenomen vraag naar conversie, onder meer gerealiseerd door de uitbreiding van de capaciteit van het mengstation Wieringermeer, en door hogere prijzen voor de inkoop van energie. De overige kosten omvatten voorts de toevoegingen aan de voorziening voor incourante voorraden van €3,5 miljoen (2019: €0,4 miljoen). Verder omvatten de overige kosten in 2020 een toevoeging aan de voorziening voor dubieuze debiteuren van €0,1 miljoen (2019: €0,4 miljoen). 29. Financiële baten De specificatie van de financiële baten is als volgt: In miljoenen euro's 2020 2019 Rentebaten en soortgelijke baten 2,8 9,9 Resultaten op vreemde valuta - 0,6 Totaal financiële baten 2,8 10,5 De rentebaten en soortgelijke opbrengsten omvatten onder meer de rente op belastingaanslagen, (negatieve) rentes op opgenomen deposito’s en uitgegeven commercial paper met looptijden korter dan één jaar en tevens de rentebaten op ontvangen security deposits (door klanten gestelde zekerheden, waarbij een negatieve rente van toepassing is). De daling van de rentebaten en soortgelijke baten in 2020 is vooral te verklaren doordat de rentebaten in 2019 een eenmalige vrijval van €4,9 miljoen van een rentereservering omvatte. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 197 30. Financiële lasten De specificatie van de financiële lasten is als volgt: In miljoenen euro's 2020 2019 Rentelasten op leningen 75,2 94,9 Rentelasten op leases 1,5 1,6 Overige financieringslasten 3,8 3,4 Totaal rente\- en financieringslasten 80,5 99,9 Geactiveerde bouwrente ‑9,9 ‑8,3 Totaal financiële lasten 70,6 91,6 De rentelasten bestaan uit de rente op de leningen, op de leaseverplichtingen en op de contractverplichtingen. De daling van de rentelasten op leningen kan met name worden verklaard doordat in 2019 sprake was van een eenmalige last van ongeveer €15,7 miljoen als gevolg van de voortijdige gedeeltelijke aflossing van twee obligatieleningen. Van de rentelasten is in 2020 in totaal €9,9 miljoen geactiveerd (2019: €8,3 miljoen) rekening houdend met een gewogen gemiddelde rentevoet van de langlopende lening portefeuille van 2,4% (2019: 2,5%). De overige financieringslasten bestaan met name uit rente op contractverplichtingen, geamortiseerde transactiekosten en disagio op de langlopende leningen alsmede uit overige financieringskosten. 31\. Belastingen De specificatie van de belastinglast is als volgt: In miljoenen euro’s 2020 2019 Belastinglast over het boekjaar 100,9 80,8 Belastinglast over voorgaande jaren ‑8,5 ‑31,8 Mutaties in uitgestelde belastingen 161,1 56,0 Totale belastinglast 253,5 105,0 Zowel in 2019 als in 2020 is de totale belastinglast aanzienlijk beïnvloed door de effecten van de aanpassingen van de tarieven voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Voor een nadere toelichting op de wijziging in het tarief voor de vennootschapsbelasting wordt verwezen naar noot10 ‘Uitgestelde belastingvorderingen’.Voorts had het terugnemen van een in het verleden verantwoorde bijzondere waardevermindering gevolgen voor de uitgestelde belastingen. Nadere informatie over het terugnemen van de in het verleden verantwoorde bijzondere waardevermindering is opgenomen in noot4 ‘Onderzoek naar bijzondere waardeverminderingen’. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 198 De effectieve belastingdruk is als volgt: In procenten 2020 2019 Toepasselijk belastingtarief Nederland 25,0% 25,0% Effect van belastingtarieven in andere landen 0,6% ‑0,1% Aanpassingen uit voorgaande jaren ‑0,5% ‑6,1% Effect tariefswijziging op de uitgestelde belastingen 6,4% 4,2% Effect innovatiebox ‑0,3% ‑0,4% Overige verschillen ‑1,5% ‑2,3% Effectief tarief 29,7% 20,3% De overige verschillen betreffen met name niet-belaste resultaten als gevolg van de toepassing van de deelnemingsvrijstelling in Nederland en Duitsland. 32. Aantal werknemers De gemiddelde personeelsbezetting in fulltime-equivalenten bedraagt voor 2020 1.518 (2019: 1.602). De personeelsbezetting bedraagt ultimo 2020 1.558fulltime-equivalenten (ultimo 2019: 1.482). Gedurende het jaar is de personeelsbezetting met name toegenomen als gevolg van een toename in de activiteiten inzake de energietransitie. 33\. Verbonden partijen Transacties in concernverband De dienstverlening tussen Gasunie en haar groepsmaatschappijen en tussen groepsmaatschappijen onderling vindt plaats op zakelijke gronden (‘at arm’s length’). Dit geldt ook voor transacties met joint ventures en geassocieerde en overige deelnemingen. Transacties met bestuurders en commissarissen De Raad van Bestuur kwalificeert als verbonden partij, omdat zij zeggenschap of invloed van betekenis op het financiële of operationele beleid van de vennootschap kunnen uitoefenen. Met de leden van de Raad van Bestuur hebben geen andere transacties plaatsgevonden dan de transacties ingevolge hun bezoldiging. Voornoemde geldt ook voor de leden van de Raad van Commissarissen. Voor een toelichting op de bezoldiging van de bestuurders en commissarissen wordt verwezen naar noot27 ‘Personeelskosten’ van de geconsolideerde jaarrekening. Overige transacties met verbonden partijen GTS verleent gastransportdiensten aan haar klanten, waaronder GasTerra B.V. De enig aandeelhouder van de vennootschap, de Staat der Nederlanden, is tevens 50% aandeelhouder van GasTerra. Hierdoor kan de Staat der Nederlanden, binnen de kaders van haar hoedanigheid als aandeelhouder, invloed van betekenis uitoefenen op het beleid van beide vennootschappen. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 199 De diensten van GTS aan GasTerra worden uitgevoerd in overeenstemming met de bepalingen van de Gaswet. Ingevolge deze wetgeving is GTS gehouden alle marktpartijen non-discriminatoir te behandelen en conform aanvraag zaken te doen. De bij GasTerra in rekening gebrachte tarieven zijn vastgesteld door de Nederlandse toezichthouder (ACM). De ACM werkt onafhankelijk van GTS, GasTerra en de Staat der Nederlanden. 34\. Honoraria externe accountant De volgende honoraria met betrekking tot de controle van de geconsolideerde en vennootschappelijke jaarrekening zijn door PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. (PwC Accountants N.V.)ten laste gebracht van de vennootschap, haar dochtermaatschappijen en andere maatschappijen die zij consolideert; een en ander zoals bedoeld in artikel 2:382a lid1 en 2BW. In miljoenen euro's Totaal PwC Waarvan PwC Accountants N.V. 2020 2019 2020 2019 Onderzoek van de jaarrekening 0,7 0,7 0,6 0,5 Andere controleopdrachten 0,3 0,3 0,3 0,3 Adviesdiensten op fiscaal terrein - - - - Andere niet-controlediensten - < 0,1 - < 0,1 Totaal honoraria externe accountant 1,0 1,0 0,9 0,8 35\. Gebeurtenissen na de balansdatum Op 1februari 2021 publiceerde ACM het methodebesluit GTS 2022-2026. De gevolgen van dit besluit voor de toegestane inkomsten van Gasunie en daarmee voor de waardering van het gastransportnetwerk zijn opgenomen in noot4 ‘Onderzoek naar bijzondere waardeverminderingen’. Er hebben zich geen andere belangrijke gebeurtenissen voorgedaan tussen de balansdatum en de datum van deze jaarrekening die aanleiding zouden kunnen geven tot een aanpassing van of het opnemen van een toelichting in de vennootschappelijke jaarrekening. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 200 12 Vennootschappelijke financiële overzichten Vennootschappelijke balans per 31 december 2020 (vóór resultaatbestemming) In miljoenen euro’s Noot 31 dec. 2020 31 dec. 2019 Activa Vaste activa \- materiële vaste activa 36 80,4 79,6 \- financiële vaste activa 37 9.894,0 9.705,9 Totaal vaste activa 9.974,4 9.785,5 Vlottende activa \- voorraden 42,0 42,0 \- handels- en overige vorderingen 25,7 57,5 \- vorderingen op groepsmaatschappijen 38 151,3 103,0 \- vorderingen op joint ventures 7,7 - \- liquide middelen 11,8 38,0 Totaal vlottende activa 238,5 240,5 Totaal activa 10.212,9 10.026,0 Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 201 In miljoenen euro’s Noot 31 dec. 2020 31 dec. 2019 Passiva Eigen vermogen \- geplaatst kapitaal 39 0,2 0,2 \- herwaarderingsreserve 40 1.642,3 1.660,0 \- wettelijke reserve 41 336,6 342,2 \- overige reserves 42 3.762,2 3.521,0 \- onverdeeld resultaat 43 599,7 412,0 Totaal eigen vermogen 6.341,0 5.935,4 Voorzieningen 44 103,3 88,6 Langlopende schulden \- rentedragende leningen 2.360,1 3.092,0 \- leaseverplichtingen 74,9 73,6 Totaal voorzieningen en langlopende schulden 2.538,3 3.254,2 Kortlopende schulden \- kortlopende financieringsverplichtingen 958,2 415,6 \- leaseverplichtingen 6,1 6,4 \- handels- en overige schulden 45 190,8 169,3 \- schulden aan groepsmaatschappijen 46 178,5 245,1 Totaal kortlopende schulden 1.333,6 836,4 Totaal passiva 10.212,9 10.026,0 Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 202 Vennootschappelijke winst-en-verliesrekening over 2020 In miljoenen euro’s Noot 2020 2019 Voortgezette bedrijfsactiviteiten Netto-omzet 47 443,8 403,1 Personeelskosten 48 ‑160,8 ‑153,2 Afschrijvingskosten 36 ‑7,3 ‑7,1 Overige kosten 49 ‑302,7 ‑268,9 Totale lasten ‑470,8 ‑429,2 Bedrijfsresultaat ‑27,0 ‑26,1 Financiële baten en lasten 50 37,3 22,3 Aandeel in resultaat van deelnemingen 37 608,3 430,4 Resultaat vóór belastingen 618,6 426,6 Belastingen 51 ‑18,9 ‑14,6 Resultaat na belastingen 599,7 412,0 Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 203 13 Toelichting op de vennootschappelijke financiële overzichten Toelichting op de vennootschappelijke financiële overzichten Algemeen Deze vennootschappelijke jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening vormen samen de statutaire jaarrekening van de vennootschap. De financiële informatie van de vennootschap is opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening. De vennootschappelijke jaarrekening bestaat uit de vennootschappelijke balans en de vennootschappelijke winst-en-verliesrekening; de toelichtingen op de vennootschappelijke financiële overzichten maken integraal deel uit van de vennootschappelijke jaarrekening. Basis voor de opstelling Deze vennootschappelijke jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met Titel9, Boek2 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Voor het vaststellen van de grondslagen voor de verwerking en waardering van activa en passiva en de bepaling van resultaten van haar vennootschappelijke jaarrekening, maakt de vennootschap gebruik van de mogelijkheid die wordt geboden in artikel 2:362 lid8BW. Dit betekent dat de grondslagen voor de verwerking en waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat van de vennootschappelijke jaarrekening gelijk zijn aan de op EU-IFRS gebaseerde geconsolideerde jaarrekening. In het geval er geen andere grondslagen worden genoemd, wordt verwezen naar de grondslagen zoals beschreven in de geconsolideerde jaarrekening. Voor een juiste interpretatie van deze vennootschappelijke jaarrekening, dient de vennootschappelijke jaarrekening te worden gelezen in samenhang met de geconsolideerde jaarrekening. Informatie over het gebruik van financiële instrumenten en aanverwante risico's is opgenomen in de toelichting op de geconsolideerde jaarrekening. Dit geldt eveneens voor de toelichting op gebeurtenissen na balansdatum, de toelichting inzake transacties met verbonden partijen, de toelichting inzake niet in de balans opgenomen verplichtingen en de toelichting inzake de bezoldiging van de bestuurders en de commissarissen. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 204 Deelnemingen in groepsmaatschappijen Groepsmaatschappijen zijn alle entiteiten waarin de vennootschap direct of indirect overheersende zeggenschap heeft. Deelnemingen in groepsmaatschappijen worden in de vennootschappelijke jaarrekening verwerkt volgens de nettovermogenswaarde, met afzonderlijke presentatie van eventuele goodwill onder immateriële vaste activa, onder toepassing van de grondslagen voor de opname en waardering van activa en passiva en resultaatbepaling zoals uiteengezet in de toelichting op de geconsoli deerde jaarrekening. Indien en voor zover de vennootschap niet zonder beperking een uitkering van de resultaten aan haar kan bewerkstelligen, worden de resultaten (voor dat deel) in een wettelijke reserve opgenomen. Resultaat deelnemingen Het aandeel in het resultaat van ondernemingen waarin wordt deelgenomen omvat het aandeel van de vennootschap in de resultaten van deze deelnemingen. Resultaten op transacties waarbij overdracht van activa en passiva tussen de vennootschap en haar deelnemingen en tussen deelnemingen onderling heeft plaatsgevonden, zijn geëlimineerd voor zover deze als niet gerealiseerd kunnen worden beschouwd. Eigen vermogen Financiële instrumenten die worden aangemerkt als eigenvermogensinstrumenten, worden gepresenteerd onder het eigen vermogen. Uitkeringen aan houders van deze instrumenten worden in mindering op het eigen vermogen gebracht. Belastingen Tussen N.V. Nederlandse Gasunie en haar Nederlandse 100%-groepsmaatschappijen bestaat een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. Aan de groepsmaatschappijen wordt geen vennootschapsbelasting gealloceerd, met uitzondering van de groepsmaatschappij Gasunie Transport Services. De in de vennootschappelijke winst-en-verliesrekening opgenomen belastinglast van Gasunie heeft derhalve betrekking op alle tot de fiscale eenheid behorende vennootschappen, met uitzondering van het deel dat is gealloceerd aan Gasunie Transport Services. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 205 14 Nadere toelichting op de vennootschappelijke jaarrekening 36\. Materiële vaste activa De mutaties in de materiële vaste activa in 2020 zijn als volgt: In miljoenen euro’s Boekwaarde per 1 jan. 2020 Investeringen Desinvesteringen Afschrijvingen Boekwaarde per 31 dec. 2020 Andere vaste bedrijfsmiddelen 1,2 0,6 - ‑0,7 1,1 Gebruiksrecht activa 78,4 7,5 - ‑6,6 79,3 Totaal voor boekjaar 2020 79,6 8,1 - ‑7,3 80,4 Ultimo 2020 is onder de materiële vaste activa begrepen een bedrag van €79,3 miljoen (ultimo 2019: €78,4 miljoen) inzake leases. Gasunie heeft het economische, maar niet het juridische eigendom van deze gebruiksrecht activa. De gebruiksrecht activa betreffen met name bedrijfsgebouwen en terreinen en het wagenpark. De mutaties in de materiële vaste activa in 2019 zijn als volgt: In miljoeneneuro's Boekwaarde per 1 jan. 2019 Investeringen Desinvesteringen Afschrijvingen Boekwaarde per 31 dec. 2019 Andere vaste bedrijfsmiddelen 1,4 0,7 - ‑0,9 1,2 Gebruiksrecht activa 87,8 2,5 ‑5,7 ‑6,2 78,4 Vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering 0,1 ‑0,1 - - - Totaal voor boekjaar 2019 89,3 3,1 ‑5,7 ‑7,1 79,6 Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 206 De aanschafwaardes en de cumulatieve afschrijvingen (inclusief bijzondere waardeverminderingen) zijn als volgt: In miljoeneneuro's Aanschafwaarde per 31 dec. 2020 Cumulatieve afschrijvingen * per 31 dec. 2020 Aanschafwaarde per 31 dec. 2019 Cumulatieve afschrijvingen * per 31 dec. 2019 Andere vaste bedrijfsmiddelen 5,1 ‑4,0 4,6 ‑3,4 Gebruiksrecht activa 92,3 ‑13,0 84,6 ‑6,2 Totaal 97,4 ‑17,0 89,2 ‑9,6 * inclusief gecumuleerde bijzondere waardeverminderingen 37\. Financiële vaste activa De mutaties in de financiële vaste activa zijn als volgt: In miljoenen euro’s 2020 2019 Groepsmaatschappijen en deelnemingen Stand per 1 januari 5.394,7 4.930,1 Mutaties \- Investeringen 8,9 - \- Rechtstreekse mutaties eigen vermogen 95,2 44,7 \- Storting (+)/Terugbetaling (-) agio ‑1,2 203,2 \- Ontvangen dividend ‑407,3 ‑213,7 \- Resultaat groepsmaatschappijen en deelnemingen 608,3 430,4 Stand per 31 december 5.698,6 5.394,7 Leningen aan groepsmaatschappijen en deelnemingen Stand per 1 januari 4.311,2 4.629,6 Mutaties \- Verstrekte langlopende leningen 168,4 139,5 \- Rentetoevoeging 5,0 - \- Aflossing langlopende leningen ‑289,2 ‑457,9 Stand per 31 december 4.195,4 4.311,2 Totaal financiële vaste activa per 31 december 9.894,0 9.705,9 Groepsmaatschappijen en deelnemingen De investeringen in groepsmaatschappijen en deelnemingen in 2020zien voornamelijk toe op investeringen in de Gasunie-entiteiten welke zich richten op de verdere ontwikkeling van alternatieve energiedragers. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 207 De rechtstreekse mutaties in het eigen vermogen van de groepsmaatschappijen zien toe op de herwaardering van het belang in Nord Stream (zoals opgenomen in noot9 ‘Overige deelnemingen’ en noot41 ‘Wettelijke reserve’), het effect van de wijzigingen in de vennootschapsbelastingtarieven bij GTS (zoals opgenomen in noot10 ‘Uitgestelde belastingvorderingen’, noot40 ‘Herwaarderingsreserve’ en noot42 ‘Overige reserves’), het actuariële resultaat op de pensioenregeling van Gasunie Deutschland (zoals opgenomen in noot20 ‘Personeelsbeloningen’ en noot42 ‘Overige reserves’) en op de herwaardering van het belang in Gate terminal als gevolg van de wijziging in de waarde van een cash flow hedge (zoals opgenomen in noot42 ‘Overige reserves’). Het terugnemen van een in het verleden verantwoorde bijzondere waardevermindering had significante gevolgen voor het resultaat boekjaar van de groepsmaatschappij GTS. Nadere informatie over het terugnemen van de in het verleden verantwoorde bijzondere waardevermindering is opgenomen in noot4 ‘Onderzoek naar bijzondere waardeverminderingen’. De lijst met deelnemingen, hun vestigingsplaats en het deelnemingspercentage dat Gasunie heeft, is opgenomen in noot53 ‘Overzicht groepsmaatschappijen en deelnemingen’. Leningen aan groepsmaatschappijen en deelnemingen De rentevoet over de verstrekte langlopende leningen aan 100% groepsmaatschappijen bedraagt de gewogen gemiddelde rentevoet van de lange leningenportefeuille van Gasunie met een opslag van 12,5basispunten (2019: idem). Ultimo 2020 bedraagt de reële waarde van de verstrekte langlopende leningen aan groepsmaatschappijen €5.064,9 miljoen (ultimo 2019: €5.160,3 miljoen). Er zijn geen bijzondere voorwaarden overeengekomen tussen Gasunie en de groepsmaatschappijen met betrekking tot de verstrekte langlopende leningen. Voor verwachte kredietverliezen is geen voorziening gevormd, omdat op basis van historische gegevens, alsmede actuele toekomstverwachtingen, hiertoe geen aanleiding bestaat. Het kortlopend deel van de verstrekte langlopende leningen aan groepsmaatschappijen is ultimo 2020 nihil (ultimo 2019: nihil). Lening aan groepsmaatschappij GTS De verstrekte langlopende lening aan GTS bedraagt ultimo 2020 €3.583,1 miljoen (ultimo 2019: €3.521,0 miljoen). Dit betreft de facto het opgenomen saldo onder een leningfaciliteit met een maximale omvang van €6,0 miljard, welke ter beschikking is gesteld op 1januari 2014. De looptijd van deze faciliteit eindigt op 31december 2029 en heeft een mogelijkheid tot verlenging. Met GTS is overeengekomen dat tussentijds onbeperkt op de faciliteit kan worden getrokken dan wel afgelost. Er is geen aflossingsschema overeengekomen. GTS is de netbeheerder van het landelijk gastransportnet in de zin van de Gaswet. De minister van Economische Zaken en Klimaat heeft regels gesteld ten aanzien van goed financieel beheer door een netbeheerder in het Besluit Financieel Beheer Netbeheerders (BFBN). Per kwartaal beoordeelt het management van GTS, rekening houdend met de bepalingen van het BFBN, of er afgelost dan wel getrokken moet worden op de kredietfaciliteit, ten einde aan de BFBN-vereisten te voldoen. Bij deze Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 208 periodieke beoordeling wordt niet alleen de actuele financiële positie betrokken, maar ook de verwachtingen voor de komende jaren inzake de verwachte omvang en moment van de investeringsuitgaven, de verwachte dividenduitkeringen en de verwachte operationele kosten voor het gastransportnetwerk. De omvang en volatiliteit van deze variabelen maakt een betrouwbare schatting van eventuele toekomstige aflossingen niet mogelijk. Om deze reden is de verstrekte lening op balansdatum volledig gepresenteerd onder de langlopende vorderingen. Leningen aan overige groepsmaatschappijen De verstrekte langlopende leningen aan Gastransport Noord-West Europa Holding bedragen ultimo 2020 €495,6 miljoen (ultimo 2019: €645,6 miljoen). De looptijd van deze leningen eindigt op 31december 2022 en 2023. Met Gastransport Noord-West Europa Holding is voor alle leningen overeengekomen dat gehele of gedeeltelijke tussentijdse aflossingen mogelijk zijn. De verstrekte langlopende leningen aan Gasunie BBL bedragen ultimo 2020 €92,8 miljoen (ultimo 2019: €120,7 miljoen). Dit betreft het saldo dat is opgenomen onder een leningfaciliteit van maximaal € 200 miljoen, welke ter beschikking is gesteld op 12december 2014. De looptijd van deze faciliteit eindigt op 1december 2024 en heeft een mogelijkheid tot verlenging. Met Gasunie BBL is overeengekomen dat tussentijds op de faciliteit kan worden getrokken dan wel afgelost. Leningen aan overige deelnemingen De verstrekte leningen aan overige deelnemingen bedroegen ultimo 2020 gezamenlijk €23,9 miljoen (ultimo 2019: €23,9 miljoen). De rentevoet over deze leningen varieert afhankelijk van het risicoprofiel van de deelneming. 38. Vorderingen op groepsmaatschappijen Intra-groepsposities ontstaan door dienstverlening van N.V. Nederlandse Gasunie aan groepsmaatschappijen en vice versa, door uitkering van dividend binnen de groep en door de cashpool transacties die door het groepshoofd worden uitgevoerd namens de groepsmaatschappijen in het kader van de operationele bedrijfsactiviteiten. Er is geen aflossingsschema overeengekomen ten aanzien van de vorderingen op groepsmaatschappijen; de vorderingen hebben de kenmerken van een rekening-courantverhouding. Over het saldo van de intra-groepsvorderingen betaalt de groepsmaatschappij een (zakelijke) rente die is gebaseerd op een variabele rente plus een opslag, welke past bij het risicoprofiel van zowel Gasunie als de betreffende groepsmaatschappij. Voor verwachte kredietverliezen is geen voorziening gevormd, omdat op basis van historische gegevens, alsmede de actuele toekomstverwachtingen voor de deelnemingen die het betreft, hiertoe geen aanleiding bestaat. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 209 39\. Geplaatst kapitaal Het maatschappelijk kapitaal bedraagt €756.000 en is verdeeld in 7.560gewone aandelen van elk €100 nominaal. Hiervan zijn 1.513aandelen geplaatst en volgestort. In het boekjaar hebben geen mutaties plaatsgevonden in het geplaatste en gestorte kapitaal (2019: idem). Alle geplaatste aandelen worden gehouden door de Staat der Nederlanden. 40\. Herwaarderingsreserve De herwaarderingsreserve heeft betrekking op de herwaardering van de materiële vaste activa. Deze herwaardering hield verband met de splitsing van Gasunie en aansluitend de invoering van IFRS in 2005 en is berekend naar de situatie per 1januari 2004. De uitgestelde belastingen over de herwaardering zijn verwerkt in de verplichting voor uitgestelde belastingen, welke onderdeel is van de uitgestelde belastingvorderingen voor de Nederlandse fiscale eenheid. De herwaarderingsreserve wordt gerealiseerd naar rato van de afschrijving van de materiële vaste activa waar de herwaarderingsreserve betrekking op heeft. Voorts was tot ultimo 2020 een cash flow hedge gerelateerd aan een langlopende lening in de herwaarderingsreserve opgenomen. Deze cash flow hedge is ultimo 2020 volledig afgewikkeld. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar de toelichting op de cash flow hedge reserve in noot15 ‘Eigen vermogen’ van de geconsolideerde jaarrekening. De specificatie van de herwaarderingsreserve is als volgt: In miljoenen euro’s 31 dec. 2020 31 dec. 2019 Herwaardering van de materiële vaste activa per 1 januari 2004 1.642,3 1.659,0 Cash flow hedge N.V. Nederlandse Gasunie, - 1,3 waarvan vennootschapsbelasting - ‑0,3 - 1,0 Totaal herwaarderingsreserve 1.642,3 1.660,0 Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 210 De mutaties in de herwaarderingsreserve zijn als volgt: In miljoenen euro’s 2020 2019 Stand per 1 januari 1.660,0 1.745,1 Gerealiseerd deel van de ongerealiseerde herwaardering ‑47,8 ‑57,3 Effect van terugname bijzondere waardevermindering op de realisatie van de herwaarderingsreserve 99,0 - Effect tariefswijziging op de uitgestelde belastingen ‑68,0 ‑27,1 Overboeking cash flow hedge reserve naar de winst-en- verliesrekening, ‑1,2 ‑0,9 waarvan vennootschapsbelasting 0,3 0,2 Stand per 31 december 1.642,3 1.660,0 Nadere informatie over het terugnemen van een in het verleden verantwoorde bijzondere waardevermindering is opgenomen in noot4 ‘Onderzoek naar bijzondere waardeverminderingen’. Als gevolg van deze terugname is ook een gedeelte van de in het verleden verantwoorde realisatie van de herwaarderingsreserve teruggedraaid ten laste van de overige reserves. 41. Wettelijke reserve De wettelijke reserve betreft de wettelijke reserve deelnemingen die betrekking heeft op het 9% belang in Nord Stream. Dit belang is gewaardeerd tegen de reële waarde. Omdat Gasunie geen overheersende zeggenschap heeft in dit belang en daarmee geen resultaatuitkeringen kan afdwingen, is een wettelijke reserve gevormd voor het deel van de reële waarde waardering dat de oorspronkelijke verkrijgingsprijs te boven gaat. De mutaties in de wettelijke reserve zijn als volgt: In miljoenen euro’s 2020 2019 Stand per 1 januari 342,2 323,4 Mutatie van tegen reële waarde gewaardeerde overige kapitaalbelangen ‑5,8 18,8 Stand per 31 december 336,6 342,2 Nadere informatie over de waardering van het belang in Nord Stream is opgenomen in noot 9‘Overige deelnemingen’. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 211 42\. Overige reserves De mutaties in de overige reserve zijn als volgt: In miljoenen euro’s 2020 2019 Stand per 1 januari 3.521,0 3.313,5 Bestemming resultaat voorgaand boekjaar 123,6 97,2 Mutatie cashflow hedge joint ventures 5,7 2,6 Saldo van actuariële winsten en verliezen terzake van personeelsbeloningen, ‑6,2 ‑14,5 waarvan vennootschapsbelasting 1,9 4,3 Gerealiseerd deel van de ongerealiseerde herwaardering 47,8 57,3 Effect van terugname bijzondere waardevermindering op de realisatie van de herwaarderingsreserve ‑99,0 - Wijziging uitgestelde belastingen 167,4 66,1 Rechtstreekse vermogensmutaties joint ventures - ‑5,4 Stand per 31 december 3.762,2 3.521,0 Voor een toelichting op de mutaties wordt verwezen naar noot7 ‘Investeringen in joint ventures’, noot10 ‘Uitgestelde belastingvorderingen’, noot20 ‘Personeelsbeloningen’, noot40 ‘Herwaarderingsreserve’ en noot43 ‘Onverdeeld resultaat’. De groepsmaatschappij GTS is de netbeheerder van het landelijk gastransportnet in Nederland in de zin van de Gaswet. De minister van Economische Zaken en Klimaat heeft regels gesteld ten aanzien van goed financieel beheer door netbeheerders in het ‘Besluit Financieel Beheer Netbeheerder’. Deze regels bestaan uit een aantal financiële ratio’s, waaronder een eigenvermogensminimum. Dit kan leiden tot restricties ten aanzien van de hoogte van de uitkeerbare reserves van GTS. Een dergelijke situatie kan in voorkomende gevallen ook invloed hebben op de hoogte van de uitkeerbare reserves van N.V. Nederlandse Gasunie. Ultimo 2020 was een dergelijke beperking niet aan de orde en is hiervoor geen statutaire of wettelijke reserve opgenomen (ultimo 2019: idem). 43\. Onverdeeld resultaat De mutaties in het onverdeeld resultaat zijn als volgt: In miljoenen euro’s 2020 2019 Stand per 1 januari 412,0 325,2 Uitgekeerd dividend ‑288,4 ‑228,0 Toegevoegd aan de overige reserves ‑123,6 ‑97,2 Resultaat boekjaar 599,7 412,0 Stand per 31 december 599,7 412,0 Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 212 Bestemming van het resultaat over het boekjaar 2019 De jaarrekening 2019 is vastgesteld in de algemene vergadering van aandeelhouders gehouden op 24maart 2020. De Algemene Vergadering heeft de bestemming van het resultaat vastgesteld conform het voorstel van de Raad van Bestuur. De winst over 2019 bedroeg €412,0 miljoen en hiervan is €288,4 miljoen als dividend uitgekeerd in 2020. Het restant van €123,6 miljoen is toegevoegd aan de overige reserves. Voorstel tot resultaatbestemming over het boekjaar 2020 De Raad van Bestuur stelt voor om van de winst over 2020 een bedrag van €262,3 miljoen als dividend aan de aandeelhouder uit te keren en €337,4 miljoen toe te voegen aan de overige reserve. Het dividend per aandeel bedraagt €173,3 duizend. Het voorstel tot resultaatbestemming is niet verwerkt in de balans per 31december 2020 en de toelichting daarop. 44. Voorzieningen De specificatie van de voorzieningen is als volgt: In miljoenen euro's 31 dec. 2020 31 dec. 2019 Voorziening voor uitgestelde belastingverplichtingen 88,5 79,1 Voorziening voor jubileumuitkeringen 9,6 8,9 Voorziening voor secundaire arbeidsvoorwaarden na pensionering 0,5 0,6 Reorganisatievoorziening 4,7 - Totaal voorzieningen 103,3 88,6 De reorganisatievoorziening houdt verband met de geplande sluiting van twee regiokantoren in 2021 en de daarmee samenhangende personele en materiële gevolgen. De reorganisatievoorziening heeft een verwachte looptijd van korter dan een jaar. Voor een nadere toelichting op de overige voorzieningen wordt verwezen naar noot10 ‘Uitgestelde belastingvorderingen’, noot20 ‘Personeelsbeloningen’ en noot21 ‘Overige voorzieningen’ van de toelichting op de geconsolideerde jaarrekening. 45. Handels- en overige schulden De specificatie van de handels- en overige schulden is als volgt: In miljoenen euro's 31 dec. 2020 31 dec. 2019 Handelsschulden 17,1 22,1 Belastingverplichtingen 6,6 6,0 Overige schulden en overlopende passiva 167,1 141,2 Totaal handels- en overige schulden 190,8 169,3 Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 213 De belastingverplichtingen betreffen de te betalen loonheffing en premies sociale verzekeringen. De overige schulden en overlopende passiva bestaan met name uit nog te betalen rente, nog te ontvangen facturen en ontvangen security deposits. De ontvangen security deposits betreffen gestelde zekerheden die door klanten van de vennootschap of haar groepsmaatschappijen aan N.V. Nederlandse Gasunie zijn verstrekt ter afdekking van het debiteurenrisico. Over de security deposits wordt een marktconforme rente berekend. Vanwege het kortlopende karakter van de handelsschulden en overige te betalen posten benadert de reële waarde de boekwaarde van deze verplichtingen. 46\. Schulden aan groepsmaatschappijen Intra-groepsposities ontstaan door dienstverlening van N.V. Nederlandse Gasunie aan groepsmaatschappijen en vice versa, door uitkering van dividend binnen de groep en door de cashpool transacties die door het groepshoofd worden uitgevoerd namens de groepsmaatschappijen in het kader van de operationele bedrijfsactiviteiten. Er is geen aflossingsschema overeengekomen ten aanzien van de schulden aan groepsmaatschappijen; de schulden hebben de kenmerken van een rekening-courantverhouding. Over het saldo van de intra-groepsschulden betaalt Gasunie een (zakelijke) rente die is gebaseerd op een variabele rente plus een opslag welke past bij het risicoprofiel van zowel Gasunie als de betreffende groepsmaatschappij. 47. Netto-omzet N.V. Nederlandse Gasunie koopt externe diensten in ten behoeve van haar groepsmaatschappijen en/of andere deelnemingen. Daarnaast is N.V. Nederlandse Gasunie de juridisch werkgever voor medewerkers die werkzaam zijn voor Gasunie en haar groepsmaatschappijen. De netto-omzet van N.V. Nederlandse Gasunie bestaat voor een groot deel uit bedragen die zij in rekening brengt bij haar groepsmaatschappijen en/of andere deelnemingen inzake de inzet van eigen personeel dan wel de levering van goederen en externe diensten. N.V. Nederlandse Gasunie treedt jegens haar groepsmaatschappijen op als principaal. 48. Personeelskosten De specificatie van de personeelskosten is als volgt: In miljoenen euro's 2020 2019 Salariskosten 123,1 115,4 Sociale lasten 12,8 13,3 Pensioenkosten 24,9 24,5 Totaal personeelskosten 160,8 153,2 Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 214 De gemiddelde personele bezetting in fulltime-equivalenten bedraagt voor 2020 1.277 (2019: 1.244), waarvan 2 (2019: 3) buiten Nederland. De toelichting op de bezoldiging van de bestuurders en de commissarissen van de vennootschap is opgenomen in de toelichting op de geconsolideerde jaarrekening onder noot27 ‘Personeelskosten’. 49. Overige kosten De specificatie van de overige bedrijfskosten is als volgt: In miljoenen euro's 2020 2019 Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten 137,8 133,5 Kosten van netbeheer 135,9 113,6 Overige bedrijfskosten 29,0 21,8 Totaal overige kosten 302,7 268,9 De overige bedrijfskosten bestaan met name uit goederen en diensten die N.V. Nederlandse Gasunie inkoopt ten behoeve van de dienstverlening aan haar groepsmaatschappijen, waaronder GTS als de landelijk netbeheerder voor het gastransport in Nederland. De kosten van netbeheer omvatten met name de inkoop van stikstofproductiecapaciteit, elektriciteit en gas voor eigen gebruik ten behoeve van het gastransport. 50\. Financiële baten en lasten De specificatie van de financiële baten en lasten is als volgt: In miljoenen euro's 2020 2019 Rentebaten en soortgelijke baten 115,3 118,8 Totaal financiële baten 115,3 118,8 Rentelasten en soortgelijke lasten ‑74,2 ‑93,0 Overige financieringslasten ‑3,8 ‑3,5 Totaal financiële lasten ‑78,0 ‑96,5 Totaal financiële baten en lasten 37,3 22,3 Onder de rentebaten en soortgelijke baten zijn voornamelijk begrepen de rentes die berekend worden over leningen aan groepsmaatschappijen en de rente op belastingaanslagen. De rentelasten en soortgelijke lasten betreffen voornamelijk de rente over de langlopende leningen. De daling van de rentelasten kan met name worden verklaard doordat in 2019 sprake was van een eenmalige last van ongeveer €15,7 miljoen als gevolg van de voortijdige gedeeltelijke aflossing van twee obligatieleningen. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 215 51\. Belastingen N.V. Nederlandse Gasunie staat aan het hoofd van de fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting in Nederland. De specificatie van de belastinglast in de winst-en-verliesrekening is als volgt: In miljoenen euro’s 2020 2019 Belastinglast over het boekjaar 55,7 45,9 Belastinglast over voorgaande jaren ‑8,6 1,4 Belastinglast fiscale eenheid 47,1 47,3 Mutaties in uitgestelde belastingen 155,5 46,1 Totale belastinglast fiscale eenheid 202,7 93,4 Verantwoord bij Gasunie Transport Services B.V. ‑183,8 ‑78,8 Totale belastinglast N.V. Nederlandse Gasunie 18,9 14,6 De mutaties in de uitgestelde belastingen houden zowel in 2019 als in 2020 mede verband met de wijzigingen in het belastingtarief voor de vennootschapsbelasting in Nederland.Voorts had het terugnemen van de in het verleden verantwoorde bijzondere waardevermindering gevolgen voor de uitgestelde belastingen. Nadere informatie over het terugnemen van de in het verleden verantwoorde bijzondere waardevermindering is opgenomen in noot4 ‘Onderzoek naar bijzondere waardeverminderingen’. 52. Overige posten Voor een toelichting op de overige posten in de vennootschappelijke balans en winst-en-verliesrekening wordt verwezen naar de toelichting op de geconsolideerde financiële overzichten. 53\. Overzicht groepsmaatschappijen en deelnemingen Onderstaand is een overzicht opgenomen van de groepsmaatschappijen en de andere deelnemingen. Entiteit Zetel Financieel belang op 31 dec. 2020 31 dec. 2019 Groepsmaatschappijen Gasunie BBL B.V. Groningen 100% 100% Gridwise Engineering & Services B.V.* Groningen 100% 100% Gasunie New Energy B.V. Groningen 100% 100% Gasunie Waterstof Holding B.V.** Groningen 100% - Hynetwork Services B.V.*** Groningen 100% 100% Gasunie LNG Holding B.V. Groningen 100% 100% Gasunie Ambigo B.V. Groningen 100% 100% Gasunie Transport Services B.V. Groningen 100% 100% Gasunie Energy Information Services B.V Groningen 100% 100% EnergyStock B.V. Groningen 100% 100% Gastransport Noord-West Europa Holding B.V. Groningen 100% 100% Gastransport Noord-West Europa B.V. Groningen 100% 100% Gastransport Noord-West Europa Services 1 B.V. Groningen 100% 100% Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 216 Entiteit Zetel Financieel belang op Gastransport Noord-West Europa Services 2 B.V. Groningen 100% 100% Gastransport Noord-West Europa Services 3 B.V. Groningen 100% 100% Gastransport Noord-West Europa Services 4 B.V. Groningen 100% 100% Gasunie Deutschland GmbH & Co. KG Hannover, Duitsland 100% 100% Gasunie Deutschland Verwaltungs GmbH Hannover, Duitsland 100% 100% Gasunie Deutschland Transport Services Holding GmbH Hannover, Duitsland 100% 100% Gasunie Deutschland Transport Services GmbH Hannover, Duitsland 100% 100% Gasunie Infrastruktur AG Zug, Zwitserland 100% 100% Gasunie Warmte Holding B.V. Groningen 100% 100% LdM Beheer B.V. Rotterdam 100% 100% LdM C.V. Rotterdam 100% 100% LdM 1 B.V. Rotterdam 100% 100% LdM 2 B.V. Rotterdam 100% 100% LdM 3 B.V. Rotterdam 100% 100% LdM 4 B.V. Rotterdam 100% 100% LdM 5 B.V. Rotterdam 100% 100% LdM 6 B.V. Rotterdam 100% 100% LdM 7 B.V. Rotterdam 100% 100% Vertogas B.V. Groningen 100% 100% Gasunie CC(U)S Holding B.V.** Groningen 100% - Gasunie Rotterdam CC(U)S B.V.** Groningen 100% - Joint operations BBL Company V.o.f. Groningen 60,0% 60,0% Arbeitsgemeinschaft GOAL/Fluxys NEL- Projektphase**** Hannover, Duitsland - 51,3% European Gas Pipeline Link (EUGAL) BTG Kessel, Duitsland 16,5% 16,5% Ambigo V.o.f. Groningen 46,7% 46,7% Joint ventures Biogas Netwerk Twente B.V. Almelo 50,0% 50,0% Demonstratie Faciliteit Super Kritische Water Vergassing (SKW) Alkmaar B.V. Alkmaar 50,0% 50,0% DEUDAN \- Deutsch/Dänische Erdgastransport GmbH Handewitt, Duitsland 75,0% 75,0% DEUDAN \- Deutsch/Dänische Erdgastransport GmbH & Co. KG Handewitt, Duitsland 33,4% 33,4% Gate terminal C.V. Rotterdam 50,0% 50,0% Gate terminal Management B.V. Rotterdam 50,0% 50,0% German LNG Terminal GmbH Hamburg, Duitsland 33,3% 33,3% NETRA GmbH Norddeutsche Erdgas Transversale Emstek/Schneiderkrug, Duitsland 50,0% 50,0% NETRA GmbH Norddeutsche Erdgas Transversale & Co. KG Emstek/Schneiderkrug, Duitsland 44,1% 44,1% Porthos Development C.V.** Rotterdam 33,3% - Porthos Development Management GP B.V.** Rotterdam 33,3% - Geassocieerde deelnemingen GASPOOL Balancing Services GmbH Berlijn, Duitsland 20,0% 20,0% Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 217 Entiteit Zetel Financieel belang op 31 dec. 2020 31 dec. 2019 Overige deelnemingen Energie Data Services Nederland (EDSN) B.V. Arnhem 12,5% 12,5% PRISMA European Capacity Platform GmbH Leipzig, Duitsland 12,7% 12,7% Nord Stream AG Zug, Zwitserland 9,0% 9,0% * Voorheen Gasunie Engineering B.V. ** Entiteit nieuw opgericht in 2020 *** Voorheen Gasunie Waterstof B.V. **** Entiteit geliquideerd in 2020 Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 218 15 Ondertekening Ondertekening De Raad van Bestuur, Dhr. J.J. Fennema*, voorzitter Mevr. J. Hermes* Dhr. B.J. Hoevers Dhr. U. Vermeulen De Raad van Commissarissen, Dhr. P.J. Duisenberg, voorzitter Dhr. D.J. van den Berg Mevr. M.M. Jonk Dhr. W.J.A.H. Schoeber Dhr. A.S. Visser Mevr. C. Wielinga Groningen, 4 maart 2021 *Statutair bestuurder Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 219 16 Overige gegevens Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 220 Statutaire regeling omtrent de winstbestemming Overeenkomstig artikel39, lid2, van de statuten staat de winst over het boekjaar ter vrije beschikking van de Algemene Vergadering. De vennootschap kan aan de aandeelhouders en andere gerechtigden tot de voor uitkering vatbare winst slechts uitkeringen doen voor zover haar eigen vermogen groter is dan het bedrag van het geplaatste kapitaal vermeerderd met de reserves die krachtens de wet moeten worden aangehouden. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 221 Controleverklaring van de onafhankelijke accountant Aan: de algemene vergadering en de raad van commissarissen van N.V. Nederlandse Gasunie Verklaring over de jaarrekening 2020 Ons oordeel Naar ons oordeel: geeft de geconsolideerde jaarrekening van N.V. Nederlandse Gasunie, samen met haar dochtermaatschappijen (‘de groep’) een getrouw beeld van de grootte en samenstelling van het vermogen van de groep op 31december2020 en van het resultaat en de kasstromen over 2020, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards zoals aanvaard binnen de Europese Unie (EU-IFRS) en met Titel 9 Boek 2 van het in Nederland geldende Burgerlijk Wetboek (BW); geeft de vennootschappelijke jaarrekening van N.V. Nederlandse Gasunie (‘de vennootschap’) een getrouw beeld van de grootte en samenstelling van het vermogen van de vennootschap op 31december2020 en van het resultaat over 2020 in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 van het in Nederland geldende Burgerlijk Wetboek (BW). Wat we hebben gecontroleerd Wij hebben de in dit jaarverslag opgenomen jaarrekening 2020 van N.V. Nederlandse Gasunie te Groningen gecontroleerd. De jaarrekening omvat de geconsolideerde jaarrekening van de groep en de vennootschappelijke jaarrekening. De geconsolideerde jaarrekening bestaat uit: De vennootschappelijke jaarrekening bestaat uit: de geconsolideerde balans per 31december2020; de volgende overzichten over 2020: de geconsolideerde winst-en-verliesrekening, het geconsolideerd overzicht van het totaalresultaat, het geconsolideerd mutatieoverzicht eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht; en de toelichting met de belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving en overige toelichtingen. de vennootschappelijke balans per 31december2020; de vennootschappelijke winst-en-verliesrekening over 2020; en de toelichting met de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige toelichtingen. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 222 Het stelsel voor financiële verslaggeving dat is gebruikt voor het opmaken van de geconsolideerde jaarrekening is EU-IFRS en de relevante bepalingen uit Titel 9 Boek 2 BW en het stelsel dat is gebruikt voor het opmaken van de vennootschappelijke jaarrekening is Titel 9 Boek 2 BW. De basis voor ons oordeel Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de paragraaf ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’. Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Onafhankelijkheid Wij zijn onafhankelijk van N.V. Nederlandse Gasunie zoals vereist in de Europese verordening betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang, de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta), de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assuranceopdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Onze controleaanpak Samenvatting en context N.V. Nederlandse Gasunie is een Europees energie-infrastructuur bedrijf. Gasunie biedt gereguleerde transportdiensten aan in Nederland en in Duitsland. Voorts neemt Gasunie deel in samenwerkingsverbanden voor pijpleidingen die het Gasunie-transportnet verbinden met buitenlandse markten. Daarnaast biedt Gasunie ook andere diensten aan op het gebied van energie-infrastructuur, waaronder gasopslag en de certificering van groen gas. Gasunie zet haar infrastructuur en kennis in toenemende mate in voor verdere ontwikkeling en integratie van alternatieve energiebronnen, zoals waterstof, warmte en groen gas alsmede de ontwikkeling van CC(U)S. De opbrengstenstromen uit gereguleerde activiteiten staan onder toezicht van de ACM in Nederland en de BNetZa in Duitsland. Daarnaast heeft N.V. Nederlandse Gasunie niet gereguleerde of van regulering vrijgestelde activiteiten, onder andere gericht op het aanbieden van gasopslagcapaciteit aan de markt en de BBL‑pijpleiding tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk. De groep bestaat uit verschillende groepsonderdelen en daarom hebben wij de reikwijdte en aanpak van de groepscontrole overwogen zoals uiteengezet in de paragraaf ‘De reikwijdte van onze groepscontrole’. We hebben in het bijzonder aandacht besteed aan de gebieden die gerelateerd zijn aan de specifieke bedrijfsactiviteiten van de groep. Als onderdeel van het ontwerpen van onze controleaanpak hebben wij de materialiteit bepaald en het risico van materiële afwijkingen in de jaarrekening geïdentificeerd en ingeschat. Wij besteden bijzondere aandacht aan die gebieden waar de raad van bestuur belangrijke schattingen heeft gemaakt, bijvoorbeeld bij significante schattingen waarbij veronderstellingen over toekomstige gebeurtenissen worden gemaakt die inherent onzeker zijn. In hoofdstuk: ‘Toelichting op de geconsolideerde financiële overzichten’ en dan paragraaf: ‘Oordelen en schattingen door het management’ van de jaarrekening heeft de vennootschap de schattingsposten en de belangrijkste bronnen van schattingsonzekerheid Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 223 uiteengezet. Vanwege de significante schattingsonzekerheid en het gerelateerde hogere inherente risico verbonden aan de waardering van materiële vaste activa van Gasunie Transport Services (hierna: GTS) hebben wij deze aangemerkt als kernpunt zoals uiteengezet in de paragraaf ‘De kernpunten van onze controle’. Andere aandachtsgebieden in onze controle, die niet als kernpunt zijn aangemerkt, waren de levensduur van de materiële vaste activa, de betrouwbaarheid en continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking welke ten grondslag ligt aan het opbrengstenproces, de verwerking van het effect van de tariefswijziging van de Nederlandse vennootschapsbelasting op de uitgestelde belastingen, de pensioenen en de waardering van de voorziening voor opruimingskosten en sanering. Wij hebben ervoor gezorgd dat de controleteams, zowel op groepsniveau als op het niveau van de groepsonderdelen, over voldoende specialistische kennis en expertise beschikten die nodig waren voor de controle van een Europees energie-infrastructuurbedrijf. Wij hebben daarom experts en specialisten op onder meer het gebied van waardering, IT en vennootschapsbelasting in ons team opgenomen. Materialiteit Reikwijdte van de controle Kernpunt Materialiteit: €27.500.000. We hebben controlewerkzaamheden van de significante Nederlandse onderdelen uitgevoerd op één locatie en gebruikgemaakt van een buitenlandse accountant voor de controlewerkzaamheden bij Gasunie Deutschland en van een Nederlandse accountant voor de controlewerkzaamheden bij Gate terminal (joint venture). We hebben in het bijzonder aandacht besteed aan de waardering van de materiële vaste activa. Dekking controlewerkzaamheden: 96% van de geconsolideerde netto omzet, 96% van het geconsolideerde balanstotaal en 95% van het geconsolideerde resultaat voor belastingen. Waardering van de materiële vaste activa van Gasunie Transport Services B.V. Materialiteit De reikwijdte van onze controle wordt beïnvloed door het toepassen van materialiteit. Het begrip ‘materieel’ wordt toegelicht in de paragraaf ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’. Wij bepalen, op basis van ons professionele oordeel, kwantitatieve grenzen voor materialiteit waaronder de materialiteit voor de jaarrekening als geheel, zoals uiteengezet in onderstaande tabel. Deze grenzen, evenals de kwalitatieve overwegingen daarbij, helpen ons om de aard, timing en omvang van onze Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 224 controlewerkzaamheden voor de individuele posten en toelichtingen in de jaarrekening te bepalen en om het effect van onderkende afwijkingen, zowel individueel als gezamenlijk, op de jaarrekening als geheel en op ons oordeel, te evalueren. Materialiteitvoordegroep €27,5 miljoen (2019: €25,5 miljoen). Hoe is de materialiteit bepaald Wij bepalen de materialiteit op basis van ons professionele oordeel. Als basis voor deze oordeelsvorming gebruikten we 5% van het resultaat voor belastingen genormaliseerd voor de terugname van een in het verleden verantwoorde bijzondere waardevermindering op de gereguleerde gastransportnetwerken in Nederland van €300 miljoen. De overwegingen voor de gekozen benchmark We gebruikten het genormaliseerde resultaat voor belastingen als de primaire benchmark, op basis van onze analyse van de gemeenschappelijke informatiebehoeften van gebruikers van de jaarrekening. Op basis daarvan zijn wij van mening dat het genormaliseerd resultaat voor belastingen een belangrijk kengetal is voor de financiële prestaties van de vennootschap. Het genormaliseerd resultaat betreft het resultaat voor belasting exclusief de terugname van een in het verleden verantwoorde bijzondere waardevermindering op de gereguleerde gastransportnetwerken in Nederland van € 300 miljoen, zoals toegelicht in punt 4 van de nadere toelichting op de geconsolideerde balans. Materialiteit voor groepsonderdelen Aan elk groepsonderdeel, binnen de reikwijdte van onze controle, is, op basis van onze oordeelsvorming, een materialiteit toegerekend die lager ligt dan de materialiteit voor de groep als geheel. De materialiteit die we hebben toegerekend aan de groepsonderdelen lag tussen de €4 miljoen en €27,5 miljoen. Enkele groepsonderdelen zijn gecontroleerd met de statutaire materialiteit op basis van een verplichte lokale controle die ook lager was dan de materialiteit voor de groep als geheel. Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve redenen materieel zijn. Wij zijn met de raad van commissarissen overeengekomen dat wij tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen met een impact op het resultaat voor belastingen boven de €1.375.000 (2019: €1.275.000) en balans reclassificaties boven de €5.000.000 (2019: €5.000.000) aan hen rapporteren evenals kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve redenen relevant zijn. De reikwijdte van onze groepscontrole N.V. Nederlandse Gasunie is de moedermaatschappij van een groep van entiteiten. De financiële informatie van deze groep is opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van N.V. Nederlandse Gasunie. Wij hebben de reikwijdte van onze controle zodanig bepaald dat we voldoende controlewerkzaamheden verrichten om in staat te zijn een oordeel te geven over de jaarrekening als geheel. Daarbij hebben wij, onder meer, in aanmerking genomen de managementstructuur van de groep, de aard van de activiteiten van de groepsonderdelen, de bedrijfsprocessen en interne beheersingsmaatregelen en de Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 225 bedrijfstak waarin de vennootschap opereert. Op grond hiervan hebben wij de aard en omvang van de werkzaamheden bepaald op het niveau van de groepsonderdelen die noodzakelijk waren om door het groepsteam en door de accountants van groepsonderdelen te worden uitgevoerd. De groepscontrole heeft zich voornamelijk gericht op de significante onderdelen: N.V.NederlandseGasunie, Gasunie Transport Services B.V., Gasunie Deutschland GmbH & Co KG (hierna: Gasunie Deutschland), EnergyStock B.V. en Gate terminal C.V. (hierna: de joint venture Gate terminal). Bij deze vijf groepsonderdelen zijn controles van de volledige financiële informatie uitgevoerd omdat deze groepsonderdelen individueel een significante financiële omvang hebben. Daarnaast zijn voor een additioneel groepsonderdeel specifieke controlewerkzaamheden verricht op individuele posten om voldoende dekking te verkrijgen voor de controle van individuele posten van de geconsolideerde jaarrekening. In totaal hebben wij met het uitvoeren van deze werkzaamheden de volgende dekking over onderstaande jaarrekeningposten verkregen: Omzet 96% Balanstotaal 96% Resultaat voor belastingen 95% De groepsonderdelen die niet onder de reikwijdte van de controle vallen vertegenwoordigen geen van alle meer dan 5% van de geconsolideerde omzet of het geconsolideerde balanstotaal. Op de financiële informatie van deze resterende groepsonderdelen hebben we op groepsniveau, onder meer, cijferanalyses uitgevoerd om onze inschatting, dat deze onderdelen geen significante risico’s op materiële fouten bevatten, te bevestigen. Bij de groepsonderdelen N.V. Nederlandse Gasunie, Gasunie Transport Services B.V. en EnergyStock B.V. hebben wij zelf controlewerkzaamheden uitgevoerd. Wij hebben gebruikgemaakt van andere accountants bij de controle van Gasunie Deutschland en de joint venture Gate terminal. Waar controlewerkzaamheden zijn uitgevoerd door accountants van groepsonderdelen, hebben wij de mate waarin onze betrokkenheid noodzakelijk was bepaald om in staat te zijn een conclusie te trekken of voldoende en geschikte controle-informatie met betrekking tot deze onderdelen is verkregen als basis voor ons oordeel bij de geconsolideerde jaarrekening als geheel. Wij hebben de accountants van Gasunie Deutschland en de joint venture Gate terminal instructies gestuurd. Wij hebben, als groepsaccountant, periodiek overleg gehad met de accountant van Gasunie Deutschland en de joint venture Gate terminal, waarbij gesproken is over de risico’s, de controleaanpak, de voortgang van de controle en, op basis van de van de accountant van Gasunie Deutschland en de joint venture Gate terminal ontvangen rapportages, de bevindingen en conclusies. Wij hebben dit uitgebreid met het uitvoeren van een dossierreview van de accountant van Gasunie Deutschland om de kwaliteit van de uitgevoerde werkzaamheden te evalueren. Met het management en de accountant van Gasunie Deutschland is afsluitend gesproken over de financiële resultaten, de gehanteerde (belangrijke) schattingen en de bevindingen uit de controle. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 226 Het groepsteam heeft de consolidatie van de groep, de toelichtingen in de jaarrekening en een aantal complexe aspecten gecontroleerd. Dit betreffen onder andere de opgestelde analyse(s) ten aanzien van aanwijzingen voor waardeverminderingen en -vermeerderingen van vaste activa. Door bovengenoemde werkzaamheden bij (groeps)onderdelen, gecombineerd met aanvullende werkzaamheden op groepsniveau, zijn wij in staat geweest om voldoende en geschikte controle- informatie met betrekking tot de financiële informatie van de groep te verkrijgen als basis voor ons oordeel over de jaarrekening. Onze focus op het risico op fraude en niet-naleving van wet\- en regelgeving Onze doelstellingen De doelstellingen van onze controle zijn: Met betrekking tot fraude: Met betrekking tot de naleving van wet- en regelgeving: De primaire verantwoordelijkheid voor de preventie en detectie van fraude of niet-naleving van wet- en regelgeving ligt bij de raad van bestuur onder het toezicht van de raad van commissarissen. het identificeren en inschatten van de risico's op een afwijking van materieel belang die het gevolg is van fraude; het verkrijgen van voldoende en geschikte controle-informatie over de ingeschatte risico's op een afwijking van materieel belang die het gevolg is van fraude door middel van het opzetten en implementeren van geschikte manieren om op die risico's in te spelen; en het op passende wijze inspelen op fraude of vermoede fraude die tijdens de controle is geïdentificeerd. het identificeren en inschatten van de risico’s op een afwijking van materieel belang die het gevolg is van niet-naleving van wet- en regelgeving; en het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid dat de financiële overzichten als geheel vrij zijn van afwijkingen van materieel belang die het gevolg zijn van fraude of van fouten, rekening houdend met het van toepassing zijnde wet- en regelgevingskader. Onze risicoanalyse Als onderdeel van ons proces van het identificeren van frauderisico’s, evalueren wij frauderisicofactoren met betrekking tot frauduleuze financiële verslaggeving, het oneigenlijk toe-eigenen van activa en omkoping en corruptie. Wij hebben de frauderisicofactoren geëvalueerd om te overwegen of deze factoren een indicatie vormen voor de aanwezigheid van het risico op afwijkingen van materieel belang die het gevolg zijn van fraude. Daarnaast hebben wij controlewerkzaamheden uitgevoerd om een algemeen inzicht te verwerven in het wet- en regelgevingskader dat van toepassing is op de groep waarbij wij bepalingen hebben geïdentificeerd van wet- en regelgeving die gewoonlijk wordt geacht van directe invloed te zijn op de vaststelling van bedragen en in de financiële overzichten opgenomen toelichtingen die van materieel belang zijn, zoals wet- en regelgeving op het gebied van belastingen en pensioenen alsmede de opbrengsten (welke gereguleerd zijn). Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 227 Bij al onze controles besteden wij aandacht aan het risico van het doorbreken van de interne beheersingsmaatregelen door het management waaronder het evalueren van risico’s op mogelijke afwijkingen als gevolg van fraude op basis van een analyse van mogelijke belangen van het management. Wij verwijzen naar het kernpunt van de controle: ‘Waardering van de materiële vaste activa van Gasunie Transport Services B.V.’, welke een voorbeeld is van onze controleaanpak gericht op onderdelen waar er een hoger risico is geïdentificeerd door schattingen waar het management significante oordeelsvormingen en veronderstellingen hanteert. Onze controlewerkzaamheden op de geïdentificeerde risico’s Wij hebben de volgende controlewerkzaamheden uitgevoerd om in te spelen op de geïdentificeerde risico’s: Wij hebben de opzet, implementatie en, indien van toepassing, effectieve werking van de interne beheersingsmaatregelen die het frauderisico mitigeren getest. Wij hebben data-analyse uitgevoerd op hoger risico journaalboekingen en hebben de belangrijkste oordeelsvormingen en veronderstellingen geëvalueerd voor een mogelijke tendentie door N.V. Nederlandse Gasunie, inclusief retrospectieve beoordelingen met betrekking tot significante schattingen van voorgaand boekjaar. Waar wij onverwachte journaalboekingen of overige risico’s hebben geïdentificeerd, hebben wij additionele controlewerkzaamheden uitgevoerd om ieder risico te adresseren. Deze werkzaamheden bevatte ook het testen van transacties door middel van aansluiten met bronbescheiden. Met betrekking tot het risico op fraude in de omzetverantwoording: Wij hebben de opzet, implementatie en, indien van toepassing, effectieve werking van de interne beheersingsmaatregelen ten aanzien van de opbrengstenstromen in Duitsland en Nederland getest. Wij hebben gegevensgerichte werkzaamheden uitgevoerd op de verantwoorde opbrengsten, inclusief een aansluiting van de berekende tarieven op de goedkeuring door de ACM c.q. BNetzA, en de afloop van de handelsvorderingen. Wij hebben data-analyse uitgevoerd of er onverwachte boekingen zijn gemaakt ten aanzien van de opbrengsten in het grootboek. Met betrekking tot het frauderisico inzake handelsvorderingen ontstaan uit gasonbalans positie(s): Wij hebben de opzet en het bestaan van de interne beheersingsmaatregelen vastgesteld ten aanzien van dit risico. Wij hebben deelwaarnemingen uitgevoerd ten aanzien van de afloop van de handels - vorderingen. Wij hebben een element van onvoorspelbaarheid ingebouwd in onze controlewerkzaamheden. Wij hebben de uitkomsten van overige controlewerkzaamheden overwogen en geëvalueerd of geconstateerde afwijkingen een aanwijzing vormen voor fraude. Indien een dergelijke aanwijzing bestond, hebben wij de frauderisicoanalyse opnieuw geëvalueerd en de impact bepaald op onze geplande controlewerkzaamheden. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 228 We hebben controle-informatie verkregen omtrent het naleven van de bepalingen van die wet- en regelgeving die gewoonlijk wordt geacht van directe invloed te zijn op de vaststelling van bedragen en in de financiële overzichten opgenomen toelichtingen die van materieel belang zijn. Voor wat betreft overige wet- en regelgeving die geen directe invloed heeft op de vaststelling van de bedragen en toelichtingen in de financiële overzichten hebben wij de raad van bestuur en de raad van commissarissen gevraagd of de entiteit dergelijke wet- en regelgeving naleeft. Daarnaast hebben we de correspondentie met relevante vergunningverlenende of regelgevende of toezichthoudende instanties geïnspecteerd. De kernpunten van onze controle In de kernpunten van onze controle beschrijven wij zaken die naar ons professionele oordeel het meest belangrijk waren tijdens de controle van de jaarrekening. Wij hebben de raad van commissarissen op de hoogte gebracht van het kernpunt. Het kernpunt vormt geen volledige weergave van alle risico’s en punten die wij tijdens onze controle hebben geïdentificeerd en hebben besproken. Wij hebben in deze paragraaf het kernpunt beschreven met daarbij een samenvatting van de op dit punt door ons uitgevoerde werkzaamheden. Wij hebben onze controlewerkzaamheden met betrekking tot dit kernpunt bepaald in het kader van de jaarrekeningcontrole als geheel. Onze bevindingen en observaties ten aanzien van een individueel kernpunt moet in dat kader worden bezien en niet als afzonderlijke oordelen over dit kernpunt of over specifiek(e) element(en) van de jaarrekening. In 2019 was het kernpunt ‘Waardering van de vaste activa in BBL Company’. De door de raad van bestuur gehanteerde schattingen en uitgangspunten zijn nog steeds actueel en leiden daarom niet opnieuw tot een aanwijzing voor een bijzondere waardevermindering. Om die reden is de waardering van de vaste activa in BBL Company niet opnieuw als een kernpunt opgenomen. Kernpunt Waardering van de materiële vaste activa van Gasunie Transport Services B.V. Zie noot 4 en noot 5 van de nadere toelichting op de geconsolideerde balans Gasunie Transport Services B.V. heeft gereguleerde gastransportnetwerken met een totale waarde van €6,8 miljard verantwoord onder de post materiële vaste activa in de jaarrekening. In februari 2021 heeft de ACM het methodebesluit voor de reguleringsperiode 2022-2026 gepubliceerd. Uit analyse van de raad van bestuur is gebleken dat wijzigingen in het methodebesluit alsmede de toe te passen disconteringsvoet aanwijzingen bevatten voor bijzondere waardeverminderingen van de materiële vaste activa dan wel een terugname hiervan. Onze controlewerkzaamheden en observaties Wij hebben kennisgenomen van de door de raad van bestuur uitgevoerde analyse ten aanzien van de bijzondere waardevermindering in de materiële vaste activa. Wij kunnen ons vinden in de conclusie van de raad van bestuur dat er sprake is van aanwijzingen om de realiseerbare waarde van de gastransportnetwerken te toetsen. Onze controlewerkzaamheden op de inschatting van de realiseerbare waarde van de materiële vaste activa van Gasunie Transport Services B.V. bestonden onder meer uit: Kennisnemen van het methodebesluit 2022- 2026 en de aanwezige documentatie beschikbaar gesteld door de ACM; Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 229 De raad van bestuur heeft als gevolg van deze aanwijzingen, onderzoek gedaan naar de realiseerbare waarde van de materiële vaste activa van Gasunie Transport Services B.V. en deze ingeschat op basis van een value-in-use benadering. De raad van bestuur bepaalt hierbij de indirecte opbrengstwaarde van het gastransportnetwerk op basis van de verwachte kasstromen. De raad van bestuur heeft de voornaamste veronderstellingenbij het bepalen van de realiseerbare waarde toegelicht in de jaarrekening. De belangrijkste veronderstellingen in deze value-in-use benadering betreffen: Uit de uitgevoerde inschatting is gebleken dat er sprake is van een terugname van €300 miljoen van een eerder verantwoorde bijzondere waardevermindering van deze materiële vaste activa. Vanwege de complexiteit van de berekeningen en subjectiviteit in de veronderstellingen onderliggend aan de realiseerbare waarde van de materiële vaste activa en de daarmee samenhangende schattingsonzekerheden en de significante waarde hebben wij dit aangemerkt als een kernpunt van onze controle. Wij achten de veronderstellingen van de raad van bestuur in het waarderingsmodel inzake de materiële vaste activa van Gasunie Transport Services B.V. redelijk en aanvaardbaar. Op basis van de door ons uitgevoerde werkzaamheden en verkregen controle informatie hebben wij geen materiële bevindingen geconstateerd. Tot slot hebben wij werkzaamheden inzake de juistheid en toereikendheid van de toelichting, inclusief de opgenomen sensitiviteitsanalyse, uitgevoerd en hierbij geen materiële bevindingen geconstateerd. Efficiency na de reguleringsperiode 2022-2026; Kapitaalskosten vergoeding – ACM WACC; Disconteringsvoet. Evalueren van de bruikbaarheid van het gehanteerde waarderingsmodel en het nagaan van de rekenkundige juistheid en consistentie met voorgaande waarderingsonderzoeken; Het aansluiten van de gehanteerde statische efficiency op het methodebesluit 2022-2026 en het challengen van de raad van bestuur op de gehanteerde veronderstellingen voor de periode daarna; Het toetsen van de aannames ten aanzien van de gehanteerde kapitaalskosten vergoeding – ACM WACC met behulp van een schaduwberekening op basis van marktdata; Het toetsen van de aannames ten aanzien van de gehanteerde disconteringsvoet met behulp van schaduwberekeningen op basis van marktdata; Het challengen van de raad van bestuur op de gehanteerde aannames ten aanzien van de overige uitgangspunten, deze hebben wij tevens aangesloten op onderliggende begrotingen, (investerings)plannen en andere rapportages van de raad van bestuur. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 230 Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen andere informatie Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvat het jaarverslag andere informatie, die bestaat uit: Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie: Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat. Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in Titel 9 Boek 2 BW en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening. De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het bestuursverslag en de overige gegevens in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW. het bestuursverslag (zoals gedefinieerd in toelichting op de geconsolideerde financiële overzichten, paragraaf Algemeen); verslag Raad van Commissarissen; verslag van de OR; de overige gegevens. met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat; alle informatie bevat die op grond van Titel 9 Boek 2 BW is vereist. Verklaring betreffende overige door wet- en regelgeving gestelde vereisten Onze benoeming Wij zijn op 12december2013 benoemd als externe accountant van N.V. Nederlandse Gasunie door de raad van commissarissen volgend een besluit van de algemene vergadering op 17december2013 dat jaarlijks is herbevestigd door de aandeelhouder. Wij zijn nu voor een onafgebroken periode van zes jaar accountant van de vennootschap. Geen verboden diensten Wij hebben, naar ons beste weten en overtuiging, geen verboden diensten, als bedoeld in artikel 5, lid 1 van de Europese verordening betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang, geleverd. Geleverde diensten De diensten die wij, in aanvulling op de controle van de jaarrekening, hebben geleverd aan de vennootschap en haar dochtermaatschappijen, in de periode waarop onze wettelijke controle betrekking heeft, zijn toegelicht in punt 34 van de toelichting van de geconsolideerde jaarrekening. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 231 Europees uniform elektronisch formaat (ESEF) N.V. Nederlandse Gasunieheeft haar jaarverslag, inclusief de jaarrekening, opgesteld in ESEF. De vereisten waaraan dit format moet voldoen zijn vastgelegd in de Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/815 met technische reguleringsnormen voor de specificatie van een uniform elektronisch verslagleggingsformaat (deze vereisten worden hierna aangeduid met: de RTS voor ESEF). Naar ons oordeel is het jaarverslag, opgesteld in het XHTML-formaat, met daarin opgenomen de deels getagde geconsolideerde jaarrekening zoals door N.V. Nederlandse Gasunie opgenomen in de rapportageset, in alle van materieel belang zijnde aspecten opgesteld in overeenstemming met de RTS voor ESEF. De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van het jaarverslag inclusief de jaarrekening in overeenstemming met de RTS voor ESEF, waarbij zij de verschillende onderdelen samenvoegt in een enkele rapportageset. Het is onze verantwoordelijkheid een redelijke mate van zekerheid voor ons oordeel te krijgen dat het jaarverslag in deze rapportageset in overeenstemming is met de RTS voor ESEF. Onze werkzaamheden bestonden met inachtneming van NBA Alert 43 (Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants), onder andere uit: het verkrijgen van inzicht in het financiële rapportageproces van de entiteit, waaronder het opstellen van de rapportageset; het verkrijgen van de rapportageset en het uitvoeren van validaties om vast te stellen of de rapportageset met daarin opgenomen het Inline XBRL-instancedocument en de XBRL- extensie taxonomiebestanden, in alle van materieel belang zijnde aspecten, in overeenstemming met de technische specificaties zoals opgenomen in de RTS voor ESEF is opgesteld; het onderzoeken van de informatie met betrekking tot de geconsolideerde jaarrekening in de rapportageset om vast te stellen of alle vereiste taggings zijn toegepast en of deze in overeenstemming zijn met de RTS voor ESEF. Verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening en de accountantscontrole Verantwoordelijkheden van de raad van bestuur en de raad van commissarissen voor de jaarrekening De raad van bestuur is verantwoordelijk voor: Bij het opmaken van de jaarrekening moet de raad van bestuur afwegen of de vennootschap in staat is om haar werkzaamheden in continuïteit voort te zetten. Op grond van het genoemde verslaggevingsstelsel moet de raad van bestuur de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij de raad van bestuur het voornemen heeft om de vennootschap te het opmaken en het getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met EU-IFRS en met Titel 9 Boek 2 BW; en voor een zodanige interne beheersing die de raad van bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 232 liquideren of de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is. De raad van bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de vennootschap haar bedrijfsactiviteiten kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening. De raad van commissarissen is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de vennootschap. Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel. Onze doelstellingen zijn een redelijke mate van zekerheid te verkrijgen over de vraag of de jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of van fouten en een controleverklaring uit te brengen waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle afwijkingen van materieel belang ontdekken. Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel. Een meer gedetailleerde beschrijving van onze verantwoordelijkheden is opgenomen in de bijlage bij onze controleverklaring. Groningen, 4 maart 2021 PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. drs. W.A. Schouten RA Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 233 Bijlage bij onze controleverklaring over de jaarrekening 2020 van N.V. Nederlandse Gasunie In aanvulling op wat is vermeld in onze controleverklaring hebben wij in deze bijlage onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening nader uiteengezet en toegelicht wat een controle inhoudt. De verantwoordelijkheden van de accountant voor de controle van de jaarrekening Wij hebben deze accountantscontrole professioneel-kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit: Gegeven onze eindverantwoordelijkheid voor het oordeel zijn wij verantwoordelijk voor de aansturing van, het toezicht op en de uitvoering van de groepscontrole. In dit kader hebben wij de aard en omvang van de uit te voeren werkzaamheden voor de groepsonderdelen bepaald om te waarborgen dat we voldoende controlewerkzaamheden verrichten om in staat te zijn een oordeel te geven over de jaarrekening als geheel. Bepalend hierbij zijn de geografische structuur van de groep, de omvang en/of het risicoprofiel van de groepsonderdelen of de activiteiten, de bedrijfsprocessen en interne Het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing. Het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de vennootschap. Het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door de raad van bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan. Het vaststellen dat de door de raad van bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is. Ook op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de vennootschap haar bedrijfsactiviteiten in continuïteit kan voortzetten. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat een onderneming haar continuïteit niet langer kan handhaven. Het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen en het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 234 beheersingsmaatregelen en de bedrijfstak waarin de vennootschap opereert. Op grond hiervan hebben wij de groepsonderdelen geselecteerd waarbij een controle of beoordeling van de financiële informatie of specifieke posten noodzakelijk was. Wij communiceren met de raad van commissarissen onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing. In dit kader geven wij ook een verklaring aan de auditcommissie op grond van artikel 11 van de Europese verordening betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang. De in die aanvullende verklaring verstrekte informatie is consistent met ons oordeel in deze controleverklaring. Wij bevestigen aan de raad van commissarissen dat wij de relevante ethische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd. Wij communiceren ook met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen. Wij bepalen de kernpunten van onze controle van de jaarrekening vanuit alle zaken die wij met de raad van commissarissen hebben besproken. Wij beschrijven deze zaken in onze controleverklaring, tenzij dit is verboden door wet- of regelgeving of in buitengewoon zeldzame omstandigheden wanneer het niet vermelden in het belang is van het maatschappelijk verkeer. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 235 Assurancerapport van de onafhankelijke accountant Aan: de algemene vergadering en de raad van commissarissen van N.V. Nederlandse Gasunie Assurancerapport bij de duurzaamheidsinformatie 2020 Onze conclusie Op grond van onze werkzaamheden is ons niets gebleken op basis waarvan wij zouden moeten concluderen dat de duurzaamheidsinformatie opgenomen in het jaarverslag 2020 van N.V. Nederlandse Gasunie, niet in alle van materieel belang zijnde aspecten, een betrouwbare en toereikende weergave geeft van: in overeenstemming met de Sustainability Reporting Standards van het Global Reporting Initiative (GRI) en de aanvullendgehanteerde verslaggevingscriteria zoals toegelicht in de paragraaf ‘verslaggevingscriteria’. het beleid en de bedrijfsvoering ten aanzien van maatschappelijk verantwoord ondernemen; en de gebeurtenissen en de prestaties op dat gebied voor het jaar geëindigd op 31 december 2020, Wat we hebben beoordeeld Wij hebben de duurzaamheidsinformatie opgenomen in het jaarverslag 2020 beoordeeld voor het jaar geëindigd op 31december 2020, zoals opgenomen in de volgende secties in het jaarverslag (hierna: “de duurzaamheidsinformatie”): De duurzaamheidsinformatie omvat een weergave van het beleid en de bedrijfsvoering van N.V. Nederlandse Gasunie, Groningen (hierna: “N.V. Nederlandse Gasunie”) ten aanzien van maatschappelijk verantwoord ondernemen en van de gebeurtenissen en de prestaties op dat gebied gedurende 2020. Van gastransportbedrijf naar energie-infrastructuuronderneming Over Gasunie Optimaliseren infrastructuur Europees verbindend Versnellen van de energietransitie Organisatiefundament Onze dilemma’s Overige informatie medewerkers Overige data veiligheid en milieu Verslaggevingsprincipes Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 236 De basis voor onze conclusie Wij hebben onze beoordeling uitgevoerd volgens Nederlands recht, waaronder de Nederlandse Standaard 3810N ‘Assuranceopdrachten inzake maatschappelijke verslagen’. Deze beoordeling is gericht op het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de paragraaf 'Onze verantwoordelijkheden voor de beoordeling van de duurzaamheidsinformatie’. Wij vinden dat de door ons verkregen assurance-informatie voldoende en geschikt is als basis voor onze conclusie. Onafhankelijkheid en kwaliteitsbeheersing Wij zijn onafhankelijk van N.V. Nederlandse Gasunie zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assuranceopdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Wij passen de Nadere voorschriften kwaliteitssystemen (NVKS) toe. Op grond daarvan beschikken wij over een samenhangend stelsel van kwaliteitsbeheersing inclusief vastgelegde richtlijnen en procedures inzake de naleving van ethische voorschriften, professionele standaarden en andere relevante wet- en regelgeving. Verslaggevingscriteria De duurzaamheidsinformatie dient gelezen en begrepen te worden in de context van de verslaggevingscriteria. Het bestuur van N.V. Nederlandse Gasunie is verantwoordelijk voor het selecteren en toepassen van deze verslaggevingscriteria, rekening houdend met de van toepassing zijnde wet- en regelgeving met betrekking tot verslaggeving. De gehanteerde verslaggevingscriteria voor het opstellen van de duurzaamheidsinformatie zijn de Sustainability Reporting Standards van Global Reporting Initiative (GRI) en de aanvullendgehanteerde verslaggevingscriteria zoals toegelicht in het hoofdstuk ‘Verslaggevingsprincipes’ van het jaarverslag. Het ontbreken van gevestigde praktijken ter beoordeling en meting van niet-financiële informatie biedt de mogelijkheid verscheidene, acceptabele meettechnieken toe te passen. Hierdoor kan de vergelijkbaarheid tussen entiteiten onderling en in de tijd beïnvloed worden. Beperkingen in de reikwijdte van onze beoordeling In de duurzaamheidsinformatie is toekomstgerichte informatie opgenomen zoals verwachtingen ten aanzien van ambities, strategie, plannen en ramingen en risico-inschattingen. Inherent aan toekomstgerichte informatie is dat de werkelijke uitkomsten in de toekomst waarschijnlijk zullen afwijken van deze verwachtingen. De hieruit voortvloeiende afwijkingen kunnen van materieel belang zijn. Wij geven geen zekerheid bij de veronderstellingen en de haalbaarheid van toekomstgerichte informatie in de duurzaamheidsinformatie. De verwijzingen naar externe bronnen of websites in de duurzaamheidsinformatie maken geen onderdeel uit van de duurzaamheidsinformatie die door ons is beoordeeld. Wij verstrekken derhalve geen zekerheid over deze informatie buiten het jaarverslag. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 237 Verantwoordelijkheden voor de duurzaamheidsinformatie en de beoordeling Verantwoordelijkheden van het bestuur en de raad van commissarissen Het bestuur van N.V. Nederlandse Gasunieis verantwoordelijk voor het opstellen van betrouwbare en toereikende duurzaamheidsinformatie in overeenstemming met de verslaggevingscriteria zoals toegelicht in de paragraaf ‘verslaggevingscriteria’, inclusief het identificeren van de beoogde gebruikers en het bepalen van materiële onderwerpen. De door het bestuur gemaakte keuzes ten aanzien van de reikwijdte van de duurzaamheidsinformatie en het verslaggevingsbeleid zijn uiteengezet in het hoofdstuk ‘Verslaggevingsprincipes’ van het jaarverslag 2020. Het bestuur is ook verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het bestuur noodzakelijk acht om het opstellen van de duurzaamheidsinformatie mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. De raad van commissarissen is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het rapportageproces van de vennootschap ten aanzien van de duurzaamheidsinformatie. Onze verantwoordelijkheden voor de beoordeling van de duurzaamheidsinformatie Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een beoordelingsopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte assurance-informatie verkrijgen voor de door ons af te geven conclusie. De werkzaamheden die worden verricht bij het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid zijn gericht op het vaststellen van de plausibiliteit van informatie en variëren in aard en timing van, en zijn geringer in omvang, dan die bij een controleopdracht gericht op het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid. De mate van zekerheid die wordt verkregen bij beoordelingsopdrachten is daarom ook aanzienlijk lager dan de zekerheid die wordt verkregen bij controleopdrachten. Uitgevoerde werkzaamheden Wij hebben deze beoordeling professioneel-kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse Standaard 3810N, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze werkzaamheden bestonden onder andere uit: Het uitvoeren van een omgevingsanalyse en het verkrijgen van inzicht in de relevante maatschappelijke thema’s en kwesties en de kenmerken van de entiteit. Het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte verslaggevingscriteria, de consistente toepassing hiervan en de toelichtingen die daarover in de duurzaamheidsinformatie staan. Dit omvat het evalueren van de uitkomsten van de dialoog met belanghebbenden en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het bestuur. Het verkrijgen van inzicht in de verslaggevingsprocessen die ten grondslag liggen aan de duurzaamheidsinformatie inclusief het op hoofdlijnen kennisnemen van de interne beheersing, voor zover relevant is voor onze beoordeling. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 238 Wij communiceren met de raad van commissarissen onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de beoordeling en over de significante bevindingen die uit onze beoordeling naar voren zijn gekomen. Groningen, 4 maart 2021 PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. drs. W.A. Schouten RA Het identificeren van gebieden in de duurzaamheidsinformatie met een hoger risico op misleidende of onevenwichtige informatie of afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. Het op basis van deze risico-inschatting bepalen en uitvoeren van werkzaamheden gericht op het vaststellen van de plausibiliteit van de duurzaamheidsinformatie. Deze werkzaamheden bestonden onder meer uit: Het afnemen van interviews met het management (en/of relevante medewerkers) op groeps- (en bedrijfs-/divisie-/cluster-/lokaal) niveau verantwoordelijk voor de (duurzaamheids)strategie en het -beleid en de -prestaties; Het afnemen van interviews met relevante medewerkers verantwoordelijk voor het aanleveren van informatie voor, het uitvoeren van interne controles op, en de consolidatie van gegevens in de duurzaamheidsinformatie; Het bepalen van de aard en omvang van de uit te voeren beoordelingswerkzaamheden voor de groepsonderdelen en locaties. Bepalend hierbij zijn de aard, omvang en/of het risicoprofiel van de groepsonderdelen, locaties of de activiteiten; Het verkrijgen van assurance-informatie dat de duurzaamheidsinformatie aansluit op de onderliggende administraties van de entiteit; Het op basis van beperkte deelwaarnemingen beoordelen van relevante interne en externe documentatie; Het analytisch evalueren van data en trends. Het aansluiten van de relevante financiële informatie met de jaarrekening. Het evalueren van de consistentie van de duurzaamheidsinformatie met de overige informatie in het jaarverslag buiten de reikwijdte van onze beoordeling. Het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud vande duurzaamheidsinformatie. Het overwegen of de duurzaamheidsinformatie als geheel het beeld weergeeft in relatie tot het doel van de gehanteerde verslaggevingscriteria. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 239 17 Bijlagen Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 240 Verslag van de OR Als ondernemingsraad staan we voor een goede balans tussen de belangen van de organisatie en die van de medewerkers.*We denken actief mee met de Raad van Bestuur om plannen die noodzakelijk zijn voor het voortbestaan van onze organisatie te verwezenlijken en verlangen van onze Raad van Bestuur dat hij onze medewerkers in de gelegenheid stelt mee te groeien met de veranderingen die noodzakelijk zijn binnen het bedrijf. *De ondernemingsraad vertegenwoordigt de belangen van de werknemers in Nederland. Voor onze werknemers in Duitsland is er een Betriebsrat. Deze houdt zich bezig met individuele personeelszaken en niet zoals in Nederland met onderwerpen die het personeel in het algemeen aangaan. Totstandkoming van een sociaal statuut Met de adviesaanvraag voor het opheffen van de regiokantoren Deventer en Waddinxveen ultimo 2021 werd het afgelopen jaar pas echt duidelijk welke impact dit voorgenomen besluit heeft op een groot aantal Gasunie-medewerkers. Locatiegebonden functies houden op te bestaan bij de sluiting eind 2021, ambulante medewerkers hebben andere standplaatsen gekregen en kantoormedewerkers op de locaties hebben te horen gekregen dat hun standplaats Groningen gaat worden. Als ze hun baan willen behouden, moeten ze meeverhuizen. Niet iedere medewerker kan of wil dat. Kortom: baanverlies dreigt voor een aantal medewerkers. We hebben daarom samen met de Raad van Bestuur en de vakbonden hard gewerkt aan de totstandkoming van een degelijk sociaal statuut, waarbij de focus ligt op medewerkers begeleiden van werk naar werk – aangevuld met een financiële vergoeding. We zijn tevreden over het resultaat: in april heeft Gasunie het sociaal statuut vastgesteld voor collega’s die boventallig worden. Een organisatie in beweging In het kader van de verdere optimalisatie van de organisatie hebben we afgelopen jaar een aantal adviesaanvragen behandeld. Zo is mede dankzij onze adviezen de ICT-afdeling platter geworden. Ook is er een afdeling Business Development Waterstof opgericht om onze ambities op dat vlak krachtiger en sneller te realiseren. We hebben ook afscheid genomen van een verouderde beoordelingssystematiek. Wegaan vanaf 2021 met goede gesprekken tussen leidinggevende en medewerker voornamelijk vooruitkijken en nauwelijks terug. Met de focus op ontwikkeling en leren. Dat past bij de lerende organisatie die Gasunie wil zijn, en is ook nodig om de doelen uit onze Visie 2030 te kunnen realiseren. Het nieuwe beoordelingssysteem heeft de naam FLOW meegekregen: Focus op Leren, Ontwikkeling en Wendbaarheid. De bijdrage die de individuele medewerker kan leveren aan de visie van Gasunie staat daarbij centraal, er wordt per medewerker gekeken naar het gewenste ontwikkelpad. Samen met de Raad van Commissarissen (RvC) zijn we begonnen met de zoektocht naar twee nieuwe RvC-leden die Martika Jonk en Willem Schoeber bij de aandeelhoudersvergadering van 2022 gaan vervangen. In het opgestelde profiel kijken we nadrukkelijk naar de toegevoegde waarde voor ons totale werkgebied. De nieuwe leden moeten kunnen bijdragen aan de rol die we willen gaan invullen bij de energietransitie in het Europese speelveld. Ook is ervaring gewenst met een organisatie die in beweging is. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 241 De impact van COVID-19 Net als de rest van onze organisatie heeft ook de ondernemingsraad hinder ondervonden van de wereldwijde uitbraak van COVID-19. Onze fysieke vergaderingen werden Teams-vergaderingen. Met vijftien leden, onze ambtelijk secretaris en de gastsprekers die we hebben mogen ontvangen, is dit een uitdaging gebleken. Ook hebben we abrupt moeten breken met de goede gewoonte om regelmatig op diverse locaties in het land te vergaderen, in combinatie met de achterbanlunches waarbij we konden ophalen wat er speelt in de organisatie. Voor deze afstemmomenten met de medewerkers door het hele land gaan we in 2021 virtuele ontmoetingen organiseren. Net zo lang tot we elkaar weer veilig fysiek kunnen ontmoeten. Uitdagingen waar we de komende jaren voor staan Als ondernemingsraad staan we achter de Visie 2030 die in het verslagjaar is opgesteld en waaraan vele collega’s hebben meegewerkt. We begrijpen dat we als organisatie voor een grote uitdaging staan. Deze gaat gepaard met de nodige veranderingen en verlangt in toenemende mate van ons dat we wendbaar worden. Samenwerkingsvormen gaan veranderen en nieuwe competenties worden noodzakelijk. Daarvoor moeten we goed in beeld krijgen welke veranderingen er op ons afkomen en wat dit betekent voor onze medewerkers, zodat zoveel mogelijk van hen die toekomst kunnen helpen vormgeven. Afsluitend We blijven ons inzetten om snel en zorgvuldig adviesaanvragen en instemmingsverzoeken te behandelen. Organisatiewijzigingen met een kleine impact zullen we – net als het afgelopen jaar – na enkele zorgvuldige checks zonder formeel traject afhandelen. Ook dat hoort bij een flexibele organisatie. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 242 Overige informatie medewerkers 1. Totaal aantal medewerkers Voltijds- equivalenten Aantal personen Contractvorm, geslacht GU GU-NL GU-D GU GU-NL GU-D Vaste arbeidsovereenkomst,vrouw 213 163 50 239 184 55 Vaste arbeidsovereenkomst,man 1267 1086 181 1288 1106 182 Tijdelijke arbeidsovereenkomst, vrouw 29 28 1 33 32 1 Tijdelijke arbeidsovereenkomst, man 49 39 10 50 40 10 Totaal 1558 1316 242 1610 1362 248 Voltijds- equivalenten Aantal personen Dienstverband, geslacht GU GU-NL GU-D GU GU-NL GU-D Voltijds,vrouw 136 99 37 136 99 37 Voltijds, man 1187 999 188 1188 999 189 Deeltijd, vrouw 106 92 14 136 117 19 Deeltijd, Man 129 126 3 151 147 4 Total 1558 1316 242 1611 1362 249 2\. Totaal aantal tijdelijke medewerkers Voltijds- equivalenten Aantal personen Geslacht GU GU-NL GU-D GU GU-NL GU-D Vrouw 52 52 0 61 61 0 Man 327 327 1 363 361 2 Totaal 379 378 1 424 422 2 Overige informatie stakeholders Wij identificeren onze stakeholders aan de hand van de mate waarin onze activiteiten hen beïnvloeden en de mate waarin zij invloed kunnen uitoefenen op onze organisatie of bedrijfsvoering. De feedback van onze stakeholders is waardevol voor ons. Het helpt ons onze dienstverlening nog beter af te kunnen stemmen op hun behoeften. Feedback halen wij op in alle contactmomenten. Hieronder geven wij een beknopt overzicht van onze verschillende stakeholders, hun belangen en de manier waarop wij daarmee rekening houden bij de uitvoering van onze strategie, ons beleid en onze activiteiten: Stakeholder Belangen / verwachtinge n van stakeholders Manier van betrekken & frequentie Bespreekpunten & uitkomsten 2020 Medewerkers Goed werkgeverschap Intranet (dagelijk s) Ontwik kelen nieuwe business m et nieuwe kansen en mogelijkheden Dynamo-teams (thematische inspraak teams / denk tank s) (frequentie naar behoefte) Rondje Land (RvB) (jaarlijks) Koers (personeelsmagazine over o.a. businessplan en Green Deals) (jaa rlijks) Medewerkers mogen lid zijn van een vak bond Veilige en gezonde werkomgeving Medewerkersonderzoek (tweejaa rlijks), Safe@Gasunie Veiligheidsdag (ja arlijks) Sa fe@Gasunie Veiligheidsdag, wa arbij rekening is gehouden met belang van de m aatschappij die baat heeft bij betrouwbaa r, veilig en betaalbaar gastra nsport en een veilige werkomgeving voor medewerkers Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 243 Stakeholder Belangen / verwachtinge n van stakeholders Manier van betrekken & frequentie Bespreekpunten & uitkomsten 2020 Ontwikkelings- mogelijkheden Via ondernemingsraad (maandelijks), Intranet Veilige en gezonde werkomgeving, programm a voor duurzame inzetba arheid voor 2020, dat door medewerkers zelf wordt ontwikk eld Ondernemingsraad (OR) Helderheid om trent voorgenomen plannen en activiteiten Overleg met bestuur (tweemaandelijk s) Belang medewerkers goed vertegenwoordigd Commissies (ma andelijks) Nieuw businessplan Werkgroepen t.b.v. Adviesaanvragen (periodiek) Sluiting regiok antoren Deventer en Waddinxveen Unit overleggen (k wartaalbasis) Omwonenden Veilige omgeving Open dagen (variërend) Tijdige voorlichting over activiteiten die impact hebben op omgeving Informatie over werkza amheden Nieuwsbrieven & brieven (periodiek) Strenge veiligheidsmaatregelen tijdens werkzaamheden Vooraf betrekken bij nieuwe plannen / projecten Voorlichtingsavonden (variërend) Bij het begin van het project bespreken wij de impact van het project op de omwonenden en zoeken zo nodig naa r op maat gesneden oplossingen voor tijdelijk e overlast Scholenpakket voorlichtingsmateriaal Websites & sociale media (dagelijks) Aandeelhouder (de Staat) Solide rendement Periodiek overleg en rapportage Solide resultaten, goedkeurng investeringen Veilige, betrouwbare en duurzame energievoorziening Jaarlijkse aandeelhoudersvergadering R emuneratiebeleid, goedkeuring benoem ingen Strategie G asunie Periodiek overleg Goedkeuring herijkte strategie Klanten e n aangeslotenen Producten en diensten die beantwoorden aan mark tvraag en/of Europese wet- en regelgeving Persoonlijke contacten (dagelijks) Hoge transportzekerheid Transportzekerheid Customer desk (dagelijks) O p basis va n onder a ndere mark tvraag en wet- en regelgeving ontwikkelde producten en diensten Shippermeetings (2x per jaar) Website (da gelijks) Stakeholderevenement (jaarlijk s) Investeerders enobligatie- houders Solide rendement, financiering Roadshow, verstrekken investor relations inform atie bij livegang jaarverslag Leve ranciers Langeterm ijnrelatie Persoonlijk e contacten (dagelijk s) Langetermijncontracten Goede prijs en meeste waa rde toevoegend Audits (varieert, gemiddeld 10x per jaar) O fferteaanvragen in concurrentie Website (da gelijks) O nafhank elijk e audits Verbeterplannen leveranciers op basis van uitkomsten audits Ministe ries (o.a. EZK) / Tweede Kamer Veilige, betrouwbare en duurzame energievoorziening Periodiek overleg en Werkbezoeken Informatievoorziening (in het bijzonder ten behoeve van het Groningendossier en energietransitie) Goed functionerende energiem ark t Regulier overleg Informatievoorziening en kennisuitwisseling Betaalba re energievoorziening Periodiek overleg Informa tievoorziening en kennisuitwisseling Deelname beleidsconsultaties (periodiek) Energietra nsitie Periodiek overleg, adviezen over a fbouw ga sproductie Groningenveld Klima atakkoord Deelname aan de tafel Elektriciteit en aan de werkgroepen duurzame ga ssen, wa terstof en systeemintegratie Kennisuitwisseling en inbedding van onze activiteiten op het gebied van de energietransitie in het Klimaatakk oord. Ondertekening Klimaatakk oord door Gasunie. Maatschappe- lijkeorganisaties Veilige, betrouwbare en duurzame energievoorziening O verleg Duurzame initiatieven zoals op het gebied van groen gas, CO2, wa terstof en warmte Zo min m ogelijk milieu-im pact Maatschappelijk e podia zoals Springtij (jaarlijk s) Samenwerking en aangaan nieuwe initiatieven gericht op verduurzaming energievoorziening Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 244 Stakeholder Belangen / verwachtinge n van stakeholders Manier van betrekken & frequentie Bespreekpunten & uitkomsten 2020 Werkbezoek en en overleg (periodiek) Samenwerking en aangaan nieuwe initiatieven gericht op verduurzaming energievoorziening Coalitievorming zoals Waterstof Coalitie, NVDE, Transitiecoalitie Agenderen van knelpunten in het beleid m et a ls doel de versnelling van de energietransitie Toezichthou-ders Goed functionerende gasmarkt Overleg (periodiek) Nieuw methodebesluit ACM Marktconforme tarieven Klankbordgroepen (periodiek) BNetzA besluit kostenallocatie Doorvoering ta riefregulering Efficiencymaatregelen Overige data veiligheid en milieu Reportable ongevallen Hieronder is het overzicht weergegeven van het aantal ongevallen dat plaatsvond bij Gasunie- medewerkers en bij onze aannemers tijdens werkzaamheden voor Gasunie. 2019 2019 2019 2020 2020 2020 NL DU Totaal NL DU Totaal Aantal reportable ongevallen Reportable ongevallen met verzuim \- Gasunie-medewerkers 0 1 1 1 0 1 \- Derden 3 1 4 1 3 4 Reportable ongevallen zonder verzuim \- Gasunie-medewerkers 2 0 2 2 0 2 \- Derden 2 0 2 3 0 3 Totaal reportable ongevallen 7 2 9 7 3 10 Frequentie-index reportable ongevallen (aantal ongevallen per 1 miljoen werkuren) Reportable ongevallen met verzuim \- Gasunie-medewerkers 0,0 2,6 0,4 0,5 0,0 0,4 \- Derden 1,2 4,4 1,5 0,5 10,1 1,7 Reportable ongevallen zonder verzuim \- Gasunie-medewerkers 0,9 0,0 0,8 0,9 0,0 0,8 \- Derden 0,8 0,0 0,7 1,4 0,0 1,3 Totaal frequentie-index 1,5 3,3 1,7 1,7 4,4 2,0 Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 245 Te melden reportable ongevallen bevatten de volgende categorieën: Dodelijke ongelukken In 2020 waren er geen werkgerelateerde sterfgevallen, zowel voor werknemers van Gasunie als voor externe medewerkers. Reportables met verzuim Een ongeval gepaard gaand met letsel waarbij de betrokkene met letsel niet binnen een werkdag (24uur) het werk heeft hervat en waarbij het niet een ongeval met vervangend werk betreft. Reportables zonder verzuim Dat zijn: Ongeval met vervangend werk Een ongeval waarbij betrokkene met letsel niet binnen een werkdag (24uur) het normale werk kan hervatten, maar wel binnen 24uur vervangend werk kan uitvoeren. Medische behandeling Een ongeval waarbij sprake is geweest van een medische behandeling (= behandeling door een huisarts of medisch specialist). Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 246 CO₂–emissies volgens het GHG Protocol Emissiebron 2016 2017 2018 2019 2020 (inkiloton CO2-equivalenten) Scope 1 Lease\- en dienstauto's 5 4 4 3 2 Gasverbruik gebouwen 2 2 2 3 3 Methaan (Netwerkverliezen) 181 124 129 115 111 SF6 - - - - - Gasverbruik installaties 119 124 119 128 169 Noodaggregaten - 0 0 - 0 Koelmiddelen - 6 1 - 1 Totaal scope 1 307 260 255 249 286 Scope 2 Warmtegebruik gebouwen - - - - - Elektriciteitsverbruik gebouwen 4 3 2 1 0 Elektriciteitsverbruik installaties 313 267 163 78 0 Totaal scope 2 317 270 165 79 0 Scope 3 Dienst-, vlieg\- en treinreizen 1 1 1 1 0 Woon-/werkverkeer 1 2 1 1 0 Inkoop N2 113 112 108 92 42 Totaal scope 3 115 115 110 94 42 Totaal netto scope 1 \+ 2 + 3 739 645 530 421 328 Vergroening doorGvO's 78 247 358 521 728 Totaal bruto scope 1 + 2 + 3 817 892 888 942 1056 Scope 1 Hieronder vallen alle emissies die direct het gevolg zijn van onze eigen activiteiten, zoals deCO₂- uitstoot van gasgestookte compressoren en motoren die voor de compressie worden ingezet, eigen gasverbruik voor verwarming van gebouwen en eigen gasverbruik voor de verwarmingsketels op gasontvangstations. In deze categorie worden ook deCO₂-equivalenten door methaanuitstoot meegenomen en vallen ook de emissies van fluorkoolwaterstoffen (HFK’s) die worden gebruikt bij koelingsprocessen. Scope 2 Onder scope2 vallen de indirecte emissies van de energie die is ingekocht, bijvoorbeeld van een elektriciteitsbedrijf. Voor ons bedrijf worden deze scope2 CO₂-equivalenten met name bepaald door het gebruik van elektriciteit voor onze elektrische compressoren en voor de productie van stikstof. Ook de elektriciteit die we verbruiken op onze kantoren en installatiegebouwen valt binnen deze categorie. Scope 3 Hieronder vallen alle overige indirecte emissies die het gevolg zijn van onze bedrijfsactiviteiten, bijvoorbeeld emissies als gevolg van autorijden, vliegreizen en treinreizen en ook de benodigde energie voor de productie van de door ons ingekochte stikstof. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 247 Van verbruik naar CO₂-equivalenten In onderstaande tabel geven wij van de grootste emissiebronnen de berekening van deCO₂- equivalenten voor 2019 weer, uitgesplitst naar Nederland en Duitsland. De conversiefactor voor het elektriciteitsverbruik is gebaseerd op de opgave van de energieleverancier (brandstofmix 2019). De conversiefactor voor de netwerkverliezen is ontleend aan het IPCC Fourth Assessment Report 'Climate Change 2007' (Direct Global Warming Potential, Methaan, tijdshorizon 100jaar = 25). Van verbruik Eenheid Verbruik CO2- equivalenten Vergroendmet kiloton CO2-equivalenten (nettoscope) naarCO2-equivalenten NL DU conversiefactor certificaten NL DU kilotonCO2e Scope 1 Netwerkverliezen tonmethaan 4.000 433 25 kg CO2/kg CH4 - 100,0 10,8 Gasverbruik gebouwen en installaties miljoenkWh 485 484 circa1,8 kg CO2/m3 - 89,0 82,9 Mobiliteit (eigen) brandstof 1,7 0,1 Overig 1,5 - Subtotaal 192,2 93,8 Scope 2 Elektriciteitsverbruik NL GTS /Deelneming miljoenkWh 557/148 0,57 kg CO2/kWh 313,8/83,7 - Elektriciteitsverbruik DU miljoenkWh 9 0 kg CO2/kWh geen - Subtotaal - - Scope 3 Inkoop N2 miljoenkWh 657 - 0,57 kg CO2/kWh 330,4 41,7 Mobiliteit (derden) brandstof 0,1 0,6 0,2 Subtotaal 42,3 0,2 Scope 1+2+3 234,5 94,0 Aardgasverbruik Ons aardgasverbruik over de afgelopen vijf jaar ziet er als volgt uit: Aardgasverbruik 2016 2017 2018 2019 2020 (inmiljoenen kWh; conversiefactor 9,77 kWh=1m3) Nederland 492,4 518,8 485,6 458,8 485,0 Duitsland 229,6 215,9 210,1 284,5 483,8 Totaal 722,0 734,7 695,7 743,3 968,7 Ons aardgasverbruik is met name afhankelijk van de vraag naar aardgas en de weersomstandigheden gedurende het jaar.De toename van het aardgasverbruikin het afgelopen jaar wordt met name veroorzaakt door een verhoogde inzet van compressorstation Wieringermeer. Wieringermeer wordt ingezet voor het transport en de kwaliteitsconversie van hoogcalorisch gas naar Groningen-kwaliteit gas. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 248 Elektriciteitsverbruik Ons elektriciteitsverbruik over de afgelopen vijf jaar ziet er als volgt uit: Elektriciteitsverbruik 2016 2017 2018 2019 2020 (inmiljoenen kWh) Nederland 685,9 690,2 763,9 656,2 704,9 Duitsland 7,3 7,5 8,5 8,4 8,5 Totaal 693,2 697,7 772,4 664,6 713,4 Ons elektriciteitsverbruik is afhankelijk van de inzet van onze elektrisch aangedreven compressoren en de benodigde energie voor de productie van stikstof die we zelf produceren. Een klein deel van het elektriciteitsverbruik is benodigd binnen onze kantoren.Het elektriciteitsverbruik is in 2020 iets gestegen ten opzichte van 2019. Deze stijging wordt veroorzaakt doordat vanuit het compressorstation Noord-Holland nu gas van en naar Groot-Brittannië wordt getransporteerd. NOₓ-emissies Onze NO -emissies over de afgelopen vijf jaar zijn als volgt: x NOx-emissies 2016 2017 2018 2019 2020 (inton) Nederland 70 83 95 59 71 Duitsland 29 29 29 42 79 Totaal 99 112 124 101 149 Onze NO -emissies zijn in 2020 toegenomen ten opzichte van 2019. Dit wordt veroorzaakt doordat in Nederland het compressorstation Wieringermeer meer is ingezet. In Duitsland is in 2020 meer gas getransporteerd waardoor de compressorstations meer zijn ingezet. x Veiligheid, Gezondheid en Milieu Ons doel op het gebied van Veiligheid, Gezondheid en Milieu (VGM) is ervoor te zorgen dat iedereen die werkt aan onze infrastructuur dat veilig kan doen en dat dit geen risico’s oplevert voor de gezondheid op de lange termijn. Daarbij is het ook belangrijk dat mensen en dieren veilig kunnen leven in de buurt van onze infrastructuur en het milieu beschermd wordt. Wij hebben onze VGM-processen ingericht volgens de hoogste standaarden binnen de industrie. Bij Gasunie kiezen we voor een proactieve benadering om ongevallen en incidenten tijdens werkzaamheden te voorkomen, zowel wat betreft onze eigen medewerkers als medewerkers van derden. Iedereen die voor ons werkt, is verplicht dit volgens wet- en regelgeving én onze aanvullende eisen te doen. Bij meldingen van ongevallen, incidenten en gevaarlijke situaties worden deze onderzocht om te bepalen welke maatregelen noodzakelijk zijn om vergelijkbare voorvallen in de toekomst te voorkomen. We leren door het verspreiden en bespreken van Leerzaam Incident-bulletins en van gebeurtenissen bij Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 249 bedrijven met vergelijkbare activiteiten. Hiermee versterken we het bewustzijn en draagvlak om verbetermaatregelen te realiseren. We besteden veel aandacht aan het creëren van een gezonde en veilige werkplek, zowel op kantoor als in het veld. In onze instructies hebben we daarvoor voorschriften opgenomen. Die hebben bijvoorbeeld betrekking op arbeidsplaatsen voor kantoorpersoneel die ergonomisch verantwoord zijn en het handelen door medewerkers in het veld. Arbeidshygiëne Het doel van het arbeidshygiënische beleid van Gasunie is om medewerkers te beschermen tegen werkgerelateerde gevaren die op langere termijn gezondheidsschade kunnen veroorzaken. Artikel 5 van de Nederlandse Arbo-wet verplicht de werkgever tot het (laten) uitvoeren van een Risico-inventarisatie & evaluatie (RI&E). Hierin legt het bedrijf schriftelijk vast welke risico’s de arbeid voor de werknemers met zich meebrengt. De RI&E vormt het fundament van het arbobeleid. De Gasunie RI&E stamt uit 2017 en wordt in 2021 vernieuwd. Blootstelling aan gevaarlijke stoffen Het beleid vanuit de Nederlandse overheid is om het gebruik van carcinogene, mutagene en reprotoxische stoffen (CMR-stoffen) te minimaliseren. Gasunie probeert het aantal CMR-stoffen te beperken door waar mogelijk over te schakelen naar alternatieve niet-CMR-stoffen. Waar een alternatief niet voorhanden is, zijn werkwijzen opgesteld die de blootstelling van medewerkers aan deze stoffen minimaliseren. Eind 2020 is het aantal CMR-stoffen in gebruik bij Gasunie minder dan 20. Twee jaar geleden waren dit er nog meer dan 100. De volgende stap is te kijken of alternatieven gevonden kunnen worden voor de resterende gevaarlijke stoffen (ruim 800) die we nog in gebruik hebben. Chroom-6 In de wetenschap dat de coating die in het verleden op Gasunie-assets gebruikt is chroom-6 kan bevatten, laat Gasunie werkzaamheden aan haar infrastructuur uitvoeren conform het beheersregime zoals opgesteld door de overheid. Daarnaast heeft Gasunie, samen met andere netbeheerders, blootstellingsmetingen bij gangbare werkzaamheden uitgevoerd. De resultaten worden verwerkt in werkwijzen waarbij er veilig en gezond kan worden gewerkt. Dieselmotorenemissie Eind 2020 zijn de eerste blootstellingsmetingen aan Dieselmotorenemissie (DME) uitgevoerd. De bewustwording over de risico’s van DME als kankerverwekkende stof is in Nederland de laatste jaren gegroeid. Reden voor Gasunie om ook hier blootstellingsmetingen uit te voeren. In 2020 zijn bij diverse klussen metingen verricht die in 2021 een vervolg zullen krijgen. Asbest Asbest is een natuurlijk product dat vanwege zijn goede eigenschappen (sterk, slijtvast, brandwerend, isolerend en goedkoop) in het verleden in allerlei toepassingen werd gebruikt. Vanaf medio 1993 is deze grondstof verboden, wat niet betekent dat alle asbest vanaf die datum verwijderd is of niet meer is toegepast. De toepassing van asbest was zeer divers en varieert van pakkingen tot aan Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 250 constructiedelen van gebouwen van Gasunie of van derden (gasontvangstations). Gasunie heeft in de periode van 2013 tot 2017 alle bovengrondse assets onderzocht op de aanwezigheid van asbest en daar waar nodig asbestveilig gemaakt. In ondergrondse assets kan evenwel nog asbest voorkomen. Fysieke belasting In 2020 zijn enkele metingen verricht bij werkzaamheden waarbij fysieke belasting een risico kan vormen. Vanwege de pandemie konden deze niet afgerond worden in 2020. Onder fysieke belasting valt ook een ergonomische werkplek op kantoor of achter het stuur. Gasunie hanteert een beleid waarbij medewerkers middels werkplekcontroles adviezen en middelen ter beschikking gesteld krijgen voor een gezonde werkplek. Dergelijke controles zijn ook van toepassing op de houding als bestuurder in de auto. Bij aanbestedingen van bedrijfsvoertuigen is ergonomie een criterium dat in toenemende mate meeweegt in de keuze. Vanwege COVID-19 wordt er nu veel meer thuis gewerkt dan voor de pandemie. In 2020 heeft Gasunie als eerste aanzet om ook thuis een ergonomisch verantwoorde werkplek in te kunnen richten een regeling voor een thuiswerkplekvergoeding in het leven geroepen voor alle medewerkers. Biologische agentia Naast legionella zijn er, vooral in de veldsituatie, risico’s die nog niet geïnventariseerd waren. Hierbij kan gedacht worden aan virussen en andere ziekteverwekkers die bijvoorbeeld in de ontlasting van dieren kunnen zitten. Deze inventarisatie is in 2020 afgerond. Het jaar 2020 bracht een onverwachte ziekteverwekker in beeld die een risico voor iedereen op elke werkplek vormde: COVID-19. Vanuit Veiligheid is de aandacht uitgegaan naar: desinfectie van werkplekken en handen: hierbij zijn bewust middelen zonder alcohol (een kankerverwekkende stof) geadviseerd. toetsing van het ventilatiesysteem op de kantoren en locaties om mogelijke besmetting via aerosolen te verhinderen. het veilig werken binnen 1,5m afstand door gebruik te maken van passende persoonlijke bescherming. Veiligheidsdag Onder de naam Safe@Gasunie organiseert Gasunie jaarlijks een veiligheidsdag voor het gehele personeel. Het thema van de veiligheidsdag van 2020 was Veilig & Verbonden. Vanwege de COVID-19 restricties kozen we dit jaar voor een onlineprogramma. De thema’s waren onze samenwerking in de procesketen en professionele discipline: de eigen verantwoordelijkheid van iedere medewerker voor veiligheid. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 251 Uit de sessies kwam veel waardering naar voren voor de mogelijkheden om online medewerkers van verschillende afdelingen met elkaar in gesprek te laten gaan over de thema’s. De uitkomsten waren een gedeelde positieve blik op het doorgaan van het werk tijdens een pandemie en een beter begrip van de “veiligheidsbuffer”: een door Gasunie ontwikkeld concept voor het verbeteren van risicobewustzijn. Aan de workshops hebben ruim 1.150medewerkers van Gasunie deelgenomen in 115sessies. De resultaten van de workshops zijn samengevat en aan de leidinggevenden ter beschikking gesteld zodat zij binnen het eigen team vervolg konden geven aan de veiligheidsdag. Product- en leveranciersinformatie \+ MVI Afzetmarkt en afnemers Onze belangrijkste afzetmarkten zijn Nederland en Duitsland. Onze klanten en afnemers bestaan uit shippers, traders en direct aangeslotenen (industrieën, regionale netbeheerders, private netbeheerders, buitenlandse netbeheerders, gasproducenten, operators van gasbergingen en operators van LNG-installaties). Productiefactoren De belangrijkste producten en diensten die we inkopen zijn: werkzaamheden voor bouw, beheer en onderhoud van leidingnetwerken en installaties; materialen voor bouw, beheer en onderhoud van leidingnetwerken en installaties; gas, elektriciteit en stikstof; ICT; facilitaire diensten en tijdelijke medewerkers. Herkomst grondstoffen, materialen, producten en diensten Van wat we inkopen komt het merendeel uit de Europese Unie. Globaal onderverdeeld naar land komt 69% uit Nederland, 27% uit Duitsland, 2% uit België en 2% uit overige landen. Transparantie en integriteit bij leveranciersselectie We besteden onze contracten aan conform de regelgeving voor Europese aanbestedingen. Op deze aanbestedingen zijn de Aanbestedingswet 2012 (speciale-sectoropdrachten), het Aanbestedingsreglement Nutssectoren 2016 en het Gasunie Aanbestedingsreglement van toepassing. Het proces dat we doorlopen omvat meestal een selectie van potentiële leveranciers gevolgd door een gunning van de opdracht aan de leverancier met de meest aantrekkelijke aanbieding. Bij de selectiefase verzoeken we potentiële leveranciers om een Eigen Verklaring in te vullen en rechtsgeldig te ondertekenen. Hierin verklaart de leverancier onder andere niet deel te nemen aan criminele organisaties, corruptie, fraude, terroristische misdrijven, witwassen van geld, kinderarbeid en andere vormen van mensenhandel. Wij maken hiervoor gebruik van een standaard Uniform Europees Aanbestedingsdocument van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Aanvullend moet de inschrijver de Gedragsverklaring Aanbesteden kunnen overleggen. Dat is de verklaring van de minister van Justitie en Veiligheid dat uit een onderzoek naar de betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon geen bezwaren bestaan in verband met inschrijving op overheidsopdrachten. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 252 Daarnaast doen we onderzoek naar de solvabiliteit en de samenstelling vanhet klantenportfolio van de leverancier. Dit laatste om een te grote klantafhankelijkheid te voorkomen en mogelijke risico’s te verkleinen. We hanteren een Code of Conduct voor leveranciers. In deze gedragscode is onder andere aandacht voor veiligheid, gezondheid en milieuaspecten. In 2020 hebben we deze code aangevuld met aanvullende aspecten uit de OESO-richtlijnen. Deze Code of Conduct is in lijn met de gedragscode die voor eigen medewerkers geldt en is een onderdeel van het selecteren van nieuwe leveranciers. Om de mogelijkheid te hebben om een aantal aspecten hiervan te verifiëren vragen we ook een referentielijst op. Nadat we de potentiële leverancier hebben geselecteerd voeren we in (veel) voorkomende gevallen audits uit om hun veiligheids- en kwaliteitsperformance te toetsen. Hierbij komen in sommige gevallen ook integriteitsaspecten aan de orde. De informatie-uitwisseling voor de aanbestedingen gebeurt op een transparante en traceerbare wijze geheel elektronisch via Tenderned en Ariba eSourcing. Na het tot stand komen van een contract houden we op regelmatige basis Business Review Meetings en, indien er aanleiding voor is, specifieke audits. Bij aanhoudend onderpresteren kunnen we de samenwerking met een leverancier beëindigen. Categorieën leveranciers We classificeren onze product- en dienstgroepen in de volgende categorieën: Strategisch: Een product en/of dienst waarbij zware eisen worden gesteld aan de leverancier van het product en/of dienst in verband met afbreukrisico en anderzijds met de kosten die verbonden zijn aan het overgaan naar een andere leverancier. Kritisch: Een product en/of dienst waarbij lichte eisen worden gesteld aan de leverancier van het product en/of dienst vanwege het afbreukrisico. Niet-strategisch/niet-kritisch: Hierin vallen de product-/dienstgroepen die niet behoren tot de categorieën strategisch en kritisch. Maatschappelijk verantwoord inkopen (MVI) Beleid MVI adresseert vragen over een duurzame leveringsketen: Wat speelt er bij onze toeleveranciers? Waar komen onze grondstoffen vandaan? Wie vervaardigt onze producten en hoe? Onderdeel van aanbesteden en contractmanagement is te bepalen op welke wijze de MVI- doelstellingen worden behaald. Dit kan op velerlei manieren en verschilt sterk per goederencategorie. Ons overkoepelende thema binnen MVI is verantwoordelijkheid in de (internationale) leverketen. Om het begrip ketenverantwoordelijkheid in te vullen hebben wij de volgende drie MVI-thema’s gedefinieerd waarop ingekochte producten en/of diensten worden beoordeeld: Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 253 Milieu- en energieaspecten bij derden Hieronder valt het energieverbruik bij de productie, maar ook de milieubelasting (CO₂-uitstoot, aantasting en verontreiniging bodem/water/lucht, waterverbruik, etcetera). Bij de inkoop van producten en diensten kunnen we aanbestedingsinstrumenten zoals de CO₂-prestatieladder gebruiken om toeleveranciers van producten en diensten te beoordelen op energieverbruik en milieubelasting. Sociale aspecten Onze inkopers nemen, waar mogelijk, social return (meer werkgelegenheid creëren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt conform de Participatiewet) en sociale voorwaarden (mensenrechten, goede arbeidsomstandigheden en een leefbaar loon) mee in het verstrekken van een opdracht. Circulariteit en recycling In een circulaire economie wordt verspilling van grondstoffen tegengegaan door de herbruikbaarheid van producten en materialen te maximaliseren en waardevernietiging te minimaliseren. De essentie van een circulaire economie is waardebehoud, zowel de ecologische waarde (geen verspilling van grondstoffen) als financiële waarde (terugdringen verlies). De afdeling Inkoop borgt dat de producten en diensten die worden afgenomen hoogwaardig herbruikbaar zijn door hierover afspraken te maken met de leverancier. Cruciaal hierbij is het waardebehoud van de producten en materialen. Als pilotproject hebben we twee verdiepingen van ons hoofdkantoor circulair laten herinrichten. In totaal is 3.862 kilo aan houten bureaubladen, kasten en kozijnen ‘geoogst’ en verwerkt. In de stiltecabines zijn bijvoorbeeld deurkozijnen verwerkt. Andere meubels zijn geschonken aan non- profitorganisaties en het tapijt is door de fabrikant als grondstof teruggenomen. De pilot haalde in 2020 de top-10 van beste interieurprojecten van vakblad De Architect. Door proactief om te gaan met situaties wanneer technische levensduur de economische overschrijdt door bijvoorbeeld voor te sorteren op een eventueel tweede leven van assets kunnen we waardevernietiging tegengaan. Onze doelstelling is zo min mogelijk afval te produceren bij einde levensduur en zo veel mogelijk te hergebruiken. Ambitie Het is onze ambitie om wat MVI betreft tot het eerste kwartiel van de Europese TSO’s te behoren. We willen ons MVI-beleid aan laten sluiten bij ons MVO-beleid en onze strategie. Een concreet voorbeeld hiervan is dat we in 2020 100% van ons elektriciteitsgebruik hebben vergroend met Garanties van Oorsprong. De komende jaren willen we in plaats hiervan rechtstreeks groen opgewekte elektriciteit gaan aankopen. Het energieverbruik van pompen en compressoren wordt steeds zwaarder meegewogen in nieuwe aanbestedingen, zoals voor WarmtelinQ. We vragen de aannemers op onze bouwplaatsen in toenemende mate om niet alleen hun CO₂-emissies, maar ook hun stikstofuitstoot te reduceren. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 254 Verslaggevingsprincipes Materiële thema’s Doel van de materialiteitsanalyse Een materialiteitsanalyse heeft als doel het afbakenen van de inhoud van het jaarverslag tot de thema’s die voor stakeholders het meest relevant zijn, in relatie tot de impact die wij als organisatie op deze thema’s hebben. Dit zijn de ‘materiële’ thema’s. Het bepalen van de materiële thema’s is het uitgangspunt van de bekende rapportagerichtlijnen GRI Standards en Integrated Reporting. Achtergrond In 2019 hebben wij onze nieuwste tweejaarlijkse analyse uitgevoerd. De groep interne stakeholders is hierbij uitgebreid, waarbij de Raad van Bestuur, de Raad van Commissarissen en een vertegenwoordiging vanuit het hoger management gevraagd is de enquête in te vullen. Op deze manier zijn onze bestuurders nauw betrokken bij het vaststellen van de materiële onderwerpen en de sturing en beheersing daarvan. Opzet van het onderzoek Als startpunt van deze analyse hebben we een nieuwe ‘shortlist’ met relevante onderwerpen opgesteld die via een enquête is voorgelegd aan externe en interne stakeholders. Deze shortlist is ontstaan vanuit een longlist. De longlist bevat alle mogelijke onderwerpen waarover we kunnen rapporteren en hebben we opgesteld aan de hand van diverse in\- en externe rapportages, jaarverslagen van een aantal vergelijkbare ondernemingen, uitingen in de media en trends en ontwikkelingen binnen onze sector. Deze lijst van 11onderwerpen is aanzienlijk korter dan de voorgaande lijst die bestond uit 22onderwerpen. Dit is gedaan door onderwerpen te kiezen met eenzelfde abstractieniveau, namelijk onderwerpen waarop door Gasunie gestuurd kan worden (dus geen externe macro-ontwikkelingen). Daarnaast zijn onderwerpen die op voorhand als niet-materieel beschouwd werden (zoals maatschappelijk verantwoord inkopen) en onderwerpen die in de basis al verplicht zijn (zoals governance en risicomanagement) uit de lijst gelaten. Op deze manier is een bondige lijst ontstaan, die ons in staat stelt focus aan te brengen in het jaarverslag. Om recente ontwikkelingen mee te nemen zijn naast de scores uit de enquête, de recente Sustainalytics ESG Risk Rating en de onderwerpen uit de OESO-richtlijnen verwerkt in de externe beoordeling van de thema’s. Opzet van het materialiteitsonderzoek Voor het selecteren van de materiële onderwerpen door stakeholders is gebruik gemaakt van een online enquête via SurveyMonkey. Externe respondenten werd gevraagd om vijf onderwerpen te selecteren en deze onderwerpen vervolgens te rangschikken op basis van relevantie voor Gasunie. Om de interne prioritering te bepalen hebben wij vervolgens ons management gevraagd de enquête vanuit dit oogpunt in te vullen. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 255 Verslaggevingsbeleid Transparantiebenchmark / GRI / Integrated Reporting Bij dit verslag hebben we zoveel mogelijk de Transparantiebenchmark-criteria van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat gevolgd. Daarnaast is het verslag opgesteld in overeenstemming met de GRI Standards, toepassingsniveau Core en hanteren we de principes van Integrated Reporting van de International Integrated Reporting Council. OESO-richtlijnen Het kabinet heeft als doelstelling dat 90procent van de 700grote bedrijven in 2023 de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen onderschrijft. Daarom hebben ook wij in 2019 een verzoek ontvangen van onder andere de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en de minister van Financiën om aan te geven wat er precies van ons verwacht wordt als wij de OESO- richtlijnen willen onderschrijven. Na een eerste analyse kunnen wij concluderen dat we al een aantal van de OESO-richtlijnen onderschrijven. Wij zullen komend jaar de richtlijnen nader bestuderen en waar nodig actie ondernemen om in 2023 aan dit verzoek te voldoen. EU directive niet-financiële verslaggeving Om verdere non-financiële verslaggeving te stimuleren heeft de EU in 2014 de EU-richtlijn op niet- financiële verslaggeving (EU NFRD – 2014/95/EU) gepubliceerd. Deze richtlijn is in de Nederlandse wetgeving verankerd in twee losse regelgevingen: bekendmaking niet-financiële informatie en bekendmaking diversiteitsbeleid. De eerstgenoemde bekendmaking vraagt organisaties groter dan 500medewerkers en van openbaar belang inzicht te geven in hoe zij in hun eigen bedrijfsvoering en waardeketen omgaan met milieu-, sociale en personeelsaangelegenheden, eerbiediging van mensenrechten en bestrijding van corruptie en omkoping. Daarbij moet worden ingegaan op beleid, resultaten, voornaamste risico’s en beheersmaatregelen, en niet-financiële KPI’s ten aanzien van deze gebieden. De tweede bekendmaking vraagt om toelichting ten aanzien van het diversiteitsbeleid voor de Raad van Bestuur en Raad van Commissarissen. Uit de onderstaande tabel blijkthoe wij aan beide genoemde bekendmakingen voldoen. Thema Materieel onderwerpGasunie Verwijzing Milieu Energietransitie Het gevoerde beleid: Strategie – MVO\- managementagenda korte en lange termijn De resultaten van het gevoerde beleid: Resultaten Energietransitie, Resultaten Milieu en MVO De voornaamste risico’s en beheersing van deze risico’s; Riskmanagement en compliance, Connectiviteitsmatrix, milieuafwijkingen Essentiële niet-financiële prestatie-indicatoren: Connectiviteitsmatrix Sociale en personeelsaangelegenheden Veiligheid van het netwerk Het gevoerde beleid: Strategie – MVO\- managementagenda korte en lange termijn; Gezondheid, veiligheid en ontwikkeling van medewerkers, Resultaten Veiligheid Gezondheid, veiligheid en ontwikkeling van medewerkers De resultaten van het gevoerde beleid: Resultaten Gezondheid, veiligheid en ontwikkeling van medewerkers, Resultaten Veiligheid, Bijlagen Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 256 Thema Materieel onderwerpGasunie Verwijzing De voornaamste risico’s en beheersing van deze risico’s; Overzicht risico’s in riskmanagement, Connectiviteitsmatrix Essentiële niet-financiële prestatie-indicatoren; Connectiviteitsmatrix Eerbiediging van mensenrechten Maatschappelijk verantwoord inkopen Het gevoerde beleid: Bijlage Product\- en Leveranciersinformatie & MVI De resultaten van het gevoerde beleid: Bijlage Product- en Leveranciersinformatie & MVI De voornaamste risico’s en beheersing van deze risico’s: Op dit moment heeftGasunienog geen inzicht in de specifieke risico’s ten aanzien van mensenrechten. Essentiële niet-financiële prestatie-indicatoren: Op dit moment hanteertGasunienog geen specifieke KPI op het gebied van mensenrechten. Bestrijding van omkoping en corruptie Gezondheid, veiligheid en ontwikkeling van medewerkers Het gevoerde beleid: Medewerkers (paragraaf Gedragswijzer); Bijlage Product- en Leveranciersinformatie & MVI CorporateGovernance De resultaten van het gevoerde beleid: Resultaten Energietransitie, Resultaten Milieu en VMO De voornaamste risico’s en beheersing van deze risico’s; Ons risicoprofiel Essentiële niet-financiële prestatie-indicatoren: Corporategovernance(paragraaf Gedragswijzer, paragraaf Melden van Aantal gevallen van omkoping en corruptie, meldingen van een ‘vermoeden van een misstand” Diversiteit Raad van Bestuur en Raad van Commissarissen CorporateGovernance Het gevoerde beleid: Overigeinformatie medewerkersparagraaf – Diversiteit, CorporateGovernance Doelstellingen en resultaten: Overigeinformatie medewerkersparagraaf – Diversiteit, CorporateGovernance We rapporteren over de meest relevante prestatie-indicatoren (KPI's) die voortvloeien uit onze strategie. Daaronder vallen indicatoren op het gebied van financiën, gezondheid, veiligheid en milieu, zoals zichtbaar in de managementaanpak van de materiële thema’s. Transparantie We willen transparant zijn over onze doelen en de weg daarnaartoe. In ons jaarverslag vertellen we daarom over onze activiteiten en resultaten, waarbij we niet alleen toelichten wat er goed ging, maar ook vertellen wat er minder goed ging en wat we eraan doen om dit te verbeteren. Wij toetsen ons jaarverslag aan de criteria van de Transparantiebenchmark (TB). Hier hebben we de ambitie om in de kopgroep te blijven. De criteria in de TB zijn geïnspireerd door onder andere de SDG’s, de TCFD (Task Force on Climate-related Financial Disclosures), de Corporate Governance Code en de EU Directive niet- financiële informatie. Ons jaarverslag komt elk jaar uit. Ons meest recente jaarverslag is opgesteld over 2020 en is gepubliceerd op 5maart 2021. Dit verslag betreft verslagjaar 2020, dat loopt van 1januari 2020 tot en met 31december 2020\. Relevante ontwikkelingen in 2021 die plaatsvinden voor het uitkomen van het verslag worden hierin ook vermeld. Reikwijdte & afbakening Met de materialiteitsanalyse selecteren we onderwerpen die relevant zijn voor onze stakeholders, en waarop wij als bedrijf impact hebben. Dit bepaalt mede de reikwijdte van dit verslag. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 257 Dit betekent echter niet dat het jaarverslag volledig tot deze onderwerpen beperkt wordt. Rapportageverplichtingen zoals het Besluit Bekendmaking niet-financiële informatie en Diversiteit, vragen bijvoorbeeld om informatie over onder andere mensenrechten, anti-corruptie en diversiteit. Daarnaast wordt vanuit de beleggingswereld in toenemende mate gekeken naar duurzaamheidsrisico’s en in het bijzonder klimaatrisico’s. Risico-aspecten behorend bij al deze thema’s dienen dan ook behandeld te worden. We rapporteren in dit verslag over Gasunie in Nederland, Gasunie in Duitsland, GTS en deelnemingen waarin Gasunie een meerderheidsdeelname heeft van minimaal 60% ten aanzien van de kapitaalverschaffing. De gegevens van deze bedrijfsonderdelen zijn, voor zover beschikbaar, in de totale cijfers en resultaten meegenomen. Ten aanzien van onderwerpen op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu worden in Nederland en Duitsland niet dezelfde gegevens bijgehouden, wat soms wordt veroorzaakt door verschillen in wetgeving. Daar waar mogelijk zijn de gegevens uit Nederland en Duitsland gecombineerd weergegeven. Als dit niet mogelijk is, dan zijn de gegevens separaat gepresenteerd. Deelnemingen waarin we een minderheidsdeelname hebben ten aanzien van de kapitaalverschaffing, zijn met betrekking tot deze onderwerpen buiten beschouwing gelaten. Dochteronderneming GTS publiceert ook een eigen jaarverslag, waarin uitgebreider over haar specifieke resultaten wordt gerapporteerd. We rapporteren over onze rol als aardgastransporteur en aanbieder van aanverwante diensten en als eigenaar en operator van het landelijke gastransportnet, alsook relevante interne en externe ontwikkelingen die op onze organisatie van invloed zijn. Ook rapporteren we over onze rol bij energietransitieprojecten en de resultaten van onze deelnemingen. Daarnaast hebben we in dit verslag onderwerpen opgenomen die van belang zijn in onze waardeketen, maar waarop we niet rechtstreeks invloed hebben, zoals de afname van de Groningenproductie en veranderende gassamenstelling. Veiligheid is een van onze belangrijkste prioriteiten, daarom hebben we in dit verslag ook in beperkte mate de veiligheidsprestaties van onze aannemers opgenomen. Gegevens over acquisities en desinvesteringen worden conform wettelijke verplichtingen meegenomen in het verslag over het jaar waarin deze hebben plaatsgevonden. Proces van dataverzameling Bij het proces van dataverzameling worden zowel interne als externe bronnen geraadpleegd, waaronder handboeken, managementinformatiesystemen en gegevens van derden. Bij het verkrijgen van de niet-financiële gegevens voor dit verslag worden de afdelingen betrokken die eindverantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de speerpunten van ons beleid. Dat betreft globaal de afdelingen Veiligheid, Financiën, Personeelszaken, Communicatie en Public Affairs, zowel in Nederland als in Duitsland. Zij leveren gegevens aan die door onze afdeling control worden geverifieerd als onderdeel van de interne controlewerkzaamheden. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 258 Meet- en registratiesystemen Het meten en registreren van de milieugegevens van Gasunie in Nederland vindt in hoofdlijnen als volgt plaats: In Duitsland worden de milieugegevens van GUD op verschillende manieren verzameld: De energie\- en waterverbruiksgegevens zijn ontleend aan opgaven van de energie- en waterleveranciers van onze grootste locaties. De gegevens van de overige locaties zijn geschat aan de hand van normverbruik en/of ontleend aan rekeningen van derden. Emissies worden grotendeels geregistreerd met behulp van het computersysteem Olympus. Dit registratiesysteem is ontwikkeld voor het vastleggen van compressorgegevens. Op basis van het continu gemeten brandstofverbruik van de machines worden de CO₂-, CH \- en NO -emissies berekend. Elke machine heeft zijn eigen emissiekarakteristiek die in Olympus is vastgelegd. 4 x Sluipende emissies zijn verkregen uit recente metingen volgens de NEN-EN 15446 methode en historisch onderzoek naar de emissies op bepaalde type locaties. De HFK-emissies worden berekend op basis van de hoeveelheidsregistratie (in kg) die in de logboeken op de desbetreffende locaties wordt bijgehouden. Alle milieuafwijkingen worden per oorzaak geregistreerd in databasesysteem Accident. De gerapporteerde gegevens zijn hieraan ontleend. Opgaven van stikstof zijn gebaseerd op inkoopgegevens en op eigen registratie. We produceren en nemen stikstof in op de locaties Ommen, Wieringermeer, Zuidbroek, Kootstertille, Pernis en LNG PeakShaver. Data ten aanzien van onze KPI’s op het gebied van Veiligheid komen uit ons rapportagesysteem Accident. Algemene HR-data (zoals aantal fte’s) worden verkregen uit SAP. Door directe metingen (elektriciteit, waterconsumptie en emissies), indirecte metingen (berekeningen van onder meer CO₂- en NO -emissies van brandstofgas) en registratie (afval van een externe dienstverlener). Alle gegevens zijn opgenomen in onze milieu-database. Deze database is de bron van alle vormen van milieurapportage, inclusief de emissiehandel die jaarlijks wordt gecontroleerd en gecertificeerd door een onafhankelijke derde (controle en certificering geldt alleen voor het onderdeel emissiehandel). Alhoewel we zorgvuldig omgaan met onze meet- en registratiesystemen, erkennen we dat onderdelen van de informatie onderworpen zijn aan een element van onzekerheid, wat inherent is aan beperkingen bij meetplaats en berekeningstermijnen. X Wijzigingen in definities en meetmethodes In het afgelopen verslagjaar hebben wij de KPI Leidingbeschadigingen vervangen door de nieuwe KPI Uncontrolled events. Ten aanzien van emissiemetingen van sluipende lekkages zijn we bezig om de metingen nauwkeuriger te maken. We vergelijken daarom de gemeten emissies van de huidige (wettelijk) voorgeschreven methode, de NEN-EN 15446, met meer nauwkeurige meetmethoden. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 259 Verificatie Onze jaarrekening wordt in overeenstemming met wettelijke bepalingen door een externe accountant gecontroleerd. Daarnaast wordt de duurzaamheidsinformatie in het jaarverslag beoordeeld door een externe accountant. We laten deze duurzaamheidsinformatie beoordelen omdat we het belangrijk vinden dat er een beperkte mate van zekerheid aan deze informatie wordt toegevoegd voor de gebruiker van deze informatie. Hierbij wordt beoordeeld of de duurzaamheidsinformatie is opgesteld in overeenstemming met de GRI Standards, toepassingsniveau Core. De externe accountant rapporteert zijn bevindingen middels een accountantsverslag en een assurance-rapport aan de Raad van Commissarissen. Waar nodig neemt de Raad van Bestuur maatregelen om de rapportageprocessen omtrent niet-financiële informatie en de duurzaamheidsverslaggeving te verbeteren. Het jaarverslag wordt opgesteld door de Raad van Bestuur en de daarin opgenomen jaarrekening wordt gecontroleerd door de externe accountant. Na kennisneming van het oordeel van de externe accountant en het advies van de Auditcommissie adviseert de Raad van Commissarissen de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AvA) de opgemaakte jaarrekening ongewijzigd vast te stellen. Het jaarverslag inclusief de jaarrekening wordt gepubliceerd binnen enkele dagen na behandeling in de AvA. Managementsystemen We volgen de (inter)nationale wetgeving die op ons bedrijf van toepassing is. Daarnaast hanteren we eigen strenge eisen: in de Gasunie Technische Standaards zijn onze technische standaarden vastgelegd (in Duitsland noemen we die Technische Standards), in onze VGM-standaarden en in onze Gedragswijzer staat wat we van onze medewerkers verwachten ten aanzien van integer, veilig en verantwoord handelen. Op onze website zijn verschillende brochures en documenten te vinden met betrekking tot deze onderwerpen. We beschikken over een klokkenluidersregeling en hebben hiervoor zeven interne vertrouwenspersonen en een externe vertrouwenspersoon aangesteld. Zij behandelen niet alleen eventuele integriteitsklachten maar ook klachten over ongewenste omgangsvormen. Daarnaast hebben we een klachtencommissie waar medewerkers terecht kunnen. Ook met de afhandeling van klachten uit onze omgeving gaan we zorgvuldig om. Om ervoor te zorgen dat we in relevante bedrijfsprocessen rekening houden met het milieu, hebben we ons milieuzorgsysteem ingericht volgens de internationale standaard, de ISO 14001-norm. Elk jaar wordt de werking van ons milieumanagementsysteem in Nederland door een extern auditbureau gecontroleerd. In 2020 leidde de externe audit van de ISO 14001:2015 tot continuering van het certificaat. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 260 Managementagenda 2020 Voortvloeiend uit onze strategie hebben we ons doelen gesteld voor de lange en korte termijn en deze verwerkt in onze managementagenda. Deze doelstellingen bevatten onderliggende mijlpalen. In onderstaand overzicht geven wij weer in hoeverre we per doelstelling de mijlpalen voor 2020bereikt hebben. Gerealiseerd Gedeeltelijk gerealiseerd Niet gerealiseerd II, III I, V II I, II III II, V II, V I, V I, V I, V Materieel thema * Strategische pijler Pijler I: Optimale infrastructuur Strategische pijler Pijler II: Europees verbindend Strategische pijler Pijler III: Energie in transitie Optimaliseren van risico gestuurd asset management met als oogmerk het realiseren van kostenverlaging binnen de grenzen van de 'Licence to Operate'. Optimaliseren van de positie van gas en Gasunie en het behouden van de waarde van het bedrijf door middel van een optimaal reguleringskader en tariefstructuur. Participeren in het afbouwen van de productie uit het Groningenveld. Het sneller en goedkoper mogelijk maken van groen gas invoeding in het Nederlandse transportsysteem. Realiseren van onze veiligheidsdoelstellingen. Het onderzoeken naar de mogelijkheden van een integratie tussen de Nederlandse en Duitse gasmarkt. Onze internationale positie in Noordwest- Europa versterken, met name in Duitsland. Wij doen dit via samenwerkingsverbanden en ‘greenfield’ projecten. Een leidende positie verkrijgen op het gebied van hernieuwbaar gas (groen gas en waterstof). Een actieve rol nemen bij de ontwikkeling van warmtetransport-infrastructuur en CO₂- transport en opslag. Het maximaal mogelijk maken van het hergebruik van bestaande infrastructuur voor transport van hernieuwbaar gas. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 261 Gerealiseerd Gedeeltelijk gerealiseerd Niet gerealiseerd I, II, III I, II, III Materieel thema * Strategische pijler Pijler I: Optimale infrastructuur Strategische pijler Pijler II: Europees verbindend Strategische pijler Pijler III: Energie in transitie Creëren van een toekomstbestendige organisatie door het verbeteren van onze flexibiliteit en wendbaarheid. Realiseren van onze MVO-doelstellingen. Onderdeel hiervan vormen de doelstellingen op het gebied van CO₂-footprint reductie. *Materiële thema’s I.Energietransitie II. Leveringszekerheid III. Veiligheid van het netwerk IV. Relatie met stakeholders en onze omgeving : dit thema komt in alle onderwerpen terug V. Sterke marktpositie Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 262 Connectiviteitstabel Trends en marktontwikkelingen Strategische pijler Strategische doelen Materiële thema's Stakeholders Veranderende rol van aardgas Optimaliseren infrastructuur Minimaliseren kosten met behoud van licence to operate Financiële prestaties Veiligheid van het netwerk Klantgerichte en transparante samenwerking Klanten Toezichthouders Omwonenden Veranderende rol van aardgas Optimaliseren infrastructuur Maximaal faciliteren van klanten met onze infrastructuur Financiële prestaties Leveringszekerheid Sterke marktpositie Klanten Toezichthouders Aandeelhouder Investeerders Groningen eerder dan verwacht op stand-by Europees verbindend Versterken positie in kerngebied via partnering en greenfield projecten Financiële prestaties Leveringszekerheid Sterke marktpositie Klanten Aandeelhouder Investeerders Groningen eerder dan verwacht op stand-by Europees verbindend Adviseren leveringszekerheid en liquide gasmarkt en faciliteren afbouw Groningen gasproductie Leveringszekerheid Sterke marktpositie Klanten Maatschappelijke organisaties Aandeelhouder Investeerders Erkenning voor het belang van moleculen Aanscherping CO2- reductiedoelen Versnellen energietransitie Leidende positie in waterstof en groen gas Energietransitie Relatie met stakeholders en omgeving Naleven en beïnvloeden van wet- en regelgeving Klanten Aandeelhouder Investeerders Erkenning voor het belang van moleculen Aanscherping CO2- reductiedoelen Versnellen energietransitie Actieve rol in ontwikkelen infrastructuur voor warmte en CCUS Energietransitie Relatie met stakeholders en omgeving Naleven en beïnvloeden van wet- en regelgeving Klanten Aandeelhouder Investeerders Ministeries (o.a. EZK) / Tweede Kamer Inclusiviteit en diversiteit Andere competenties Organisatiefundament Medewerkersbestand met de juiste omvang en vaardigheden Sterke marktpositie Gezondheid, veiligheid en ontwikkeling van medewerkers Medewerkers Klanten Leveranciers Duurzame inzetbaarheid Hybride organisaties Organisatiefundament Verhogen van focus, prestaties, zingeving en werkplezier Gezondheid, veiligheid en ontwikkeling van medewerkers Medewerkers Klanten Ondernemingsraad Digitalisering MVO wordt belangrijker Organisatiefundament Continu verbeteren van besturing, processen en samenwerking Klantgerichte en transparante samenwerking Cyber security Milieu-impact eigen organisatie Medewerkers Klanten Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 263 Tre nds en marktontwikke lingen Doelstellingen 20 21 Resultaat 2020 Impact SDG's Risico's Veranderende rol van aardgas TRF I ≤ 2,7 Uncontrolled events ≤ 3 Transportonderbrekingen ≤ 6 TRF I 2,0 Uncontrolled events 0 Transportonderbrekingen 0 Leveringszekerheid Betaalba ar Dividend voor de Nederlandse staat SDG 7 SDG 9 Robuustheid van regulering in gastra nsmissie Veranderende rol van aardgas n.t.b. Omzet GTS € 946 mln Om zet GUD € 189 m ln Om zet Participations € 147 mln Leveringszekerheid Dividend voor de Nederlandse staat SDG 7 SDG 9 Afnemende langetermijn\- terugverdiencapaciteit in gastra nsmissie Groningen eerder dan verwa cht op stand-by LNG-terminal Duitsland ≥1 nieuwe transitroute ≥1 nieuwe positie in cavernes 1e leiding EUGAL in bedrijf 6e caverne Zuidwending actief Leveringszekerheid Dividend voor de Nederlandse staat SDG 7 SDG 9 SDG 17 Geringe beschikbaarheid van, en competitie bij, investeringsmogelijkheden in gas assets Groningen eerder dan verwa cht op stand-by Realiseren samenwerking met Duitse TSO 's om mark tintegratie te realiseren TTF grootste en meest liquide Europese hub Sam enwerking m et Duitse TSO 's om mark tintegratie te realiseren TTF grootste en meest liquide Europese hub Leveringszekerheid Expertise in energietransitie SDG 7 SDG 9 SDG 17 Geopolitiek+D3I7E4:J6B3:J6A3:J6 Erkenning voor het bela ng van moleculen Aanscherping CO 2- reductiedoelen ≥3 biogasinstallaties ≥4 H2-projecten (2 elektrolyse en 2 transport) Realiseren ≥10 groengasprojecten (aansluitingen, boosters) SCW voorbereid op opening Torrgas: duurtest voltooid Lancering NortH2 en NSWPH, netto uitstoot CO 2 equivalenten 328 kiloton Toetreding tot AquaVentus Sam enwerking m et EWE Studie naar wa terstofbeurs In toenemende mate duurzaam Expertise in energietransitie Bijdra ge aan de werkgelegenheid SDG 7 SDG 8 SDG 9, SDG 11 SDG 13 SDG 17 Achterblijvende ontwik keling van upstream en downstream mark ten in energietransitie- investeringen, Het niet realiseren van een juridisch manda at en regulering in energietransitie-investeringen Erkenning voor het bela ng van moleculen Aanscherping CO 2- reductiedoelen ≥2 wa rmteinfrastructuurprojecten ≥2 CO2-projecten WarmtelinQ: vergunningen aangevraa gd Porthos: tarieven klanten vastgesteld Athos: start vergunningtrajecten In toenemende mate duurzaam Expertise in energietransitie Bijdra ge aan de werkgelegenheid SDG 7 SDG 8 SDG 9, SDG 11 SDG 13 SDG 17 Reputatieschade in relatie tot de uitvoering van grote en complexe projecten , Afnemend maatschappelijk draagvlak voor investeringen in warmte en CCUS Inclusiviteit en diversiteit Andere com petenties Nieuw inclusiviteitsbeleid Strategische personeelsplanning voor alle units Update management development programma Sociaal sta tuut Deventer en Waddinxveen Preventief Medisch Onderzoek Goed werk geverschap Bijdra ge aan de werkgelegenheid SDG 5 SDG 8 Personeel en organisatorische veranderingen Duurzame inzetbaarheid Hybride orga nisaties Ziekteverzuim <4,1% Visie op hybride organisatie Nieuwe CAO en tijdelijke pensioenregeling Ziekteverzuim 3,6% Aantal gerapporteerde misstanden: 0 Goed werk geverschap Betrokk en bij de samenleving SDG 5 SDG 8 Personeel en organisatorische veranderingen Digitalisering MVO wordt belangrijk er Uitvoeren Digitale Ambitie 2030 Uitwerken Gasunie Green Deals Vaststellen Digitale Visie 2030 Introductie Ga sunie Green Deals Leveringszekerheid Betaalba ar SDG 7 SDG12 SDG 13 SDG 15 SDG 17 ICT-verstoringen en -m isbruik Calam iteiten op het vlak van VGM Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 264 GRI index GRI Content Index Gasunie – Core Standard Disclosure Reference 2020 Page number GRI 102: GENERAL DISCLOSURES 2016 1. Organizational profile 102-1 Name of the organization NV Nederlandse Gasunie 102-2 Activities, brands, products, and services Onze rol in de energieketen Hoe we georganiseerd zijn 17 18 102-3 Location of the organization's headquarters Onze rol in de energieketen 17 102-4 Number of countries operating Onze rol in de energieketen Hoe we georganiseerd zijn 17 18 102-5 Nature of ownership and legal form Governance 89 102-6 Markets served Onze rol in de energieketen Hoe we georganiseerd zijn Visie 2030 Product- en leveranciersinformatie + MVI 17 18 20 251 102-7 Scale of the reporting organization Onze rol in de energieketen Hoe we georganiseerd zijn Financiële resultaten Verslaggevingsprincipes Geconsolideerde jaarrekening Overige informatie medewerkers 17 18 11 254 128 242 102-8 Information on employees and other workers Organisatiefundament Overige informatie medewerkers 74 242 102-9 Supply chain Onze rol in de energieketen Product- en leveranciersinformatie + MVI 17 251 Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 265 102-10 Significant changes to the organization and its supply chain Visie 2030 Versnellen van de energietransitie Organisatiefundament 20 60 74 102-11 Precautionary Principle or approach Versnellen van de energietransitie Governance Verslaggevingsprincipes 60 89 254 102-12 External initiatives Versnellen van de energietransitie Governance 60 89 102-13 Memberships of associations Optimaliseren infrastructuur Europees verbindend Versnellen van de energietransitie Overige informatie stakeholders 34 53 60 242 2. Strategy 102-14 Statement from senior decision-maker Van gastransportbedrijf naar energie- infrastructuuronderneming 7 3\. Ethics and integrity 102-16 Values, principles, standards, and norms of behavior Over Gasunie Governance Product- en leveranciersinformatie + MVI Verslaggevingsprincipes 17 89 251 254 4\. Governance 102-18 Governance structure Governance Verslag van de Raad van Commissarissen Verslaggevingsprincipes 89 99 254 5. Stakeholder Engagement 102-40 List of stakeholder groups Overige informatie stakeholders 242 102-41 Collective bargaining agreements Organisatiefundament 74 Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 266 102-42 Identifying and selecting stakeholders Wat vinden onze stakeholders belangrijk? Overige informatie stakeholders 32 242 102-43 Approach to stakeholder engagement Wat vinden onze stakeholders belangrijk? Overige informatie stakeholders 32 242 102-44 Key topics and concerns raised Van gastransportbedrijf naar energie- infrastructuuronderneming Wat vinden onze stakeholders belangrijk? Onze dilemma's Governance 7 32 88 89 6. Reporting practice 102-45 Entities included in the consolidated financial statements Geconsolideerde jaarrekening 128 102-46 Defining report content and topic Boundaries Wat vinden onze stakeholders belangrijk? Verslaggevingsprincipes 32 254 102-47 List of material topics Wat vinden onze stakeholders belangrijk? 32 102-48 Restatements of information Optimaliseren infrastructuur Governance Verslaggevingsprincipes 34 89 254 102-49 Changes in reporting Wat vinden onze stakeholders belangrijk? Verslaggevingsprincipes 32 254 102-50 Reporting period Verslaggevingsprincipes 254 102-51 Date of most recent report Verslaggevingsprincipes 254 102-52 Reporting cycle Verslaggevingsprincipes 254 102-53 Contact point for questions regarding the report Contact 275 Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 267 102-54 Claims of reporting in accordance with the GRI Standards Verslaggevingsprincipes 254 102-55 GRI content index GRI Index 264 102-56 External assurance Overige gegevens Verslaggevingsprincipes 219 254 103-1/2/3 Topic Specific Standards Energietransitie KPI: Afgegeven Garanties van Oorsprong Versnellen van de energietransitie 60 Leveringszekerheid KPI: Getransporteerd volume Van gastransportbedrijf naar energie- infrastructuuronderneming Optimaliseren infrastructuur 7 34 Leveringszekerheid KPI: Aantal transportonderbrekingen Van gastransportbedrijf naar energie- infrastructuuronderneming Optimaliseren infrastructuur 7 34 Veiligheid van het netwerk KPI: Total Reportable Frequency Index (TRFI) Van gastransportbedrijf naar energie- infrastructuuronderneming Optimaliseren infrastructuur 7 34 Veiligheid van het netwerk KPI: Reportable ongevallen met verzuim/zonder verzuim Van gastransportbedrijf naar energie- infrastructuuronderneming 7 Veiligheid van het netwerk KPI: Uncontrolled events (incidenten die leidden tot gasuitstroom) Van gastransportbedrijf naar energie- infrastructuuronderneming Optimaliseren infrastructuur 7 34 Veiligheid van het netwerk KPI: Kilometers geïnspecteerde pijpleidingen Optimaliseren infrastructuur 34 Milieu-impact van de eigen organisatie KPI: CO2-emissies en - equivalenten & methaanemissies Van gastransportbedrijf naar energie- infrastructuuronderneming Optimaliseren infrastructuur Overige data veiligheid en milieu 7 34 244 Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 268 Gezondheid, veiligheid en ontwikkeling van medewerkers KPI: Ziekteverzuim (percentage, frequentie) Organisatiefundament 74 Gezondheid, veiligheid en ontwikkeling van medewerkers KPI: Aantal gerapporteerde misstanden Verslaggevingsprincipes 254 Begrippenlijst Arbo Arbeidsomstandigheden. bcm miljard kubieke meter Benuttingsgraad Minimum (maximum) flow per maand gedeeld door de maandgemiddelde waarde van firm totaal. Broeikasgas Gas dat bijdraagt aan de vorming van een isolerende laag om de aarde, waardoor deze opwarmt. De belangrijkste broeikasgassen zijn: waterdamp, koolzuurgas, methaan, distikstofoxide en gechloreerde koolwaterstoffen. Business development Het ontwikkelen van nieuwe producten/diensten en/of het betreden van nieuwe markten. CCUS Opslag en hergebruik van CO noemt men ook wel CCUS (Carbon Capture, Utilization and Storage: het afvangen, hergebruiken en opslaan van CO ). ₂ ₂ CH₄ Methaan; de belangrijkste component van aardgas. Churn factor De churn factor drukt uit hoe vaak wordt een standaard hoeveelheid gas gemiddeld verhandeld wordt in de periode tussen initiële productie en het verbruik door de afnemer. Een hogere churn factor betekent een meer liquide gasmarkt. CO Koolmonoxide; komt vrij bij onvolledige verbranding. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 269 CO₂ Kooldioxide of koolzuurgas; komt vrij bij volledige verbranding van brandstoffen. CO₂-equivalentemissie CO₂\- en CH₄-emissies kunnen met behulp van de zogeheten Global Warming Potential (GWP) worden omgezet in een maat voor het versterkte broeikaseffect, de zogenaamde CO₂-equivalentemissie. De GWP voor CO₂ wordt op 1 gesteld en de GWP voor CH₄ op 23. Controllable cost Genormaliseerd totaal van personeelskosten en overige bedrijfslasten, verminderd met aan investeringen toegerekende kosten en niet-beïnvloedbare energiekosten. EBIT Het resultaat voor aftrek van rente en belastingen. EBITDA Het resultaat voor aftrek van rente, belastingen, afschrijvingen en amortisaties. Effectieve temperatuur De ‘effectieve temperatuur’ betreft de werkelijke temperatuur, aangevuld met een bijstelling voor windsnelheid. Employer branding Employer branding is het promoten van de organisatie als een voorkeurswerkgever bij een specifieke doelgroep (potentiële) medewerkers. Hoe beter het imago van Gasunie als werkgever, hoe liever mensen bij het bedrijf willen werken. ENTSOG ENTSOG, de European Network of Transmission System Operators for Gas, heeft tot doel om samenwerking tussen landelijke transmission system operators (TSO’s) in Europa te bevorderen en te faciliteren. Expression of interest Het geven van een formele blijk van belangstelling, bijvoorbeeld voor deelname aan een subsidieregeling. FFO Funds From Operations is de som van het resultaat na belastingen uit gewone bedrijfsuitoefening, afschrijvingen, amortisatie en bijzondere waardeveranderingen. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 270 FFO/interest ratio Deze ratio geeft inzage in de ontwikkeling van de Funds From Operations ten opzichte van de financieringslasten. Flaren Het gecontroleerd laten ontsnappen van gas door middel van verbranding. Geïnvesteerd kapitaal Totaal van materiële vaste activa, investeringen in joint ventures, investeringen in geassocieerde deelnemingen en overige kapitaalbelangen gecorrigeerd voor activa onderhanden werk waarover nog geen vergoeding wordt ontvangen. GHG Scope 1, 2 en 3 Het Greenhouse Gas Protocol, de geldende standaard voor rapportage over CO₂-emissies, hanteert een onderverdeling van emissies naar bron. Deze is opgedeeld in scope1 (directe emissies als gevolg van onze eigen activiteiten), scope2 (indirecte emissies van de energie die is ingekocht) en scope3 (alle overige indirecte emissies die het gevolg zijn van onze bedrijfsactiviteiten). Groen gas Groen gas is biogas dat is opgewerkt tot aardgaskwaliteit. GTS Gasunie Transport Services GUD Gasunie Deutschland GW Een gigawatt (GW) is een eenheid voor elektrisch vermogen. Een megawatt is gelijk aan de jaarproductie van 4.444zonnepanelen, de productie van één offshore windmolen gedurende 19minuten en de energievoorziening van één huis voor 55jaar lang. GWP Global Warming Potential (GWP). Het Intergovernmental Panel on Climate Change geeft relmatige een update van het GWP op basis van nieuwe wetenschappelijke inzichten. H₂ Waterstof. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 271 Handhavingsconvenant Een handhavingsconvenant is een overeenkomst met de Nederlandse Belastingdienst waarin de uitgangspunten en de wijze waarop partijen met elkaar wensen om te gaan zijn vastgelegd. Implicit Allocation Mechanism Implicit Allocation Mechanism (IAM) is een methode om ontbundelde transmissiecapaciteit te verkopen die wordt gecombineerd met een equivalente hoeveelheid gas buiten de PRISMA- veilingkalender. IPPC De Integrated Pollution Prevention and Control (IPPC)-richtlijn is gericht op geïntegreerde preventie en bestrijding van milieuverontreiniging. De IPPC-richtlijn verplicht de EU-lidstaten om emissies naar water, lucht en bodem (inclusief maatregelen voor afvalstoffen) van grote bedrijven en van de intensieve veehouderij te reguleren. ISO International Standardisation Organisation; een organisatie die internationale normen vaststelt. Kohleausstieg Het besluit van de Duitse regering om de exploitatie van kolengestookte elektriciteitscentrales op termijn te verbieden. Koolwaterstoffen Groep chemische stoffen die bestaan uit koolstof en waterstof. Leveringszekerheid In Nederland verstaan we hieronder: het aantal keren dat het gastransport werd onderbroken omdat geen of onvoldoende gas door onze infrastructuur kon stromen, ongeacht of GTS in Nederland de klant voldoende gas kon leveren. In Duitsland verstaan we hieronder: het aantal keren dat onze infrastructuur niet in staat was om voldoende gas te leveren aan een klant. De scores van Gasunie in Nederland en Duitsland worden opgeteld om de totale target-score te bepalen. Licence to operate Het mandaat dat een bedrijf (van de overheid en/of de samenleving) krijgt om zijn taken uit te voeren. LNG Liquefied Natural Gas (vloeibaar aardgas). miljard m³ Miljard kubieke meter. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 272 MW Een megawatt (MW) is een eenheid voor elektrisch vermogen. Een megawatt is gelijk aan de jaarproductie van 4zonnepanelen, de productie van één offshore windmolen gedurende 28minuten en de energievoorziening van één huis voor 20dagen lang. Deze MW-eenheid wordt veel gebruikt voor grote vermogens. NC TAR Netcode betreffende geharmoniseerde transmissietariefstructuren voor gas (NC TAR). NC TAR beschrijft een manier waarop op basis van de inkomsten van de netbeheerder van het landelijk gastransportnet de tarieven voor het landelijk transport van gas berekend kunnen worden. De ACM stelt hiervoor o.a. een referentieprijsmethodologie, bepaalde kortingen, de multipliers en de seizoensfactoren vast. De inkomsten zijn al vastgesteld in het methodebesluit. Netto schuld inclusief garantiestellingen / materiële vaste activa Deze ratio geeft inzage in de mate waarin de materiële vaste activa gefinancierd zijn met schuld. NOPLAT Net Operating Profit Less Adjusted Taxes genormaliseerd is het totaal van genormaliseerde EBIT en resultaat deelnemingen onder aftrek van belastingen. Normaliseren Normaliseren is het corrigeren van het effect van kosten en opbrengsten die geen deel hebben uitgemaakt van de feitelijke bedrijfsvoering op de nettowinst. NOₓ Verzamelnaam voor stikstofoxidegassen. Deze gassen komen vrij bij alle verbrandingsprocessen en dragen bij tot verzuring van de atmosfeer. Odorant Geurstof die uit veiligheidsoogpunt aan het van nature reukloze aardgas wordt toegevoegd. Olympus Registratiesysteem voor het vastleggen van compressorgegevens. Ongevallen (met/zonder verzuim) Ongevallen die gepaard gaan met letsel van één of meer werknemers van Gasunie en/of van derden als gevolg van het verrichten van arbeid. In geval van verzuim wordt niet binnen 1werkdag (24uur) het werk hervat danwel vervangend werk aangeboden. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 273 Pay out ratio De pay out ratio geeft aan welk deel van de nettowinst als dividend wordt uitgekeerd aan de aandeelhouder. Power-to-gas Een energieopslagtechniek waarbij elektrische energie omgezet wordt in chemische energie in de vorm van gas. Gas is immers gemakkelijker op te slaan dan elektriciteit. Er zijn verschillende methoden te onderscheiden, waarbij de belangrijkste verschillen te zien zijn aan wat er geproduceerd wordt. Het gas dat gemaakt wordt kan namelijk waterstof of methaan zijn. Pseudo G-gas Pseudo G-gas is laagcalorisch gas gemaakt uit hoogcalorisch gas. Dit gas heeft dezelfde kwaliteit als Groningengas. Reportables Ongevallen gevolgd door verzuim, medische handelingen, vervangend werk of dodelijke slachtoffers. ROE genormaliseerd Rentabiliteit op eigen vermogen genormaliseerd wordt berekend door het genormaliseerde resultaat na belastingen te delen door het genormaliseerde eigen vermogen. ROIC genormaliseerd Return On Invested Capital genormaliseerd wordt berekend door de genormaliseerde NOPLAT te delen door het geïnvesteerd kapitaal. Deze ratio geeft inzage in de mate waarin Gasunie kasstromen genereert ten opzichte van de kasstroom welke zij heeft geïnvesteerd in de business. Scope 1, 2 en 3 Het Greenhouse Gas Protocol, de geldende standaard voor rapportage over CO₂-emissies, hanteert een onderverdeling van emissies naar bron. Deze is opgedeeld in scope1 (directe emissies als gevolg van onze eigen activiteiten), scope2 (indirecte emissies van de energie die is ingekocht) en scope3 (alle overige indirecte emissies die het gevolg zijn van onze bedrijfsactiviteiten). SF₆ Zwavelhexafluoride (SF₆) is een anorganische verbinding van zwavel met fluor. Het is een sterk broeikasgas. Stakeholders Belanghebbenden; organisaties of personen die een bepaald belang hebben bij de onderneming. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 274 Total Reportable Frequency Index Maat voor de veiligheid; het aantal ‘reportable’ ongevallen (ongevallen gevolgd door verzuim, medische handelingen, vervangend werk of fataliteit) met verzuim per 1miljoen werkuren, waarbij wij uitgaan van 1.600werkuren per FTE per jaar. TSO (NL) en TBN (DU) Transmissienetbeheerder: ('Transmission System Operator', afgekort tot TSO) is een entiteit die is belast met het transport van energie in de vorm van aardgas of elektriciteit op nationaal of regionaal niveau, met behulp van vaste infrastructuur. Venten Het gecontroleerd laten ontsnappen van gas. Voorbelasting Voorbelasting is een ‘omzetbelasting op onze kosten’, oftewel omzetbelasting die onze leveranciers aan ons in rekening hebben gebracht. WACC De Weighted average cost of capital, vaak afgekort als WACC is de Engelstalige benaming voor de gewogen gemiddelde kosten van het vermogen van een bedrijf. Jaarverslag 2020 \- N.V. Nederlandse Gasunie 275 Disclaimer Daar waar in dit verslag wordt gesproken over “we of wij”, refereert dit aan activiteiten van de N.V. NederlandseGasunie, tenzij expliciet anders vermeld. Activiteiten van de beide segmenten van Gasunie worden altijd benoemd met Gasunie Deutschland en Gasunie Transport Services (GTS). Contact Heeft u vragen of opmerkingen over ons jaarverslag dan kunt u contact opnemen door een e-mail te sturen naar info@gasunie.nl. N.V. Nederlandse Gasunie Bezoekadres Concourslaan 17 9727 KC Groningen Postadres Postbus 19 9700 MA Groningen Tel. (050) 521 91 11 Fax (050) 521 19 99 Handelsregister Groningen 02029700 E-mail: info@gasunie.nl Website: www.gasunie.nl 724500MQFZSYSBC5H1782020-01-012020-12-31724500MQFZSYSBC5H1782020-12-31724500MQFZSYSBC5H1782019-12-31724500MQFZSYSBC5H1782019-01-012019-12-31724500MQFZSYSBC5H1782020-01-01ifrs-full:IssuedCapitalMember724500MQFZSYSBC5H1782020-01-012020-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember724500MQFZSYSBC5H1782020-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember724500MQFZSYSBC5H1782020-01-01ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember724500MQFZSYSBC5H1782020-01-012020-12-31ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember724500MQFZSYSBC5H1782020-12-31ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember724500MQFZSYSBC5H1782020-01-01ifrs-full:ReserveOfGainsAndLossesOnFinancialAssetsMeasuredAtFairValueThroughOtherComprehensiveIncomeMember724500MQFZSYSBC5H1782020-01-012020-12-31ifrs-full:ReserveOfGainsAndLossesOnFinancialAssetsMeasuredAtFairValueThroughOtherComprehensiveIncomeMember724500MQFZSYSBC5H1782020-12-31ifrs-full:ReserveOfGainsAndLossesOnFinancialAssetsMeasuredAtFairValueThroughOtherComprehensiveIncomeMember724500MQFZSYSBC5H1782020-01-01ifrs-full:OtherReservesMember724500MQFZSYSBC5H1782020-01-012020-12-31ifrs-full:OtherReservesMember724500MQFZSYSBC5H1782020-12-31ifrs-full:OtherReservesMember724500MQFZSYSBC5H1782020-01-01GUN:ProfitLossAttributableToOwnersOfParentMember724500MQFZSYSBC5H1782020-01-012020-12-31GUN:ProfitLossAttributableToOwnersOfParentMember724500MQFZSYSBC5H1782020-12-31GUN:ProfitLossAttributableToOwnersOfParentMember724500MQFZSYSBC5H1782020-01-01724500MQFZSYSBC5H1782019-01-01ifrs-full:IssuedCapitalMember724500MQFZSYSBC5H1782019-01-012019-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember724500MQFZSYSBC5H1782019-01-01GUN:IncreaseDecreaseDueToApplicationOfIfrs16Memberifrs-full:IssuedCapitalMember724500MQFZSYSBC5H1782019-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember724500MQFZSYSBC5H1782019-01-01ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember724500MQFZSYSBC5H1782019-01-012019-12-31ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember724500MQFZSYSBC5H1782019-01-01GUN:IncreaseDecreaseDueToApplicationOfIfrs16Memberifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember724500MQFZSYSBC5H1782019-12-31ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember724500MQFZSYSBC5H1782019-01-01ifrs-full:ReserveOfGainsAndLossesOnFinancialAssetsMeasuredAtFairValueThroughOtherComprehensiveIncomeMember724500MQFZSYSBC5H1782019-01-012019-12-31ifrs-full:ReserveOfGainsAndLossesOnFinancialAssetsMeasuredAtFairValueThroughOtherComprehensiveIncomeMember724500MQFZSYSBC5H1782019-01-01GUN:IncreaseDecreaseDueToApplicationOfIfrs16Memberifrs-full:ReserveOfGainsAndLossesOnFinancialAssetsMeasuredAtFairValueThroughOtherComprehensiveIncomeMember724500MQFZSYSBC5H1782019-12-31ifrs-full:ReserveOfGainsAndLossesOnFinancialAssetsMeasuredAtFairValueThroughOtherComprehensiveIncomeMember724500MQFZSYSBC5H1782019-01-01ifrs-full:OtherReservesMember724500MQFZSYSBC5H1782019-01-012019-12-31ifrs-full:OtherReservesMember724500MQFZSYSBC5H1782019-01-01GUN:IncreaseDecreaseDueToApplicationOfIfrs16Memberifrs-full:OtherReservesMember724500MQFZSYSBC5H1782019-12-31ifrs-full:OtherReservesMember724500MQFZSYSBC5H1782019-01-01GUN:ProfitLossAttributableToOwnersOfParentMember724500MQFZSYSBC5H1782019-01-012019-12-31GUN:ProfitLossAttributableToOwnersOfParentMember724500MQFZSYSBC5H1782019-01-01GUN:IncreaseDecreaseDueToApplicationOfIfrs16MemberGUN:ProfitLossAttributableToOwnersOfParentMember724500MQFZSYSBC5H1782019-12-31GUN:ProfitLossAttributableToOwnersOfParentMember724500MQFZSYSBC5H1782019-01-01724500MQFZSYSBC5H1782019-01-01GUN:IncreaseDecreaseDueToApplicationOfIfrs16Memberiso4217:EURN.V. Nederlandse GasunieGroningen, the NetherlandsNaamloze VennootschapNetherlandsConcourslaan 17GroningenGasunie manages and maintains the infrastructure for large-scale transport and storage of gas in the Netherlands and the northern part of Germany. Safety, reliability, sustainability and cost-effectiveness are central in everything we do. Our company was founded in 1963, four years after the discovery of natural gas in the northern Dutch province of Groningen. We are a public limited company under Dutch law and fully owned by the State of the Netherlands. Gasunie has two subsidiaries that manage the gas transport network: Gasunie Deutschland in Germany, and Gasunie Transport Services (GTS) in the Netherlands.N.V. Nederlandse GasunieN.V. Nederlandse GasunieN/A